Cover
Börja nu gratis TAB 3.4 - Hoofdstuk 1 en 2 SV (deel verwimp).docx
Summary
# Het Belgische GGZ-landschap en zijn uitdagingen
Dit document schetst de structuur van de Belgische geestelijke gezondheidszorg, benoemt de verschillende zorgvormen en identificeert de belangrijkste knelpunten, waaronder de onbeantwoorde zorgnood, adequate behandeling en de impact van stigma.
### 1.1 Structuur van de geestelijke gezondheidszorg
De geestelijke gezondheidszorg in België is opgebouwd uit verschillende niveaus en zorgvormen, die zich hebben geëvolueerd van een residentiële naar een meer ambulante en vraaggestuurde aanpak, met meer participatie van patiënten en hun netwerk.
#### 1.1.1 Eerstelijnszorg
* **Huisarts:** Vaak het eerste aanspreekpunt voor psychosociale problemen.
* **CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk):** Biedt algemene psychosociale hulpverlening.
* **Spoed:**
* Eenheid Psychiatrische Spoed Interventie (EPSI): Gespecialiseerde spoedeisende psychiatrische hulp.
#### 1.1.2 Ambulante zorg
* **Psychiater:** Medische specialist voor diagnose en behandeling van psychische stoornissen.
* **Psycholoog:** Biedt psychologische begeleiding en therapie.
* **Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG):** Biedt multidisciplinaire geestelijke gezondheidszorg.
* **Outreaching/Mobiele teams:** Zorgverlening aan huis of in de directe leefomgeving.
* **Psychiatrisch dagziekenhuis:** Behandeling gedurende de dag met behoud van thuissituatie.
#### 1.1.3 Residentiële zorg
* **Psychiatrische Afdeling in het Algemeen Ziekenhuis (PAAZ of A-dienst):** Psychiatrische zorg binnen een algemeen ziekenhuis.
* **Psychiatrisch Ziekenhuis (PZ):** Gespecialiseerde instelling voor langdurige psychiatrische behandeling.
* **High Intensive Care (HIC):** Intensieve zorg voor patiënten in acute crisis.
* **Therapeutische gemeenschap (TG):** Langdurige behandeling en re-integratie.
* **Gevangenis / Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC):** Gesloten instellingen voor forensisch psychiatrische zorg.
* **Psychiatrisch Verzorgingstehuis (PVT) en andere woonvormen:** Ondersteuning bij wonen en leven met een psychiatrische problematiek.
### 1.2 Uitdagingen in het Belgische GGZ-landschap
Het Belgische GGZ-landschap wordt geconfronteerd met een aantal significante uitdagingen, die de toegankelijkheid, adequaatheid en kwaliteit van zorg beïnvloeden.
#### 1.2.1 Onbeantwoorde zorgnood (Unmet need)
* Een aanzienlijk deel van de volwassenen met vaak voorkomende en behandelbare psychiatrische stoornissen ontvangt geen professionele behandeling. Bij jongeren is dit percentage nog lager.
* De Minimal Adequate Treatment (MAT) wordt niet altijd bereikt, wat betekent dat een significant deel van de patiënten geen adequate behandeling krijgt.
#### 1.2.2 Adequate behandeling (Minimal Adequate Treatment - MAT)
* Slechts een derde van de patiënten krijgt een adequate behandeling, wat impliceert dat de kwaliteit en intensiteit van de geboden zorg niet altijd voldoen aan de vereiste standaarden.
#### 1.2.3 Overmete zorgnood (Overmet need)
* Een deel van de patiënten die gespecialiseerde behandeling ontvangen, voldoet niet aan de criteria van een psychiatrische stoornis. Dit kan duiden op een te brede indicatiestelling of op andere onderliggende problemen.
#### 1.2.4 Stigma
Stigma is een complex en destructief maatschappelijk proces dat zich op verschillende niveaus afspeelt en vele facetten kent:
* **Labeling:** Het gebruik van negatieve en denigrerende termen zoals "gestoorden" of "zotten".
* **Stereotypering:** De hardnekkige overtuiging dat psychiatrische patiënten agressief, onvoorspelbaar en gevaarlijk zijn, ondanks gebrek aan bewijs.
* **Sociale afstand en statusverlies:** Patiënten worden gemeden en verliezen hun sociale status.
* **Discriminatie:** Ongelijke behandeling op basis van een psychiatrische diagnose.
**Gevolgen van stigma:**
* **Ontmenselijking:** Patiënten worden gereduceerd tot hun stoornis.
* **Geïnternaliseerd stigma:** Het overnemen van negatieve oordelen door de patiënt zelf, wat leidt tot verminderd zelfvertrouwen en een lagere kwaliteit van leven.
* **Belemmering om hulp te zoeken:** Angst voor stigma weerhoudt mensen ervan professionele hulp te zoeken of de behandeling te continueren.
* **Kwalitatief mindere medische zorg:** Psychiatrische patiënten ontvangen vaak minder adequate medische zorg dan patiënten zonder psychische problemen.
* **Discriminatie door zorgverleners:** Zelfs binnen de GGZ ervaren cliënten stigmatisering door hulpverleners, wat zich uit in negatieve diagnoses, het niet serieus nemen van klachten en vooroordelen.
**Soorten stigma:**
* **Publiek stigma:** Negatieve oordelen en uitlatingen van de maatschappij ten opzichte van gedevalueerde groepen.
* **Zelfstigma:** Het internaliseren van negatieve oordelen van anderen.
* **Structureel stigma:** Ongelijkheid ingebakken in cultuur, wet- en regelgeving (bv. bij verzekeraars).
**Stigma in het onderwijs en bij zorgverleners:**
* De aanwezigheid van stigma bij medische studenten is reeds voor de start van hun opleiding zichtbaar.
* Contact met psychiatrische patiënten tijdens de opleiding kan de negatieve gedachten soms versterken, leidend tot ongemak, mentale uitputting en een gevoel van machteloosheid.
* Hardnekkige gedachten over een slechte prognose en het onvermogen van patiënten om een kwaliteitsvol leven te leiden, dragen bij aan dit stigma.
**Frames en stigmatisering:**
* Stigma wordt mede gevormd door cultureel gedeelde schema's (frames) die betekenis geven aan psychische klachten, zoals de manier waarop media over psychiatrische patiënten berichten.
* Het frame dat wordt toegepast op de oorzaken, gevolgen en oplossingen van een psychische stoornis, bepaalt mede de stigmatisering.
* De mate van stigma fluctueert afhankelijk van de aard van de aandoening; middelenproblematiek, schizofrenie en Borderline Persoonlijkheidsstoornis worden negatiever beoordeeld dan depressie of angststoornissen.
**Destigmatisering:**
* Gezondheidszorg en onderwijs spelen een belangrijke voorbeeldfunctie.
* Correcte en onbevooroordeelde communicatie is essentieel ("Niets over ons, zonder ons").
* Educatieve interventies en stages in de GGZ hebben een bewezen stigma-reducerend effect door het vergroten van kennis en vertrouwen.
* Het Vlaams Charter stigma en media is een initiatief om dit probleem aan te pakken.
### 1.3 Kader: Geestelijke gezondheidsproblemen en de definitie van ziekte
* **Geestelijke gezondheidsproblemen:** Omvatten een breed gamma aan psychosociale problemen, waaronder rouwprocessen.
* **Ernstige Psychiatrische Aandoeningen (EPA):** Specifieke, ernstige psychische stoornissen binnen het vakgebied psychiatrie.
* **Criteria voor een psychische stoornis:**
* Emotioneel lijden dat leidt tot ernstige belemmering in functioneren en/of gedrag, met potentieel voor pijn, invaliditeit of dood.
* Duurzaamheid van de problematiek die verder gaat dan een 'normale' reactie op omstandigheden.
* **Definitie van 'normaal':** Criteria omvatten uitzonderlijkheid (bv. wereldrecord), sociaal afwijkend gedrag (cultureel bepaald), foute perceptie van de realiteit (hallucinaties kunnen cultureel anders geïnterpreteerd worden), aanzienlijk emotioneel lijden (afhankelijk van duur en intensiteit), en ongepast of contraproductief gedrag.
### 1.4 Diversiteit in de GGZ
* **Cultuurdiversiteit:** Verschillen tussen culturen, migratieachtergronden en traditionele geneeswijzen versus westerse geneeskunde.
* **Locatie-gebonden verschillen:** Stedelijk vs. platteland, regionale verschillen binnen België.
* **Religieuze diversiteit:** Verschillende interpretaties van psychische problematiek binnen religies, wat kan leiden tot taboes en belemmeringen in hulpverlening.
* **Gevolgen van psychiatrisch taboe in andere culturen:** Verlies van sociale status, angst voor geroddel, belemmeringen in huwelijkskansen, en het binnenshuis houden van patiënten. Zelfmoord kan zelfs strafbaar zijn.
* **Bemoeilijkende factoren:** Taalbarrières, minder bekendheid met het zorgsysteem, en cultureel bepaalde verwachtingen van zowel patiënt als hulpverlener. De 'westerse' directheid en focus op empowerment kan niet altijd positief worden ervaren.
### 1.5 De uitdagingen voor hulpverleners
* **Classificatiesystemen (ICD-11, DSM-5-TR):** Hoewel nuttig voor onderzoek en diagnostiek, kunnen deze systemen een foutieve indruk geven van de psychiatrie als een exacte wetenschap en het diagnostisch label te bepalend maken voor de beeldvorming en verwachtingen van zowel hulpverlener als cliënt.
* **Geïntegreerde modellen:**
* **Bio-psychosociaal model:** Erkent de interactie tussen biologische, psychologische en sociale factoren.
* **Diathese-stressmodel:** Problemen ontstaan door de interactie tussen kwetsbaarheid en stress.
* **Neuman Systems Model:** Een holistische benadering die aansluit bij Evidence-Based Practice (EBP).
* **Benaderingswijzen:**
* **Holistische benadering:** Ziet de mens als een geheel, waarbij gedachten, gevoelens en ervaringen worden beïnvloed door sociale contacten, lichamelijke gesteldheid en zingeving.
* **Herstelgerichte benadering:** Legt de focus op het persoonlijke proces van herstel, waarbij de persoon zijn leven weer naar eigen wensen en mogelijkheden kan vormgeven, met of zonder blijvende gevolgen. Dit is een reactie op de medisch georiënteerde psychiatrie die soms te veel op diagnose gericht was en sociale context negeerde. Het doel is om de focus te leggen op wat mensen wél kunnen, hun ontwikkeling en hun regie over het leven.
* Herstel is een uniek, traag, onvoorspelbaar en voortdurend proces, geen eindresultaat.
* Hulpverleners kunnen dit proces ondersteunen, maar ook belemmeren door onrealistische verwachtingen.
* Vier aspecten van herstel: gezondheidsherstel, functieherstel, maatschappelijk herstel en persoonlijk herstel (hervinden van identiteit, zin en betekenis).
* Vier fasen van herstel: overweldigd zijn, worstelen, leven met, en leven voorbij de aandoening.
* Belangrijke herstelfactoren zijn verbinding, hoop, identiteit, betekenis, zingeving en empowerment.
* De herstelgerichte benadering als verpleegkundige is een attitude die gericht is op het ondersteunen van de zorgvrager in het krijgen van regie over zijn leven.
* **Socratische Gespreksmethode:** Een techniek die door het stellen van kritische, open vragen cliënten helpt om denkfouten te ontdekken, zelf tot inzichten te komen en hun eigen waarheid te ontdekken. Dit vereist verwondering, nieuwsgierigheid, moed en het vermogen om het niet-weten te verdragen.
* **Steunend Relationeel Handelen (SRH):** Een model dat gericht is op het doelgericht en effectief afstemmen van hulpverlening op de wensen en behoeften van mensen in hun herstelproces. Het omvat bewegingen als herstel, presentie en krachtgericht werken. Kernaspecten zijn verbinden, verstaan en verzekeren.
* **Communicatievaardigheden:** Kernonderdeel van de GGZ. Het correct observeren, rapporteren en reflecteren is essentieel. De hulpverlener dient een basishouding van onvoorwaardelijke positieve achting, echtheid en oprechte belangstelling te hanteren.
* **Positieve gezondheid:** Een benadering die zich richt op het vermogen van een persoon om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van levensuitdagingen, waarbij de mens centraal staat en niet de ziekte. De focus verschuift van "wat is er mis?" naar "wat heb jij nodig om je aan te passen en je leven te leiden op een manier die bij je past?".
---
# Herstelgerichte benadering in de GGZ
Het concept van herstel in de geestelijke gezondheidszorg omvat het persoonlijke proces waarin iemand een ingrijpende levenservaring overwint, zodat het leven weer naar eigen wensen en mogelijkheden kan worden vormgegeven, met of zonder blijvende gevolgen.
## 2. Herstelgerichte benadering in de GGZ
De herstelgerichte benadering is begin 21e eeuw ontstaan als reactie van 'ex-patiënten' op de beperkingen van de medisch georiënteerde psychiatrie. Deze aanpak legt de nadruk op de mogelijkheden die mensen nog wel hebben, op ontwikkeling, wat men wil bereiken, en op het verkrijgen van grip en regie over het eigen leven, waarbij de patiëntrol wordt verlaten.
> **Tip:** Herstel is geen terugkeer naar de situatie van voor de aandoening, noch is het per se genezing.
### 2.1 Definitie en kernconcepten van herstel
Herstel wordt gedefinieerd als: "het persoonlijke proces waarbij iemand een min of meer ontwrichtende levenservaring zodanig te boven komt, dat hij het leven weer vanuit eigen wensen en mogelijkheden vorm kan geven, met of zonder blijvende gevolgen van die ervaring."
Het is een uniek, traag, onvoorspelbaar en voortdurend proces, niet een resultaat. Hulpverleners kunnen dit proces ondersteunen, aanmoedigen en bevorderen, maar ook belemmeren, bijvoorbeeld door te snel resultaten te verwachten.
> **Tip:** Herstel wordt ook omschreven als "het vinden van een zinvol bestaan, met of zonder psychiatrische aandoening."
### 2.2 Aspecten van herstel
Er worden vier belangrijke aspecten van herstel onderscheiden:
* **Herstel van gezondheid (medisch herstel):** Dit betreft de verbetering van symptomen.
* **Functieherstel:** Dit omvat de verbetering in alledaags functioneren en zelfregulatie.
* **Maatschappelijk herstel:** Dit houdt in participatie en het vervullen van eerdere en/of nieuwe rollen in de samenleving.
* **Persoonlijk herstel:** Dit aspect hangt samen met de drie voorgaande en omvat het hervinden van de eigen identiteit, het opnieuw vinden van zin en betekenis in het bestaan, en de acceptatie van de psychische kwetsbaarheid.
### 2.3 Fasen van herstel
Volgens Spaniol, Wewiorski, Gagne en Anthony (2002) doorloopt herstel vier fasen:
1. **Overweldigd zijn door de aandoening:** De aandoening lijkt het leven en gedrag te bepalen. Het pad naar verbinding met het vertrouwde zelf en de omgeving is nog niet zichtbaar. Dit kan gepaard gaan met hallucinaties, gevoelens van depressie, wanhoop, angst of herbelevingen van trauma.
2. **Worstelen met de aandoening:** Vragen zoals "wat, waarom, hoe kan dit, hoe verder?" primeren. Schaamte en angst voor herhaling kunnen aanwezig zijn.
3. **Leven met de aandoening:** Er vindt een terugkeer plaats naar vroegere rollen en relaties (verbinding is hersteld). De persoon leert zijn mogelijkheden en beperkingen kennen. De psychische kwetsbaarheid is vaak blijvend.
4. **Leven voorbij de aandoening:** De aandoening raakt steeds meer op de achtergrond.
### 2.4 Herstelfactoren
Verschillende factoren kunnen het herstelproces bevorderen:
* **Verbinding:** Met belangrijke anderen zoals familie, lotgenoten, en vrienden.
* **Hoop en optimisme:** Geloof in herstel, motivatie om te veranderen, en het hebben van dromen en doelen.
* **Identiteit:** Het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en het overwinnen van stigma.
* **Betekenis en zingeving:** Het geven van betekenis aan de ervaring en kwetsbaarheid, en het ontdekken van eigen krachten en mogelijkheden.
* **Empowerment:** Het krijgen van grip en controle op het eigen leven, het nemen van verantwoordelijkheid voor taken en rollen, en persoonlijke groei.
### 2.5 De rol van de hulpverlener in de herstelgerichte benadering
De herstelgerichte benadering is geen methodiek, maar een houding en benaderingswijze. De hulpverlener ziet de hulpvrager niet primair als een patiënt met een stoornis, maar als iemand met de potentie om zijn leven weer in eigen regie te krijgen, met de benodigde ondersteuning en het ontwikkelen van zelfvertrouwen.
Kenmerken van de hulpverlener in deze benadering zijn:
* **Geloof in herstel:** Hoop en optimisme uitstralen.
* **Aanwezigheid en luisteren:** Onbevooroordeeld luisteren, waarbij het contact op zich al van betekenis is.
* **Bescheiden gebruik van het professionele referentiekader:** De focus ligt op de cliënt.
* **Ruimte creëren en aansluiten:** Ondersteunen en aansluiten bij het verhaal van de zorgvrager.
* **Eigen kracht stimuleren:** De eigen kracht van de zorgvrager herkennen, benutten en stimuleren, zowel individueel als in groepsverband.
* **Ervaringsdeskundigheid benutten:** De ervaringsdeskundigheid van de zorgvrager erkennen, benutten en stimuleren.
* **Ondersteuning door belangrijke anderen:** Ondersteuning door naasten erkennen, benutten en stimuleren.
* **Gericht op lijden verlichten en regie vergroten:** Streven naar het verlichten van lijden en het vergroten van de eigen regie en autonomie.
#### 2.5.1 Starten met herstelondersteunende zorg
Om te starten met herstelondersteunende zorg wordt geadviseerd:
* **Gesprek aangaan:** Met de hulpvrager en belangrijke naasten.
* **Onderzoeken:** Ontdekken of er sprake is van een herstelproces, in welke fase deze zich bevindt, welke factoren (on)gunstig zijn, wat de wensen, dromen en ideeën zijn, en waar talenten liggen.
* **Zin en betekenis ontdekken:** Vaststellen waar de zorgvrager zin en betekenis aan ontleent.
* **Levensverhaal centraal stellen:** Het levensverhaal benaderen, niet enkel de ziektegeschiedenis.
* **Positieve benadering hanteren:** Naast lijden en verlies, ook focussen op wat geholpen heeft, waar men goed in geworden is, en waardoor men het heeft kunnen volhouden of weer vertrouwen heeft gekregen.
#### 2.5.2 Steunend Relationeel Handelen (SRH)
Het Steunend Relationeel Handelen (SRH), internationaal bekend als het CARe-model, is een veelgebruikte benadering binnen de GGZ. Het doel is om de door hulpverleners geboden steun doelgericht en effectief te laten aansluiten bij de wensen, behoeften en kwaliteit van leven van mensen in hun herstelproces.
SRH kent drie bewegingen:
1. **Herstelbeweging:** Begrijpen en aansluiten bij het unieke proces van de zorgvrager. Dit omvat de presentiebenadering (aanwezig zijn), het aansluiten en afstemmen op de patiënt en zijn leefwereld, het zoeken naar betekenis en zingeving, en het opbouwen van een evenwaardige band.
2. **Krachtgericht werken:** Gericht op de mogelijkheden bij de patiënt en in de maatschappij, met de principes van de positieve psychologie.
3. **Kernbehandelingen en 3 dimensies:**
* **Verbinden:** Contact aangaan op aandachtige en respectvolle wijze, gericht op een werkzame persoonlijk-professionele relatie met evenwaardig partnerschap. Kenmerken zijn erkenning, betrokkenheid, vertrouwen en basisveiligheid.
* **Verstaan:** De ander leren kennen en echt begrijpen, inclusief de leefwereld, situatie, wensen, behoeften, kwetsbaarheid en kracht. Doel is het verkrijgen van een zo goed mogelijk begrip van het perspectief van de patiënt, door luisteren, het uitstellen van oordeel en het detecteren van herstelgerichte focuspunten.
* **Verzekeren:** Focus op de kwetsbaarheid door te doen wat nodig is zodat de ander houvast ervaart. Dit creëert ruimte voor de heropbouw van zelfvertrouwen, met kenmerken als betrouwbaarheid, duidelijke informatie, een overzichtelijke omgeving met structuur, zekerheid, stabiliteit en rust.
* **Versterken:** Focus op de krachten van het individu en de omgeving, met als doel het ontwikkelen van vaardigheden, het ontplooien van talenten en het creëren van 'weldoende omgevingen'. Kenmerken zijn het versterken van zelfvertrouwen, hoop ervaren, leren van persoonlijke ervaringen en het opdoen van nieuwe positieve ervaringen.
#### 2.5.3 Praktische hulpmiddelen binnen de herstelgerichte benadering
* **Professioneel ‘niet doen’ (latende houding):** Dit is vaak moeilijk voor hulpverleners, maar essentieel.
* **Kwaliteit-van-leven-profiel, Krachtenmatrix, Persoonlijk krachtenprofiel:** Instrumenten om iemands situatie en mogelijkheden in kaart te brengen.
* **De ‘Stel dat’-vraag:** Helpt persoonlijke voorkeuren te concretiseren en nieuwe informatie te verkrijgen.
* **Socratische Gespreksmethode:** Een methode van bevraging die helpt denkfouten te ontdekken en tot 'ware kennis' te komen door verwondering, nieuwsgierigheid en moed.
> **Voorbeeld:** De socratische houding kenmerkt zich door verwondering, nieuwsgierigheid, moed om vragen te stellen, het leren verdragen van oordelen en het niet-weten, en empathie.
Bij het toepassen van de socratische methode is het cruciaal om goed te luisteren, taal serieus te nemen, toestemming te vragen, tempo te vertragen en frustratie te verdagen. Vragen moeten gericht zijn op de ander en niet op de hulpverlener zelf. Het doorvragen naar het 'hittepunt' – het moment waarop een gevoel of standpunt getriggerd werd – is essentieel om de kern van iemands beleving te achterhalen.
---
# Specifieke psychiatrisch verpleegkundige vaardigheden
Dit onderwerp verdiept de vier kernvaardigheden van psychiatrisch verpleegkundigen: communicatie, observatie, rapportage en reflectie, met nadruk op gespreksopbouw, observeren en rapporteren.
## 3. Specifieke psychiatrisch verpleegkundige vaardigheden
De psychiatrische verpleegkunde is gebaseerd op vier fundamentele vaardigheden: communicatie, observatie, rapportage en reflectie. Deze vaardigheden vormen de basis voor effectieve zorgverlening aan personen met psychische problemen.
### 3.1 Communicatie
Effectieve communicatie is essentieel in de psychiatrische zorg. Het is meer dan alleen praten; het omvat het vermogen om een veilige en ondersteunende omgeving te creëren waarin de cliënt zich gehoord en begrepen voelt.
#### 3.1.1 Basishouding van de hulpverlener
De basishouding van de hulpverlener is cruciaal en wordt gekenmerkt door:
* **Onvoorwaardelijke positieve achting:** Cliënten accepteren zoals ze zijn, zonder oordeel.
* **Voorbeeldfunctie:** Echtheid en het ontbreken van maskers in de interactie.
* **Aanwezigheid en belangstelling:** Laten voelen dat de hulpverlener er is en oprecht geïnteresseerd is.
* **Beschikbaarheid:** Bereidheid om de cliënt te ondersteunen bij het vinden van oplossingen.
#### 3.1.2 Luisteren
Luisteren is een actieve vaardigheid die onderverdeeld kan worden in:
* **Passief luisteren:** Hierbij gebruikt men "deur-openzetters" zoals uitnodigende, open vragen om de cliënt aan het woord te laten.
* **Actief luisteren:** Hierbij gebruikt men "deur-openhouders" zoals bevestigende knikjes en kleine geluiden om de cliënt aan te moedigen.
> **Tip:** Verwacht niet van de cliënt wat je zelf niet kunt. Het is niet altijd nodig om continu het gesprek aan te gaan; soms is simpelweg luisteren en aanwezig zijn voldoende.
#### 3.1.3 Valkuilen in communicatie
Er zijn verschillende valkuilen waar hulpverleners zich bewust van moeten zijn:
* **Te veel het gesprek willen aangaan:** Dit kan leiden tot manipulatie, aanklampend of dwingend gedrag.
* **Het plaatsen van gedrag/gevoelens binnen het eigen referentiekader:** Dit beïnvloedt de objectiviteit.
* **Het vinden van een evenwicht:** Een balans tussen professioneel en menselijk zijn, en tussen autoritair/afstandelijk en te vriendschappelijk gedrag.
#### 3.1.4 Praktische tips voor communicatie
* Creëer een aangename, uitnodigende en accepterende sfeer.
* Toon je geïnformeerd door data uit het dossier en van collega's te verzamelen.
* Zorg dat je zelf op je gemak bent; je hoeft niet op alle vragen direct een antwoord te hebben.
* Gebruik stiltes; ze kunnen waardevol zijn.
* Vul formulieren kort en discreet in. De optimale duur voor een basisgesprek is 30-45 minuten.
#### 3.1.5 Gespreksopbouw
Een gesprek verloopt idealiter in vier fasen:
1. **Opening:**
* **Initiatief van de patiënt:** Laat de cliënt vertellen waarom hij/zij de stap heeft gezet. Vermijd het beladen woord 'probleem'.
* **Initiatief van jou:** Leg duidelijk en open de reden voor het gesprek uit. Pauzeer na je introductie om de cliënt de ruimte te geven. Vermijd bedreigende uitspraken.
2. **Inleiding (Afspraakfase):**
* Het doel van het gesprek wordt afgebakend en aanvaard.
* Observeer en bespreek angstgevoelens bij de patiënt, toon begrip en geruststelling.
* Specificeer wat je wilt bespreken om angst te verminderen.
3. **Ontwikkeling of verkenning:**
* Ontwikkel hier je eigen stijl door middel van gesprekstechnieken.
* **Meegaan/invoegen:** Luister naar en reageer op wat de cliënt zegt en voelt. Volg het tempo van de cliënt.
* Het gebruik van persoonlijke voorbeelden kan waardevol zijn, maar brengt ook risico's met zich mee (ongewilde bedreiging). Vermijd de gedachte dat je het beter weet.
* **Zelf de leiding nemen:** Kan, maar overdrijf niet om ruimte voor de cliënt te behouden. De basisregel in de psychiatrie is de cliënt tot eigen antwoorden te laten komen.
4. **Afsluiting:**
* Beide partijen accepteren de afronding.
* Breng geen nieuwe onderwerpen meer ter sprake.
* **Stijlen van afsluiten:** Kort en ter zake, samenvattende verklaring, herformuleren van hypotheses en afspraken, of de cliënt zelf laten recapituleren. Dit bepaalt de indruk die de cliënt van het gesprek meeneemt.
> **Tip:** Het formele gesprek is geen vervanging van gesprekken met de psychiater, maar richt zich op actuele zaken zoals het afdelingsleven, wonen, werken, relaties, lichamelijke zorg en zelfbeleving.
### 3.2 Observeren
Observeren is het systematisch waarnemen en registreren van gedrag, uitingen en de omgeving van de cliënt.
#### 3.2.1 Voorwaarden voor observatie
* **Kennis van cultuur:** Begrip van culturele achtergronden die gedrag kunnen beïnvloeden.
* **Kennis van (psycho)pathologie:** Inzicht in de mogelijke oorzaken van gedrag.
* **Participerende observatie:** Actief deelnemen aan de leefwereld van de cliënt.
* **Voldoende lange nabijheid:** Tijd doorbrengen met de cliënt om nuances waar te nemen.
* **Effect van de relatie:** Bewustzijn van hoe de relatie tussen hulpverlener en cliënt de observatie beïnvloedt.
#### 3.2.2 Basisschema voor observatie
* **Deel 1 – Algemene gegevens:** Naam, leeftijd, burgerlijke stand, beroep, opnamegegevens, reden van opname, anamnese.
* **Deel 2 – Algemene presentatie:**
* **Algemene indruk:** Een globale beoordeling.
* **Persoonlijk voorkomen:** Kledij, hygiëne, ontwenningstekenen, maar ookdetails zoals tatoeages.
* **Mimiek:** Inclusief oogcontact.
* **Motoriek:** Houding, manier van bewegen.
* **Spraak:** Intonatie, tempo, woordkeuze, samenhang.
* **Contact:** Met bezoek, team, medepatiënten.
* **Deel 3 – Diepere observatie:**
* **Bewustzijn:** Normaal of gedaald.
* **Oriëntatie:** Tijd, ruimte, persoon.
* **Concentratie.**
* **Geheugen:** Amnesie (anterograad/retrograad).
* **Stemming:** Somber, afgevlakt, opgewekt, invoelbaar.
* **Waarneming:** Verminderd, vermeerderd, vervormd.
* **Denken:** Versneld, vertraagd, vervormd, coherentie, associaties.
* **Intelligentie:** Taal, inhoud van gesprekken, begrip.
* **Deel 4 – Aanvullende observatie:**
* **Deelname aan activiteiten:** Spontaan, gedwongen, reacties.
* **Reacties op opname:** Verwachtingen, motivatie, ziekte-inzicht.
* **Toekomst:** Plannen vanuit de cliënt of het team.
* **Medicatie:** Welke, doel, nevenwerkingen.
> **Tip:** Het gevaar van interpretatie schuilt in het focussen op slechts één punt, waardoor een deel van het beeld gemist wordt. Een goede observatie omvat een holistische kijk.
#### 3.2.3 Interpretatie en gevaren
Observaties kunnen worden geïnterpreteerd, wat een dieper begrip kan geven, maar ook risico's met zich meebrengt.
> **Example:** Lichaamshygiëne: littekens kunnen wijzen op automutilatie, trauma, mishandeling of toevallige verwondingen. Kledij: wanordelijk kan wijzen op manie, ontwenningsverschijnselen, psychose of intoxicatie.
Het is belangrijk om niet te interpreteren zonder voldoende context en om bewust te zijn van het eigen referentiekader.
### 3.3 Rapporteren
Rapporteren is het objectief en neutraal bundelen van essentiële informatie uit gesprekken en observaties, gebruikmakend van professioneel taalgebruik.
#### 3.3.1 Key-items rapportage
* **Objectiviteit:** Blijf neutraal en registreer feiten, geen meningen of interpretaties (tenzij duidelijk vermeld).
* **Eigen aandeel:** Geef je eigen rol of bijdrage in de situatie mee.
* **Duidelijkheid:** Gebruik professioneel taalgebruik en bied voldoende kader.
* **Vertrouwelijkheid:** Bescherm vertrouwelijke informatie.
* **Test-gedrag:** Wees voorzichtig met het geven van verschillende informatie aan verschillende teamleden. Stimuleer de cliënt om informatie te delen.
#### 3.3.2 Specifieke kaders voor rapportage
* **Steunend Rationeel Handelen (SRH):** Ook bekend als het CARe-model. Het doel is om de ondersteuning die hulpverleners bieden zo doelgericht en effectief mogelijk te laten aansluiten bij de wensen, behoeften en kwaliteit van leven van mensen in hun herstelproces.
* **Bewegingen:** Herstelbeweging (aansluiten bij het unieke proces), presentiebenadering (er zijn voor de patiënt) en krachtgericht werken (focus op mogelijkheden).
* **Kernbehandelingen:** Verbinden (contact aangaan), Verstaan (begrijpen van de ander), Verzekeren (focussen op kwetsbaarheid en veiligheid bieden), Versterken (focussen op krachten en talenten).
* **Socratische Gespreksmethode:** Een methode die gericht is op het stellen van kritische vragen om denkfouten te ontmaskeren en cliënten te helpen tot 'ware kennis' te komen.
* **De socratische houding:** Verwondering, nieuwsgierigheid, moed, oordelen en dit oordeel niet serieus nemen, het niet-weten verdragen.
* **Vraagvoorwaarden:** Goed luisteren, vragen richten op de ander, taal serieus nemen, toestemming vragen, vertragen, frustratie verduren.
* **Techniek (via Bolten):** Vragen 'naar boven' (abstract, overtuigingen, waarden) en 'naar beneden' (concreet, feiten, werkelijkheid). Eerst naar beneden, dan naar boven. Doorvragen naar het 'hittepunt' (het moment waarop een emotie getriggerd wordt).
> **Tip:** Schrijf kernwoorden op tijdens gesprekken/observaties. Beperk je tot informatie die je niet uit andere bronnen kunt halen. Wacht niet te lang met rapporteren.
### 3.4 Reflectie
Reflectie is het kritisch nadenken over eigen handelen, gedachten en gevoelens in relatie tot de zorgverlening. Hoewel dit hoofdstuk zich primair richt op communicatie, observatie en rapportage, is reflectie de vierde pijler die deze vaardigheden optimaliseert.
> **Tip:** Reflectie helpt om het eigen referentiekader te herkennen en te beheersen, wat essentieel is voor objectieve observatie en rapportage.
* **Positieve gezondheid:** Dit concept, gebaseerd op het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren, vormt een belangrijk vertrekpunt voor de psychiatrische verpleegkunde. De focus ligt op wat de cliënt wél kan en nodig heeft, in plaats van op wat er mis is.
* **'Niets over ons, zonder ons':** Dit principe onderstreept het belang van participatie van de cliënt in het eigen zorgproces en in de ontwikkeling van de zorg.
---
# Ondersteunende kaders en methoden in de GGZ
Deze sectie beschrijft specifieke kaders en methoden die worden toegepast binnen de GGZ, met een focus op Steunend Rationeel Handelen (SRH) en de Socratische Gespreksmethode, inclusief hun kernprincipes en praktische toepassingen.
### 4.1 Steunend Rationeel Handelen (SRH)
Steunend Rationeel Handelen, internationaal bekend als het CARe-model, is een benaderingswijze ontwikkeld door Jean Pierre Wilken en Dirk Den Hollander. Het wordt toegepast in diverse settings binnen de GGZ, zoals ACT, FACT, ambulante opvang, woonbegeleiding, ouderenzorg, jeugdzorg, forensische zorg en verslavingszorg.
Het primaire doel van SRH is om de ondersteuning die hulpverleners bieden, doelgericht en effectief af te stemmen op de wensen en behoeften van cliënten in hun herstelproces en op hun kwaliteit van leven.
#### 4.1.1 De drie bewegingen van SRH
SRH omvat drie kernbewegingen:
* **Herstelbeweging:** Deze beweging richt zich op het begrijpen en aansluiten bij het unieke herstelproces van de zorgvrager. Het omvat een presentiebenadering (er zijn voor de patiënt), het aansluiten bij de leefwereld van de patiënt, het zoeken naar betekenis en zingeving, en het opbouwen van een evenwaardige band.
* **Krachtgericht werken:** Deze beweging legt de focus op de mogelijkheden van de patiënt en de maatschappij, gebaseerd op principes van de positieve psychologie.
* **Kernbehandelingen en drie dimensies:** SRH kent vier kernbehandelingen die te maken hebben met drie dimensies:
* **Verbinden:** Het aangaan van een aandachtige en respectvolle contact, gericht op het realiseren van een werkzame persoonlijk-professionele relatie. Dit impliceert een evenwaardig partnerschap, betrokkenheid, vertrouwen en basisveiligheid.
* **Verstaan:** Het werkelijk leren kennen en begrijpen van de ander, inclusief diens leefwereld, situatie, wensen, behoeften, kwetsbaarheid en kracht. Het doel is om het perspectief van de patiënt zo goed mogelijk te begrijpen, wat luisteren en het uitstellen van oordeel vereist.
* **Verzekeren:** Focus op de kwetsbaarheid van de patiënt en doen wat nodig is om de patiënt houvast te bieden. Dit creëert een veilige omgeving en bevordert de opbouw van zelfvertrouwen door betrouwbaar te zijn, duidelijke informatie te geven en een overzichtelijke omgeving te creëren.
* **Versterken:** Focus op de krachten van het individu en de omgeving om vaardigheden te ontwikkelen, talenten te ontplooien en weldoende omgevingen te creëren. Dit omvat het versterken van zelfvertrouwen, het ervaren van hoop, het leren van persoonlijke ervaringen en het opdoen van nieuwe positieve ervaringen.
#### 4.1.2 Hulpmiddelen binnen SRH
Enkele praktische tools die worden gebruikt binnen SRH zijn:
* **Professioneel 'niet doen' (latende houding):** Dit is een uitdagende houding voor hulpverleners die geprogrammeerd zijn om te handelen, waarbij het gaat om bewust afwachten en de cliënt de ruimte geven.
* **Kwaliteit-van-leven-profiel:** Een hulpmiddel om de kwaliteit van leven van de cliënt in kaart te brengen.
* **Krachtenmatrix / Persoonlijk krachtenprofiel:** Geeft inzicht in de sterke kanten van de cliënt.
* **'Stel dat'-vraag:** Deze vraag helpt om persoonlijke voorkeuren te concretiseren en nieuwe informatie te verkrijgen. Een voorbeeld is: "Stel dat je al in dat appartement zou wonen, hoe zou je dag er dan uitzien?"
Het streven is om toe te werken naar een plan, waarbij de focus ligt op het vinden van zin en betekenis, en het ontwikkelen van een positief zelfbeeld.
### 4.2 Socratische Gespreksmethode
De Socratische Gespreksmethode, gebaseerd op de filosofie van Socrates, is een praktische methode die gericht is op het ontdoen van denkfouten en het leiden van gesprekspartners naar 'ware kennis'.
#### 4.2.1 De Socratische houding
De kern van de Socratische methode ligt in een specifieke houding, die gekenmerkt wordt door:
* **Verwondering:** Voorbij de vanzelfsprekendheid kijken en het bijzondere willen zien in alledaagse zaken.
* **Nieuwsgierigheid:** Erkennen dat men niet alles weet en de ander als expert over zijn eigen ervaring, gedachten en gevoelens beschouwen.
* **Moed:** Durven vragen, wat gepaard gaat met het loslaten van controle, en bereid zijn om confronterend of kwetsend te zijn, maar ook ontwapenend en openend.
* **Oordelen en deze niet serieus nemen:** Het registreren van oordelen zonder deze als goed of slecht te bestempelen, en vervolgens onderzoeken of deze oordelen kloppen.
* **Het niet-weten verdragen:** Geïnspireerd door Descartes' 'methodische twijfel' en Taoïsme's 'Wu Wei' (de kunst van het niet-doen).
* **Empathie:** Zowel cognitieve als emotionele empathie, waarbij sociale intelligentie wordt gebruikt zonder zich emotioneel te laten meeslepen. Een 'empathische nulstand' kan hierbij behulpzaam zijn.
* **Irritatie tolereren:** Geïrriteerd zijn is een teken van geprikkeldheid, maar het is belangrijk dit niet persoonlijk te nemen en af te reageren.
#### 4.2.2 Voorwaarden voor goede vragen
Goede vragen zijn essentieel voor de Socratische methode en volgen enkele voorwaarden:
* **Goed luisteren:** Dit is de basis. Kleine woordjes, lichaamstaal en stilte kunnen veel verraden over de agenda en gevoelens van de ander.
* **Neem taal serieus:** Woorden als 'maar', 'dan', 'nog niet' kunnen de intenties van de spreker verraden.
* **Vraag toestemming:** Dit maakt het gesprek een gedeelde verantwoordelijkheid en creëert een veilige sfeer.
* **Vertraag:** Dialogue vraagt tijd, aandacht en discipline. Het idee van alle tijd en ruimte te hebben werkt ontspannend.
* **Verdraag (frustratie):** Frustratie, van beide kanten, kan een teken zijn dat er iets verschuift en kan dienen als voer voor verder onderzoek. Het is belangrijk dit niet persoonlijk te nemen.
#### 4.2.3 Techniek en houvast
Hoewel er geen strikt stappenplan is, biedt de Socratische bevraging volgens Bolten (2003) houvast:
* **Vragen 'naar boven' (abstract):** Richt zich op overtuigingen, waarden en mensbeelden, de argumentatie achter standpunten.
* **Vragen 'naar beneden' (concreet):** Richt zich op feiten en de concrete werkelijkheid, de informatie achter een standpunt.
Het advies is om eerst 'naar beneden' te vragen tot er een helder beeld is. Doorvragen naar het 'hittepunt' is cruciaal: het specifieke moment waarop een emotie of standpunt werd getriggerd.
#### 4.2.4 Tips en valkuilen bij vraagstelling
* **Gesloten vragen:** Kunnen nuttig zijn voor specifieke doeleinden, zoals het checken van informatie of het structureren van een warrig verhaal.
* **De 'Waarom'-vraag:** Hoewel soms afgeraden, kan deze essentieel zijn voor nieuwe inzichten. Het magische zinnetje "vertel eens" kan de vraag uitnodigender maken.
* **Valkuilen:** Het stellen van meerdere vragen tegelijk, het uitleggen van een vraag (monoloog), het verpakken van een statement als vraag, de 'komma-sukkelvraag', de 'maar'-vraag, de cocktailvraag, en vage vragen. Deze leiden tot ruis en onvolledige antwoorden.
Het doel is een dialoog te creëren, waarbij kort en bondig gesproken wordt, en de hulpverlener eerst probeert te begrijpen alvorens begrepen te worden. Doorvragen, confronteren en spiegelen (parafraseren, herhalen) zijn belangrijke technieken om diepgang te creëren op een niet-veroordelende manier.
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| GGZ | Geestelijke Gezondheidszorg; een overkoepelende term voor de zorg en diensten die gericht zijn op de behandeling en ondersteuning van mensen met psychische problemen en aandoeningen. |
| Prevalentie | Het voorkomen van een bepaalde ziekte of aandoening binnen een specifieke populatie gedurende een bepaalde periode, vaak uitgedrukt als een percentage. |
| Levensverwachting | De gemiddelde tijd die een persoon of een groep individuen naar verwachting nog zal leven, vanaf een bepaald moment of vanaf de geboorte. |
| Ambulante zorg | Zorg die verleend wordt aan patiënten die niet in een instelling zijn opgenomen en zelfstandig thuis of in de gemeenschap wonen, met regelmatige bezoeken aan hulpverleners. |
| Residentiële zorg | Zorg die verleend wordt aan patiënten die gedurende een langere periode in een instelling (zoals een psychiatrisch ziekenhuis) verblijven, inclusief huisvesting en intensieve behandeling. |
| Unmet need | De onbeantwoorde zorgnood; het verschil tussen het aantal mensen dat behoefte heeft aan zorg en het aantal dat daadwerkelijk toegang krijgt tot adequate zorg. |
| Minimal Adequate Treatment (MAT) | Een door de WHO gedefinieerd concept dat verwijst naar de minimale hoeveelheid en kwaliteit van behandeling die nodig is om een psychiatrische stoornis effectief te behandelen en het welzijn van de patiënt te verbeteren. |
| Overmet need | De overmatige zorgbehoefte; verwijst naar patiënten die gespecialiseerde GGZ-behandeling ontvangen, maar bij wie de criteria voor een psychiatrische stoornis niet aanwezig zijn. |
| Stigma | Een negatief sociaal label of een negatieve associatie die wordt toegekend aan individuen of groepen, vaak gebaseerd op vooroordelen en discriminatie, wat kan leiden tot uitsluiting en verminderde eigenwaarde. |
| Publiek stigma | De negatieve oordelen en stereotypen die binnen de samenleving bestaan over bepaalde groepen mensen, zoals mensen met psychische aandoeningen. |
| Zelfstigma | Het internaliseren van negatieve sociale oordelen en stereotypen over zichzelf, wat leidt tot een verminderd zelfbeeld en eigenwaarde bij de persoon zelf. |
| Structureel stigma | Ongelijkheden en discriminatie die ingebed zijn in de cultuur, wetgeving en maatschappelijke structuren, waardoor bepaalde groepen systematisch worden benadeeld. |
| Frames | Cultureel gedeelde schema's of interpretatiekaders die mensen gebruiken om betekenis te geven aan situaties, gebeurtenissen of concepten, zoals de manier waarop media psychische klachten presenteren. |
| Emotioneel lijden | Een subjectieve staat van intense psychische pijn, verdriet, angst of wanhoop die het functioneren van een persoon ernstig kan belemmeren. |
| Normale reactie | Gedrag of emotionele uitingen die als aanvaardbaar en proportioneel worden beschouwd binnen een bepaalde culturele, sociale of contextuele norm, in tegenstelling tot reacties die als pathologisch worden aangemerkt. |
| Culturele diversiteit | De variëteit aan culturen, gebruiken, overtuigingen en waarden binnen een samenleving of wereldwijd, die invloed kan hebben op hoe psychische problemen worden begrepen en ervaren. |
| ICD-11 | De elfde revisie van de International Classification of Diseases, een standaardclassificatiesysteem voor ziekten en gezondheidsproblemen, opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). |
| DSM-5-TR | De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th Edition, Text Revision, een classificatiesysteem voor psychiatrische stoornissen, voornamelijk gebruikt in Noord-Amerika, gepubliceerd door de American Psychiatric Association. |
| Bio-psychosociaal model | Een theoretisch kader dat stelt dat psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen voortkomen uit een complexe interactie tussen biologische, psychologische en sociale factoren. |
| Diathese-stressmodel | Een model dat verklaart hoe kwetsbaarheden (diathese) in combinatie met stressvolle gebeurtenissen (stress) kunnen leiden tot de ontwikkeling van psychische stoornissen. |
| Holistische benadering | Een benadering die de mens als een geheel beschouwt, waarbij rekening wordt gehouden met de interactie tussen fysieke, mentale, emotionele, sociale en spirituele aspecten van iemands welzijn. |
| Herstelgerichte benadering | Een zorgfilosofie die gericht is op het ondersteunen van individuen in hun proces om een zinvol en bevredigend leven te leiden, ondanks of met de gevolgen van een psychische aandoening, met nadruk op persoonlijke groei en empowerment. |
| Empowerment | Het proces waarbij individuen meer controle krijgen over hun eigen leven en keuzes, door het vergroten van hun zelfvertrouwen, vaardigheden en participatiemogelijkheden. |
| Ervaringsdeskundigheid | Kennis en inzichten die zijn opgedaan door persoonlijke ervaringen met psychische problemen en het zorgsysteem, en die ingezet kunnen worden ter ondersteuning van anderen. |
| Communiceren | Het uitwisselen van informatie, gedachten en gevoelens tussen individuen, zowel verbaal als non-verbaal, met het doel begrip en verbinding te creëren. |
| Observeren | Het systematisch waarnemen en registreren van gedrag, interacties en omstandigheden, met als doel informatie te verzamelen voor analyse en interventie. |
| Rapporteren | Het objectief en neutraal vastleggen van waargenomen feiten, informatie en interpretaties, in een gestructureerde vorm, met gebruik van professioneel taalgebruik. |
| Reflecteren | Het kritisch nadenken over eigen handelen, ervaringen en gedachten, met als doel inzichten te verwerven, te leren en het professionele functioneren te verbeteren. |
| Steunend Rationeel Handelen (SRH) | Een benadering die gericht is op het doelgericht en effectief ondersteunen van mensen in hun herstelproces en het verbeteren van hun kwaliteit van leven, door aansluiting te zoeken bij hun wensen en behoeften. |
| Presentiebenadering | Een benadering binnen de zorg die de nadruk legt op het "aanwezig zijn" bij de patiënt, het aansluiten bij diens leefwereld en het opbouwen van een evenwaardige band. |
| Krachtgericht werken | Een methodiek die zich richt op het identificeren en benutten van de sterke punten, vaardigheden en mogelijkheden van individuen en hun omgeving, in plaats van zich te focussen op tekorten of problemen. |
| Verbinden | Het aangaan van een aandachtige en respectvolle contact met een ander persoon, met als doel een werkzame, evenwaardige professionele relatie te realiseren. |
| Verstaan | Het proces van het leren kennen en werkelijk begrijpen van de leefwereld, situatie, wensen en behoeften van een ander, waarbij zowel kwetsbaarheid als kracht in acht wordt genomen. |
| Verzekeren | Het creëren van een gevoel van veiligheid en houvast voor de ander, door betrouwbaar gedrag, duidelijke informatie en een gestructureerde, stabiele omgeving. |
| Versterken | Het richten op de krachten van het individu en de omgeving om vaardigheden te ontwikkelen, talenten te ontplooien en positieve ervaringen te creëren. |
| Latente houding | Een professionele houding waarbij de hulpverlener zich bewust terughoudend opstelt en niet direct ingrijpt, maar wacht op het juiste moment voor interventie, wat ook wel "professioneel nietsdoen" wordt genoemd. |
| Kwaliteit-van-leven-profiel | Een instrument om de subjectieve kwaliteit van leven van een persoon in kaart te brengen, door te kijken naar verschillende aspecten zoals welzijn, tevredenheid en participatie. |
| Krachtenmatrix | Een hulpmiddel om de sterke punten en competenties van een persoon systematisch in kaart te brengen, vaak gebruikt binnen krachtgerichte benaderingen. |
| Persoonlijk krachtenprofiel | Een gedetailleerde beschrijving van de individuele sterktes, talenten en middelen van een persoon, die kunnen worden ingezet in het herstelproces. |
| Socratische Gespreksmethode | Een vraagtechniek waarbij door middel van gerichte, open vragen de gesprekspartner wordt uitgedaagd om zijn of haar eigen gedachten, overtuigingen en aannames te onderzoeken en te verhelderen. |
| Verwondering | Een houding van nieuwsgierigheid en openheid ten opzichte van de wereld en anderen, waarbij men probeert voorbij de vanzelfsprekendheid te kijken en het bijzondere te ontdekken. |
| Nieuwsgierigheid | Een sterke wens om te weten of te leren over iets; een openheid voor nieuwe informatie en ervaringen. |
| Moed | De bereidheid om risico's te nemen, uitdagingen aan te gaan en kwetsbaarheid te tonen, ook in onzekere of moeilijke situaties. |
| Oordelen (en deze niet serieus nemen) | Het vormen van een mening over iets of iemand, maar deze mening vervolgens kritisch bevragen en niet als absolute waarheid beschouwen. |
| Niet-weten verdragen | De acceptatie van onzekerheid en het vermogen om te functioneren zonder onmiddellijke antwoorden of conclusies, een belangrijke vaardigheid in bijvoorbeeld de socratische methode. |
| Empathie | Het vermogen om de gevoelens en perspectieven van anderen te begrijpen en te delen, zowel cognitief als emotioneel. |
| Cognitieve empathie | Het vermogen om de gedachten en gevoelens van een ander intellectueel te begrijpen. |
| Emotionele empathie | Het vermogen om de gevoelens van een ander te ervaren en te delen op een emotioneel niveau. |
| Non empathic compassion | Een vorm van mededogen die gebaseerd is op begrip en zorg, maar zonder dat de hulpverlener zich emotioneel laat meeslepen door de situatie van de patiënt. |
| Positieve gezondheid | Een benadering van gezondheid die zich richt op het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven, waarbij de mens centraal staat in plaats van de ziekte. |
| Vraagvrees | Ongemak of angst die gepaard gaat met het stellen van vragen, zowel bij de vrager als bij de ondervraagde, vaak uit angst voor conflict, confrontatie of onzekerheid. |
| Hittepunt | Het specifieke moment of de specifieke gebeurtenis die een bepaalde emotie of reactie triggert; het kernpunt dat de reden achter een standpunt of gevoel blootlegt. |
| Afvallige vraag | Een vraag die begint met een werkwoord en de suggestie wekt van een bewering, zoals "Zie je die auto?", die gebruikt kan worden om specifieke informatie te toetsen. |
| Retorische vraag | Een vraag die wordt gesteld om een punt te maken of nadruk te leggen, en waarop geen antwoord wordt verwacht, zoals "Het is toch zo dat jij beloofd had te stofzuigen?". |
| Cocktailvraag | Een vraag waarbij meerdere vragen kort na elkaar worden gesteld, wat kan leiden tot verwarring en een onvolledig antwoord. |
| Komma-sukkelvraag | Een vraag die een oordeel of commentaar bevat, vaak gekenmerkt door intonatie, zoals "Ben je nu alweer te laat (,sukkel)?". |
| 'Maar'-vraag | Een subtiele vraagvorm die de werkelijke intenties van de vraagsteller kan verraden, zoals "Maar vind je ook niet dat...?". |
| Onterechte of-ofvraag | Een vraag die een beperkt aantal opties presenteert, terwijl er in werkelijkheid meer mogelijkheden zijn, wat de keuzevrijheid kan beperken. |
| Half gebakken appeltaart | Een vraag die niet op zichzelf staat en afhankelijk is van de voorgaande context, waardoor het lastig is om er direct op te antwoorden. |