Cover
Start now for free TAB 3.4 - Hoofdstuk 1 en 2 SV (deel verwimp).pdf
Summary
# Het Belgische GGZ-landschap en de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg
Het Belgische GGZ-landschap beschrijft de gelaagde structuur van de geestelijke gezondheidszorg, de organisatie ervan, en de hedendaagse uitdagingen.
## 1. Het Belgische GGZ-landschap en de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg
Het Belgische GGZ-landschap is opgebouwd uit verschillende zorgniveaus: eerstelijnszorg, ambulante zorg en residentiële zorg. Deze structuur evolueert voortdurend, met een verschuiving van residentiële naar ambulante zorg, van aanbodgestuurde naar vraaggestuurde zorg, en een toenemende focus op participatie van patiënten en hun netwerk, evenals een focus op herstel in plaats van enkel de diagnose te 'overwinnen'. De levensverwachting van personen met psychiatrische problematiek ligt gemiddeld 15 jaar lager dan die van de algemene bevolking, hoewel het gebruik van GGZ-voorzieningen en de samenwerking tussen algemene en psychiatrische ziekenhuizen stijgt om de continuïteit en doorstroming van zorg te verbeteren. België is een Europese koploper wat betreft opnames in de GGZ, hoewel het aantal psychiatrische bedden sinds de jaren '60 met 43% is gedaald [1](#page=1).
### 1.1 Eerstelijnszorg
De eerstelijnszorg vormt de eerste toegangspoort tot geestelijke gezondheidszorg en omvat verschillende actoren:
* Huisarts [1](#page=1).
* Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) [1](#page=1).
* Spoedeisende hulp [1](#page=1).
* Eenheid Psychiatrische Spoed Interventie (EPSI) [1](#page=1).
### 1.2 Ambulante zorg
Ambulante zorg biedt behandeling buiten een residentiële setting en wordt geleverd door:
* Psychiater [1](#page=1).
* Psycholoog [1](#page=1).
* Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) [1](#page=1).
* Outreaching/Mobiele teams [1](#page=1).
* Psychiatrisch dagziekenhuis [1](#page=1).
### 1.3 Residentiële zorg
Residentiële zorg vindt plaats binnen gespecialiseerde instellingen en omvat:
* Psychiatrische Afdeling in het Algemeen Ziekenhuis (PAAZ of A-dienst) [1](#page=1).
* Psychiatrisch Ziekenhuis (PZ) [1](#page=1).
* High Intensive Care (HIC) [1](#page=1).
* Therapeutische gemeenschap (TG) voor langdurige behandeling en re-integratie [1](#page=1) [2](#page=2).
* Gevangenis / Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC), een gesloten instelling voor geïnterneerden [1](#page=1) [2](#page=2).
* Psychiatrisch Verzorgingstehuis (PVT) en andere woonvormen [1](#page=1).
> **Tip:** Hoewel Vlaanderen een adequate dekking lijkt te hebben, zijn er in Wallonië specifieke problemen qua toegankelijkheid van psychiatrische ziekenhuizen [2](#page=2).
### 1.4 Ontwikkelingen en uitdagingen in de organisatie van de GGZ
De organisatie van de geestelijke gezondheidszorg in België wordt geconfronteerd met drie kernproblemen:
#### 1.4.1 Onvervulde zorgnood (Unmet need)
Ongeveer 43% van de volwassenen met veelvoorkomende en behandelbare psychiatrische stoornissen ontvangt professionele behandeling; bij jongeren ligt dit percentage zelfs op slechts 31% [2](#page=2).
#### 1.4.2 Mínimale adequate behandeling (Minimal Adequate Treatment - MAT)
Niet alle patiënten ontvangen een adequate behandeling; slechts ongeveer één derde van de patiënten krijgt de minimaal noodzakelijke zorg zoals gedefinieerd door de WHO [2](#page=2).
#### 1.4.3 Overbehoefte (Overmet need)
Er is ook een groep van patiënten (11%) die gespecialiseerde GGZ-behandeling ontvangt, maar waarvoor de criteria van een psychiatrische stoornis niet voldoen [2](#page=2).
### 1.5 Stigma in de geestelijke gezondheidszorg
Stigma is een complex en destructief maatschappelijk proces dat zich op verschillende niveaus afspeelt en vijf elementen kent: labeling, stereotypering, sociale afstand, statusverlies en discriminatie [2](#page=2).
* **Labeling:** Verwijst naar het gebruik van denigrerende termen zoals "gestoorden" of "zotten" [2](#page=2).
* **Stereotypering:** Omvat het hardnekkige beeld dat psychiatrische patiënten agressief, onvoorspelbaar en gevaarlijk zijn, ondanks een zwakke correlatie tussen psychische stoornissen en gevaarlijkheid [2](#page=2).
* **Sociale afstand:** Het vermijden van contact of interactie met personen met een psychische aandoening [2](#page=2).
* **Statusverlies:** Het ervaren van een daling in sociale status als gevolg van de psychiatrische diagnose [2](#page=2).
* **Discriminatie:** Ongelijke behandeling op basis van een psychiatrische stoornis [2](#page=2).
Stigma kan ontmenselijkend werken en leiden tot geïnternaliseerd zelfstigma, wat ernstigere symptomen, verminderd zelfgevoel en een lagere kwaliteit van leven met zich meebrengt. Het weerhoudt mensen ervan hulp te zoeken of behandelingen te continueren. Stigma bij zorgverleners kan leiden tot discriminatie in de hulpverlening, waarbij psychiatrische patiënten kwalitatief mindere medische zorg ontvangen. Zelfs binnen de GGZ ervaart een aanzienlijk deel van de cliënten stigmatisering door hulpverleners, door middel van te snelle negatieve diagnoses, frequente labeling, het niet serieus nemen van fysieke klachten, en vooroordelen [3](#page=3).
#### 1.5.1 Soorten stigma
* **Publiek stigma:** Negatieve oordelen die mensen uiten op basis van gedevalueerde groepsidentiteiten, zoals de overtuiging dat mensen met verslaving te zwak zijn om te stoppen [3](#page=3).
* **Zelfstigma:** Het internaliseren van de negatieve oordelen van anderen [3](#page=3).
* **Structureel stigma:** Ongelijkheid die ingebed is in de cultuur, wet- en regelgeving, bijvoorbeeld door weigering van verzekeraars of hogere premies [3](#page=3).
Voor veel cliënten is het ervaren stigma erger dan de aandoening zelf [3](#page=3).
#### 1.5.2 Stigma in de zorgopleiding
Psychiatrisch stigma is vaak al aanwezig bij studenten nog voor de start van hun medische opleiding, en contact met psychiatrische patiënten tijdens de opleiding kan deze negatieve gedachten soms verergeren door ongemak, overweldiging en gevoelens van machteloosheid. Hardnekkige onderliggende gedachten zoals een matige prognose en de onmogelijkheid tot herstel voor een kwaliteitsvol leven dragen hieraan bij [3](#page=3).
---
# Stigma en de impact ervan in de geestelijke gezondheidszorg
Dit hoofdstuk onderzoekt het concept stigma, de verschillende vormen ervan, de negatieve gevolgen die het heeft voor patiënten en zorgverleners, de rol van frames in de perceptie van psychische aandoeningen, en de noodzaak van destigmatisering.
### 2.1 Het concept stigma
Stigma wordt gedefinieerd als een complex maatschappelijk en destructief proces dat zich op verschillende niveaus afspeelt, vaak binnen een machtscontext, en dat altijd vijf elementen bevat. Deze elementen zijn [2](#page=2):
* **Labeling:** Het toekennen van negatieve etiketten aan individuen of groepen, zoals "gestoorden", "zotten" of "psychiatrische gevallen" [2](#page=2).
* **Stereotypering:** De overtuiging dat psychiatrische patiënten agressief, onvoorspelbaar en gevaarlijk zijn. Dit is een hardnekkige voorstelling ondanks het gebrek aan een sterke correlatie tussen psychische stoornissen en gevaarlijkheid [2](#page=2).
* **Sociale afstand:** Het creëren van een afstand tussen de groep die gestigmatiseerd wordt en de rest van de samenleving [2](#page=2).
* **Statusverlies:** Het degraderen van de sociale status van individuen die gestigmatiseerd worden [2](#page=2).
* **Discriminatie:** Het ongelijk behandelen van individuen op basis van hun gestigmatiseerde identiteit [2](#page=2).
Stigma kan ontmenselijkend werken. Geïnternaliseerd (zelf)stigma gaat gepaard met ernstigere symptomen, een verminderd gevoel van eigenwaarde en een lagere kwaliteit van leven. Het weerhoudt mensen ervan om hulp te zoeken en/of de behandeling voort te zetten [3](#page=3).
### 2.2 De impact van stigma
#### 2.2.1 Impact op patiënten
Stigma heeft ingrijpende gevolgen voor patiënten in de geestelijke gezondheidszorg. Het kan leiden tot:
* **Ernstigere symptomen en verminderde eigenwaarde:** Geïnternaliseerd stigma draagt bij aan een slechtere mentale toestand en een negatief zelfbeeld [3](#page=3).
* **Verminderde levenskwaliteit:** De sociale en psychologische effecten van stigma tasten de algemene levenskwaliteit aan [3](#page=3).
* **Barrières in hulpverlening:** Patiënten kunnen terughoudend zijn om professionele hulp te zoeken of een behandeling vol te houden door de angst voor stigmatisering [3](#page=3).
* **Kwalitatief mindere medische zorg:** Psychiatrische patiënten ontvangen soms kwalitatief minder goede medische zorg dan patiënten zonder psychische problemen. Dit draagt bij aan een lagere levensverwachting bij mensen met een psychische aandoening [3](#page=3).
* **Stigmatisering binnen de GGZ:** Zelfs binnen de geestelijke gezondheidszorg ervaart een aanzienlijk deel van de cliënten stigmatisering door hulpverleners, bijvoorbeeld door het te makkelijk toekennen van negatieve diagnoses, het negeren van fysieke klachten of het hanteren van vooroordelen [3](#page=3).
#### 2.2.2 Impact op zorgverleners en de opleiding
Stigma kan ook zorgverleners en de opleiding tot zorgverlener beïnvloeden:
* **Aanwezigheid van stigma bij studenten:** Psychiatrisch stigma is reeds aanwezig onder studenten voordat ze aan een medische opleiding beginnen [3](#page=3).
* **Verergering door contact:** Contact met patiënten tijdens de opleiding kan bestaande negatieve gedachten soms nog versterken, wat leidt tot een oncomfortabel gevoel in interacties, overweldiging, mentale uitputting en een gevoel van machteloosheid [3](#page=3).
* **Onderliggende hardnekkige gedachten:** Zorgverleners kunnen overtuigd zijn van een matige prognose voor patiënten met ernstige psychische aandoeningen (EPA) en geloven dat deze patiënten nooit voldoende zullen herstellen voor een kwaliteitsvol leven [3](#page=3).
#### 2.2.3 Verschillende vormen van stigma
Er worden drie hoofdvormen van stigma onderscheiden [3](#page=3):
* **Publiek stigma:** Dit zijn de negatieve oordelen die individuen uiten ten opzichte van elkaar, gebaseerd op gedevalueerde groepsidentiteiten. Een voorbeeld is de opvatting dat mensen met een verslaving te zwak zijn om simpelweg te stoppen [3](#page=3).
* **Zelfstigma:** Dit treedt op wanneer individuen de negatieve oordelen van anderen internaliseren en op zichzelf toepassen [3](#page=3).
* **Structureel stigma:** Dit betreft ongelijkheid die is ingebed in de cultuur, wet- en regelgeving. Voorbeelden zijn weigeringen door verzekeraars of het moeten betalen van hogere premies voor bepaalde aandoeningen [3](#page=3).
Het is belangrijk te erkennen dat voor veel cliënten het stigma dat zij ervaren zwaarder weegt dan de aandoening zelf [3](#page=3).
### 2.3 Frames en stigmatisering
Frames zijn cultureel gedeelde schema's die mensen gebruiken om betekenis te geven aan specifieke situaties. De manier waarop media mensen met psychische klachten portretteert of hoe informatie over psychiatrische stoornissen wordt geconstrueerd, is een vorm van framing [4](#page=4).
Stigma kan worden gezien als het resultaat van het toepassen van een specifiek frame om de oorzaken, gevolgen en oplossingen van een psychische stoornis te duiden. De aard van de aandoening kan invloed hebben op de mate van stigma [4](#page=4):
* **Negatiever gestigmatiseerd:** Middelenproblematiek, schizofrenie en Borderline Persoonlijkheidsstoornis (BPS) worden negatiever beoordeeld [4](#page=4).
* **Positiever gestigmatiseerd:** Depressie en angststoornissen krijgen over het algemeen een positievere beoordeling [4](#page=4).
Onderzoek onder Vlaamse geneeskundestudenten toonde aan dat patiënten met een depressieve stoornis als minst onvoorspelbaar werden beschouwd, terwijl patiënten met BPS als veruit meest onvoorspelbaar werden gezien. Alcoholverslaving en BPS werden vaker gekoppeld aan 'een gebrek aan zelfcontrole', terwijl depressie werd gezien als gevolg van een stressvolle samenleving. Alcoholverslaving werd soms zelfs als 'een monster' bestempeld [4](#page=4).
### 2.4 Destigmatisering: wat kunnen we eraan doen?
Destigmatisering is een cruciaal onderdeel van de geestelijke en algemene gezondheidszorg. De gezondheidszorg en het onderwijs hebben hierin een belangrijke voorbeeldfunctie. Effectieve strategieën omvatten [4](#page=4):
* **Correcte en onbevooroordeelde communicatie:** Communiceren op een respectvolle en feitelijke manier, zonder vooroordelen [4](#page=4).
* **Participatie van patiënten:** Het principe 'niets over ons, zonder ons' is essentieel, waarbij patiënten actief betrokken worden bij besluitvorming en beleid [4](#page=4).
* **Gebruik van persoonlijke ervaringen:** Zorgverleners kunnen hun eigen kwetsbaarheden en ervaringen inzetten om empathie te bevorderen en stigma te verminderen [4](#page=4).
* **Educatieve interventies:** Het bieden van onderwijs over psychische aandoeningen en stigma heeft een bewezen stigma-reducerend effect. Ondanks het belang hiervan, heeft slechts een klein percentage van de bevolking hier les over gehad [4](#page=4).
* **Stages in de GGZ:** Stages binnen de geestelijke gezondheidszorg leiden tot een toename van kennis over psychiatrie, meer vertrouwen in het werken met kwetsbare groepen, verbeterde bejegening en zijn voor veel studenten een positieve verrassing [4](#page=4).
* **Initiatieven zoals het Vlaams Charter stigma en media:** Dergelijke initiatieven dragen bij aan een bredere bewustwording en aanpak van stigma [4](#page=4).
> **Tip:** Het actief tegengaan van stigma binnen de eigen praktijk en communicatie is van cruciaal belang voor het welzijn van patiënten en de effectiviteit van de zorg.
> **Voorbeeld:** Een zorgverlener die openlijk spreekt over de impact van zelfstigma en hoe dit te overwinnen, kan patiënten inspireren en hun eigen proces van destigmatisering ondersteunen. Ook het correct benoemen van stoornissen zonder stigmatiserende taal is hierin een belangrijk aspect.
---
# Herstelgerichte benadering en positieve gezondheid in de GGZ
Dit onderwerp introduceert de herstelgerichte benadering als reactie op de medisch georiënteerde psychiatrie, met focus op de capaciteit van mensen om hun leven vorm te geven ondanks uitdagingen, en verklaart het concept van positieve gezondheid.
### 3.1 De herstelgerichte benadering
De herstelgerichte benadering ontstond begin 21e eeuw als reactie van (ex-)patiënten op de schaduwzijden van de medisch georiënteerde psychiatrie. Deze traditionele benadering legde een te grote nadruk op diagnose, met weinig oog voor de sociale context en het levensverhaal van de persoon, en werd gekenmerkt door een 'erklären, nicht verstehen' mentaliteit. Dit kon leiden tot het ontnemen van hoop door stigma of het label 'uitbehandeld', en tot verlies van autonomie door bevoogdende zorg [8](#page=8).
Het doel van de herstelgerichte benadering is om de focus te leggen op wat mensen wél nog kunnen, op hun ontwikkeling en wat ze willen bereiken, en op het verkrijgen van grip en regie over hun leven, waarbij de patiëntenrol wordt verlaten. Hierbij is het belangrijk te benadrukken dat herstel geen terugkeer naar de situatie van voorheen betekent, noch gelijkstaat aan genezing [8](#page=8).
Herstel wordt gedefinieerd als:
* Het persoonlijke proces waarbij iemand een min of meer ontwrichtende levenservaring zodanig te boven komt, dat hij het leven weer vanuit eigen wensen en mogelijkheden vorm kan geven, met of zonder blijvende gevolgen van die ervaring [8](#page=8) [9](#page=9).
* Het vinden van een zinvol bestaan, met of zonder psychiatrische aandoening [9](#page=9).
Herstel is een uniek, traag, onvoorspelbaar en voortdurend proces, en niet zozeer een eindresultaat. Hulpverleners kunnen dit proces ondersteunen, aanmoedigen en bevorderen, maar ook belemmeren door bijvoorbeeld onrealistische verwachtingen op korte termijn te stellen, wat tot teleurstelling en foutieve conclusies kan leiden [9](#page=9).
#### 3.1.1 Aspecten en fasen van herstel
Er worden vier aspecten van herstel onderscheiden [10](#page=10):
1. **Herstel van gezondheid (medisch herstel):** Verbetering van symptomen.
2. **Functieherstel:** Verbetering in alledaags functioneren en zelfregulatie.
3. **Maatschappelijk herstel:** Participatie en het vervullen van eerdere en/of nieuwe rollen.
4. **Persoonlijk herstel:** Dit hangt samen met de voorgaande aspecten en omvat het hervinden van de eigen identiteit, het opnieuw vinden van zin en betekenis in het bestaan, en de acceptatie van de psychische kwetsbaarheid.
Vier fasen van herstel zijn geïdentificeerd [10](#page=10):
1. **Overweldigd zijn door de aandoening:** De aandoening lijkt het leven en gedrag te bepalen. De verbinding met het vertrouwde zelf en de omgeving is verbroken, wat zich kan uiten in hallucinaties, gevoelens van depressie, wanhoop, angst of herbelevingen van trauma.
2. **Worstelen met de aandoening:** Vragen als 'wat, waarom, hoe kan dit, hoe verder?' primeren. Schaamte en angst voor herhaling spelen een rol.
3. **Leven met de aandoening:** Er is een terugkeer naar vroegere rollen en relaties, waardoor de verbinding hersteld is. Men leert de eigen mogelijkheden en beperkingen kennen.
4. **Leven voorbij de aandoening:** De aandoening raakt meer op de achtergrond. Psychische kwetsbaarheid kan hierbij blijvend aanwezig zijn.
#### 3.1.2 Herstelfactoren
Vijf belangrijke herstel-factoren worden benoemd [11](#page=11):
1. **Verbinding:** Met belangrijke anderen zoals familie, lotgenoten en vrienden.
2. **Hoop en optimisme:** Geloof in herstel, motivatie om te veranderen, dromen en doelen.
3. **Identiteit:** Ontwikkelen van een positief zelfbeeld en het overwinnen van stigma.
4. **Betekenis- en zingeving:** Betekenis geven aan de ervaring en kwetsbaarheid, en het ontdekken van krachten en mogelijkheden.
5. **Empowerment:** Grip en controle krijgen op het eigen leven, verantwoordelijkheid nemen voor taken en rollen, en persoonlijke groei.
#### 3.1.3 De herstelgerichte benadering als (psychiatrisch) verpleegkundige
De herstelgerichte benadering is geen methodiek, maar een benaderingswijze en attitude. De hulpverlener ziet de hulpvrager niet als een patiënt met een stoornis, maar als iemand die de mogelijkheid heeft om zijn leven weer in eigen regie te krijgen, met de nodige ondersteuning en ontwikkeling van zelfvertrouwen [11](#page=11).
Kernkenmerken van deze benadering zijn [11](#page=11):
* Geloof dat herstel mogelijk is (hoop en optimisme).
* Aanwezig zijn en onbevooroordeeld luisteren; het contact zelf is al van betekenis.
* Professioneel referentiekader wordt bescheiden gebruikt.
* Ruimte creëren, ondersteunen en aansluiten bij het verhaal van de zorgvrager.
* Herkennen en stimuleren van de eigen kracht van de zorgvrager, individueel en in groep.
* Erkennen, benutten en stimuleren van de ervaringsdeskundigheid van de zorgvrager.
* Erkennen, benutten en stimuleren van ondersteuning door belangrijke anderen.
* Gericht op het verlichten van lijden en het vergroten van eigen regie en autonomie.
#### 3.1.4 Starten met herstelondersteunende zorg
Om te starten met herstelondersteunende zorg is het belangrijk in gesprek te gaan met de hulpvrager en belangrijke naasten. Het doel is het ontdekken van de fase van het herstelproces, welke factoren (on)gunstig zijn, de wensen, dromen en ideeën van de persoon, waar talenten liggen, en waar de zorgvrager zin en betekenis aan ontleent. Het levensverhaal dient niet te worden gereduceerd tot een ziektegeschiedenis, maar dient ook vanuit een positieve benadering te worden belicht, door vragen te stellen als: 'Wat of wie heeft geholpen?', 'Waar ben je goed in geworden?', en 'Waardoor heb je het kunnen volhouden/weer vertrouwen gekregen?' [12](#page=12).
### 3.2 Positieve gezondheid
Positieve gezondheid wordt gedefinieerd als het vermogen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. Dit concept betekent dat de mens centraal staat, niet de ziekte, en dat de focus ligt op wat men wél kan, in plaats van op gebreken of stoornissen. Gezondheid wordt niet gezien als een toestand of doel op zich, maar als een middel, een vermogen of voorwaarde om het leven te leiden op een manier die past en voldoende bevrediging geeft [8](#page=8).
Mensen met psychische problemen worden gezien als mensen met bijzondere sociale en emotionele uitdagingen. De aandacht verschuift van de vraag 'Wat is er mis? Wat moet er verholpen worden?' naar 'Wat heb jij nodig om je aan de gegeven uitdagingen aan te passen en je leven op de door jou gewenste manier te leven?'. De definitie van positieve gezondheid omvat zes dimensies of pijlers die een totaalbeeld van gezondheid geven [9](#page=9).
> **Tip:** Het concept van positieve gezondheid biedt een fundamentele verschuiving in de GGZ, waarbij de focus niet langer uitsluitend ligt op ziekte, maar op de veerkracht en het aanpassingsvermogen van het individu.
> **Example:** Een persoon met een ernstige depressie kan ondanks aanhoudende symptomen (medisch herstel is beperkt) toch positieve gezondheid ontwikkelen door bijvoorbeeld nieuwe hobby's te vinden, sociale contacten te onderhouden, en betekenis te vinden in vrijwilligerswerk (persoonlijk en maatschappelijk herstel). Dit illustreert het vermogen tot aanpassing en het voeren van eigen regie ondanks uitdagingen.
---
# Specifieke psychiatrisch verpleegkundige vaardigheden en gespreksmethodieken
Dit onderdeel beschrijft de fundamentele vaardigheden voor psychiatrisch verpleegkundigen, waaronder communicatie, observatie en rapportage, en introduceert specifieke methodieken zoals Steunend Relationeel Handelen (SRH) en de Socratische Gespreksmethode [13](#page=13).
### 4.1 Basisvaardigheden in de psychiatrische verpleegkunde
De basisvaardigheden omvatten communiceren, observeren, rapporteren en reflecteren [13](#page=13).
#### 4.1.1 Communiceren
Effectieve communicatie in de psychiatrie is cruciaal en wordt onderbouwd door onderzoek dat aantoont dat professionele aandacht en een behandelritueel stress verlagen, positieve verwachtingen wekken en klachten verbeteren. De basishouding van de hulpverlener kenmerkt zich door onvoorwaardelijke positieve achting, echtheid, aanwezigheid, oprechte belangstelling en de bereidheid om de cliënt te helpen bij het zoeken naar oplossingen. Actief luisteren met "deur-openzetters" (uitnodigende, open vragen) en "deur-openhouders" (bevestigende geluiden) is essentieel [13](#page=13).
**Valkuilen in communicatie** [14](#page=14):
* Te veel het gesprek willen aangaan; luisteren en aanwezig zijn is vaak belangrijker [14](#page=14).
* Manipulatie, aanklampend of dwingend gedrag, wat kan leiden tot tegenoverdracht [14](#page=14).
* Gedrag of gevoelens van de patiënt binnen het eigen referentiekader plaatsen [14](#page=14).
* Het vinden van een evenwicht tussen professioneel en menselijk, en tussen autoritair en te vriendschappelijk gedrag [14](#page=14).
**Praktische tips voor communicatie** [14](#page=14):
* Creëer een aangename, uitnodigende en accepterende sfeer [14](#page=14).
* Verzamel data over problemen van de patiënt en toon dat u geïnformeerd bent [14](#page=14).
* Zorg dat u zelf op uw gemak bent; u hoeft niet op alle vragen een antwoord te hebben [14](#page=14).
* Vul formulieren kort en discreet in [14](#page=14).
* Een gesprek duurt idealiter 30 tot 45 minuten; het rekken van een gesprek na deze tijd levert zelden nieuwe informatie op [14](#page=14).
**Gespreksopbouw** [14](#page=14):
Elk gesprek doorloopt vier fasen:
1. **Opening:** Laat de patiënt het initiatief nemen of wees duidelijk over uw eigen redenen voor het gesprek. Vermijd het woord 'probleem' en wees voorzichtig met bedreigende uitspraken [15](#page=15).
2. **Inleiding (Afspraakfase):** Het doel van het gesprek wordt afgebakend en aanvaard. Observeer angstgevoelens bij de patiënt, maak ze bespreekbaar en stel gerust. Specificeer wat u wilt bespreken om angst te verminderen [15](#page=15).
3. **Ontwikkeling of verkenning:** Dit is de fase waarin uw eigen stijl wordt gecreëerd. Ga mee met de patiënt, volg zijn tempo en gevoelens. Het gebruik van persoonlijke voorbeelden kan meerwaarde bieden of een risico zijn. Vermijd het denken "ik zal het toch wel beter weten". Neem zelf de leiding wanneer nodig, maar overdrijf niet; de patiënt moet tot eigen antwoorden komen [15](#page=15).
4. **Afsluiting:** Beide partijen accepteren de afronding en er worden geen nieuwe onderwerpen aangesneden. Een samenvattende verklaring of herformulering van gemaakte hypotheses en afspraken is belangrijk en bepalend voor de indruk die de cliënt meeneemt [16](#page=16).
Het **formeel gesprek** als verpleegkundige is geen vervanging van gesprekken met een psychiater, richt zich op het hier en nu (bv. afdelingsleven) en op domeinen als wonen, werken, relaties, lichamelijke zorg en zelfbeleving. Het kan een evaluatie- of overlegmoment zijn voor interventies in de verpleegkundige zorg, of voortkomen uit een crisis. Warmte, begrip en geduld zijn hierbij vaak belangrijker dan technieken [16](#page=16).
#### 4.1.2 Observeren
Observeren vereist kennis van cultuur en (psycho)pathologie, en maakt gebruik van participerende observatie met voldoende nabijheid [17](#page=17).
**Basisschema voor observatie** [17](#page=17):
* **Deel 1 – Algemene gegevens:** Naam, leeftijd, burgerlijke stand, beroep, wijze en reden van opname, korte anamnese [17](#page=17).
* **Deel 2 – Algemene presentatie:** Algemene indruk, persoonlijk voorkomen (kledij, hygiëne), mimiek (oogcontact), motoriek, spraak (intonatie, tempo, samenhang), en contact (met bezoek, team, medepatiënten) [17](#page=17).
* **Deel 3 – Diepere observatie:** Bewustzijn, oriëntatie (tijd, ruimte, persoon), concentratie, geheugen (anterograad/retrograad), stemming, waarnemen (vervormd/vermeerderd/verminderd), denken (versneld/vertraagd/vervormd, coherentie), en intelligentie [17](#page=17).
* **Deel 4 – Aanvullende observatie:** Deelname aan activiteiten, reacties op opname (verwachtingen, motivatie, ziekte-inzicht), toekomstplannen, en medicatie (welke, doel, nevenwerkingen) [18](#page=18).
**Het gevaar van interpretatie** [18](#page=18):
Het is essentieel om niet te focussen op slechts één punt, omdat dit een deel van de informatie kan doen missen. De interpretatie van bijvoorbeeld lichaamshygiëne, kledij, slaapgedrag, mimiek, motoriek, spraak en contact vereist zorgvuldigheid, aangezien gedrag meerdere oorzaken kan hebben. Psychiatrie is geen exacte wetenschap en vereist kijken voorbij het eigen referentiekader [18](#page=18).
#### 4.1.3 Rapporteren
Rapporteren is het bundelen van essentiële informatie uit gesprekken en observaties op een objectieve, neutrale wijze, met gebruik van professioneel taalgebruik [18](#page=18).
**TIPS voor rapporteren** [18](#page=18):
* Schrijf kernwoorden op tijdens het gesprek/de observatie [18](#page=18).
* Beperk u tot informatie die u niet uit andere bronnen kunt halen [18](#page=18).
* Wacht niet te lang met rapporteren [18](#page=18).
* Een verslag hoeft geen proza te zijn; gebruik indien nuttig opsommingen [18](#page=18).
**Key-items rapportage** [18](#page=18):
* **Objectiviteit:** Leg waargenomen feiten vast, vermijd meningen of interpretaties, tenzij deze duidelijk worden vermeld [18](#page=18).
* **Eigen aandeel:** Geef uw eigen rol of aandeel in de situatie mee in de rapportage [18](#page=18).
* **Duidelijkheid:** Gebruik professioneel taalgebruik en geef voldoende kader [18](#page=18).
* **Vertrouwelijke informatie:** Wees voorzichtig met test-gedrag (verschillende informatie aan verschillende teamleden geven). Stimuleer de patiënt om informatie zelf te delen en maak duidelijk dat u dit kunt/zal inbrengen in het team [19](#page=19).
### 4.2 Specifieke kaders
#### 4.2.1 Steunend Relationeel Handelen (SRH)
Steunend Relationeel Handelen (SRH), internationaal bekend als het CARe-model, ontwikkeld door Jean Pierre Wilken en Dirk Den Hollander, wordt toegepast in diverse zorgsectoren. Het doel is om de geboden steun doelgericht en effectief af te stemmen op de wensen, behoeften en kwaliteit van leven van mensen in hun herstelproces [19](#page=19).
SRH kent drie bewegingen:
* **Herstelbeweging:** Het begrijpen van het unieke herstelproces van de zorgvrager en hiermee aansluiten [19](#page=19).
* **Presentiebenadering:** ‘Er zijn’ voor de patiënt, aansluiten bij diens leefwereld, zoeken naar betekenis en zingeving, en het opbouwen van een evenwaardige band [19](#page=19).
* **Krachtgericht werken:** Focussen op de mogelijkheden van de patiënt en de maatschappij, gebruikmakend van positieve psychologie [19](#page=19).
**Kernbehandelingen en 3 dimensies van SRH** [20](#page=20):
* **Verbinden:** Aandachtig en respectvol contact aangaan om een werkzame persoonlijk-professionele relatie en een evenwaardig partnerschap te realiseren. Kenmerken zijn erkenning, betrokkenheid, vertrouwen, basisveiligheid en een presentiebenadering [20](#page=20).
* **Verstaan:** De ander leren kennen en echt begrijpen, inclusief diens leefwereld, situatie, wensen, behoeften, kwetsbaarheden en krachten. Het doel is een zo goed mogelijk begrip van het perspectief van de patiënt, door te luisteren, oordelen uit te stellen en te detecteren waarop herstel gericht kan worden [20](#page=20).
* **Verzekeren:** Focussen op kwetsbaarheid en doen wat nodig is zodat de ander houvast ervaart. Dit creëert veiligheid en ruimte voor heropbouw van zelfvertrouwen. Kenmerken zijn betrouwbaarheid, duidelijke informatie, een overzichtelijke omgeving met structuur en zekerheden, en het inbrengen van stabiliteit en rust [20](#page=20).
* **Versterken:** Focussen op de krachten van het individu en de omgeving om vaardigheden te ontwikkelen, talenten te ontplooien en weldoende omgevingen te creëren. Dit versterkt zelfvertrouwen, creëert hoop, en bevordert leren van persoonlijke ervaringen en het opdoen van nieuwe positieve ervaringen [21](#page=21).
**Stappen en activiteiten binnen SRH** [21](#page=21):
Handige tools omvatten professioneel 'niets doen' (latende houding), hulpmiddelen zoals het Kwaliteit-van-leven-profiel, Krachtenmatrix, Persoonlijk krachtenprofiel, en de "Stel dat"-vraag om persoonlijke voorkeuren te concretiseren [21](#page=21).
#### 4.2.2 Socratische Gespreksmethode
De Socratische Gespreksmethode is gebaseerd op de filosofie van Socrates, die ongeveer 2500 jaar geleden leefde in Athene. Socrates' kracht lag in het erkennen van zijn eigen onwetendheid, zijn enorme nieuwsgierigheid en het stellen van veel kritische vragen om zichzelf wijzer te maken en zijn gesprekspartner te ontdoen van denkfouten en drogredenen, ten einde naar ware kennis te komen [22](#page=22).
**Redenen waarom we slecht zijn in het stellen van goede vragen** [23](#page=23):
* **Biologie:** Mensen zijn vaak 'self-centered', waarbij de eigen mening en identiteit prevaleren, wat leidt tot onderbreken, ratelen en herhalen van het eigen standpunt. Dit activeert dopamine en de help-, advies- en ik-reflex [23](#page=23).
* **Vraagvrees:** Ongemak bij de ander, onszelf, en de angst voor conflict, ruzie of ongezelligheid [23](#page=23).
* **Scoren:** De wens om 'slimmer' te zijn dan 'dom zijn' of twijfelen [23](#page=23).
* **Objectiviteit:** Iedereen heeft recht op zijn eigen waarheid, en een vraag kan worden gezien als een uitdaging van het huidige standpunt. Men geeft vaak de voorkeur aan onterecht gelijk hebben boven terecht onzeker zijn [23](#page=23).
* **Tijd:** De door onszelf ingevulde drukte in de maatschappij leidt tot snel tevreden zijn [23](#page=23).
* **Competentie:** De nadruk op kennis in het onderwijs, in plaats van creatieve of denkvaardigheden, waarbij de "Waarom"-vraag soms beantwoord wordt met "Omdat ik het zeg" [23](#page=23).
**De socratische houding** [24](#page=24):
* **Verwondering:** Het vermogen om voorbij de vanzelfsprekendheid te kijken en het bijzondere te zien [24](#page=24).
* **Nieuwsgierigheid:** Erkennen dat men nooit alles weet en dat de ander expert is over zijn eigen ervaringen, gedachten en gevoelens [24](#page=24).
* **Moed:** Durven vragen, wat een stuk controle loslaten impliceert. Dit kan kwetsend of confronterend zijn, maar ook ontwapenend en openend werken [24](#page=24).
* **Oordelen, en dat oordeel niet serieus nemen:** Niet veroordelen (goed of slecht), maar oordelen hebben, registreren, en vervolgens bevragen [24](#page=24).
* **Het niet-weten leren verdragen:** Een vorm van 'methodische twijfel' [24](#page=24).
* **Empathie:** Cognitieve versus emotionele empathie; de mogelijkheid van een "empathische nulstand" door te luisteren en te zwijgen [24](#page=24).
* **Irritatie hoort erbij:** Geïrriteerd zijn betekent geprikkeld zijn, maar men moet oppassen voor afreageren [24](#page=24).
* **Stoïcijns perspectief:** Het onderscheid maken tussen feiten en oordelen, en het bevragen van die oordelen [24](#page=24).
**Vraagvoorwaarden voor een socratisch gesprek** [25](#page=25):
1. **Goed luisteren:** Goede vragen gaan over de ander, met verschillende luisterintenties [25](#page=25).
2. **Neem taal serieus:** Kleine woordjes en lichaamstaal verraden de agenda [25](#page=25).
3. **Vraag toestemming:** Dit maakt het gesprek een gedeelde verantwoordelijkheid [25](#page=25).
4. **Vertraag:** Dialoog vraagt tijd, aandacht en discipline. De gedachte van alle tijd en ruimte hebben werkt ontspannend [25](#page=25).
5. **Verdraag (frustratie):** Frustratie, van beide kanten mogelijk, is een teken dat er iets verschuift en voer voor verder onderzoek [25](#page=25).
**Techniek en houvast** [25](#page=25):
Er is geen strikt stappenplan; de basishouding is cruciaal. Houvast kan gevonden worden in socratisch bevragen volgens Bolten [25](#page=25):
* **Vragen 'naar boven':** Abstract, gericht op overtuigingen, waarden en mensbeeld (argumentatie) [25](#page=25).
* **Vragen 'naar beneden':** Concreet, gericht op feiten en de concrete werkelijkheid (informatie) [25](#page=25).
Begin met vragen naar beneden tot een helder beeld is verkregen; stel liever vragen naar beneden als u iets niet weet [25](#page=25).
**Doorvragen naar het hittepunt** [26](#page=26):
Het "hittepunt" is het moment waar het werkelijk om draait, de sleutel naar de redenen achter iemands emoties, meningen of standpunten. Doorvragen naar beneden helpt dit te lokaliseren [26](#page=26).
**Tips en valkuilen bij vragen stellen** [26](#page=26) [27](#page=27):
* **Gesloten vragen:** Kunnen nuttig zijn om iets te checken, informatie concreter te maken, of structuur te bieden, maar kunnen averechts werken bij terughoudende gesprekspartners [26](#page=26).
* **Vragen beginnend met een werkwoord:** Controleer of het een vraag of een verpakt statement is, aangezien suggestiviteit mogelijk is [26](#page=26).
* **Vragen beginnend met een lidwoord:** Vaak retorisch en geen oprechte vragen [26](#page=26).
* **De mythe van de 'Waarom'-vraag:** Kan essentieel zijn voor nieuwe inzichten en wordt vaak ten onrechte afgeraden. Het magische zinnetje is "vertel eens" [27](#page=27).
* **Valkuilen:** Meerdere vragen tegelijk stellen, een vraag uitleggen (monoloog), iets vragen terwijl u iets wilt zeggen (verpakt statement), het doel van de vraag niet helder hebben, de "komma-sukkelvraag" (commentaar verpakt als vraag), de "maar"-vraag (verraadt intenties), de cocktailvraag (meerdere vragen achter elkaar), vage vragen, onterechte of-of vragen, en half gebakken vragen [27](#page=27).
**Van vraag naar gesprek** [28](#page=28):
Twee monologen vormen geen dialoog. Spreek kort en bondig. Eerst begrijpen, dan begrepen worden. Doorvragen zorgt voor diepgang. Confronteren zet aan tot denken. Spiegelt wat u hoort (parafraseren, herhalen) op een niet-veroordelende manier [28](#page=28).
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) | Een parapluterm die verwijst naar de medische en psychologische zorg voor mensen met psychische stoornissen of problemen, gericht op preventie, behandeling en herstel. |
| Eerstelijnszorg | De eerste fase van de gezondheidszorg die toegankelijk is voor alle patiënten, vaak via de huisarts, en waar verwijzingen naar gespecialiseerde zorg plaatsvinden. |
| Ambulante zorg | Zorg die wordt verleend aan patiënten die niet zijn opgenomen in een instelling, meestal in poliklinische settings zoals consulten bij een psychiater of psycholoog. |
| Residentiële zorg | Zorg die wordt verleend aan patiënten die opgenomen zijn in een instelling, zoals een psychiatrisch ziekenhuis, waar langdurige behandeling en begeleiding plaatsvindt. |
| Unmet need (Onvervulde zorgnood) | De discrepantie tussen de daadwerkelijke behoefte aan geestelijke gezondheidszorg en het aantal patiënten dat daadwerkelijk professionele hulp ontvangt. |
| Minimal Adequate Treatment (MAT) | Een door de WHO gedefinieerd concept dat verwijst naar het minimum aan effectieve behandeling dat nodig is om een psychiatrische stoornis adequaat te behandelen. |
| Stigma | Een negatief sociaal label of vooroordeel dat wordt toegekend aan personen of groepen, wat kan leiden tot discriminatie, sociale uitsluiting en zelfstigma. |
| Stereotypering | Het toekennen van vaste, vaak negatieve, kenmerken aan een groep mensen, gebaseerd op generalisaties, zonder rekening te houden met individuele verschillen. |
| Sociale afstand | Het gevoel van afstandelijkheid, onverschilligheid of het vermijden van contact met een bepaalde groep mensen, vaak als gevolg van stigma. |
| Zelfstigma | Het internaliseren van negatieve stereotypen en vooroordelen over zichzelf, wat leidt tot een verminderd gevoel van eigenwaarde en een negatief zelfbeeld. |
| Structureel stigma | Ongelijkheid en discriminatie ingebed in culturele normen, wet- en regelgeving, en institutionele praktijken die bepaalde groepen benadelen. |
| Frames | Cultureel gedeelde schema's of interpretatiekaders die mensen gebruiken om betekenis te geven aan situaties, inclusief de manier waarop media en maatschappij psychische stoornissen presenteren. |
| Destigmatisering | Actieve inspanningen om negatieve stereotypen en vooroordelen over psychische aandoeningen te verminderen en de maatschappelijke acceptatie te vergroten. |
| Ernstige Psychiatrische Aandoeningen (EPA) | Een categorie van psychiatrische stoornissen die gekenmerkt worden door chronische en invaliderende symptomen die het dagelijks functioneren ernstig belemmeren. |
| Biopsychosociaal model | Een holistisch model dat stelt dat psychische en fysieke gezondheid worden beïnvloed door een complexe interactie tussen biologische, psychologische en sociale factoren. |
| Diathese-stressmodel | Een model dat verklaart hoe psychische stoornissen ontstaan door een interactie tussen een onderliggende kwetsbaarheid (diathese) en externe stressfactoren. |
| Herstelgerichte benadering | Een benadering binnen de GGZ die de nadruk legt op het persoonlijke proces van herstel en het versterken van de autonomie en eigen regie van de patiënt, in plaats van enkel op de symptomen van de ziekte. |
| Positieve gezondheid | Een concept dat gezondheid definieert als het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. |
| Empowerment | Het proces waarbij individuen meer controle krijgen over hun leven, hun keuzes en hun omgeving, en waarbij hun zelfvertrouwen en zelfredzaamheid worden vergroot. |
| Participatie | Actieve deelname van individuen aan sociale, economische en culturele activiteiten, en het vervullen van rollen binnen de samenleving. |
| Ervaringsdeskundigheid | Kennis en inzichten die voortkomen uit persoonlijke ervaringen met psychische problemen en herstel, ingezet ter ondersteuning van anderen. |
| Communiceren | Het uitwisselen van informatie, gedachten en gevoelens tussen individuen, essentieel voor het opbouwen van een therapeutische relatie en het bevorderen van herstel. |
| Observeren | Het systematisch waarnemen en registreren van gedrag, uiterlijke kenmerken en interacties van een patiënt om een volledig beeld te krijgen van diens toestand. |
| Rapporteren | Het objectief en neutraal vastleggen van observaties en gespreksinformatie, gebruikmakend van professioneel taalgebruik, voor het delen van essentiële informatie binnen het zorgteam. |
| Steunend Rationeel Handelen (SRH) / CARe-model | Een methodiek voor herstelondersteunende zorg die zich richt op het faciliteren van het herstelproces van de zorgvrager door middel van drie bewegingen: herstel, presentie en krachtgericht werken. |
| Presentiebenadering | Een manier van werken waarbij de hulpverlener zich actief opstelt om er te zijn voor de patiënt, aansluit bij diens leefwereld en zoekt naar betekenis en zingeving. |
| Krachtgericht werken | Een benadering die zich richt op het identificeren en versterken van de sterke punten en mogelijkheden van de patiënt en diens omgeving, met toepassing van positieve psychologie. |
| Verbinden | Het aangaan van een aandachtige en respectvolle contact met de patiënt om een werkzame, persoonlijk-professionele relatie en evenwaardig partnerschap te realiseren. |
| Verstaan | Het proces van de andere persoon echt leren kennen en begrijpen, inclusief diens leefwereld, situatie, wensen, behoeften, kwetsbaarheden en krachten. |
| Verzekeren | Het bieden van houvast en veiligheid aan de patiënt, door betrouwbaar te zijn, duidelijke informatie te geven en een overzichtelijke, stabiele omgeving te creëren, teneinde het zelfvertrouwen op te bouwen. |
| Versterken | Het richten op de krachten van het individu en de omgeving om vaardigheden te ontwikkelen, talenten te ontplooien en positieve ervaringen te creëren. |
| Socratische Gespreksmethode | Een vraagtechniek gebaseerd op de filosofie van Socrates, gericht op het stellen van kritische en open vragen om denkfouten te ontkrachten en de gesprekspartner te leiden naar zelfinzicht en ware kennis. |
| Dialoog | Een gesprek tussen twee of meer personen met wederzijds begrip en respect, waarbij de nadruk ligt op luisteren en het delen van ideeën en perspectieven. |