Cover
Start now for free PPT Antibiotica deel 6 - drug bug combinaties.pdf
Summary
# Gebruik van antibiotica en drug-bug combinaties
Dit onderdeel van de studiehandleiding behandelt de rationele toepassing van antibiotica, met de nadruk op het selecteren van de juiste medicatie op basis van de vermoedelijke verwekker, resistentiepatronen en de klinische context, inclusief de strategie van breed spectrum naar nauwer spectrum [1](#page=1).
### 1.1 Waar worden antibiotica gebruikt?
Antibiotica worden op diverse locaties gebruikt, waaronder in ziekenhuizen, de eerstelijns gezondheidszorg, en apotheken in de gemeenschap. De landbouw is ook een belangrijke sector voor antibioticagebruik. In ziekenhuizen concentreren zich de meeste zieke patiënten en wordt het breedste spectrum aan antibiotica toegepast, wat bijdraagt aan de transmissie van multiresistente (MDRO) bacteriën. De meeste antibioticagebruik vindt plaats in de primaire zorg, hoewel de data hierover soms beperkt zijn [4](#page=4).
### 1.2 De vicieuze cirkel van resistentie
Overmatig en onjuist gebruik van antibiotica draagt bij aan de ontwikkeling van antibioticaresistentie, wat een wereldwijd probleem vormt. Het doel is om het gebruik van antibiotica zoveel mogelijk te vermijden, en wanneer ze nodig zijn, deze zo effectief mogelijk in te zetten. Elke actie telt in dit streven [5](#page=5) [6](#page=6) [7](#page=7).
### 1.3 Optimaal antibioticagebruik: de 5 D's
Optimaal antibioticagebruik kan worden samengevat aan de hand van de "5 D's":
* **Drug choice (medicijnkeuze):** Het selecteren van het juiste antibioticum [8](#page=8).
* **Dose & Delivery:** De juiste dosering en toedieningswijze [8](#page=8).
* **Duration (duur):** De optimale behandelduur [8](#page=8).
* **De-escalation:** Het afschalen naar een nauwer spectrum antibioticum [8](#page=8).
* **Need:** Het vaststellen of antibiotica überhaupt nodig zijn, met toegang tot effectieve medicijnen en richtlijnen [8](#page=8).
Dit vereist de beschikbaarheid van bewijs en richtlijnen, evenals een functionerend microbiologisch laboratorium [8](#page=8).
#### 1.3.1 De "D" van drug choice: de beslissing om antibiotica te starten
De eerste cruciale stap is het beoordelen of een patiënt daadwerkelijk antibiotica nodig heeft. Deze beslissing hangt af van diverse factoren [9](#page=9):
* **Werkdiagnose:** Bijvoorbeeld het vermoeden van sepsis of meningitis versus cystitis of acute keelpijn, en wat de geldende richtlijn hierover zegt [9](#page=9).
* **Klinische presentatie:** Afwijkende vitale parameters, qSOFA/NEWS scores, bewustzijn, etc [9](#page=9).
* **Onderliggende morbiditeit:** Zoals een immuungecompromitteerde status of diabetes [9](#page=9).
* **Evolutie:** De trend in de klinische toestand over de afgelopen uren of dagen [9](#page=9).
* **Pluis/niet-pluisgevoel:** Intuïtie gebaseerd op ervaring en kennis [9](#page=9).
Wanneer er twijfel bestaat of antibiotica op dit moment noodzakelijk zijn, kan men terughoudend zijn indien [10](#page=10):
* De patiënt klinisch stabiel is [10](#page=10).
* Het niet zeker is of het om een infectie gaat [10](#page=10).
* De vermoedelijke infectie mild is en zelflimiterend (bv. oppervlakkige huidinfectie, bovenste luchtweginfectie, acute waterige diarree) [10](#page=10).
#### 1.3.2 De "D" van drug choice: empirische versus gerichte therapie
Wanneer besloten wordt antibiotica te starten, kan dit empirisch (blind) of gericht (na kweekresultaten) gebeuren. Empirische start is gebaseerd op de werkdiagnose en richtlijnen. Gerichte therapie is gebaseerd op kweekresultaten. De algemene strategie is: "Start SMART, then FOCUS!". Hierbij is het van belang om ook de risico's op antibioticumresistentie mee te nemen in de overweging [11](#page=11) [12](#page=12).
#### 1.3.3 Het juiste antibioticum kiezen
Bij het selecteren van het juiste antibioticum zijn de volgende vragen essentieel [13](#page=13):
* **Welke is/zijn de meest waarschijnlijke verwekker(s)?** [13](#page=13).
* **Met welke resistentiepatronen moet rekening gehouden worden?** [13](#page=13).
* **Wat is het eerste keuze-antibioticum voor deze verwekker(s)?** [13](#page=13).
* **Is het een 'Watch' antibioticum en ben je zeker dat dit de eerste keuze is?** [13](#page=13).
* **Welke zijn de risico's en aandachtspunten voor dit antibioticum?** (toxiciteit, allergie, impact op het microbioom, interacties, beschikbare formulaties, kost, etc.) [13](#page=13).
#### 1.3.4 Eerste keuze antibiotica per verwekker
De keuze van het antibioticum is sterk afhankelijk van de specifieke verwekker. Hieronder een overzicht van eerste en tweede keuze antibiotica voor veelvoorkomende bacteriële verwekkers [17](#page=17) [18](#page=18):
| Bug | Eerste keuze AB | Tweede keuze of bijzondere vermelding |
| :------------------------- | :------------------------------------------ | :------------------------------------ |
| Stafylococcus aureus | flucloxacilline | clindamycine, vancomycine, cotrimoxazole |
| Streptococcus pyogenes (groep A) | penicilline | clindamycine |
| Streptococcus pneumoniae | penicilline, amoxicilline | |
| Enterococcus | penicilline, amoxicilline | vancomycine, linezolid |
| Clostridium difficile | metronidazole, vancomycine PO | |
| Neisseria meningitidis | penicilline | ceftriaxone (meningitis) |
| Corynebacterium diphteriae | | |
| E. coli (UWI) | nitrofurantoine, fosfomycine | |
| E. coli (sepsis) | amoxicilline-clavulaanzuur, temocilline, ceftriaxone | |
| Hemofilus influenzae | amoxicilline-clavulaanzuur | |
| Pseudomonas aeruginosa (beperkte infectie) | ciprofloxacine | |
| Pseudomonas aeruginosa (sepsis) | piperacilline-tazobactam, meropenem | |
| Salmonella Typhi | ceftriaxone, azithromycine | ciprofloxacine (als gevoelig) |
| Campylobacter | azithromycine | |
| Bordetella pertussis | | |
| Legionella | azithromycine | |
| Mycoplasma | azithromycine | doxycycline |
| Borrelia burgdorferi | penicilline | ceftriaxone, doxycycline |
#### 1.3.5 Overige overwegingen bij medicijnkeuze
Naast de gevoeligheid van de bacterie, zijn ook de indicaties, toxiciteit, allergieën, interacties en andere bezwaren van het antibioticum van belang. Ook de AWaRe-classificatie kan een rol spelen. Er zijn antibiotica met vergelijkbare toxiciteitsprofielen en ook specifieke overwegingen voor kwetsbare groepen zoals zwangere vrouwen en kinderen [19](#page=19) [20](#page=20) [21](#page=21).
### 1.4 De "D" van de-escalatie
De-escalatie houdt in dat men probeert het spectrum van het antibioticum te versmallen, het "winnende team" te veranderen. Dit gebeurt op basis van kweekresultaten en de uiteindelijke diagnose. Het doel is om de bacterie zo selectief mogelijk te doden, met gebruik van het minst toxische, meest eenvoudige en betaalbare medicijn. Communicatie met het laboratorium is hierbij belangrijk, evenals training in het lezen van antibiogrammen. Dit kan uitdagend zijn in gebieden met hoge resistentie [22](#page=22) [24](#page=24).
#### 1.4.1 Voorbeelden van breedspectrum versus nauwspectrum antibiotica
* **Breedspectrum AB:** Ceftriaxone, Amoxicilline-clavulaanzuur, Piperacilline-tazobactam, Meropenem [25](#page=25).
* **Nauwspectrum AB:** Flucloxacilline (voor Stafylokokken), Amoxicilline, Penicilline (voor Streptokokken), Temocilline (voor E. coli) [25](#page=25).
#### 1.4.2 Snel wisselen van intraveneus naar oraal (IV to PO)
Het snel wisselen van intraveneuze naar orale antibiotica biedt diverse voordelen voor de patiënt (kortere ziekenhuisopname, snellere mobilisatie, lager risico op nosocomiale infecties), zorgverleners (minder werkdruk) en het budget (goedkopere orale medicatie, minder materiaalverbruik) [26](#page=26).
#### 1.4.3 Veilige overstap van IV naar PO
Een veilige overstap is mogelijk indien [27](#page=27):
* De klinische evolutie van de patiënt gunstig is (temperatuur < 38°C gedurende 24 uur, normalisatie van leukocyten, bloeddruk en hartslag) [27](#page=27).
* Orale absorptie mogelijk is en de patiënt orale medicatie kan innemen [27](#page=27).
* Er geen geplande (her)operaties zijn [27](#page=27).
* Er geen braken, diarree, etc. optreedt [27](#page=27).
* De antibiotica bio-equivalent zijn qua weefseldistributie tussen IV en PO [27](#page=27).
Antimicrobiële middelen met een uitstekende biologische beschikbaarheid zijn geschikt voor een IV-PO switch, waaronder ciprofloxacine, clindamycine, metronidazol, fluconazol, voriconazol en linezolid [28](#page=28).
### 1.5 Stoppen van antibiotica
Het stoppen van antibiotica is gerechtvaardigd in de volgende situaties [29](#page=29):
* Bij nader inzien geen evidentie voor een infectie [29](#page=29).
* De infectie is klinisch opgeklaard, de patiënt is koortsvrij en de inflammatie is gedaald [29](#page=29).
* De aanbevolen duur volgens de richtlijn is bereikt [29](#page=29).
* De behandeling wordt niet goed verdragen (in welk geval een switch naar een ander antibioticum overwogen kan worden indien de indicatie blijft bestaan) [29](#page=29).
---
# Optimalisatie van antibiotica-therapie
Optimalisatie van antibiotica-therapie omvat een strategische aanpak om ervoor te zorgen dat patiënten de meest effectieve en minst schadelijke behandeling ontvangen, waarbij rekening wordt gehouden met diverse factoren zoals de specifieke infectie, patiëntkenmerken en resistentiepatronen. Dit wordt benaderd aan de hand van de "5 D's": drug choice (keuze van medicijn), dose & delivery (dosering en toediening), duration (duur van de behandeling), en de-escalation (afschalen van de therapie) [8](#page=8).
### 2.1 De 5 D’s voor optimaal antibioticagebruik
De 5 D's vormen een raamwerk voor rationeel antibioticagebruik, met als doel de effectiviteit te maximaliseren en onnodige belasting te minimaliseren [8](#page=8).
* **Drug choice (Keuze van medicijn):** Betreft de initiële selectie van het antibioticum [8](#page=8).
* **Dose & Delivery (Dosering en toediening):** Zorgt voor de juiste hoeveelheid van het antibioticum op het juiste moment en via de juiste weg [8](#page=8).
* **Duration (Duur van de behandeling):** Bepaalt de optimale tijdsduur van de antibioticakuur [8](#page=8).
* **De-escalation:** Het proces van het aanpassen van de antibiotische therapie, bijvoorbeeld door te wisselen naar een nauwer-spectrum antibioticum zodra meer informatie beschikbaar is [8](#page=8).
### 2.2 Drug choice: de juiste antibioticumkeuze
De initiële keuze van een antibioticum hangt af van meerdere factoren [9](#page=9).
#### 2.2.1 Beoordeling of antibiotica nodig zijn
De eerste vraag bij de keuze van een antibioticum is of de patiënt daadwerkelijk antibiotica nodig heeft. Factoren die hierbij een rol spelen zijn [9](#page=9):
* De werkdiagnose, bijvoorbeeld een verdenking op sepsis of meningitis versus een cystitis of acute keelpijn. Richtlijnen bieden hierin houvast [9](#page=9).
* De klinische presentatie, waaronder afwijkende vitale parameters, qSOFA/NEWS scores, en de bewustzijnstoestand [9](#page=9).
* Onderliggende morbiditeit, zoals een immuungecompromitteerde status of diabetes [9](#page=9).
* De evolutie van de klachten over de afgelopen uren of dagen [9](#page=9).
* Het "pluis/niet-pluisgevoel", gebaseerd op ervaring en kennis [9](#page=9).
Soms is het waarschijnlijker dat antibiotica niet nodig zijn. Dit geldt wanneer de patiënt klinisch stabiel is, er onzekerheid bestaat over de aard van de infectie, of wanneer de infectie waarschijnlijk zelf-limiterend is, zoals bij oppervlakkige huidinfecties, bovenste luchtweginfecties, of acute waterige diarree [10](#page=10).
#### 2.2.2 Empirische versus targeted therapie
Wanneer besloten is dat antibiotica geïndiceerd zijn, kan de therapie empirisch ('blinde start') of targeted ('aangepast/gefocused') zijn [11](#page=11).
* **Empirische therapie:** Gebaseerd op de werkdiagnose en de geldende richtlijnen [11](#page=11).
* **Targeted therapie:** Gebaseerd op kweekresultaten en gevoeligheidsbepalingen [11](#page=11).
Het principe is om "SMART te starten en dan FOCUS te leggen". Dit impliceert een initiële brede aanpak die vervolgens wordt verfijnd op basis van verkregen laboratoriumresultaten en de klinische evolutie. Bij de empirische start is het ook essentieel om rekening te houden met het risico op antibioticaresistentie [11](#page=11) [12](#page=12) [22](#page=22).
#### 2.2.3 Factoren bij het kiezen van het juiste antibioticum
Het selecteren van het juiste antibioticum vereist het beantwoorden van specifieke vragen [13](#page=13):
* Wat zijn de meest waarschijnlijke verwekkers van de infectie [13](#page=13)?
* Met welke resistentiepatronen moet rekening gehouden worden [13](#page=13)?
* Wat is het eerste keuze-antibioticum voor deze specifieke verwekker(s) [13](#page=13)?
* Is het, indien het een 'Watch' antibioticum betreft, wel de werkelijke eerste keuze [13](#page=13)?
* Wat zijn de risico's en aandachtspunten van het gekozen antibioticum, zoals toxiciteit, allergieën, impact op het microbioom, en interacties [13](#page=13)?
* Welke formulaties zijn beschikbaar, en wat zijn de kosten [13](#page=13)?
#### 2.2.4 Overzicht van verwekkers en antibiotica
De keuze van het antibioticum is sterk afhankelijk van de vermoedelijke of bewezen verwekker (#page=17, 18). Hieronder een overzicht van veelvoorkomende bacteriële verwekkers en hun eerste keuze antibiotica, alsmede alternatieven (#page=17, 18) [17](#page=17) [18](#page=18).
| Verwekker | Eerste keuze AB | Tweede keuze of bijzondere vermelding |
| :------------------------- | :-------------------------------------------- | :---------------------------------------------- |
| Stafylococcus aureus | flucloxacilline | clindamycine, vancomycine, cotrimoxazole |
| Streptococcus pyogenes (A) | penicilline | clindamycine |
| Streptococcus pneumoniae | penicilline, amoxicilline | - |
| Enterococcus | penicilline, amoxicilline | vancomycine, linezolid |
| Clostridium difficile | metronidazole, vancomycine PO | - |
| Neisseria meningitidis | penicilline | ceftriaxone (meningitis) |
| Corynebacterium diphteriae | - | - |
| E. coli (UWI) | nitrofurantoïne, fosfomycine | - |
| E. coli (sepsis) | amoxicilline-clavulaanzuur, temocilline, ceftriaxone | - |
| Hemofilus influenzae | amoxicilline-clavulaanzuur | - |
| P. aeruginosa (beperkt) | ciprofloxacine | - |
| P. aeruginosa (sepsis) | piperacilline-tazobactam, meropenem | - |
| Salmonella Typhi | ceftriaxone, azithromycine | ciprofloxacine (indien gevoelig) |
| Campylobacter | azithromycine | - |
| Bordetella pertussis | - | - |
| Legionella | azithromycine | - |
| Mycoplasma | azithromycine | doxycycline |
| Borrelia burgdorferi | penicilline | ceftriaxone, doxycycline |
#### 2.2.5 Overwegingen bij antibioticumkeuze
Naast de verwekker spelen diverse andere factoren een rol bij de keuze van een antibioticum (Tabel 2.1). Het is cruciaal om rekening te houden met [19](#page=19):
* **Indicaties:** Waarvoor wordt het antibioticum gebruikt [19](#page=19)?
* **Toxiciteit:** Welke bijwerkingen kan het middel hebben [19](#page=19)?
* **Allergieën:** Zijn er bekende allergieën bij de patiënt [19](#page=19)?
* **Interacties:** Zijn er medicijninteracties te verwachten [19](#page=19)?
* **Andere bezwaren:** Zijn er specifieke contra-indicaties of risico's [19](#page=19)?
* **AWaRe categorie:** Sommige antibiotica vallen onder de AWaRe (Access, Watch, Reserve) classificatie, wat de keuze kan beïnvloeden vanwege zorgen over resistentie [19](#page=19).
Tabel 2.1: Factoren om te overwegen bij antibioticumkeuze [19](#page=19).
| Antibioticum | Indicaties | Toxiciteit? | Allergie? | Interacties? | Andere bezwaren? | AWaRe? |
| :----------------------- | :--------- | :---------- | :-------- | :----------- | :--------------- | :----- |
| penicilline | | | | | | |
| flucloxacilline | | | | | | |
| amoxicilline | | | | | | |
| amoxicilline-clavulaanzuur | | | | | | |
| ceftriaxone | | | | | | |
| meropenem | | | | | | |
| ciprofloxacine | | | | | | |
| cotrimoxazole | | | | | | |
| nitrofurantoïne | | | | | | |
| fosfomycine | | | | | | |
| doxycycline | | | | | | |
| vancomycine | | | | | | |
| clindamycine | | | | | | |
| linezolid | | | | | | |
| amikacine | | | | | | |
| colistine | | | | | | |
| ceftazidime-avibactam | | | | | | |
#### 2.2.6 Antibiotica met vergelijkbare toxiciteit en contra-indicaties
Het is belangrijk om antibiotica met gelijkaardige toxiciteitsprofielen te herkennen en te weten welke middelen niet geschikt zijn voor specifieke patiëntengroepen, zoals zwangere vrouwen of kinderen (#page=20, 21) [20](#page=20) [21](#page=21).
### 2.3 Dose & Delivery, Duration en De-escalation
Deze aspecten richten zich op het optimaliseren van de toediening en duur van de behandeling, en het geleidelijk afbouwen ervan.
#### 2.3.1 FOCUS op basis van kweekresultaten
Zodra kweekresultaten beschikbaar zijn en de klinische evolutie van de patiënt bekend is, kan de therapie gefocust worden. Dit betekent [22](#page=22):
* Overstappen van breed-spectrum naar nauw-spectrum antibiotica [22](#page=22).
* Wisselen van intraveneuze (IV) naar orale (PO) toediening indien mogelijk [22](#page=22).
* Vastleggen van de totale duur van de behandeling [22](#page=22).
* Beslissen om antibiotica volledig te stoppen indien de indicatie vervallen is [22](#page=22).
#### 2.3.2 Kweekresultaten: identificatie en gevoeligheidsbepaling
Laboratoriumresultaten met identificatie van de verwekker en bepaling van de gevoeligheid voor antibiotica zijn cruciaal voor het aanpassen van de therapie [23](#page=23).
#### 2.3.3 De-escalatie: het vereenvoudigen van de therapie
De-escalatie houdt in dat de behandeling wordt vereenvoudigd door het microbiologische spectrum te vernauwen. Dit gebeurt op basis van kweekresultaten en de definitieve diagnose. Communicatie met het laboratorium is hierbij essentieel [24](#page=24).
* **Doel:** De bacteriën zo selectief mogelijk doden met het minst toxische, meest eenvoudige en meest betaalbare medicijn [24](#page=24).
* **Uitdagingen:** Dit is met name lastig in gebieden met hoge resistentiepercentages [24](#page=24).
**Voorbeelden van breed versus nauw-spectrum antibiotica:** [25](#page=25).
* **Breed spectrum:** Ceftriaxone, Amoxicilline-clavulanaat, Piperacilline-tazobactam, Meropenem [25](#page=25).
* **Nauw spectrum:** Flucloxacilline (voor Stafylokokken), Amoxicilline/Penicilline (voor Streptokokken), Temocilline (voor E. coli) [25](#page=25).
#### 2.3.4 Snelle wisseling van IV naar PO toediening
Het omzetten van intraveneuze naar orale antibiotica biedt diverse voordelen voor de patiënt, het zorgpersoneel en de kosten [26](#page=26):
* **Patiënt:** Korter ziekenhuisverblijf, snellere mobilisatie, lager risico op nosocomiale infecties, flebitis en extravasatie [26](#page=26).
* **Verpleging:** Minder werkdruk [26](#page=26).
* **Budget:** Orale medicatie is goedkoper dan intraveneuze, minder investering in materiaal en administratie, korter ziekenhuisverblijf is goedkoper, minder verspilling [26](#page=26).
#### 2.3.5 Criteria voor een veilige IV naar PO switch
Een veilige overstap van IV naar PO kan plaatsvinden indien de volgende criteria voldaan zijn [27](#page=27):
* De klinische evolutie van de patiënt is gunstig [27](#page=27).
* Temperatuur < 38°C gedurende 24 uur [27](#page=27).
* Normalisatie van het aantal witte bloedcellen, bloeddruk en hartslag [27](#page=27).
* Orale absorptie van medicatie is mogelijk [27](#page=27).
* De patiënt kan orale medicatie innemen [27](#page=27).
* Er zijn geen (her)operaties gepland [27](#page=27).
* Geen braken, diarree, etc. [27](#page=27).
* De antibiotica zijn bio-equivalent, wat betekent dat de weefseldistributie IV gelijk is aan PO [27](#page=27).
#### 2.3.6 Welke antimicrobiële middelen zijn geschikt voor IV-PO switch?
Antimicrobiële middelen met een uitstekende orale biobeschikbaarheid zijn geschikt voor een IV-naar-PO switch. Voorbeelden hiervan zijn [28](#page=28):
* Ciprofloxacine en andere fluoroquinolonen [28](#page=28).
* Clindamycine (Dalacin) [28](#page=28).
* Metronidazol (Flagyl) [28](#page=28).
* Fluconazol (Diflucan) [28](#page=28).
* Voriconazol (Vfend) [28](#page=28).
* Linezolid (Zyvoxid) [28](#page=28).
#### 2.3.7 Stoppen van antibiotica
Het stoppen van antibiotica is geïndiceerd in verschillende situaties [29](#page=29):
* Er is bij nader inzien geen evidentie meer voor een infectie [29](#page=29).
* De infectie is klinisch opgeklaard, de patiënt is koortsvrij en er is sprake van dalende inflammatoire parameters [29](#page=29).
* De aanbevolen duur van de behandeling volgens de richtlijn is bereikt [29](#page=29).
* De behandeling wordt niet goed verdragen, waarbij een switch naar een ander antibioticum overwogen kan worden als de indicatie nog bestaat [29](#page=29).
---
# De-escalatie en stopzetten van antibiotica
Dit onderwerp behandelt de strategieën voor het versmallen van het spectrum van antibiotica op basis van kweekresultaten en klinische evolutie, en de criteria voor het veilig stoppen van antibioticatherapie.
### 3.1 De-escalatie van antibiotica
De-escalatie van antibiotica omvat het vereenvoudigen of versmallen van het microbiologische spectrum van de behandeling. Dit gebeurt op basis van kweekresultaten, inclusief identificatie en gevoeligheidsbepaling, en de uiteindelijke diagnose. Het doel is om de bacteriën zo selectief mogelijk te doden, met gebruik van het minst toxische, makkelijkste en meest betaalbare antibioticum. Communicatie met het laboratorium is hierbij essentieel, evenals training in het interpreteren van antibiogrammen. De-escalatie is moeilijker in settings met hoge resistentie [23](#page=23) [24](#page=24).
#### 3.1.1 Voorbeelden van breedspectrum versus nauwspectrum antibiotica
* **Breedspectrum antibiotica:**
* Ceftriaxon [25](#page=25).
* Amoxicilline-clavulaanzuur [25](#page=25).
* Piperacilline-tazobactam [25](#page=25).
* Meropenem [25](#page=25).
* **Nauwspectrum antibiotica:**
* Flucloxacilline (voor Stafylokokken) [25](#page=25).
* Amoxicilline, Penicilline (voor Streptokokken) [25](#page=25).
* Temocilline (voor E. coli) [25](#page=25).
#### 3.1.2 Overgang van intraveneus (IV) naar oraal (PO)
Een snelle overgang van IV naar PO therapie biedt diverse voordelen:
* **Voor de patiënt:** Korter ziekenhuisverblijf, snellere mobilisatie en lager risico op nosocomiale infecties, flebitis en extravasatie [26](#page=26).
* **Voor het verplegend personeel:** Minder werklast [26](#page=26).
* **Voor het budget:** PO-medicatie is goedkoper dan IV, minder investering in materiaal en administratie, kortere ziekenhuisverblijven leiden tot lagere kosten en minder afval [26](#page=26).
#### 3.1.3 Criteria voor een veilige IV-naar-PO switch
Een switch van IV naar PO kan veilig worden overwogen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan [27](#page=27):
* De klinische evolutie van de patiënt is gunstig.
* De patiënt is gedurende 24 uur koortsvrij (< 38°C).
* Er is normalisatie van het aantal witte bloedcellen (WBC), bloeddruk en hartslag.
* Orale absorptie van medicijnen is mogelijk:
* De patiënt kan orale medicatie innemen.
* Er zijn geen (her)operaties gepland.
* Er is geen sprake van braken, diarree, etc.
* De antibiotica zijn bio-equivalent, wat betekent dat de weefseldistributie tussen IV en PO gelijk is [27](#page=27).
#### 3.1.4 Antibiotica geschikt voor IV-naar-PO switch
Antimicrobiële middelen met een uitstekende biobeschikbaarheid zijn bijzonder geschikt voor een IV-naar-PO switch. Voorbeelden hiervan zijn [28](#page=28):
* Ciprofloxacine en andere fluoroquinolonen [28](#page=28).
* Clindamycine (Dalacin) [28](#page=28).
* Metronidazol (Flagyl) [28](#page=28).
* Fluconazol (Diflucan) [28](#page=28).
* Voriconazol (Vfend) [28](#page=28).
* Linezolid (Zyvoxid) [28](#page=28).
### 3.2 Stoppen van antibiotica
Het stoppen van antibiotica is geïndiceerd wanneer er geen duidelijke aanwijzingen voor een infectie zijn, of wanneer de infectie klinisch is opgeklaard, de patiënt koortsvrij is, en de inflammatie is afgenomen. Tevens kan gestopt worden wanneer de aanbevolen behandelduur volgens de richtlijn is bereikt. Indien een behandeling niet goed wordt verdragen, kan er, mits er nog steeds een indicatie is, een switch naar een ander antibioticum worden overwogen. Het vastleggen van de totale duur van de therapie is een belangrijk onderdeel van de antibioticabehandeling [22](#page=22) [29](#page=29).
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Antibiotica | Medicijnen die worden gebruikt om bacteriële infecties te bestrijden. Ze werken door bacteriën te doden of hun groei te remmen. |
| SEH | Spoedeisende Hulp. Een afdeling in een ziekenhuis die zich bezighoudt met de acute medische zorg voor patiënten met ernstige verwondingen of ziekten. |
| Sepsis | Een levensbedreigende aandoening die optreedt wanneer het lichaam een infectie reageert met een ontstekingsreactie die het eigen weefsel beschadigt. |
| Antibioticaresistentie | Het vermogen van bacteriën om ongevoelig te worden voor de effecten van antibiotica, waardoor infecties moeilijker te behandelen zijn. |
| MDRO | Meervoudig-resistent organisme. Een micro-organisme dat resistent is tegen meerdere klassen van antibiotica. |
| Empirische therapie | Behandeling met antibiotica die wordt gestart op basis van de meest waarschijnlijke oorzaak van een infectie, voordat definitieve laboratoriumresultaten bekend zijn. |
| Gerichte therapie | Behandeling met antibiotica die wordt aangepast op basis van specifieke laboratoriumresultaten, zoals kweekresultaten en gevoeligheidsbepalingen van de verwekker. |
| Breedspectrum antibiotica | Antibiotica die effectief zijn tegen een breed scala aan bacteriën, zowel gram-positieve als gram-negatieve. |
| Nauwspectrum antibiotica | Antibiotica die specifiek effectief zijn tegen een beperkt aantal soorten bacteriën. |
| De-escalatie | Het proces van het overschakelen van een breedspectrum antibioticum naar een nauwspectrum antibioticum, zodra de identiteit en gevoeligheid van de veroorzakende bacterie bekend zijn. |
| Bio-equivalentie | De mate waarin twee geneesmiddelen vergelijkbare biologische effecten hebben na toediening. Dit is belangrijk voor de overstap van intraveneuze naar orale medicatie. |
| Intraveneus (IV) | Toediening van medicijnen direct in een ader met behulp van een naald en injectiespuit of infuus. |
| Oraal (PO) | Toediening van medicijnen via de mond, die vervolgens worden ingeslikt. |
| Microbiologie lab | Een laboratorium dat gespecialiseerd is in de identificatie van micro-organismen, zoals bacteriën en schimmels, en het bepalen van hun gevoeligheid voor antibiotica. |
| Kweekresultaat | De uitkomst van een microbiologische kweek, die aangeeft of een micro-organisme aanwezig is en welke soorten het betreft. |
| Gevoeligheidsbepaling | Een laboratoriumtest die bepaalt voor welke antibiotica een specifiek micro-organisme gevoelig of resistent is. |
| Richtlijn | Een set aanbevelingen, opgesteld door experts, die zorgverleners helpt bij het nemen van beslissingen over diagnostiek en behandeling. |
| Toxiciteit | De mate waarin een stof schadelijk kan zijn voor het lichaam. Bij antibiotica kan dit leiden tot bijwerkingen. |
| Microbioom | De gemeenschap van micro-organismen, waaronder bacteriën, die leven in en op het menselijk lichaam. Antibiotica kunnen het microbioom verstoren. |