Cover
Start now for free Thoraxdrainage
Summary
# Pneumothorax en thoraxdrainage: definitie, soorten en benadering
Dit document introduceert de pneumothorax, de verschillende soorten, de algemene benadering met de ABCDE-methode, en de interventie van thoraxdrainage.
## 1. Pneumothorax en thoraxdrainage: definitie, soorten en benadering
### 1.1 Definitie en doel van drainage
Een mediastinale drainage heeft tot doel bepaalde collecties, zoals vocht, bloed, pus of lucht, uit de mediastinale ruimte te verwijderen. Een pleurale drainage heeft daarentegen tot doel vloeistof of lucht uit de intrapleurale ruimte te verwijderen. De term "pleurale drain" wordt vaak synoniem gebruikt voor "thoraxdrain".
* **Mediastinale drainage:** Geplaatst in de ruimte tussen de longen, rondom het hart en de grote vaten. Dit gebeurt vaak na hart- of longoperaties.
* **Pleurale drainage:** Verwijderd overtollig vocht, bloed of lucht uit de pleuraholte (de ruimte tussen de longen en de borstkas) om kortademigheid te verlichten en de longfunctie te herstellen.
#### 1.1.1 Anatomie en fysiologie van de pleurale ruimte
De pleuraholte bevat normaal gesproken een kleine hoeveelheid sereuze vloeistof (circa 50 ml tussen de pleurae), die essentieel is voor de glijding van de longen. De druk in de pleuraholte is negatief: vóór inspiratie is deze ongeveer $-5$ cmH$_2$O en daalt tijdens het inademen tot circa $-7.5$ cmH$_2$O, wat nodig is om lucht aan te zuigen voor gasuitwisseling. De pleurae zijn dunne, poreuze membranen.
### 1.2 Pneumothorax
Een pneumothorax is de aanwezigheid van lucht in de pleuraholte. Dit kan leiden tot een klaplong, waarbij de long(en) gedeeltelijk of volledig inklappen.
#### 1.2.1 Soorten pneumothorax
* **Spontane pneumothorax (gesloten):** Lucht komt van binnenuit de longen vrij, bijvoorbeeld door een gebroken rib die de long penetreert.
* **Open pneumothorax:** Lucht komt van buitenaf het lichaam binnen via een opening in de borstwand, wat een zuigend geluid kan veroorzaken.
* **Spanningspneumothorax:** Een levensbedreigende vorm waarbij lucht de borstholte binnendringt maar niet kan ontsnappen. De druk in de borstholte loopt hierdoor zo hoog op dat het hart, de grote bloedvaten en de longen naar de andere zijde worden verdrongen, wat kan leiden tot ernstige benauwdheid, shock en mogelijk een hartstilstand.
* **Subcutaan emfyseem:** Lucht lekt van de luchtwegen of organen naar het onderhuids weefsel, wat zwelling en een knisperend gevoel bij aanraking veroorzaakt.
### 1.3 Benadering van patiënten met ademhalingsproblemen
De ABCDE-methode is de algemene benadering voor patiënten met ademhalingsproblemen.
#### 1.3.1 Algemene benadering volgens ABCDE
1. **A (Airway):** Beoordeel en vrijmaken van de luchtweg.
2. **B (Breathing):** Beoordeel de ademhaling.
* Zet de patiënt in een halfzittende houding om de ventilatie te optimaliseren. Bij een bewusteloos slachtoffer met een open pneumothorax leg je deze in zijligging op de getroffen zijde zodat de andere long optimaal kan ventileren.
* Probeer het zuurstofverbruik te verminderen door de patiënt te kalmeren.
* Geef zuurstof (tot 15 liter met een non-rebreathingmasker) indien nodig, gebaseerd op zuurstofsaturatie en de ernst van de impact. Zuurstoftoediening verhoogt de absorptie van lucht uit de pleuraholte significant.
* Vermijd dat de patiënt rilt door koude, aangezien dit het zuurstofverbruik verhoogt.
3. **C (Circulation):** Beoordeel de circulatie. Plaats een infuus en neem bloed af.
4. **D (Disability):** Beoordeel neurologische status.
5. **E (Exposure/Environment):** Beoordeel huid, temperatuur, etc.
#### 1.3.2 Specifieke interventies bij open pneumothorax
Bij een open pneumothorax door perforatie van de borstwand:
* Verwijder het vreemde voorwerp niet direct.
* Kleef de wondopening af met een speciaal verband, waarbij de wond aan drie zijden wordt afgeplakt om lucht te laten ontsnappen maar niet binnen te laten komen. Dit helpt om de pneumothorax te verminderen.
* Overweeg thoraxdrainage.
#### 1.3.3 Behandeling van spanningspneumothorax
* **Naalddecompressie (naaldthoracosynthese):** Een dringende interventie waarbij met een 14 G naald in de 2e intercostale ruimte (IC) aan de middenlijn (MCL) lucht wordt laten ontsnappen. Dit is een medische handeling voorbehouden voor gespecialiseerde verpleegkundigen of artsen.
* Vervolgens wordt thoraxdrainage geplaatst en de patiënt mogelijk opgenomen op de intensieve zorgen.
#### 1.3.4 Verdere stappen in de ABCDE-benadering
Na de initiële stabilisatie omvatten verdere stappen vaak:
* Infuus en bloedname.
* Pijnstilling.
* Radiografie van de thorax (RX-thorax), vaak in expiratie om een kleine pneumothorax beter zichtbaar te maken.
* Thoraxdrainage indien geïndiceerd.
* Opname op intensieve zorgen bij ernstige gevallen.
### 1.4 Thoraxdrainage
Een thoraxdrainage dient om lucht, vocht, pus of bloed uit de thoracale ruimte te verwijderen.
#### 1.4.1 Soorten drainage: actief versus passief
* **Actieve drainage:** Gebruikt een zuigkracht om vloeistof of lucht te verwijderen.
* **Passieve drainage:** Maakt gebruik van de zwaartekracht om vloeistof of lucht af te voeren.
#### 1.4.2 Drainage via een gebalanceerd systeem (passief)
Gebalanceerde systemen worden vaak gebruikt na een pneumectomie (verwijdering van een longkwab of hele long) waarbij actieve zuigdrainage verboden is. Het is een 3-kamersysteem met een collector, positieve druk regulator en negatieve druk regulator. Er is een dubbel waterslot aanwezig, met een maximale negatieve druk van $-10$ tot $-15$ cmH$_2$O.
#### 1.4.3 Passieve drainage via afloop na pneumectomie
Hierbij is er geen actieve afzuiging. Actieve drainage is gecontra-indiceerd omdat dit de long kan laten inklappen, wat bloedingen kan veroorzaken.
#### 1.4.4 Actieve drainage via een drie- of vierkamerdrainagesysteem
* **3-flessen systeem:** De derde fles wordt aangesloten op de aspiratie en dient als veiligheid, waarbij de zuigkracht stabiel blijft.
* **4-flessen systeem:** Bevat naast de opvangzak, de zuigkrachtregelaar en een functie voor intrapleurale drukmeting ook een verbinding met de muur (centrale zuigkracht) voor intrapleurale drukmeting.
#### 1.4.5 Heimlich-klep
Dit is een vorm van passieve drainage die vaak wordt gebruikt voor kleinere, stabiele pneumothoraces.
#### 1.4.6 Onderdelen van een actief drainagesysteem
Een actief drainagesysteem bestaat uit verschillende onderdelen:
* Opvangzak (1)
* Waterslot
* Zuigkrachtregelaar (3)
* Manometer voor intrapleurale drukmeting (4)
* Aansluiting op centrale zuigkracht (muur) (5)
#### 1.4.7 Drains en punctieplaatsen
Verschillende soorten drains kunnen worden gebruikt, afhankelijk van de indicatie. De plaatsing gebeurt op specifieke punctieplaatsen in de borstwand.
#### 1.4.8 Plaatsing en hechting van de drain
De drain wordt steriel geplaatst, vaak met een matrassteek hechting voor stabiliteit.
#### 1.4.9 Nazorg van de thoraxdrainage
* **Inspectie van de connectie:** Controleer of de connecties veilig en luchtdicht zijn.
* **RX-thorax:** Om de expansie van de long te evalueren.
* **Observeer ABCDE:** Voortdurende beoordeling van de vitale functies.
* **Voorlichting aan de patiënt:** Leg de procedure en het belang van observaties uit.
* **Registratie:** Documenteer alle observaties en interventies.
#### 1.4.10 Observatie en aandachtspunten
* **Re-expansie longoedeem:** Kan optreden na snelle ontplooiing van de long. Symptomen zijn dyspneu, tachypneu, tachycardie en cyanosis. Soms wordt schuimend, roos sputum geproduceerd. Vochtafdrijvers kunnen worden overwogen.
* **Bloedverlies:** Meer dan 100 ml/uur bloedverlies via de drain is een reden voor medische evaluatie.
* **Andere complicaties:** Subcutane plaatsing van de drain, plaatsing tussen longkwabben, intracardiaal, intra-abdominaal, geblokkeerde of geknikte tube, syndroom van Horner, verlamming van de nervus phrenicus, melkachtige drainage (chylothorax), of falen van de long om te ontplooien.
#### 1.4.11 Specifieke patiëntgerichte observaties en interventies
* **Pijnstilling:** Adequate pijnstilling is essentieel voor een goede ademhaling.
* **Houding:** De patiënt wordt idealiter in een 30° zittende houding geplaatst, indien toegestaan.
* **Vermijd lussen/siffons:** Zorg dat de drainageslang geen lussen vormt om obstructie te voorkomen.
* **Strippen en melken:** Kan worden toegepast om klonters te voorkomen en de doorgankelijkheid van de drain te waarborgen. De indicatie hiervoor wordt per situatie beoordeeld.
#### 1.4.12 Algemene richtlijnen en controles van het drainagesysteem
* Het systeem moet altijd beneden het borstniveau van de patiënt worden geplaatst.
* Alle waterniveaus moeten nauwkeurig worden gecontroleerd.
* De opvangkamer moet regelmatig gecontroleerd worden op volume, hoeveelheid en aard van de afvoer.
* **Luchtdichtheid controleren:** Door de drain af te klemmen. Als het borrelen in het waterslot stopt, is het systeem luchtdicht. Anders moet het lek worden opgespoord.
* **Manometer controleren:** Het vloeistofniveau of de ingestelde druk moet worden gecontroleerd.
* **Connecties controleren:** Zeker zijn dat alle verbindingen goed vastzitten.
* **Controleren van de drainage-unit:** Algemene controle op functioneren.
#### 1.4.13 Afklemmen van de drain
Afklemmen van de drain gebeurt uitsluitend op medisch bevel, onder andere om:
* Een luchtlek te lokaliseren.
* Bij accidentele disconnectie van de leidingen (met uitzondering van massieve luchtlekken).
* Na toediening van intrapleurale medicatie.
* Bij het vervangen van het drainagesysteem.
#### 1.4.14 Verwijderen van de thoraxdrain
De verwijdering van een thoraxdrain gebeurt onder specifieke voorwaarden:
* Tijdens expiratie.
* De vochtproductie via de drain is aanzienlijk afgenomen (meestal minder dan 150-200 ml/24 uur).
* Alle aanwijzingen voor luchtlekkage zijn verdwenen.
* De patiënt heeft een rustige, gemakkelijke ademhaling en bij auscultatie is normaal ademgeruis over alle longvelden te horen.
* De thoraxfoto laat zien dat de longen volledig ontplooid zijn.
* De patiënt is hemodynamisch stabiel.
De verwijdering zelf gebeurt vaak met inademen en de adem inhouden, waarna de drain snel wordt verwijderd en de insteekopening direct wordt afgedekt en verbonden.
---
# Thoraxdrainagesystemen en onderdelen
Dit gedeelte biedt een gedetailleerd overzicht van de verschillende soorten thoraxdrainagesystemen, zowel actief als passief, en beschrijft de samenstellende onderdelen van deze systemen.
### 2.1 Definitie en doel van thoraxdrainagesystemen
Een thoraxdrainage is een medische procedure die gericht is op het verwijderen van lucht, vocht, bloed of pus uit de pleuraholte (de ruimte tussen de long en de borstwand) of het mediastinum (de ruimte tussen de longen). Het hoofddoel is het verlichten van benauwdheid, het herstellen van de longfunctie en het voorkomen of behandelen van complicaties zoals een pneumothorax of een pleura-effusie.
### 2.2 Soorten drainagesystemen
Drainagesystemen kunnen worden onderverdeeld in twee hoofdcategorieën: passieve en actieve systemen.
#### 2.2.1 Passieve drainage
Bij passieve drainage wordt de vloeistof of lucht uit de pleuraholte of het mediastinum afgevoerd op basis van natuurlijke drukgradiënten, zonder externe zuigkracht.
* **Gebalanceerde systemen:** Deze systemen worden vaak gebruikt na een pneumectomie, waarbij actieve zuigdrainage absoluut verboden is. Het zijn 3-kamer systemen die bestaan uit een collector, een positieve druk regulator en een negatieve druk regulator. Ze bevatten een dubbel waterslot en de maximale negatieve druk die kan ontstaan is $-10$ tot $-15$ cm H$_2$O.
* **Afloop na pneumectomie:** Een specifiek type passieve drainage dat gebruikt wordt na een pneumectomie, waarbij geen afzuiging plaatsvindt om te voorkomen dat de resterende long te sterk samenvalt en hierdoor bloedingen ontstaan.
* **Heimlich klep:** Een veelgebruikt apparaat voor passieve drainage, met name bij kleinere pneumothoraxen. Het is een klep die lucht of vloeistof in één richting laat ontsnappen.
#### 2.2.2 Actieve drainage
Actieve drainage maakt gebruik van externe zuigkracht om vloeistof of lucht uit de thoraxholte te verwijderen. Dit kan de re-expansie van de long versnellen en helpt bij het efficiënter draineren van grotere hoeveelheden vocht of lucht.
* **Drie- of vierkamer drainagesystemen:** Deze systemen maken gebruik van een water- of luchtdichte afsluiting om de zuigkracht te reguleren en te controleren.
* **Het 3-flessen systeem:** Dit systeem omvat een opvangfles, een waterslot en een zuigkrachtregelaar. De derde fles wordt aangesloten op de aspiratie, wat zorgt voor een stabiele zuigkracht.
* **Het 4-flessen systeem:** Een meer uitgebreid systeem dat naast de opvangzak, een waterslot en een zuigkrachtregelaar ook een manometer bevat voor het meten van de intrapleurale druk.
* **Digitaal thoraxdrainagesysteem:** Moderne systemen die gebruik maken van elektronische sensoren en displays om de drainageparameters nauwkeurig te monitoren en te regelen.
### 2.3 Onderdelen van een thoraxdrainagesysteem
Een thoraxdrainagesysteem bestaat uit verschillende onderdelen die essentieel zijn voor een correcte werking:
* **Drain:** Een flexibele buis die chirurgisch in de pleuraholte of het mediastinum wordt ingebracht om lucht of vloeistof af te voeren. Drains variëren in diameter en materiaal, afhankelijk van de indicatie. Punctieplaatsen voor de drain zijn cruciaal om infectie en letsel te minimaliseren.
* **Connectie met het drainsysteem:** De drain wordt via een leiding verbonden met het externe drainsysteem. Deze connectie moet luchtdicht en veilig zijn om lekkage te voorkomen. Vaak wordt een matrassteek gebruikt voor het hechten van de drain aan de huid.
* **Opvangsysteem:** Een reservoir (fles of zak) waarin de afgetapte lucht, vloeistof of bloed wordt verzameld. Dit systeem bevat vaak meerdere kamers voor het meten van volume, hoeveelheid en aard van de drainage.
* **Waterslot (waterseal):** Een essentieel onderdeel dat fungeert als een eenrichtingsklep. Het zorgt ervoor dat lucht of vloeistof uit de thoraxholte kan ontsnappen, maar voorkomt dat lucht terug de thoraxholte in wordt gezogen. Het niveau van het water in het waterslot moet nauwkeurig gecontroleerd worden.
* **Zuigkrachtregelaar (suctie):** Bij actieve drainagesystemen regelt dit onderdeel de ingestelde zuigkracht, meestal uitgedrukt in cm H$_2$O.
* **Manometer:** Een instrument dat de intrapleurale druk meet, wat nuttig is voor het monitoren van de longontplooiing en het opsporen van problemen.
### 2.4 Plaatsing en verwijdering van een thoraxdrain
* **Plaatsing:** De drain wordt ingebracht door een arts, vaak onder lokale verdoving. De punctieplaats is afhankelijk van de locatie waar de lucht of vloeistof zich bevindt. Na plaatsing wordt de drain stevig gefixeerd en aangesloten op het drainsysteem.
* **Verwijdering:** De verwijdering van een thoraxdrain gebeurt door een arts of een gespecialiseerde verpleegkundige. De belangrijkste voorwaarden voor verwijdering zijn:
* Afwezigheid van luchtlekkage.
* Beperkte vochtproductie (<150-200 ml/24 uur).
* Volledige ontplooiing van de longen, zichtbaar op een thoraxfoto.
* Normaal ademgeruis bij auscultatie.
* Hemodynamische stabiliteit van de patiënt.
De drain wordt verwijderd tijdens de expiratie, waarna de wond wordt afgedekt.
### 2.5 Nazorg, observatie en aandachtspunten
Adequaat post-interventioneel zorgmanagement is cruciaal voor een succesvol herstel.
* **Algemene richtlijnen en controles:**
* Controleer de connecties op luchtdichtheid en beveilig ze.
* Observeer de ABCDE-parameters van de patiënt.
* Plaats het drainsysteem altijd beneden het borstniveau van de patiënt om terugstroom te voorkomen.
* Voorkom lussen of sifons in de drainageslang.
* Controleer regelmatig het vulniveau van de opvangkamer op volume, hoeveelheid en aard van de drainage.
* Controleer het waterslot op borreling, wat duidt op een luchtlek. Als het borrelt, dient de oorzaak van het luchtlek te worden opgespoord.
* Controleer de manometer voor de ingestelde druk.
* Controleer de connecties van het systeem.
* **Observatie en aandachtspunten:**
* **Re-expansie longoedeem:** Kan optreden na snelle ontplooiing van een lang gecompliceerde long. Symptomen omvatten dyspneu, tachypneu, tachycardie en cyanosis.
* **Bloedverlies:** Maximal 100 ml/uur. Bij meer bloedverlies dient de arts ingeschakeld te worden.
* **Andere complicaties:** Subcutane plaatsing van de drain, obstructie of knikken van de tube, Syndroom van Horner, verlamming van de nervus frenicus, intracardiale of intra-abdominale plaatsing van de drain, en het draineren van melkachtige vloeistof (chylothorax) zijn mogelijke complicaties.
* **Patiëntgerichte observaties en interventies:** Adequate pijnstilling bevordert een betere ademhaling.
* **Verbandzorg en leidingen:** Het verband rond de drain moet schoon en droog gehouden worden. De leidingen dienen vrij te zijn van knikken. Het gebruik van "strippen" en "melken" kan ter preventie van klontvorming in de drain worden toegepast, hoewel dit controversieel kan zijn en enkel op medisch voorschrift gebeurt.
* **Afklemmen van de drain:** Afklemmen gebeurt enkel op uitdrukkelijk medisch order, bijvoorbeeld om een luchtlek te lokaliseren, bij accidentele disconnectie (tenzij bij massief luchtlek), na toediening van intrapleurale medicatie, of bij het vervangen van het drainsysteem.
### 2.6 Verpleegkundige aspecten en risico's
De aanwezigheid van een thoraxdrain brengt specifieke verpleegkundige diagnoses met zich mee, waaronder:
* Risico op inactiviteitssyndroom
* Risico op beperkte inspanningstolerantie
* Risico op verminderde ademhaling
* Ineffectief ademhalingspatroon
* Verstoorde gaswisseling
* Ineffectief ophoesten
* Angst
* Risico op infectie
* Risico op pneumonie
* Risico op letsel
* Verminderde mobiliteit in bed
* Moeite met transfer
* Acute pijn
* Verstoorde slaap
* Risico op hypothermie
* Zelfzorgtekort
Deze risico's vereisen een proactieve en alerte verpleegkundige benadering, gericht op monitoring, preventie en interventie.
> **Tip:** Het correcte gebruik van de ABCDE-benadering is cruciaal bij patiënten met een thoraxdrain, zeker bij tekenen van respiratoire distress.
> **Tip:** Zuurstoftoediening kan de absorptie van lucht uit de pleuraholte versnellen, wat gunstig is bij een pneumothorax. Houd hierbij rekening met de zuurstofsaturatie en de ernst van de impact.
---
# Plaatsing, nazorg en complicaties van thoraxdrains
Dit onderwerp behandelt de procedure, het onderhoud en de potentiële complicaties die gepaard gaan met het gebruik van een thoraxdrain, met een focus op observatie en patiëntgerichte zorg.
### 3.1 Definitie en doel
Een thoraxdrain wordt geplaatst om abnormale ophopingen van lucht, vocht, bloed of pus uit de pleuraholte of het mediastinum te verwijderen.
* **Pleurale drainage:** Verwijdering van vloeistof of lucht uit de pleuraholte (de ruimte tussen de longen en de borstwand) ter verlichting van kortademigheid en herstel van de longfunctie.
* **Mediastinale drainage:** Verwijdering van vloeistoffen of lucht uit de mediastinale ruimte (de ruimte tussen de longen, rond het hart en de grote vaten), vaak na hart- of longoperaties.
### 3.2 Anatomie en fysiologie relevant voor thoraxdrainage
De pleuraholte bevat normaal gesproken een kleine hoeveelheid sereuze vloeistof ($50$ ml) die de pleurabladen soepel langs elkaar laat glijden. De druk in de pleuraholte is normaal negatief (rond $-5$ cmH$_2$O vóór inspiratie en daalt tot $-7.5$ cmH$_2$O tijdens inspiratie). Afwijkingen hieraan kunnen leiden tot pneumothorax of andere problemen.
### 3.3 Pneumothorax
Een pneumothorax is de aanwezigheid van lucht in de pleuraholte, wat leidt tot het (gedeeltelijk) inklappen van de long.
* **Soorten pneumothorax:**
* **Spontane pneumothorax:** Treedt op zonder duidelijke oorzaak, vaak bij jonge, gezonde personen.
* **Gesloten pneumothorax:** Lucht komt van binnenuit de long (bv. door een gebroken rib die de long doorboort).
* **Open pneumothorax:** Lucht komt van buitenaf het lichaam binnen via een wond in de borstwand, wat een zuigend geluid kan veroorzaken.
* **Spanningspneumothorax:** Een levensbedreigende situatie waarbij lucht de pleuraholte binnenkomt, maar niet kan ontsnappen. De druk in de borstkas neemt toe, waardoor hart, grote vaten en de andere long naar de overliggende zijde worden gedrongen. Dit kan leiden tot ernstige benauwdheid, shock en mogelijk een hartstilstand.
* **Tekens en symptomen van spanningspneumothorax:** Sterk gestuwde halsvenen, ernstige benauwdheid, tachycardie, hypotensie, cyanose, verzwakte of afwezige ademhalingsgeluiden aan de aangedane zijde, en afwijkingen aan de contralaterale zijde.
* **Subcutaan emfyseem:** Lucht die lekt van luchtwegen of organen naar het onderhuidse weefsel, wat zwelling en een knisperend gevoel (crepitaties) bij aanraking veroorzaakt.
### 3.4 ABCDE-benadering bij ademhalingsproblemen
Bij patiënten met ademhalingsproblemen, inclusief die met een mogelijke pneumothorax, is een gestructureerde ABCDE-benadering essentieel.
* **Algemene benadering:**
* Beoordeel de ABCDE-parameters en verzamel relevante anamnestische gegevens (AMPLE: Allergieën, Medicatie, Persoonlijke geschiedenis, Laatste maaltijd, Evenementen).
* Patiënt in een halfzittende houding plaatsen om de ventilatie te optimaliseren.
* Zuurstofverbruik verminderen door de patiënt te kalmeren.
* Toedienen van zuurstof (tot 15 liter/min met een non-rebreather masker) afhankelijk van de zuurstofsaturatie en de ernst. Zuurstoftherapie kan de absorptie van lucht uit de pleuraholte versnellen.
* Voorkomen van rillen door koude, aangezien dit het zuurstofverbruik verhoogt.
* Infuus aanleggen en bloed afnemen.
* Pijnstilling toedienen.
* RX-thorax laten maken (idealiter in expiratie).
* Overwegen van thoraxdrainage.
* **Bij een open pneumothorax (perforatie borstwand):**
* Verwijder het vreemde voorwerp niet direct.
* Dek de wondopening af met een luchtdicht verband (bv. pleister) dat aan drie zijden is vastgeplakt om een spanningspneumothorax te voorkomen.
* Plaats de patiënt in een houding die de ventilatie bevordert, meestal halfzittend. Bij een bewusteloze patiënt op de getroffen zijde leggen in zijligging om de andere long optimaal te laten ventileren.
* **Bij een spanningspneumothorax:**
* Dringende naaldthoracosynthese met een $14$ G naald in de tweede intercostale ruimte (ICR) mid-claviculairlijn (MCL) om overtollige lucht te laten ontsnappen. Dit is een medische handeling voorbehouden aan artsen of verpleegkundigen met een gespecialiseerde bevoegdheid.
### 3.5 Soorten drainage systemen
Drainagesystemen kunnen actief of passief zijn en uit verschillende componenten bestaan.
* **Actief vs. Passief:**
* **Actief:** Gebruikt zuigkracht (aspiratie) om lucht, vocht of bloed te verwijderen.
* **Passief:** Laat drainage toe via zwaartekracht of natuurlijke drukverschillen.
* **Drainagesystemen:**
* **Gebalanceerd systeem (vaak na pneumectomie):** Een 3-kamersysteem met collector, positieve en negatieve drukregulator. Het is een dubbel waterslot en kan een negatieve druk van $-10$ tot $-15$ cmH$_2$O genereren. Actieve zuigdrainage is hierbij verboden.
* **Passieve drainage via afloop:** Geen zuigkracht, enkel afloop.
* **Eén- tot vierkamerdrainagesystemen:** Deze systemen variëren in complexiteit en functionaliteit.
* **Waterslot:** Essentieel in de meeste systemen. Het voorkomt terugstroming van lucht naar de pleuraholte, terwijl het wel lucht uitlaat. Een waterslot van $1$ cm is gebruikelijk.
* **Opvangsysteem (collector):** Verzamel vloeistof of bloed.
* **Zuigkrachtregelaar:** Reguleert de negatieve druk die wordt uitgeoefend.
* **Intrapulmonale drukmeting:** Geeft inzicht in de druk in de pleuraholte.
* **Heimlich klep:** Een passief, unidirectioneel klepsysteem dat lucht laat ontsnappen uit de pleuraholte, maar niet toelaat dat lucht terugstroomt. Wordt vaak gebruikt voor kleinere luchtl leaks.
* **Digitale thoraxdrainagesystemen:** Moderne systemen met digitale monitoring van druk, flow en volume.
### 3.6 Plaatsing van de drain
De plaatsing van een thoraxdrain is een medische procedure die meestal steriele techniek vereist. De punctieplaats is afhankelijk van de locatie waar de lucht of vloeistof zich bevindt, vaak in de 4e of 5e intercostale ruimte in de mid-axillaire lijn. De drain wordt vaak gefixeerd met een matrassteek.
### 3.7 Nazorg van de thoraxdrain
Goede nazorg is cruciaal voor een succesvol herstel en het voorkomen van complicaties.
* **Connectie:** Nakijken en beveiligen van alle connecties om lekkage te voorkomen.
* **Observatie ABCDE:** Continue observatie van de ademhaling, circulatie en algemene toestand van de patiënt.
* **RX-thorax:** Na plaatsing en periodiek om de re-expansie van de long te beoordelen.
* **Voorlichting:** Patiënt informeren over de drain, het systeem en de verwachte zorg.
* **Registratie:** Alle observaties en interventies nauwkeurig documenteren.
### 3.8 Observaties en aandachtspunten
Gedurende de zorg voor een patiënt met een thoraxdrain zijn specifieke observaties van belang.
* **Re-expansie longoedeem:** Kan optreden na snelle re-expansie van een langdurig ingeklapte long, gekenmerkt door dyspneu, tachypneu, tachycardie, cyanose en productie van schuimend, roos sputum binnen $24$ uur na plaatsing. Behandeling kan bestaan uit vochtafdrijvers.
* **Longcollaps:** Mogelijk indien de drain niet correct functioneert of obstructie vertoont.
* **Bloedverlies:** Een verlies van meer dan $100$ ml per uur dient te worden gemeld aan de arts.
* **Subcutane plaatsing van de drain:** De drain zit niet in de pleuraholte, maar in het onderhuidse weefsel.
* **Plaatsing tussen longkwabben, intracardiaal, intra-abdominaal:** Incorrecte plaatsing van de drain kan leiden tot ernstige complicaties.
* **Tube is geblokkeerd of geknikt:** Dit voorkomt effectieve drainage en kan leiden tot hernieuwde pneumothorax of ophoping van vocht/bloed. Regelmatig controleren op knikken en strippen/melken kan obstructie voorkomen.
* **Syndroom van Horner:** Kan optreden bij beschadiging van de sympathische zenuwen, met symptomen als ptosis (hangend ooglid), miosis (vernauwde pupil) en anhidrose (verminderde zweetproductie) aan één zijde van het gezicht.
* **Verlamming van de nervus frenicus:** Beschadiging van de middenrifzenuw kan leiden tot ademhalingsproblemen.
* **Melkachtige vloeistof:** Kan duiden op lymfestroom uit de borstbuis (ductus thoracicus), vaak na letsel of operatie.
* **Long ontplooit niet:** Indicatie dat de drain niet effectief werkt of er een persisterend luchtlek is.
### 3.9 Specifieke patiëntgerichte observaties en interventies
* **Houding:** Patiënt indien mogelijk in een halfzittende houding (minimaal $30^\circ$) plaatsen om de ventilatie te bevorderen. Vermijd lussen of siffons in de slang die de drainage kunnen belemmeren.
* **Strippen en melken:** Technieken om klonten en obstructies in de drain te verwijderen. Dit moet op indicatie en met de juiste techniek worden uitgevoerd om schade aan de drain of het weefsel te voorkomen.
* **Pijnstilling:** Adequate pijnstilling is belangrijk om de patiënt comfortabeler te laten ademen en hoesten.
### 3.10 Algemene richtlijnen en controles van het systeem
* **Plaatsing van het systeem:** Het thoraxdrainagesysteem moet lager dan het borstniveau van de patiënt worden geplaatst om terugstroming te voorkomen.
* **Controle van vulniveaus:** Nauwkeurige controle van de vloeistofniveaus in de verschillende kamers van het systeem.
* **Controle opvangkamer:** Regelmatige controle van het volume, de hoeveelheid en de aard van de gedraineerde vloeistof.
* **Controle op luchtdichtheid:** Door de drain af te klemmen. Als het waterslot stopt met borrelen, is het systeem luchtdicht. Borrelt het nog steeds, dan is er een lek dat opgespoord moet worden.
* **Manometer:** Controle van het vloeistofniveau of de ingestelde druk.
* **Connecties:** Alle connecties moeten stevig en lekvrij zijn.
* **Afklemmen van de drain:** Dit mag alleen gebeuren op medisch voorschrift, bijvoorbeeld om een luchtlek te lokaliseren, bij accidentele disconnectie (tenzij er een massief luchtlek is), na toediening van intrapleurale medicatie, of ter voorbereiding op het verwijderen van de drain.
### 3.11 Verwijderen van de thoraxdrain
Het verwijderen van een thoraxdrain gebeurt wanneer de oorzaak van de ophoping van lucht of vocht is opgelost en de long volledig ontplooid is.
* **Voorwaarden voor verwijdering:**
* Vochtproductie via de drain is minimaal of afwezig (meestal $< 150-200$ ml per $24$ uur).
* Er zijn geen tekenen van luchtlekkage meer.
* De patiënt heeft een rustige, gemakkelijke ademhaling en normale ademhalingsgeluiden bij auscultatie over alle longvelden.
* De thoraxfoto toont volledig ontplooide longen.
* De patiënt is hemodynamisch stabiel.
* Verwijdering gebeurt bij voorkeur tijdens exspiratie.
* **Procedure:** Na de vereiste voorwaarden vervuld zijn, wordt de drain tijdens exspiratie, na een diepe inademing en het inhouden van de adem, verwijderd. De wond wordt direct afgedekt met een steriel verband en kan aan drie zijden worden afgeplakt om luchttoevoer te voorkomen.
### 3.12 Mogelijke complicaties
* **Re-expansie longoedeem**
* **Longcollaps**
* **Subcutane plaatsing drain**
* **Plaatsing van de drain tussen longkwabben, intracardiaal, intra-abdominaal**
* **Tube is geblokkeerd of geknikt**
* **Ontstaan van Syndroom van Horner**
* **Verlamming van de nervus frenicus**
* **Bloeding** (meer dan $100$ ml/uur)
* **Infectie**
* **Letsel aan omliggende structuren**
* **Pijn**
* **Verstoorde slaap**
* **Risico op hypothermie**
* **Zelfzorgtekort**
* **Ineffectief ademhalingspatroon, verstoorde gaswisseling**
* **Risico op inactiviteitssyndroom en beperkte inspanningstolerantie**
* **Risico op pneumonie**
* **Risico op letsel**
* **Verminderde mobiliteit in bed en moeite met transfers**
* **Acute pijn**
> **Tip:** Een goede voorlichting en actieve betrokkenheid van de patiënt bij de zorg kunnen angst verminderen en de therapietrouw verhogen.
> **Tip:** Bij twijfel over de werking van het drainagesysteem of bij tekenen van complicaties, neem direct contact op met de verantwoordelijke arts of verpleegkundige specialist.
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Pneumothorax | Een pneumothorax is de aanwezigheid van lucht in de pleuraholte, de ruimte tussen de long en de borstwand, wat kan leiden tot het inklappen van de long. |
| Thoraxdrainage | Een medische procedure waarbij een drain (buisje) in de borstholte (pleuraholte) wordt geplaatst om overtollige lucht, vocht of bloed te verwijderen. |
| Mediastinale drainage | Een drainage die geplaatst wordt in het mediastinum, de ruimte tussen de longen, om collecties van vocht, bloed, pus of lucht te verwijderen, vaak na hart- of longoperaties. |
| Pleurale drainage | Een drainage die wordt ingebracht in de pleuraholte om vloeistof of lucht te verwijderen, met als doel de longfunctie te herstellen en ademhalingsproblemen te verlichten. |
| Subcutaan emfyseem | Lucht die vanuit de luchtwegen of organen naar het onderhuids weefsel lekt, wat zwelling veroorzaakt en een knisperend gevoel geeft bij aanraking. |
| Open pneumothorax | Een type pneumothorax waarbij lucht van buitenaf de borstwand binnendringt via een open wond, wat gepaard kan gaan met een zuigend geluid. |
| Gesloten pneumothorax | Een type pneumothorax waarbij lucht van binnenuit de longen de pleuraholte binnendringt, bijvoorbeeld door een gebroken rib. |
| Spanningspneumothorax | Een levensbedreigende vorm van een klaplong waarbij lucht de borstholte binnendringt maar niet kan ontsnappen, wat leidt tot een toenemende druk op het hart, de grote bloedvaten en de longen. |
| Naalddecompressie | Een acute medische interventie waarbij een naald in de borstwand wordt ingebracht om overtollige lucht uit de pleuraholte te laten ontsnappen, vaak bij een spanningspneumothorax. |
| Actieve drainage | Een thoraxdrainagesysteem waarbij actief wordt gezogen om lucht, vocht of bloed uit de pleuraholte te verwijderen. |
| Passieve drainage | Een thoraxdrainagesysteem waarbij de vloeistof of lucht door natuurlijke drukverschillen uit de pleuraholte stroomt, vaak via een afloopsysteem. |
| Waterslot | Een mechanisme in een thoraxdrainagesysteem dat voorkomt dat lucht vanuit de omgeving terug de pleuraholte in kan stromen, terwijl het wel lucht uit de pleuraholte laat ontsnappen. |
| Strippen en melken | Technieken toegepast op een thoraxdrainagebuis om verstoppingen door bloedstolsels of fibrine te voorkomen en de optimale drainage te verzekeren. |
| Re-expansie longoedeem | Vochtophoping in de longen die kan optreden na een snelle ontplooiing van een lang ingeklapte long na thoraxdrainage. |