Cover
Mulai sekarang gratis PPT 9 Vaccins tijdens de zwangerschap.pdf
Summary
# Inleiding en de geschiedenis van vaccinatie tijdens de zwangerschap
Dit gedeelte introduceert het belang van vaccinatie tijdens de zwangerschap, de historische verschuiving van taboe naar een geaccepteerde praktijk, en de overkoepelende doelen van deze strategie.
### 1.1 Het belang van vaccinatie tijdens de zwangerschap
Zwangerschap is een periode waarin zowel de moeder als het ongeboren kind kwetsbaar zijn voor infectieziekten. Wereldwijd stierven in 2020 nog steeds 223 moeders per 100.000 levendgeborenen, met 95% van de sterfgevallen in landen met lagere en middeninkomens. Infectieziekten dragen hier mede aan bij, naast complicaties gerelateerd aan zwangerschap en bevalling. Daarnaast is het sterftecijfer onder jonge kinderen aanzienlijk, met 5,3 miljoen sterfgevallen vóór de leeftijd van vijf jaar in 2019, waarvan 2,4 miljoen neonatale sterfgevallen. Van deze sterfgevallen onder de 5 jaar waren er 2,6 miljoen te wijten aan infectieziekten [2](#page=2).
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft duurzame ontwikkelingsdoelen opgesteld voor 2030, gericht op het verminderen van moedersterfte tot minder dan 70 per 100.000 levendgeborenen, neonatale sterfte tot 12 per 1.000 levendgeborenen, en sterfte onder de 5 jaar tot 25 per 1.000 levendgeborenen. Vaccinatie tijdens de zwangerschap is een cruciale strategie om deze doelen te bereiken door zowel de moeder als de foetus te beschermen tegen ernstige infectieziekten [2](#page=2) [3](#page=3).
### 1.2 Historische verschuiving in de perceptie van vaccinatie tijdens de zwangerschap
De praktijk van vaccinatie tijdens de zwangerschap is niet nieuw. Echter, de perceptie en acceptatie ervan zijn aanzienlijk veranderd door de jaren heen [4](#page=4) [5](#page=5).
* **Vóórheen:** Vaccinatie tijdens de zwangerschap werd over het algemeen vermeden. Dit was een periode waarin er terughoudendheid bestond om vaccins toe te dienen aan zwangere vrouwen, mogelijk uit angst voor bijwerkingen of onbekende risico's voor de foetus [5](#page=5).
* **Verandering in mindset:** Er vond een verschuiving plaats in de algemene opvatting, waarbij het belang van bescherming voor zowel de moeder als het ongeboren kind centraal kwam te staan. De focus verschoof naar het recht op bescherming voor beide [5](#page=5).
* **Onderzoek en ontwikkeling:** Deze veranderde mindset leidde tot meer onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit van vaccinatie tijdens de zwangerschap [5](#page=5).
* **Resultaat:** De accumulatie van wetenschappelijke gegevens en positieve resultaten uit onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot aanbevelingen voor vaccinatie tijdens de zwangerschap. Wat voorheen een taboe was, is nu een geaccepteerde en aanbevolen preventieve gezondheidsmaatregel geworden [5](#page=5).
> **Tip:** Begrijp de historische context van vaccinatie tijdens de zwangerschap om de huidige beleidslijnen en aanbevelingen beter te waarderen. De verschuiving van taboe naar indicatie is een belangrijk keerpunt.
---
# Strategieën en algemene regels voor vaccinatie tijdens de zwangerschap
De strategie van maternale vaccinatie heeft als drieledig doel het beschermen van de moeder, de foetus en de pasgeborene tegen infectieziekten [6](#page=6).
### 2.1 De drieledige strategie van maternale vaccinatie
Maternale vaccinatie is gericht op drie hoofdgroepen:
* **Bescherming van de zwangere vrouw:** Dit omvat bescherming tegen ziekten zoals influenza en COVID-19 [6](#page=6).
* **Bescherming van de foetus:** Vaccinatie kan de foetus beschermen tegen bepaalde infecties, waaronder influenza, CMV en Zika [6](#page=6).
* **Bescherming van de pasgeborene:** Pasgeborenen zijn kwetsbaarder voor infectieziekten. Maternale vaccinatie helpt de hoeveelheid maternale antistoffen die naar de foetus worden getransporteerd te vergroten, wat bescherming biedt tegen ziekten zoals tetanus, kinkhoest, influenza, GBS, RSV en COVID-19 [6](#page=6).
### 2.2 Algemene richtlijnen voor vaccinatie tijdens de zwangerschap
Bij het overwegen van vaccinatie tijdens de zwangerschap worden verschillende risico's afgewogen:
* **Risico van infectie:** Dit kan worden ingedeeld in epidemiologisch risico (blootstelling aan de ziekte in de omgeving) en individueel risico (persoonlijke kwetsbaarheid) [7](#page=7).
* **Risico verbonden aan vaccinatie:** Dit omvat theoretische en reële risico's [7](#page=7).
**Algemene principes:**
* Inactivatede vaccins worden als niet schadelijk voor de foetus of zwangere vrouw beschouwd [7](#page=7).
* Verzwakte (attenuatede) vaccins zijn gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap [7](#page=7).
* De voordelen van vaccinatie moeten altijd opwegen tegen de potentiële risico's die aan de vaccinatie verbonden zijn [7](#page=7).
> **Tip:** Het is cruciaal om de voordelen van actieve immunisatie van de moeder, wat resulteert in passieve immunisatie van het kind, te benadrukken.
### 2.3 Wie kan profiteren van vaccinatie tijdens de zwangerschap?
Verschillende entstoftypes bieden voordelen voor moeder, foetus en/of neonaat:
| Ziekte | Moeder | Foetus | Neonaat |
| :-------- | :---- | :----- | :------ |
| Tetanus | + | + | + |
| Influenza | + | + | + |
| Kinkhoest | + | + | |
| COVID-19 | + | (+) | + |
| RSV | (+) | | + |
| GBS | (+) | | + |
| CMV | + | | |
| Zika | + | | |
### 2.4 Het immuunsysteem tijdens de zwangerschap
Tijdens de zwangerschap ondergaat het immuunsysteem fysiologische veranderingen om tolerantie voor de foetale allogene antigenen te bevorderen en een gunstige omgeving voor foetale ontwikkeling te creëren [9](#page=9).
* **Verhoogde progesteronspiegels:** Stimuleren een Th2-type respons met minder productie van inflammatoire cytokines, wat mogelijke negatieve allogene reacties vermindert [9](#page=9).
* **Verhoogde oestrogeenspiegels:** Leiden tot een afname van perifere B-cellen, wat resulteert in minder autoreactiviteit, en verbeteren de B-celmaturatie en antistofproductie [9](#page=9).
### 2.5 Immuunresponsen bij zwangere vrouwen
De immuunrespons op vaccins kan bij zwangere vrouwen variëren:
* **Humorale immuunrespons:**
* **Kinkhoest:** De immuunresponsen zijn vergelijkbaar tussen zwangere en niet-zwangere vrouwen [10](#page=10).
* **Influenza:** Sommige studies tonen vergelijkbare immuunresponsen, terwijl andere iets lagere immuunresponsen bij zwangere vrouwen rapporteren [10](#page=10).
### 2.6 Maternale antistoffen en hun transport
De hoeveelheid en effectiviteit van maternale antistoffen bij de foetus en neonaat worden beïnvloed door diverse factoren:
#### 2.6.1 Factoren die het antistoftiter bij zwangere vrouwen beïnvloeden
* Tijd sinds het laatste contact met het vaccin of pathogeen [11](#page=11).
* Verdunning van het bloedvolume tijdens de zwangerschap [11](#page=11).
* Bepaalde infectieziekten, zoals malaria en HIV [11](#page=11).
#### 2.6.2 Factoren die het transport van antistoffen naar de foetus beïnvloeden
* Vaccintype [11](#page=11).
* Zwangerschapsduur (gestationele leeftijd) [11](#page=11).
* Chronische maternale infecties [11](#page=11).
> **Tip:** Het transport van maternale antistoffen is een cruciaal mechanisme voor passieve immuniteit van de foetus en neonaat.
#### 2.6.3 Transplacentair transport van maternale antistoffen
Het transport van antistoffen vindt voornamelijk plaats via de placenta, met name de IgG-subklassen [12](#page=12).
#### 2.6.4 Typen getransporteerde antistoffen
* **Via de placenta:** Voornamelijk IgG1, in mindere mate IgG2, IgG3 en IgG4 [13](#page=13).
* **Via moedermelk:** IgA, IgM, en ook IgG [13](#page=13).
* **Niet getransporteerd:** IgE en IgD worden niet naar de baby getransporteerd [13](#page=13).
### 2.7 Het concept van vaccinatie tijdens de zwangerschap
Het doel van vaccinatie tijdens de zwangerschap is om de antistofniveaus tegen specifieke ziekteverwekkers te verhogen bij de moeder. Deze maternale antistoffen worden vervolgens via de placenta en/of moedermelk overgedragen naar de baby. Dit biedt bescherming tegen ziekte gedurende een periode van verhoogde kwetsbaarheid, totdat de baby zelf door middel van immunisatie beschermd is [14](#page=14).
### 2.8 Impact van maternale antistoffen op de immuunrespons van zuigelingen
Maternale antistoffen bieden passieve bescherming aan zuigelingen:
* **Transplacentair transport (IgG):** Verhoogt de circulatie van ziekte-specifieke antistoffen in het bloed van de neonaat [15](#page=15).
* **Via moedermelk (IgA, IgG, IgM):** Biedt additionele mucosale immuniteit [15](#page=15).
Echter, de aanwezigheid van hoge niveaus van maternale antistoffen bij zuigelingen kan de immuunrespons op vaccinatie beïnvloeden. Dit kan leiden tot een verzwakte of interfererende reactie op het vaccin (ook wel "blunting" genoemd) [16](#page=16).
> **Example:** Bij baby's die maternale antistoffen hebben tegen een bepaald pathogeen, kan de eigen immuunrespons op een vaccin tegen hetzelfde pathogeen minder sterk zijn dan bij baby's zonder deze maternale antistoffen. Dit is een reden waarom vaccinatieschema's rekening houden met de leeftijd waarop deze maternale antistoffen uitwerken.
---
# Specifieke vaccins en hun effectiviteit en veiligheid
Dit overzicht behandelt de epidemiologie, veiligheid, effectiviteit en impact op de baby en borstvoeding van specifieke vaccins, waaronder influenza, kinkhoest, COVID-19, RSV en GBS.
### 3.1 Influenza vaccinatie
#### 3.1.1 Epidemiologie van influenza
Influenza treft alle leeftijdsgroepen en kan variëren van milde tot ernstige ziekte. Een normale seizoensgebonden epidemie infecteert 5-15% van de bevolking. Jaarlijks zijn er wereldwijd 3-5 miljoen gevallen van ernstige ziekte en 650.000 influenzagerelateerde sterfgevallen. Zwangere vrouwen en zuigelingen jonger dan 6 maanden lopen een verhoogd risico op influenzagerelateerde complicaties en ernstige influenza [18](#page=18).
#### 3.1.2 Veiligheid van influenza vaccinatie tijdens zwangerschap
Alle geïnactiveerde influenzacins zijn veilig tijdens zwangerschap. Studies met tienduizenden zwangere vrouwen hebben geen verhoogd risico aangetoond op foetale sterfte, spontane abortus, doodgeboorte, vroeggeboorte, laag geboortegewicht (LBW), kleine voor de zwangerschapsduur (SGA) of aangeboren afwijkingen. Er is zelfs een beschermend effect waargenomen tegen vroeggeboorte en LBW [20](#page=20).
#### 3.1.3 Effectiviteit van influenza vaccinatie
Influenza vaccinatie bij zwangere vrouwen heeft aangetoond de kans op luchtweginfecties en bevestigde influenza te verminderen in zowel lage- als middeninkomenslanden (LMIC). Er is een positief effect op LBW en vroeggeboorte bij de foetus. Bij zuigelingen onder de 6 maanden is de vaccinatie effectief in het voorkomen van bevestigde influenza en het verminderen van ziekenhuisopnames wegens influenza. De halfwaardetijd van maternale influenzalichamen varieert tussen 42-50 dagen [21](#page=21) [22](#page=22).
#### 3.1.4 Effect op borstvoeding
Vaccinatie van moeders tegen influenza resulteert in significant hogere niveaus van influenza-specifieke sIgA in moedermelk, die tot een jaar na de bevalling aanhouden [23](#page=23).
### 3.2 Kinkhoest (pertussis) vaccinatie
#### 3.2.1 Epidemiologie van kinkhoest
Kinkhoest is een belangrijke oorzaak van morbiditeit en mortaliteit bij zuigelingen wereldwijd. In 2014 waren er wereldwijd 24,1 miljoen gevallen en 160.700 sterfgevallen bij kinderen jonger dan 5 jaar, waarvan 5,1 miljoen gevallen en 85.900 sterfgevallen bij zuigelingen jonger dan 1 jaar. Kinkhoest is een volksgezondheidsprobleem in landen met een hoge vaccinatiegraad. Uitbraken komen voor, met een piekincidentie bij zuigelingen jonger dan 1 jaar. In Vlaanderen/België is er momenteel een lopende kinkhoestuitbraak met een toename van het aantal gevallen, met de hoogste incidentie bij 5-9 en 10-14 jarigen, maar ook een toename van ziekenhuisopnames bij zuigelingen, vaak geboren uit niet-gevaccineerde moeders tijdens de zwangerschap [25](#page=25) [26](#page=26) [27](#page=27).
#### 3.2.2 Kinkhoest vaccinatie tijdens zwangerschap
Vaccinatie tegen kinkhoest tijdens zwangerschap (Tdap) is aanbevolen om de pasgeborene te beschermen [29](#page=29) [30](#page=30).
#### 3.2.3 Veiligheid van kinkhoest vaccinatie tijdens zwangerschap
Studies met tienduizenden zwangere vrouwen hebben geen verhoogd risico op ernstige bijwerkingen (SAE) bij zwangere vrouwen, foetussen of zuigelingen aangetoond na kinkhoest vaccinatie. Er is een kleine mogelijke verhoging van het risico op chorioamnionitis, maar er is geen verband bevestigd met vroeggeboorte. Studies naar herhaalde Tdap boosters bij zwangere vrouwen tonen geen verschillen in koorts, allergische reacties of nadelige geboorte-uitkomsten, ongeacht het interval sinds de vorige Tdap vaccinatie [31](#page=31) [33](#page=33) [34](#page=34).
#### 3.2.4 Immuunrespons bij zwangere vrouwen
Zwangere vrouwen vertonen een krachtige antistofrespons op Tdap vaccinatie, maar deze neemt significant af binnen een jaar na vaccinatie [32](#page=32).
#### 3.2.5 Timing van kinkhoest vaccinatie
Om de hoeveelheid transplacentair overgedragen antistoffen te optimaliseren, wordt vaccinatie minimaal 8 weken voor de bevalling aanbevolen. Vaccinatie in het tweede en vroege derde trimester resulteert in de hoogste antistofniveaus bij de geboorte. Een interval van minimaal 7,5 weken tussen vaccinatie en bevalling leidt tot de hoogste niveaus van antistoffen in het navelstrengbloed [35](#page=35) [36](#page=36).
#### 3.2.6 Effectiviteit van kinkhoest vaccinatie
Kinkhoest vaccinatie tijdens zwangerschap is zeer effectief in het voorkomen van ziekenhuisopnames en laboratoriumbevestigde kinkhoest bij pasgeborenen en zuigelingen. De effectiviteit is het hoogst wanneer de vaccinatie minimaal 7 dagen voor de bevalling plaatsvindt [37](#page=37) [38](#page=38).
#### 3.2.7 Interferentie door maternale antistoffen
Maternale antistoffen kunnen de immuunrespons op vaccins bij zuigelingen beïnvloeden, waaronder kinkhoest en pneumokokken. Echter, ondanks deze afstomping, waren de seroprotectieniveaus na primaire en boostervaccinatie vergelijkbaar, met uitzondering van serotype 3. Voor hexavalente en pentavalente zuigelingvaccins is geen vermindering van seroprotectie waargenomen na Tdap vaccinatie tijdens zwangerschap. De klinische impact van deze afstomping is nog onbekend, maar de voordelen van het beschermen van pasgeborenen tijdens hun meest kwetsbare maanden wegen op tegen potentiële risico's op latere leeftijd. Het is cruciaal om de epidemiologie van kinkhoest te blijven volgen [39](#page=39) [40](#page=40) [41](#page=41) [42](#page=42) [43](#page=43) [44](#page=44).
#### 3.2.8 Impact op borstvoeding
Maternale kinkhoest vaccinatie induceert hoge niveaus van anti-PT IgA en IgG antistoffen in colostrum en gedurende de lactatie. Het is onbekend of deze immunoglobulinen via moedermelk systemische bescherming bieden aan de neonaten [46](#page=46).
### 3.3 COVID-19 vaccinatie
#### 3.3.1 COVID-19 infecties tijdens zwangerschap
Zwangere vrouwen hebben een verhoogd risico op ICU-opname, intubatie en overlijden, evenals zwangerschapsgerelateerde complicaties zoals vroeggeboorte en NICU-opname van pasgeborenen. Verticaal transmission van SARS-CoV-2 van moeder op kind kan optreden, met mogelijke ernstige complicaties bij neonaten [48](#page=48).
#### 3.3.2 COVID-19 vaccinatie tijdens zwangerschap
COVID-19 vaccinatie tijdens zwangerschap wordt wereldwijd aanbevolen [50](#page=50).
#### 3.3.3 Veiligheid van COVID-19 vaccinatie
Er is geen verhoogd risico op doodgeboortes of foetale afwijkingen waargenomen na COVID-19 vaccinatie, zowel na primaire als booster vaccinatie, en in alle trimesters van de zwangerschap. De vaccinatie heeft zelfs een beschermend effect, met een verminderd risico op vroeggeboorte, doodgeboorte, NICU-opname en ernstige neonatale morbiditeit en sterfte. Studies bevestigen dat er geen associatie is tussen SARS-CoV-2 vaccins en ernstige maternale en neonatale bijwerkingen [51](#page=51) [52](#page=52).
#### 3.3.4 Immuunrespons
De immuunrespons bij zwangere en niet-zwangere gevaccineerde vrouwen is vergelijkbaar. Vaccinatie resulteert in een betere immuunrespons dan natuurlijke infectie [53](#page=53).
#### 3.3.5 Transplacentair transport van antistoffen
Vaccin-geïnduceerde IgG antistoffen tegen COVID-19 worden transplacentair overgedragen naar de foetus. Er is een correlatie tussen antistofniveaus in maternale en navelstrengbloed, en hogere niveaus worden gezien bij een langer interval tussen vaccinatie en bevalling [54](#page=54).
#### 3.3.6 Effectiviteit
COVID-19 vaccinatie is effectief in het voorkomen van infectie en ziekenhuisopnames, met een effectiviteit die toeneemt naarmate meer doses worden toegediend. Bij zuigelingen jonger dan 6 maanden is de effectiviteit van vaccinatie tegen COVID-19 gerelateerde ziekenhuisopnames significant [55](#page=55) [56](#page=56).
#### 3.3.7 Impact op borstvoeding
COVID-19 specifieke antistoffen zijn gedetecteerd in moedermelk na vaccinatie tijdens zwangerschap, wat mogelijke bescherming van de neonaten tegen ernstige COVID-19 ziekte kan bieden [57](#page=57).
### 3.4 RSV (Respiratoir Syncytieel Virus)
#### 3.4.1 Respiratoir Syncytieel Virus
RSV is een zeer besmettelijk virus dat bronchitis en bronchiolitis veroorzaakt, met beperkte behandelingsmogelijkheden. Het veroorzaakt jaarlijkse epidemieën in gematigde klimaten [59](#page=59).
#### 3.4.2 Epidemiologie en klinische belasting
RSV is de belangrijkste oorzaak van virale onderste luchtweginfecties (LRTI) bij kinderen jonger dan 5 jaar, met de meest ernstige manifestaties bij jonge kinderen. Miljoenen LRTI-episodes, ziekenhuisopnames en sterfgevallen worden wereldwijd aan RSV toegeschreven bij jonge kinderen, met de hoogste mortaliteit in de eerste 6 maanden van het leven [60](#page=60).
#### 3.4.3 Ontwikkelingspijplijn voor RSV-preventie
Er zijn verschillende benaderingen voor RSV-preventie bij zuigelingen: actieve immunisatie van oudere zuigelingen en jonge kinderen, maternale immunisatie tijdens zwangerschap, en passieve immunisatie met monoklonale antistoffen [63](#page=63).
#### 3.4.4 RSV maternale vaccinatie
Een recombinante vaccin op basis van glycoproteïne F is goedgekeurd voor gebruik tijdens zwangerschap om passieve bescherming van zuigelingen tot 6 maanden te bieden [64](#page=64).
#### 3.4.5 Werkzaamheid en veiligheid van maternale RSV vaccins
Studies met het Abrysvo® vaccin in zwangere vrouwen laten een significante reductie zien in ernstige RSV-infecties en ziekenhuisopnames bij zuigelingen in de eerste 6 maanden na de geboorte. Hoewel zwangerschapscomplicaties zoals vroeggeboorte frequenter voorkwamen in de vaccinatiegroep, was dit niet significant en werd er geen causaal verband aangetoond, wat verdere monitoring vereist [65](#page=65).
#### 3.4.6 Programma's voor maternale immunisatie
Argentinië heeft de eerste real-world implementatiegegevens gedeeld van een RSV-maternale vaccinatieprogramma met een goede vaccinatiegraad en geen gerelateerde ernstige bijwerkingen. De effectiviteit van RSV-vaccinatie tijdens zwangerschap in Argentinië is consistent met de resultaten van klinische studies en wordt beschouwd als een succesvolle strategie voor RSV-preventie bij zuigelingen. De invoering van RSV-vaccinatie tijdens zwangerschap in Argentinië heeft geleid tot een substantiële vermindering van ziekenhuisopnames gerelateerd aan bronchiolitis en LRTI, inclusief RSV [67](#page=67) [68](#page=68) [69](#page=69).
#### 3.4.7 Palivizumab (Synagis®)
Palivizumab is een monoklonaal antilichaam dat een reductie van 80% in ziekenhuisopnames na toediening biedt, maar alleen wordt aanbevolen voor hoogrisicogroepen en vereist maandelijkse injecties met hoge kosten [70](#page=70).
#### 3.4.8 Nirsevimab (Beyfortus®)
Nirsevimab is een nieuw, langwerkend monoklonaal antilichaam voor RSV-preventie bij zuigelingen, dat met één injectie bescherming biedt gedurende minimaal 5 maanden [71](#page=71).
#### 3.4.9 Werkzaamheid en veiligheid van Nirsevimab bij zuigelingen
Studies tonen aan dat Nirsevimab een aanzienlijk lagere kans op RSV-geassocieerde LRTI en ziekenhuisopnames biedt bij zuigelingen, met een goed veiligheidsprofiel. Real-world data uit Galicië en Luxemburg laten een duidelijke impact zien op RSV-ziekenhuisopnames bij zuigelingen onder de 6 maanden. In België werd een reductie van 35-40% in ziekenhuisopnames bij kinderen jonger dan 5 jaar waargenomen na de introductie van Nirsevimab [72](#page=72) [73](#page=73) [74](#page=74) [75](#page=75) [76](#page=76) [77](#page=77).
### 3.5 Groep B streptokokken (GBS)
#### 3.5.1 Groep B streptokokken
Groep B streptokokken (Streptococcus agalactiae) koloniseert 10-40% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd en is de belangrijkste oorzaak van invasieve bacteriële ziekten bij pasgeborenen en zuigelingen, met risico op overlijden en neurologische schade [82](#page=82).
#### 3.5.2 Epidemiologie en klinische belasting
GBS kan urineweginfecties, vroeggeboorte en doodgeboorte veroorzaken. Er zijn wereldwijd miljoenen gevallen van vroege- en late-onset GBS-ziekte per jaar, met een aanzienlijke mortaliteit. GBS-kolonisatie bij de placenta kan leiden tot een belemmerde foetale groei [83](#page=83).
#### 3.5.3 Potentiële GBS-preventiestrategieën
Intrapartum antibiotische profylaxe (IAP) is niet effectief tegen late-onset GBS, doodgeboorte of vroeggeboorte, en kan leiden tot antibioticaresistentie en een negatieve impact op het microbioom van de zuigeling. Vaccinatie tijdens zwangerschap heeft het potentieel om vroege- en late-onset GBS, vroeggeboorte, doodgeboorte en maternale ziekte te beïnvloeden [84](#page=84).
#### 3.5.4 Preventie
Momenteel is de preventie van GBS beperkt tot IAP. Een maternale GBS-vaccin is de enige levensvatbare langetermijnoptie om GBS-infecties te voorkomen [85](#page=85).
#### 3.5.5 Globale impact van een effectief maternale GBS-vaccin
Een maternale GBS-vaccinatieprogramma zou naar schatting honderdduizenden zuigeling- en maternale GBS-gevallen, doodgeboortes en zuigelingendoden kunnen voorkomen [86](#page=86).
---
# Perceptie, bewustzijn en aanbevelingen met betrekking tot maternale vaccinatie
Dit gedeelte behandelt de perceptie van zwangere vrouwen over vaccinatie, het belang van gezondheidswerkers als vertrouwenspersoon en de algemene aanbevelingen voor vaccinatieprogramma's, inclusief specifieke Belgische richtlijnen.
### 4.1 Perceptie en bewustzijn van maternale vaccinatie
De mate van bewustzijn van moedervaccinatie is een cruciale voorspeller voor de acceptatie ervan, hoewel dit bewustzijn in sommige landen nog steeds laag is. Om dit te verbeteren, is effectieve communicatie die het belang van bescherming benadrukt essentieel. Continue monitoring van zorgen en debatten rondom vaccinatie, met name online, is eveneens noodzakelijk [88](#page=88).
#### 4.1.1 Vertrouwenspersonen en informatiebronnen
Gezondheidswerkers (GW'ers) worden beschouwd als de meest vertrouwde bron van informatie voor beslissingen over maternale vaccinatie. Desondanks bevelen GW'ers maternale vaccinatie niet altijd aan, ondanks hun vertrouwenspositie. Andere factoren kunnen echter ook een significante invloed hebben op deze beslissingen [89](#page=89).
#### 4.1.2 Vertrouwen in maternale vaccinatie
Het vertrouwen in vaccinatie tijdens de zwangerschap (VC) is wereldwijd en in Europa lager dan het algemene vertrouwen in vaccinatie. Dit patroon bleef zowel voor als tijdens de pandemie vergelijkbaar. Er is een duidelijke behoefte aan duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde en universele programma's voor maternale vaccinatie, naast specifieke training voor gezondheidswerkers die zorg dragen voor zwangere vrouwen [90](#page=90).
> **Tip:** Het belang van de vertrouwensrelatie tussen de zwangere vrouw en haar gezondheidswerker kan niet genoeg benadrukt worden voor een effectieve communicatie over vaccinatie.
### 4.2 Algemene aanbevelingen voor maternale vaccinatie
De volgende ziekten worden als indicatie voor vaccinatie tijdens de zwangerschap beschouwd, met enkele contra-indicaties en opmerkingen:
#### 4.2.1 Vaccinaties met indicatie
* Poliomyelitis (Polio) [91](#page=91).
* Haemophilus influenzae type b (Hib) [91](#page=91).
* Tetanus [91](#page=91).
* Pertussis (Kinkhoest) [91](#page=91).
* Influenza [91](#page=91).
* COVID-19 [91](#page=91).
* Hepatitis A en B [91](#page=91).
* Pneumokokken [91](#page=91).
* Rabies (100% letaal, te vaccineren indien noodzakelijk) [92](#page=92).
* Tekenencefalitis (met seizoensgebonden risico in Oost-Europa) [92](#page=92).
* Japanse encefalitis (preventie door muggenwering) [92](#page=92).
* Meningokokken (met seizoensgebonden aanbevelingen, o.a. in de meningitis gordel) [92](#page=92).
* Cholera (50% immunogeniciteit, geen verplichting tot immunisatie) [92](#page=92).
* Tuberculose (BCG) (met huidtest/röntgenfoto; behandeling van de moeder behandelt ook de foetus) [92](#page=92).
* Mazelen (bof, rodehond) - *Contra-indicatie voor mazelen, bof, en rodehond* [91](#page=91).
* Bof - *Contra-indicatie* [91](#page=91).
* Rubella - *Contra-indicatie* [91](#page=91).
* Bof - *Contra-indicatie* [91](#page=91).
* Bof - *Contra-indicatie* [91](#page=91).
* Gele koorts - *Contra-indicatie* [91](#page=91).
* Varicella (waterpokken) - *Contra-indicatie* [91](#page=91).
* Rodehond - *Contra-indicatie* [91](#page=91).
#### 4.2.2 Vaccinaties met specifieke overwegingen
* **Varkenspokken (Smallpox)**: Geen misvormingen waargenomen [92](#page=92).
* **Miltvuur (Anthrax)**: Geen data beschikbaar [92](#page=92).
### 4.3 Belgische aanbevelingen voor maternale vaccinatie
In België worden de volgende specifieke aanbevelingen gedaan voor maternale vaccinatie:
* **Pertussis (Kinkhoest):** Alle zwangere vrouwen dienen bij voorkeur gevaccineerd te worden tussen de 24e en 32e zwangerschapsweek, en bij elke nieuwe zwangerschap [93](#page=93).
* **Influenza:** Alle zwangere vrouwen dienen tijdens het influenzaseizoen gevaccineerd te worden, ongeacht de zwangerschapsduur op het moment van vaccinatie [93](#page=93).
* **COVID-19:** Alle zwangere vrouwen met een verhoogd risico op complicaties dienen gevaccineerd te worden. Gezonde zwangere vrouwen kunnen op individuele basis kiezen voor vaccinatie [93](#page=93).
* **RSV (Respiratoir Syncytieel Virus):** Zwangere vrouwen bij wie de bevalling tussen september en maart wordt verwacht, kunnen gevaccineerd worden, bij voorkeur tussen de 28e en 36e zwangerschapsweek [93](#page=93).
> **Opmerking:** Voor RSV zijn ook monoklonale antistoffen beschikbaar [93](#page=93).
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Maternale sterfte | Het aantal overlijdens van vrouwen als gevolg van zwangerschap of bevalling, uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen. |
| Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) | Een reeks wereldwijde doelen die door de Verenigde Naties zijn vastgesteld om sociale, economische en ecologische uitdagingen aan te pakken, waaronder het verminderen van moeder- en kindersterfte. |
| Maternale vaccinatie | Een vaccinatiestrategie waarbij zwangere vrouwen worden ingeënt om zowel henzelf als hun foetus of pasgeboren kind te beschermen tegen infectieziekten. |
| Inactivated vaccins | Vaccins die bestaan uit dode ziekteverwekkers of delen daarvan, die geen ziekte kunnen veroorzaken maar wel een immuunrespons kunnen opwekken. Deze worden over het algemeen als veilig beschouwd tijdens de zwangerschap. |
| Verzwakte vaccins (Attenuated vaccines) | Vaccins die bestaan uit levende, maar verzwakte ziekteverwekkers. Deze worden doorgaans gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap vanwege het potentiële risico op overdracht naar de foetus. |
| Immunologische respons | De reactie van het immuunsysteem op een ziekteverwekker of vaccin, resulterend in de productie van antilichamen en andere immuuncellen ter bestrijding van de infectie. |
| Cytokines | Signaalmoleculen die door immuuncellen worden geproduceerd om de communicatie en coördinatie van immuunreacties te reguleren. |
| Humorale immuunrespons | Het deel van het immuunsysteem dat gericht is op de productie van antilichamen door B-cellen om ziekteverwekkers buiten de cellen te bestrijden. |
| Antilichamen (Antigenen) | Eiwitten die door het immuunsysteem worden geproduceerd als reactie op de aanwezigheid van een specifiek antigeen, zoals een deel van een virus of bacterie. |
| Titer | De concentratie van antilichamen in het bloed, die de mate van immuniteit tegen een specifieke ziekteverwekker aangeeft. |
| Dilutie van bloedvolume | Tijdens de zwangerschap neemt het totale bloedvolume van de moeder toe, wat kan leiden tot een verdunning van de concentratie van antilichamen. |
| Transplacentale transport | Het proces waarbij stoffen, waaronder antilichamen, van de moeder via de placenta worden overgedragen naar de foetus. |
| IgG | De meest voorkomende klasse van antilichamen in het bloed, die een belangrijke rol speelt bij de bescherming tegen bacteriële en virale infecties en die transplacentair wordt overgedragen. |
| IgA | Een klasse van antilichamen die voornamelijk wordt gevonden in slijmvliezen en lichaamsvloeistoffen zoals moedermelk en speeksel, en bescherming biedt tegen infecties op deze locaties. |
| IgM | Een klasse van antilichamen die snel wordt geproduceerd tijdens een eerste infectie en een belangrijke rol speelt bij de immuunrespons, maar niet effectief transplacentair wordt overgedragen. |
| Passieve immuniteit | Tijdelijke immuniteit die wordt verkregen door de overdracht van antilichamen van een immuun individu (zoals de moeder) naar een niet-immuun individu (zoals de baby). |
| Mucosale immuniteit | Bescherming tegen infecties die wordt geboden door het immuunsysteem van de slijmvliezen, met name in de luchtwegen, het maag-darmkanaal en de geslachtsorganen. |
| Blunting/interferentie | Een fenomeen waarbij de aanwezigheid van maternale antilichamen de immuunrespons van de baby op vaccinatie kan onderdrukken of verzwakken. |
| Seroprotectie | De aanwezigheid van voldoende antilichamen in het bloed om bescherming te bieden tegen een specifieke ziekteverwekker. |
| Epidemiologie | De studie van de distributie, de oorzaken en de controle van ziekten en andere gezondheidsproblemen in populaties. |
| Secundaire preventie | Maatregelen die worden genomen om de progressie van een ziekte te vertragen of complicaties te voorkomen nadat deze is vastgesteld. |
| Vroegtijdige bevalling (Preterm birth) | Een bevalling die plaatsvindt vóór de 37e zwangerschapsweek. |
| Laag geboortegewicht (Low Birth Weight - LBW) | Een geboortegewicht van minder dan 2500 gram. |
| Kleine voor de zwangerschapsduur (Small for Gestational Age - SGA) | Een baby wiens geboortegewicht significant lager is dan gemiddeld voor de zwangerschapsduur. |
| Congenitale afwijkingen | Structurele of functionele afwijkingen die aanwezig zijn bij de geboorte. |
| Spontane abortus | Het onbedoeld beëindigen van een zwangerschap vóór de 20e zwangerschapsweek. |
| Miskraam (Stillbirth) | De dood van een foetus in de baarmoeder na 20 weken zwangerschap. |
| Sepsis | Een levensbedreigende toestand die wordt veroorzaakt door een ontregelde immuunrespons van het lichaam op een infectie, wat leidt tot orgaanschade. |
| Neonatale invasieve bacteriële ziekte | Ernstige bacteriële infecties die optreden bij pasgeborenen, zoals sepsis, meningitis of longontsteking. |
| Neurologische sequelae | Langdurige neurologische problemen of handicaps die voortvloeien uit een hersenbeschadiging, bijvoorbeeld als gevolg van meningitis. |
| Chorioamnionitis | Een infectie van de vliezen van de vruchtzak en het vruchtwater, die de moeder en de foetus kunnen beïnvloeden. |
| Tetanus | Een ernstige bacteriële infectie die spierkrampen veroorzaakt, vooral in de kaak en nek, en die potentieel dodelijk is. |
| Kinkhoest (Pertussis) | Een zeer besmettelijke bacteriële luchtweginfectie die ernstige hoestbuien veroorzaakt, met name gevaarlijk voor zuigelingen. |
| COVID-19 | Een besmettelijke ademhalingsziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2. |
| RSV (Respiratoir Syncytiaal Virus) | Een veelvoorkomend virus dat verkoudheidsachtige symptomen veroorzaakt, maar bij jonge kinderen kan leiden tot ernstige luchtweginfecties zoals bronchiolitis en longontsteking. |
| GBS (Groep B streptokokken) | Een type bacterie dat bij ongeveer 10-40% van de vrouwen voorkomt in de vagina of het spijsverteringskanaal en dat ernstige infecties kan veroorzaken bij pasgeborenen. |
| Intrapartum Antibiotic Prophylaxis (IAP) | Het toedienen van antibiotica aan de moeder tijdens de bevalling om de overdracht van infecties aan de baby te voorkomen. |
| AMR (Antimicrobiële resistentie) | De resistentie van bacteriën, virussen en andere microben tegen antimicrobiële middelen zoals antibiotica, waardoor infecties moeilijker te behandelen zijn. |
| Microbiome | De gemeenschap van micro-organismen die in of op het lichaam leven, zoals in de darmen, en die een belangrijke rol speelt bij de gezondheid. |
| GBS-vaccin | Een experimenteel vaccin dat is ontworpen om vrouwen tijdens de zwangerschap te beschermen tegen infecties met Groep B streptokokken. |
| Serotype | Een specifieke subgroep binnen een bacterie of virus die wordt onderscheiden op basis van zijn antigene eigenschappen. |
| Correlate of protection | Een meetbare immuunrespons (bv. antilichaamniveaus) die correleert met bescherming tegen ziekte na blootstelling aan een ziekteverwekker. |
| Gezondheidswerkers (HCPs) | Medisch personeel, zoals artsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen, die direct betrokken zijn bij de zorg voor patiënten. |
| Vaccinbewustzijn | De mate waarin mensen op de hoogte zijn van en de noodzaak begrijpen van vaccinatie. |
| Vaccinacceptatie | De bereidheid van individuen om zich te laten vaccineren of hun kinderen te laten vaccineren. |
| Gestational age | De leeftijd van de foetus, gemeten vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. |
| Longontsteking (Pneumonia) | Een infectie van de longen die wordt veroorzaakt door bacteriën, virussen of schimmels, resulterend in ontsteking van de longblaasjes. |
| Meningitis | Een ontsteking van de hersenvliezen, die ernstige neurologische schade kan veroorzaken. |
| Sepsis | Een levensbedreigende reactie op een infectie die leidt tot weefselschade en orgaanfalen. |
| Borstmelk IgA (sIgA) | Specifieke secretoire IgA-antilichamen in moedermelk die helpen bij de bescherming van de zuigeling tegen infecties in het spijsverteringskanaal en de luchtwegen. |