Cover
Mulai sekarang gratis PPT 5 Meningokokken, pneumokokken en rota.pdf
Summary
# Meningokokkeninfecties
Meningokokkeninfecties zijn bacteriële infecties veroorzaakt door *Neisseria meningitidis*, die ernstige complicaties zoals sepsis en meningitis kunnen veroorzaken [3](#page=3).
### 1.1 Algemene informatie over meningokokken
* Meningokokken kent 13 serogroepen, waarvan A, B, C, W en Y verantwoordelijk zijn voor meer dan 90% van de infecties [3](#page=3).
* Invasieve meningokokkeninfectie is een acute of subacute infectieziekte veroorzaakt door *Neisseria meningitidis* in normaal steriele lichaamsvloeistoffen [9](#page=9).
* De bacterie kan asymptomatisch voorkomen in de neus-keelholte bij gezonde dragers, wat in ongeveer 10% van de algemene populatie voorkomt, met variatie afhankelijk van leeftijd [9](#page=9).
* Het dragerschap is laag bij jonge kinderen, stijgt sterk bij adolescenten (tot 23,7% op 19-jarige leeftijd) en is lager dan 10% bij oudere personen [9](#page=9).
* Invasieve infecties manifesteren zich meestal als meningitis, sepsis, of een combinatie hiervan [9](#page=9).
* Meldingsplicht geldt voor invasieve infecties [9](#page=9).
#### 1.1.1 Incubatieperiode en verloop van de ziekte
* De incubatieperiode varieert van 2 tot 10 dagen, meestal 3 tot 4 dagen [4](#page=4).
* Meningokokkensepsis kan zeer snel en fataal verlopen. Een kenmerkend symptoom is het optreden van niet-wegdrukbare bloedingen in de huid (petechiën), die variëren in grootte en voorkomen op romp, extremiteiten en conjunctivae. Deze petechiën verdwijnen niet onder druk met een glas, in tegenstelling tot huiduitslag van virussen of beten [4](#page=4) [5](#page=5).
* Bij zuigelingen uit de ziekte zich met symptomen als grauw zien, slecht drinken, koorts, sufheid, convulsies, koude rillingen, braken en diarree [4](#page=4).
* De vlekjes kunnen zich uitbreiden en het aspect krijgen van grote onderhuidse bloeduitstortingen [5](#page=5).
#### 1.1.2 Mortaliteit en complicaties
* Zelfs met snelle en adequate behandeling overlijdt 5% tot 10% van de patiënten met meningitis [6](#page=6).
* Bij fulminante sepsis kan de case fatality rate (CFR) 20-50% binnen 24 uur bedragen, ondanks vroege behandeling [6](#page=6).
* Mogelijke complicaties zijn onder andere ARDS, multipel orgaanfalen (MOF), stollingsstoornissen, inklemming, coma, pneumonie, diabetes insipidus, myocardinsufficiëntie, artritis, pericarditis en conus medullaris syndroom [6](#page=6).
* Restverschijnselen kunnen leermoeilijkheden en concentratiestoornissen (20%), epilepsie, perceptiedoofheid (10-15%), strabismus en hydrocefalie (1-2%) omvatten [6](#page=6).
* Amputatie van ledematen kan soms noodzakelijk zijn bij sepsis en necrose [6](#page=6).
### 1.2 Epidemiologie in België
* Grafieken tonen de jaarlijkse incidentie van meningokokkenziekte in België van 1940-2000 en 1987-2001, waarbij serogroep B dominant is [13](#page=13) [14](#page=14).
* In 2018 waren er in België 40 meningokokkeninfecties bij kinderen van 1-4 jaar [20](#page=20).
* Serogroep B veroorzaakt de meeste gevallen in België/Vlaanderen, maar vertoont geen stijging [22](#page=22).
* Serogroep Y veroorzaakt een minderheid van de gevallen, maar vertoont een geleidelijke stijging die nauwlettend wordt gevolgd [22](#page=22).
* Serogroep W veroorzaakt een nog kleinere minderheid, maar wordt eveneens nauwlettend opgevolgd [22](#page=22).
* Gevallen van meningokokken W en Y zijn verspreid over alle leeftijden [22](#page=22).
* Andere serogroepen, met name C en X, zijn zeldzaam [22](#page=22).
* Tabel 30 geeft een overzicht van gevallen, infectie-incidentie bij jonge kinderen en adolescenten, en CFR per serogroep voor de jaren 2019, 2020 en 2022. In 2022 waren twee van de vier fatale gevallen bij kinderen onder de 5 jaar te wijten aan serogroep B [30](#page=30).
### 1.3 Risicogroepen voor meningokokkenziekte
Risicogroepen kunnen worden onderverdeeld in personen met bepaalde aandoeningen en personen in risicosituaties [11](#page=11).
#### 1.3.1 Medische risicogroepen
* Hyposplenie en (functionele) asplenie [11](#page=11).
* Voorafgaande infectie met influenzavirus [11](#page=11).
* Trauma met een open verbinding tussen de nasofarynx en de meningen [11](#page=11).
* Maligniteiten, diabetes mellitus, chronisch obstructieve longziekten, nierinsufficiëntie, levercirrose [11](#page=11).
* Intraveneus druggebruik [11](#page=11).
* Immuunstoornis en/of een hiv-infectie [11](#page=11).
* Complementdeficiëntie, gebruik van complementremmers [35](#page=35).
* A- of hyposplenie [35](#page=35).
* Stamcel- of orgaantransplantatie [35](#page=35).
* Aangeboren immuundeficiëntie, HIV [35](#page=35).
#### 1.3.2 Risicosituaties
* Inwonende gezinscontacten van een indexpatiënt [11](#page=11).
* Reizigers naar hoog endemische of epidemische gebieden [11](#page=11).
* Hoge concentratie van personen [11](#page=11).
* Laboratoriumpersoneel met regelmatig contact met invasieve stammen [35](#page=35).
* Reizigers in endemisch gebied of pelgrims van de Hadj/Umrah, met medische risicofactoren, nauw contact met plaatselijke bevolking en/of langer dan vier weken verblijven [35](#page=35).
### 1.4 Vaccinatie tegen meningokokken
#### 1.4.1 Beschikbare vaccins
* **Men ACWY-vaccins:** Beschermen tegen de serogroepen A, C, W en Y. Voorbeelden zijn Menveo en Nimenrix [18](#page=18).
* Het huidige vaccinatieschema in België omvat vaccinatie op 13-15 maanden en 15-16 jaar. Adolescenten worden gevaccineerd ter bescherming tegen dragerschap van Men ACWY [27](#page=27).
* Beschikbaarheid: Menveo (vanaf 2 jaar, 1 dosis) en Nimenrix (vanaf 6 weken, schema afhankelijk van leeftijd met 1-2 dosissen en booster indien gestart voor 1 jaar) [34](#page=34).
* **Meningokokken B-vaccins:** Er bestaat momenteel geen universeel vaccin tegen alle stammen van serogroep B, maar goedgekeurde vaccins kunnen beschermen tegen een deel van de circulerende stammen in Europa. Voorbeelden zijn Bexsero en Trumenba [31](#page=31).
* **Bexsero (4cMenB):**
* Werkzaamheid (effectiveness) varieert van 50-100% bij gebruik in programma's of uitbraken [32](#page=32).
* Bescherming houdt aan tot 3 jaar na een booster bij peuters [32](#page=32).
* Er is kruisbescherming tegen niet-vaccin MenB en gonokokkenstammen [32](#page=32).
* Biedt geen bescherming tegen dragerschap bij tieners [32](#page=32).
* Veiligheid: Vaker koorts, lokale pijn en roodheid bij gelijktijdige toediening met andere basisvaccins bij baby's; paracetamol is effectief en heeft geen impact op de werking [32](#page=32).
* Kostprijs: Niet terugbetaald, wel mogelijk gedeeltelijk gedekt door mutualiteiten [32](#page=32).
* Beschikbaarheid: Bexsero is toegestaan vanaf 2 maanden, met een schema afhankelijk van leeftijd en een booster indien gestart voor 2 jaar [34](#page=34).
* **Trumenba:** Toegestaan vanaf 1 jaar met 2-3 dosissen [34](#page=34).
#### 1.4.2 Vaccinatieschema's voor risicopersonen
* **Primovaccinatie:** Verschillende schema's zijn beschikbaar afhankelijk van het vaccin en de leeftijd [34](#page=34).
* **Booster:** Na het tweede levensjaar is een booster enkel vereist voor specifieke risicogroepen (medische risicogroepen, laboratoriumpersoneel, reizigers) [36](#page=36).
* **Bijzondere voorzorgen:**
* Splenectomie: Vaccinatie indien mogelijk vóór de splenectomie, of minstens 14 dagen erna [36](#page=36).
* Stamceltransplantaties: Vaccinatie 6 maanden na transplantatie, indien geen tegenindicaties [36](#page=36).
#### 1.4.3 Houding ten opzichte van Men B-vaccinatie bij risicofactoren
1. **Aanwezigheid van risicofactoren voor invasieve infectie (bv. asplenie, complementdeficiëntie, humorale immuniteit):**
* Indien ja, is Bexsero sterk aanbevolen, maar niet terugbetaald [37](#page=37).
2. **Geen risicofactoren:**
* Bexsero kan individueel overwogen worden [37](#page=37).
* **Schema:** 2-4-12 maanden of 3-5-12 maanden bij baby's [37](#page=37).
* Advies voor paracetamol en goede uitleg zijn essentieel [37](#page=37).
* Aandacht voor integratie in het basisschema en goede afspraken over consultmomenten om het routineschema te respecteren [37](#page=37).
---
# Vaccinatie tegen meningokokken
Dit deel van het document behandelt de aanbevolen en gebruikte vaccins tegen meningokokkeninfecties, inclusief hun werkzaamheid, veiligheid en vaccinatieschema's voor specifieke risicogroepen.
### 2.1 Beschikbare vaccins tegen meningokokken
Er zijn verschillende vaccins beschikbaar die bescherming bieden tegen verschillende serogroepen van meningokokken.
#### 2.1.1 Vaccins tegen serogroepen A, C, W en Y
Deze vaccins richten zich op specifieke geografische verspreidingen van serogroepen [18](#page=18).
* **Beschikbare vaccins:**
* Menveo [18](#page=18) [34](#page=34).
* Nimenrix [18](#page=18) [34](#page=34).
* **Toegestaan vanaf:**
* Menveo: 2 jaar [34](#page=34).
* Nimenrix: 6 weken [34](#page=34).
* **Primovaccinatieschema:**
* Menveo: 1 dosis [34](#page=34).
* Nimenrix: Afhankelijk van de leeftijd; 1-2 dosissen met een booster indien het schema voor de leeftijd van 1 jaar wordt gestart [34](#page=34).
* **Vaccinatieschema (HGR):** Het huidig aanbevolen vaccinatieschema omvat een vaccinatie op 13-15 maanden en een tweede vaccinatie op 15-16 jaar. Deze adolescentenvaccinatie is belangrijk om dragerschap van Men ACWY te bestrijden [27](#page=27).
#### 2.1.2 Vaccins tegen serogroep B
Momenteel bestaat er geen vaccin dat bescherming biedt tegen alle stammen van serogroep B. De volgende vaccins zijn goedgekeurd en kunnen bescherming bieden tegen een deel van de circulerende stammen van serogroep B binnen Europa [31](#page=31).
* **Beschikbare vaccins:**
* Bexsero [31](#page=31) [34](#page=34).
* Trumenba [31](#page=31) [34](#page=34).
* **Toegestaan vanaf:**
* Bexsero: 2 maanden [34](#page=34).
* Trumenba: 1 jaar [34](#page=34).
* **Primovaccinatieschema:**
* Bexsero: Afhankelijk van de leeftijd; 2 dosissen met een booster indien het schema voor de leeftijd van 2 jaar wordt gestart. Een schema van 2-4-12 maanden of 3-5-12 maanden wordt aanbevolen bij baby's [34](#page=34) [37](#page=37).
* Trumenba: 2-3 dosissen [34](#page=34).
**Werkzaamheid van Bexsero (4cMenB) tegen MenB:**
* De effectiviteit (VE) ligt tussen 50-100% bij gebruik in programma's of tijdens uitbraken [32](#page=32).
* De bescherming houdt tot 3 jaar na een booster bij peuters aan [32](#page=32).
* Er is sprake van kruisbescherming tegen niet-vaccin MenB stammen en gonokokken [32](#page=32).
* Er is geen bescherming tegen dragerschap bij tieners [32](#page=32).
**Veiligheid van Bexsero:**
* Koorts, lokale pijn en roodheid kunnen vaker voorkomen bij gelijktijdige toediening met andere basisvaccins bij baby's [32](#page=32).
* Paracetamol kan de symptomen verlichten zonder de werking van het vaccin te beïnvloeden [32](#page=32).
**Kostprijs van Bexsero:**
* Het vaccin is niet gratis en wordt niet altijd volledig terugbetaald door mutualiteiten [32](#page=32).
### 2.2 Risicogroepen voor meningokokkeninfectie
Bepaalde groepen hebben een verhoogd risico op meningokokkeninfecties en komen in aanmerking voor vaccinatie [33](#page=33) [35](#page=35).
#### 2.2.1 Leeftijdsgebonden risicogroepen
* Kinderen jonger dan 5 jaar [35](#page=35).
* Adolescenten tussen 15 en 19 jaar [35](#page=35).
#### 2.2.2 Risicogroepen gekoppeld aan medische toestand
* Personen met complementdeficiëntie of die complementremmers gebruiken [35](#page=35).
* Personen met asplenie of hyposplenie [35](#page=35).
* Personen die een stamcel- of orgaantransplantatie hebben ondergaan [35](#page=35).
* Personen met aangeboren immuundeficiëntie of HIV [35](#page=35).
#### 2.2.3 Overige risicogroepen
* Laboratoriumpersoneel dat regelmatig in contact komt met invasieve stammen [35](#page=35).
* Reizigers naar endemische gebieden of pelgrims van de Hadj/Umrah, met name bij medische risicofactoren, nauw contact met de lokale bevolking, of langer dan 4 weken verblijf [35](#page=35).
### 2.3 Vaccinatieschema's voor risicogroepen
#### 2.3.1 Algemene principes
* **Primovaccinatie:** Dit is de initiële vaccinatie [36](#page=36).
* **Booster:** Een booster is enkel nodig na het tweede levensjaar voor specifieke risicogroepen zoals medische risicogroepen, laboratoriumpersoneel en reizigers [36](#page=36).
#### 2.3.2 Bijzondere voorzorgen
* **Splenectomie:** Indien mogelijk dienen vaccins te worden toegediend vóór de splenectomie, of minimaal 14 dagen erna [36](#page=36).
* **Stamceltransplantaties:** Vaccinatie kan plaatsvinden 6 maanden na de transplantatie, indien er geen tegenindicaties zijn [36](#page=36).
#### 2.3.3 Houding bij Men B vaccinatie (Bexsero)
* **Risicofactoren:** Indien er risicofactoren voor invasieve infecties aanwezig zijn (zoals asplenie of complementdeficiëntie), is Bexsero sterk aanbevolen, hoewel niet terugbetaald [37](#page=37).
* **Individuele overweging:** Als er geen specifieke risicofactoren zijn, kan Bexsero individueel overwogen worden [37](#page=37).
* **Schema en advies:** Bij het vaccinatieschema voor baby's (2-4-12M of 3-5-12M) is het belangrijk om paracetamol te adviseren en goede uitleg te geven. Er dient aandacht te zijn voor de integratie in het basisvaccinatieschema en goede afspraken over consultmomenten om het routineschema te respecteren [37](#page=37).
> **Tip:** Het is cruciaal om de specifieke leeftijdsgrenzen en het aantal benodigde dosissen voor elk vaccin en voor elke risicogroep nauwkeurig te volgen, zoals vermeld in de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad (HGR) [34](#page=34).
> **Tip:** Voor reizigers en specifieke medische risicogroepen is het raadzaam om tijdig advies in te winnen over de benodigde vaccinaties en de timing ervan, zeker in relatie tot de reis of specifieke medische procedures [36](#page=36).
> **Voorbeeld:** Een kind van 14 maanden dat nog niet gevaccineerd is tegen meningokokken A, C, W, Y, zal volgens het HGR-schema de eerste dosis op 13-15 maanden ontvangen en de booster op 15-16 jaar [27](#page=27).
> **Voorbeeld:** Een persoon met een geplande splenectomie dient de meningokokkenvaccins idealiter vóór de ingreep te ontvangen, of anders minimaal 14 dagen erna [36](#page=36).
> **Voorbeeld:** Bij baby's die Bexsero krijgen, is het aan te raden om na de vaccinatie paracetamol toe te dienen om koorts en pijn te beheersen, zonder dat dit de effectiviteit van het vaccin beïnvloedt [32](#page=32).
---
# Pneumokokkeninfecties
Pneumokokkeninfecties, veroorzaakt door de bacterie *Streptococcus pneumoniae*, vormen een significant deel van de bacteriële morbiditeit en mortaliteit wereldwijd, met een breed klinisch spectrum dat kan variëren van relatief milde infecties tot levensbedreigende aandoeningen [39](#page=39).
### 3.1 Klinisch spectrum van pneumokokkeninfecties
*Streptococcus pneumoniae* kan een verscheidenheid aan infecties veroorzaken, variërend van lokale infecties tot invasieve bacteriële ziekten (IPD) [39](#page=39).
#### 3.1.1 Niet-invasieve en invasieve pneumokokkenziekte (IPD)
Het klinische spectrum omvat, maar is niet beperkt tot:
* Otitis media (middenoorontsteking) en mastoïditis [39](#page=39).
* Meningitis (hersenvliesontsteking) [39](#page=39).
* Sinusitis [39](#page=39).
* Conjunctivitis en periorbitaire cellulitis [39](#page=39).
* Endocarditis en pericarditis [39](#page=39).
* Pneumonie (longontsteking) [39](#page=39).
* Osteomyelitis, artritis en wekedelweefselinfecties [39](#page=39).
* Occulte bacteriëmie [39](#page=39).
* Peritonitis [39](#page=39).
#### 3.1.2 Gevolgen van bacteriële meningitis
Bacteriële meningitis, waaronder pneumokokkenmeningitis, kan ernstige en langdurige gevolgen hebben. Een vergelijking van de uitkomsten van meningitis veroorzaakt door *Streptococcus pneumoniae* (Pneumo) en meningokokken (meningo) toont aan:
| Uitkomst | Pneumokokken meningitis | Meningokokken meningitis | Haemophilus influenzae type b (HiB) meningitis |
| :------------------- | :---------------------- | :----------------------- | :----------------------------------------- |
| Sterfte | 15% | 7.5% | 3.8% |
| Neurologische sequellen | 22% | 11% | - |
| Gehoorverlies | 30-36% | 5-24% | 6-9% |
> **Tip:** De statistieken benadrukken de potentieel verwoestende impact van pneumokokkenmeningitis, met een significant risico op overlijden en blijvende neurologische schade, waaronder gehoorverlies.
### 3.2 Belasting van pneumokokkeninfecties
De belasting van niet-invasieve en invasieve pneumokokkenziekte (IPD) is aanzienlijk. Impact op IPD in de USA is bijvoorbeeld onderzocht en toont veranderingen in IPD per leeftijdsgroep en per serotype in kinderen jonger dan 5 jaar [40](#page=40) [41](#page=41) [48](#page=48).
### 3.3 Risicogroepen voor pneumokokkeninfecties
Bepaalde groepen lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van ernstige pneumokokkeninfecties [43](#page=43).
#### 3.3.1 Risicogroepen bij kinderen en volwassenen
* **Immuuncompetente personen met onderliggende aandoeningen:**
* Chronische hart-, long- of leverziekte [43](#page=43).
* Diabetes mellitus [43](#page=43).
* Liquorlekkage (CSF-leak) [43](#page=43).
* Cochleair implantaat [43](#page=43).
* Alcoholisme [43](#page=43).
* Inheemse bevolkingsgroepen [43](#page=43).
* **Personen met functionele of anatomische asplenie:**
* Congenitale hemoglobinopathieën (inclusief sikkelcelziekte) [43](#page=43).
* Congenitale of verworven asplenie [43](#page=43).
* Splenische dysfunctie of splenectomie [43](#page=43).
* **Immuungecompromitteerde personen:**
* Congenitale of verworven immuundeficiëntie [43](#page=43).
* Chronische nierfalen, nefrotisch syndroom [43](#page=43).
* Maligniteiten (leukemie, lymfoom, etc.) [43](#page=43).
* Behandeling met immunosuppressieve therapie [43](#page=43).
* Orgaantransplantatie [43](#page=43).
* Multipel myeloom [43](#page=43).
### 3.4 Pneumokokkenvaccinatie
Verschillende pneumokokkenvaccins zijn beschikbaar, die zich onderscheiden in het aantal serotypes dat ze dekken en het vaccinatietype [47](#page=47).
#### 3.4.1 Beschikbare pneumokokkenvaccins
| Vaccinnaam | Afkorting | Vaccintype | Serotype inhoud |
| :-------------- | :-------- | :----------------------------------- | :----------------------------------------------------------------------- |
| Prevenar | PCV7 | Proteïne-geconjugeerd vaccin (CRM197) | 4, 6B, 9V, 14, 18C, 19F, 23F |
| Synflorix | PCV10 | Proteïne-geconjugeerd vaccin (D van NTHI) | 4, 6B, 9V, 14, 18C, 19F, 23F, 1, 5, 7F |
| Prevenar 13 | PCV13 | Proteïne-geconjugeerd vaccin (CRM197) | 4, 6B, 9V, 14, 18C, 19F, 23F, 1, 5, 7F, 3, 6A, 19A |
| Pneumo 23 | 23v-PPSV | Polysaccharidevaccin | 4, 6B, 9V, 14, 18C, 19F, 23F, 1, 5, 7F, 3, 19A, 2, 8, 9N, 10A, 11A, 12F, 15B, 17F, 20, 22F, 33F |
#### 3.4.2 Geregistreerde pneumokokkenvaccins voor kinderen in België
Er zijn momenteel drie conjugaatvaccins geregistreerd tegen invasieve pneumokokkeninfecties, oorontstekingen en pneumokokkenpneumonie die respectievelijk 10, 13 en 15 serotypes dekken. Een vaccin met 20 serotypes (PCV20) is beschikbaar sinds april 2024 [51](#page=51).
* **Advies van de Hoge Gezondheidsraad (HGR) 9746:**
* Aanbeveling voor vaccinatie tegen pneumokokken met conjugaatvaccin voor alle zuigelingen tussen 6 weken en 2 jaar [51](#page=51).
* Serotype 19 is momenteel predominant en moet in het vaccin opgenomen zijn [51](#page=51).
* Het effect van PCV13 en PCV15 wordt als vergelijkbaar beschouwd [51](#page=51).
* Het standaard schema is 8, 16 weken en 12 maanden [51](#page=51).
* **HGR advies 9746 herziening 2025:**
* PCV20 met een 4-dosisschema (3+1): 8, 16, 24 weken en 12 maanden (booster) [51](#page=51).
#### 3.4.3 Vaccinatie van kinderen en adolescenten tegen pneumokokken
Herziening van advies HGR 9519 door de introductie van PCV15 op de Belgische markt heeft de prioriteit bij de preventie van invasieve pneumokokkeninfecties bij kinderen jonger dan 2 jaar benadrukt, met de focus op het vaccin dat de breedste bescherming biedt tegen ernstige infecties [52](#page=52).
* **Doelgroep, aanbevolen vaccin en vaccinatieschema:**
| Doelgroep | Aanbevolen vaccin | Vaccinatieschema |
| :------------- | :---------------- | :---------------------------------------- |
| Zuigelingen | PCV13 of PCV15 | 2+1: 8, 16 weken & 12 maanden |
| Prematuren | PCV13 of PCV15 | 3+1: 8, 13, 16 weken & 12 maanden |
* De HGR beveelt PCV13 of PCV15 aan boven PCV10 [52](#page=52).
> **Tip:** Raadpleeg altijd de meest recente richtlijnen van de Hoge Gezondheidsraad voor de actuele vaccinatieadviezen met betrekking tot pneumokokken [52](#page=52).
---
# Rotavirusinfecties
Rotavirusinfecties vormen de meest voorkomende oorzaak van ernstige, uitdrogende diarree bij zuigelingen en jonge kinderen wereldwijd [54](#page=54).
### 4.1 Wat is rotavirus?
Rotavirussen zijn deeltjes van ongeveer 70 nm met een karakteristiek wielachtig uiterlijk onder de elektronenmicroscoop, vandaar de naam 'rota' (Latijn voor wiel). De associatie tussen dit deeltje en menselijke diarree werd voor het eerst gerapporteerd in 1973. Wereldwijd is rotavirus de voornaamste oorzaak van ernstige diarree bij jonge kinderen. Bijna alle kinderen boven de vijf jaar hebben antistoffen tegen rotavirus, wat duidt op een wijdverbreide blootstelling. Jaarlijks zijn rotavirusinfecties verantwoordelijk voor meer dan 440.000 tot 600.000 sterfgevallen bij kinderen onder de vijf jaar wereldwijd met een geschatte geografische verdeling van sterfgevallen die de impact in verschillende regio's illustreert [54](#page=54) [55](#page=55).
#### 4.1.1 De ziekte en symptomen
De incubatietijd voor een rotavirusinfectie bedraagt doorgaans 2 tot 4 dagen. De meest voorkomende symptomen zijn diarree en/of braken, vaak in combinatie met koorts. De ziekte duurt meestal 3 tot 8 dagen. Viral shedding, de uitscheiding van het virus, kan echter weken aanhouden, met name bij immuungecompromitteerde kinderen die chronische uitscheiding kunnen ontwikkelen [57](#page=57).
#### 4.1.2 Pathofysiologie
Een rotavirusinfectie tast de villi van de dunne darm aan, wat leidt tot verminderde absorptie van water en elektrolyten. Dit resulteert in diarree en uitdroging [58](#page=58).
### 4.2 Overdracht
De belangrijkste overdrachtsroute van rotavirus is fecaal-oraal. Het virus is zeer infectieus, met een lage infectieuze dosis van slechts 10 PFU/ml. Besmette personen kunnen grote hoeveelheden virus uitscheiden, tot wel $10^{10}$ deeltjes per gram ontlasting. Het virus kan langdurig overleven op oppervlakken, in water en op menselijke handen, waardoor snelle verspreiding wordt bevorderd. Experimentele inname van rotavirus bij mensen leidt tot infectie [59](#page=59).
> **Tip:** Door de hoge infectiositeit en resistentie van het rotavirus is strikte handhygiëne essentieel in de preventie van verspreiding, vooral in zorginstellingen en gezinsverbanden.
### 4.3 Epidemiologie
Rotavirusinfecties zijn extreem wijdverbreid. Vrijwel alle kinderen worden voor de leeftijd van 2 tot 3 jaar minstens één keer geïnfecteerd. Sommige kinderen kunnen wel tot vijf infecties oplopen in de eerste twee levensjaren. De cumulatieve kans op rotavirusinfectie in de eerste twee levensjaren illustreert de snelle en frequente blootstelling van jonge kinderen [60](#page=60).
### 4.4 Genetische Variëteit en Classificatie
Rotavirussen behoren tot de familie Reoviridae en zijn gesegmenteerde RNA-virussen. Er bestaan talrijke verschillende stammen van rotavirus bij zowel dieren als mensen. Mensen fungeren als reservoir voor menselijke stammen, maar transmissie van dieren naar mensen is mogelijk. Genetische herassortimenten tussen dierlijke en menselijke virussen zijn gedocumenteerd [61](#page=61).
#### 4.4.1 Structuur en belangrijke eiwitten
De rotavirusdeeltje bestaat uit verschillende eiwitlagen. Twee belangrijke oppervlakte-eiwitten zijn VP4 (de spike-eiwit) en VP7 (een ander oppervlakte-eiwit) (#page=62,63). Beide zijn neutralisatie-antigenen, wat betekent dat antilichamen hiertegen de infectiviteit van het virus kunnen blokkeren. Er bestaan meerdere typen van zowel VP4 als VP7 [62](#page=62) [63](#page=63).
#### 4.4.2 Classificatiesystemen
Rotavirussen worden geclassificeerd op basis van hun VP4 en VP7 eiwitten. De belangrijkste classificaties zijn de G-typen (gebaseerd op VP7) en P-typen (gebaseerd op VP4). De meest voorkomende combinaties bij mensen zijn G1P en G2P. Andere G-typen (zoals C, D, E, F, G) en P-typen (1-11) komen ook voor. Er zijn aanwijzingen dat het aantal G-typen kan oplopen tot 15 en P-genotypen tot 25 [4](#page=4) [64](#page=64) [8](#page=8).
#### 4.4.3 Genetisch herassortiment en nieuwe stammen
Genetisch herassortiment, waarbij genen van verschillende virussen worden uitgewisseld, komt frequent voor bij rotavirussen. Dit kan plaatsvinden tussen menselijke rotavirussen tijdens gemengde infecties, of, hoewel zeldzamer maar epidemiologisch relevant, tussen dierlijke en menselijke rotavirussen. Dit proces, samen met puntmutaties die leiden tot 'escape mutants' (antigene drift), kan de opkomst van nieuwe, mogelijk virulente stammen verklaren [65](#page=65) [66](#page=66).
### 4.5 Preventie: Vaccinatie
Vaccinatie is een effectieve strategie gebleken voor de preventie van ernstige rotavirusinfecties. Er zijn verschillende soorten rotavirusvaccins ontwikkeld, waaronder multivalente en monovalente vaccins [67](#page=67) [69](#page=69).
#### 4.5.1 Typen rotavirusvaccins
* **Multivalente vaccins:** Deze vaccins maken gebruik van reassortant dier-mens virussen. Een voorbeeld hiervan is RotaTeqTM, een pentavalent vaccin dat bestaat uit vijf menselijk-bovien reassortanten (G1, G2, G3, G4, P1a) (#page=69,73) [69](#page=69) [73](#page=73).
* **Monovalente vaccins:** Deze kunnen gebaseerd zijn op verzwakte (attenuated) dierlijke stammen (zoals de oorspronkelijk gebruikte rhesus of boviene stammen) of verzwakte menselijke stammen. Een voorbeeld van een monovalent, verzwakt humaan rotavirusvaccin is RotarixTM (RIX4414), gebaseerd op stam 89-12 (#page=69,71). Rotarix is monovalent en richt zich primair op de G1[P8 serotype, maar biedt brede kruisbescherming (#page=71,75) [69](#page=69) [71](#page=71) [75](#page=75).
#### 4.5.2 Werkzaamheid van vaccins
* **RotaTeq:** Dit pentavalente vaccin heeft een effectiviteit van 74% tegen enige G1-G4 RVGE (rotavirus gastro-enteritis) en 98% tegen ernstige RVGE. Het reduceert ziekenhuisopnames en bezoek aan de spoedeisende hulp met 94,5%. Het vaccin wordt toegediend in drie doses vanaf 6 weken leeftijd, met intervallen van 1-2 maanden [70](#page=70) [73](#page=73).
* **Rotarix:** Dit monovalente vaccin toont een effectiviteit van 85% tot 100% tegen ernstige RVGE en ziekenhuisopname. Het is een oraal, levend verzwakt humaan rotavirusvaccin dat in twee doses wordt toegediend vanaf 6 weken leeftijd, met een minimum interval van 4 weken. Het dient bewaard te worden bij 2-8°C [70](#page=70) [71](#page=71).
> **Tip:** De vaccinatieprogramma's verschillen qua aantal doses en specifieke antigenen die worden aangeboden, maar beide belangrijke vaccins, Rotarix en RotaTeq, demonstreren hoge effectiviteit in het voorkomen van ernstige ziekte. RotaTeq is pentavalent en dekt G1, G2, G3, G4 en P1a terwijl Rotarix monovalent is gericht op G1P8 maar brede bescherming biedt [70](#page=70) [71](#page=71) [72](#page=72) [73](#page=73).
#### 4.5.3 Vaccinatieschema's
* **RotaTeq:** Drie doses, te beginnen vanaf 6 weken leeftijd, met intervallen van 1 tot 2 maanden [73](#page=73).
* **Rotarix:** Twee doses, te beginnen vanaf 6 weken leeftijd, met een minimum interval van 4 weken [71](#page=71).
Het vaccinatieprogramma is gericht op het voorkomen van gastro-enteritis veroorzaakt door de serotypen in het vaccin bij zuigelingen vanaf 6 weken leeftijd [73](#page=73).
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Meningokokken | Bacteriën van het geslacht Neisseria, specifiek Neisseria meningitidis, die invasieve infecties zoals meningitis en sepsis kunnen veroorzaken. |
| Neisseria meningitidis | De bacteriële verwekker van meningokokkenziekte, een infectie die kan leiden tot ernstige complicaties zoals hersenontsteking en bloedvergiftiging. |
| Serogroepen | Verschillende varianten van bacteriën die worden gedefinieerd door hun specifieke antigenen op het celoppervlak, zoals de A, B, C, W en Y serogroepen van Neisseria meningitidis. |
| Sepsis | Een levensbedreigende toestand die ontstaat wanneer een infectie een ontstekingsreactie in het hele lichaam veroorzaakt, wat kan leiden tot orgaanfalen. |
| Meningitis | Ontsteking van de hersenvliezen (meninges), meestal veroorzaakt door een bacteriële of virale infectie, met symptomen als koorts, hoofdpijn en stijve nek. |
| Incubatieperiode | De tijd die verstrijkt tussen blootstelling aan een ziekteverwekker en het optreden van de eerste symptomen van de ziekte. |
| Petechiën | Kleine, ronde puntvormige bloedinkjes in de huid of slijmvliezen die niet verdwijnen bij druk, vaak een symptoom van meningokokken sepsis. |
| Fulminant | Een zeer snel en ernstig verlopende ziekte, met een hoge kans op overlijden, zoals bij een fulminante meningokokken sepsis. |
| Case fatality rate (CFR) | Het percentage van de patiënten met een bepaalde ziekte dat hieraan overlijdt. |
| Adult respiratory distress syndrome (ARDS) | Een ernstige longontsteking die leidt tot acute ademhalingsproblemen, vaak als complicatie van ernstige infecties of trauma. |
| Multipel orgaanfalen (MOF) | Het falen van meerdere organen in het lichaam, meestal als gevolg van een ernstige ziekte of letsel. |
| Asplenie | De afwezigheid van de milt of een verminderde functie daarvan, waardoor het lichaam vatbaarder wordt voor bepaalde infecties. |
| Immuunstoornis | Een aandoening waarbij het immuunsysteem niet goed functioneert, wat leidt tot een verhoogde vatbaarheid voor infecties. |
| Endemisch gebied | Een geografisch gebied waar een bepaalde ziekte voortdurend aanwezig is in de populatie. |
| Epidemisch gebied | Een gebied waar een ziekte zich plotseling en snel verspreidt naar een groot aantal mensen. |
| Serotype | Een groep organismen die overeenkomsten vertonen op basis van specifieke antigenen, met name op het oppervlak van virussen of bacteriën. |
| Conjugatievaccin | Een vaccin waarbij een zwak immuunrespons-inducerend antigeen (zoals een polysacharide) is gekoppeld aan een sterker immunogeen eiwit, om een betere immuunrespons te genereren. |
| Polysaccharide vaccin | Een vaccin dat bestaat uit polysachariden, die suikerketens zijn die deel uitmaken van de celwand van bacteriën. |
| Pneumokokken | Bacteriën van het geslacht Streptococcus, met name Streptococcus pneumoniae, die veelvoorkomende oorzaken zijn van infecties zoals longontsteking, middenoorontsteking en meningitis. |
| Otitis media | Een ontsteking van het middenoor, vaak voorkomend bij kinderen. |
| Mastoiditis | Een ontsteking van het mastoïd bot, gelegen achter het oor, meestal als complicatie van een middenoorontsteking. |
| Sinusitis | Ontsteking van de sinussen, de holtes in de schedel. |
| Conjunctivitis | Ontsteking van het bindvlies van het oog. |
| Endocarditis | Ontsteking van het endocard, de binnenste bekleding van het hart, inclusief de hartkleppen. |
| Pericarditis | Ontsteking van het hartzakje (pericardium). |
| Pneumonie | Longontsteking, een ontsteking van de longblaasjes. |
| Osteomyelitis | Ontsteking van het bot. |
| Arthritis | Ontsteking van een gewricht. |
| Cellulitis | Een bacteriële infectie van de huid en het onderhuids weefsel. |
| Bacteriemie | De aanwezigheid van bacteriën in het bloed. |
| Peritonitis | Ontsteking van het buikvlies (peritoneum). |
| Immunecompetent | Personen met een normaal functionerend immuunsysteem. |
| Immuungecompromitteerd | Personen met een verzwakt immuunsysteem. |
| Chronische nierinsufficiëntie | Langdurige verminderde nierfunctie. |
| Nephrotisch syndroom | Een nierziekte die gekenmerkt wordt door proteïnurie, oedeem en hypalbuminemie. |
| Maligniteit | Kanker of een kwaadaardige tumor. |
| Immuunsuppressieve therapie | Medicatie die de activiteit van het immuunsysteem onderdrukt, vaak gebruikt na orgaantransplantaties of bij auto-immuunziekten. |
| Orgaantransplantatie | Het chirurgisch vervangen van een ziek of beschadigd orgaan door een gezond orgaan van een donor. |
| Congenitale afwijkingen | Afwijkingen die aanwezig zijn bij de geboorte. |
| Geïnfecteerde microvilli tips | De puntjes van de microscopische uitsteeksels aan de binnenkant van de darmen die geïnfecteerd zijn door een virus. |
| Fecale-orale route | De voornaamste manier van overdracht van ziekteverwekkers, waarbij ziektekiemen via ontlasting op de handen komen en vervolgens oraal worden ingenomen. |
|infectieuze dosis | De minimale hoeveelheid van een ziekteverwekker die nodig is om een infectie te veroorzaken. |
| Shedding | Het uitscheiden van ziekteverwekkers door een geïnfecteerd persoon of dier, wat kan leiden tot verdere verspreiding van de infectie. |
| Genetische reassortmenten | Het proces waarbij genen van verschillende virussen worden gecombineerd, wat kan leiden tot de opkomst van nieuwe virusstammen. |
| Antigenische drift | Geleidelijke veranderingen in de antigenen van een virus door puntmutaties, waardoor het virus deels aan immuniteit kan ontsnappen. |
| Antigeen | Een molecuul dat een immuunrespons kan opwekken. |
| Neutralisatieantigeen | Een antigeen dat, wanneer het wordt gebonden door antilichamen, de infectiviteit van een virus kan blokkeren. |
| Genotype | Een classificatie van een virus gebaseerd op de genetische samenstelling, met name van specifieke genen zoals VP4 en VP7 bij rotavirussen. |
| Reoviridae | Een familie van virussen waartoe rotavirussen behoren, gekenmerkt door dubbelstrengs RNA. |
| VP4 | Een oppervlakte-eiwit van het rotavirus dat fungeert als een neutralisatieantigeen en betrokken is bij de binding aan gastheercellen. |
| VP7 | Een ander oppervlakte-eiwit van het rotavirus dat eveneens fungeert als een neutralisatieantigeen en bijdraagt aan de classificatie van rotavirussen. |
| Attenuated | Verzwakte; een levend vaccin waarbij de ziekteverwekker is afgezwakt zodat het geen ziekte veroorzaakt maar wel een immuunrespons opwekt. |
| Reassortant | Een virus dat is ontstaan door genetische reassortment, waarbij genetisch materiaal van verschillende oudervirussen is gecombineerd. |
| Pentavalent vaccin | Een vaccin dat bescherming biedt tegen vijf verschillende stammen of serotypes van een ziekteverwekker. |
| Monovalent vaccin | Een vaccin dat bescherming biedt tegen één enkele stam of serotype van een ziekteverwekker. |
| Gastroenteritis | Ontsteking van het maagdarmkanaal, gekenmerkt door symptomen zoals diarree, braken en buikpijn. |
| RVGE (Rotavirus gastroenteritis) | Gastroenteritis veroorzaakt door infectie met het rotavirus. |
| Sentinel lab surveillance | Een surveillanceprogramma waarbij specifieke laboratoria een beperkt aantal monsters analyseren om trends in de verspreiding van ziekten te volgen. |