Cover
Mulai sekarang gratis PPT 4 Hexavalente vaccins.pdf
Summary
# Vaccinatie tegen difterie
Dit document behandelt de ziekte difterie, veroorzaakt door *Corynebacterium diphtheriae* of *Corynebacterium ulcerans*, inclusief de klinische presentaties, transmissie, complicaties, behandelprotocollen en vaccinatie-aanbevelingen, met een focus op de epidemiologie en immuniteit [20](#page=20) [21](#page=21) [22](#page=22) [23](#page=23).
### 1.1 Oorzaken en pathogenese
Difterie wordt veroorzaakt door de gram-positieve, aerobe kiem *Corynebacterium diphtheriae* of *Corynebacterium ulcerans*. De ziekte is primair toxine-gemedieerd. *C. diphtheriae* infecteert voornamelijk mensen, terwijl *C. ulcerans* een dierlijk reservoir heeft en geen mens-tot-mens transmissie vertoont [20](#page=20) [22](#page=22).
### 1.2 Klinische presentatie
De klinische manifestaties van difterie variëren afhankelijk van de locatie van de infectie:
* **Nasale difterie:** Kenmerkt zich door een muco-purelente neusloop en een wit beslag op het neustussenschot. Er is doorgaans weinig systemische toxine-resorptie [21](#page=21).
* **Faryngeale en tonsillaire difterie:** Wordt gekenmerkt door een grijs beslag op de tonsillen dat vastzit. Dit kan leiden tot respiratoire obstructie, oedeem en klierzwelling in de nek (ook wel een 'stierennek' of 'bullneck' genoemd). Bij significante toxine-absorptie kan dit resulteren in coma en zelfs overlijden binnen zes dagen [21](#page=21) [25](#page=25).
* **Laryngeale difterie:** De inflammatie en membraanvorming bevinden zich op een lagere locatie in de luchtwegen [23](#page=23).
* **Huid difterie:** Komt vaker voor bij kwetsbare populaties zoals alcoholici, verslaafden en daklozen. Dit type is meestal niet-toxisch [23](#page=23).
### 1.3 Transmissie
De transmissie van difterie vindt plaats via hoesten, niezen en direct contact met een besmette wond. Onbehandelde patiënten kunnen tot vier weken infectieus blijven, en asymptomatisch dragerschap is ook mogelijk [22](#page=22).
### 1.4 Verwikkelingen
Difterie kan leiden tot ernstige verwikkelingen, waaronder myocarditis, neuritis en overlijden. Het sterftecijfer ligt tussen de 5% en 10% [23](#page=23).
### 1.5 Behandeling en preventie
De behandeling van difterie omvat antibioticagebruik en toediening van difterie-antitoxine, bij voorkeur binnen 48 uur na het ontstaan van de symptomen. Preventie van contactpersonen en meldingsplicht zijn eveneens cruciale onderdelen van het beheer [26](#page=26).
### 1.6 Epidemiologie en oorzaken van epidemieën
Difterie-epidemieën zijn vaak gerelateerd aan een daling van de vaccinatiegraad, toegenomen migratie, socio-economische instabiliteit, een verzwakte gezondheidsinfrastructuur en late of ontoereikende controlemaatregelen bij het begin van een uitbraak. De epidemie in de voormalige Oostbloklanden tussen 1990 en 1997 illustreert dit fenomeen, met een piek in het aantal gemelde gevallen in de Europese regio tussen 1990 en 2002 [29](#page=29) [30](#page=30) [31](#page=31).
In 2016 werden in Europa 47 gevallen van difterie gemeld, veroorzaakt door toxigene *C. diphtheriae* (26 gevallen) of *C. ulcerans* (21 gevallen). In Duitsland varieerde het aantal gevallen tussen de 4 en 14 per jaar. Een aanzienlijk deel van de *C. diphtheriae* gevallen in Europa was geïmporteerd, met Letland als enige land met aanhoudende inheemse transmissie. Een meerderheid van de patiënten in deze periode was niet gevaccineerd, wat het belang van een hoge vaccinatiegraad benadrukt [36](#page=36).
In 2022 werden de meeste gevallen in verband gebracht met migrantenfaciliteiten in diverse Europese landen. Een aanzienlijk percentage van de patiënten was mannelijk, en er waren twee overlijdens gemeld. Dit onderstreept de noodzaak voor voortdurende aandacht en implementatie van volksgezondheidsmaatregelen [38](#page=38).
### 1.7 Immuniteit
Humorale antistoffen tegen difterietoxine, met name IgG, zijn de belangrijkste bescherming tegen de ziekte en worden verkregen door infectie of vaccinatie met toxoïd. Er is een correlatie tussen de circulerende titers van difterie-antitoxine en klinische bescherming [32](#page=32):
* 0.01 IU/mL: minimaal beschermingsniveau [32](#page=32).
* $\geq$0.1 IU/mL: volledige bescherming [32](#page=32).
* $\geq$1.0 IU/mL: langdurige bescherming [32](#page=32).
Transplacentale overdracht van antistoffen tijdens zwangerschap is mogelijk. Cellulaire immuunresponsen dragen bij aan het 'immunologisch geheugen' [32](#page=32).
Seroprevalentiestudies in Vlaanderen (1993-94) toonden variërende percentages van immuniteit per leeftijdsgroep, met een aanzienlijk deel van de bevolking in de lagere antistoftiterklassen. Studies in Nederland hebben aangetoond dat na drie primaire doses en drie booster doses voor adolescentie, de seroprevalentie voor basale bescherming ( $> $0.01 IU/mL) tot ten minste 39 jaar toeneemt [28](#page=28) [33](#page=33).
> **Tip:** Het begrijpen van de correlatie tussen antistoftiters en beschermingsniveaus is essentieel voor het beoordelen van de immunologische status na vaccinatie of infectie.
### 1.8 Vaccinatieschema's
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt het volgende vaccinatieschema aan voor difterietoxoïd-bevattende vaccins:
* Drie primaire doses, te starten vanaf 6 weken leeftijd.
* Een minimaal interval van vier weken tussen de doses.
* Drie booster doses gedurende de kindertijd en adolescentie:
* Tussen 12-23 maanden.
* Tussen 4-7 jaar.
* Tussen 9-15 jaar.
* Nationale aanbevelingen voor booster doses bij volwassenen dienen te worden gevolgd [28](#page=28).
#### 1.8.1 Aanbevelingen voor vaccinatie
Difterievaccinatie is geïntegreerd in combinatiedoses, zoals hexavalente, tetravalente en trivalente vaccins. Het difterievaccin dient te worden toegediend bij elke tetanus booster-vaccinatie en bij elke heropstart van een tetanus-vaccinatieschema [39](#page=39).
> **Tip:** Raadpleeg de BCFI-website voor informatie over beschikbare vaccins en specifieke aanbevelingen.
#### 1.8.2 Belang van hoge vaccinatiegraad
Een hoge vaccinatiegraad is cruciaal voor de preventie van difterie. De integratie van difterievaccinatie in routinematige kinder- en volwassen vaccinatieprogramma's, inclusief booster doses, is essentieel om de immuniteit in de bevolking hoog te houden en uitbraken te voorkomen [28](#page=28) [36](#page=36) [39](#page=39).
---
# Vaccinatie tegen kinkhoest (pertussis)
Dit deel bespreekt kinkhoest, veroorzaakt door *Bordetella pertussis*, de pathogenese, klinische stadia, verwikkelingen, epidemiologie en de evolutie van vaccinatiestrategieën.
### 2.1 Kinkhoest (pertussis)
Kinkhoest wordt veroorzaakt door de bacterie *Bordetella pertussis*, die in 1906 werd geïsoleerd. Het is een aerobe gram-negatieve kiem. Vóór de introductie van vaccinatie was kinkhoest een significant gezondheidsprobleem met wereldwijd een mortaliteit van 200.000 tot 300.000 gevallen per jaar. De ziekte komt echter nog steeds voor in het Westen [41](#page=41).
#### 2.1.1 Pathogenese en klinische stadia
De pathologie van kinkhoest is toxine-gemedieerd. De toxines werken paralyserend op de cilia en veroorzaken inflammatie. De incubatietijd bedraagt 4 tot 21 dagen, met een gemiddelde van 7 tot 10 dagen. De ziekte verloopt in drie klinische stadia [43](#page=43):
* **Catarrhale fase:** Gekenmerkt door verergerende hoest, matige koorts en neusloop [44](#page=44).
* **Paroxysmale fase:** Deze fase treedt 1 tot 2 weken later op. Het wordt gekenmerkt door snelle, toenemende hoestbuien, waarbij dik, doorschijnend slijm moeilijk op te hoesten is. Aan het einde van zo'n hoestbui kan een inhalerende, hoog-frequente "whoop" optreden. Tijdens een aanval kan cyanose optreden. De aanvallen komen voornamelijk 's nachts voor, met ongeveer 15 aanvallen per 24 uur gedurende 2 tot 3 weken. Deze fase kan 3 tot 10 weken duren [44](#page=44).
* **Convalescentie fase:** Deze fase duurt 2 tot 3 weken. Echter, hoestaanvallen kunnen nog maanden later optreden [45](#page=45).
#### 2.1.2 Verloop bij adolescenten en volwassenen
Adolescenten en volwassenen ervaren een veel milder verloop van kinkhoest. Ze kunnen echter nog steeds een hoest hebben die 3 tot 6 weken aanhoudt . Ondanks het mildere verloop blijven ze besmettelijk voor anderen. Hoestonderdrukkende middelen en antibiotica hebben weinig effect op de hoest zelf, maar wel een matig effect op de besmettelijkheid [45](#page=45) [49](#page=49).
#### 2.1.3 Verwikkelingen
Kinkhoest kan leiden tot diverse complicaties. De meest voorkomende verwikkelingen zijn [55](#page=55):
* Pneumonie (longontsteking) ] (10%) [46](#page=46).
* Stuipen (1.4%) [46](#page=46).
* Encefalopathie (hersenschade door hypoxie of verminderde zuurstoftoevoer) ] (0.2%) [46](#page=46).
* Overlijden (0.2%) [46](#page=46).
* Hospitalisatie (32%) [46](#page=46).
#### 2.1.4 Epidemiologie en transmissie
Het reservoir voor *Bordetella pertussis* zijn mensen. De transmissie vindt plaats via druppelinfectie , voornamelijk in de catarrhale fase en de eerste 2 weken van de paroxysmale fase [46](#page=46) [51](#page=51).
Wereldwijd blijft kinkhoest een belangrijke doodsoorzaak bij zuigelingen. Het is een publieke gezondheidsprobleem, zelfs in landen met een hoge vaccinatiegraad. De WHO schatte in 2008 16 miljoen gevallen wereldwijd, waarvan 95% in ontwikkelingslanden, en 195.000 doden bij kinderen. Chronische dragers zijn zeldzaam [51](#page=51).
In België werden in 2010 de leeftijden van laboratoriumbevestigde gevallen geanalyseerd [53](#page=53).
> **Tip:** Het is belangrijk om de epidemiologische gegevens en trends, zoals de incidentie in België, te bestuderen voor een volledig begrip van de ziekte [52](#page=52).
#### 2.1.5 Antigenische producten en immuniteit
Antigenische actieve producten van *Bordetella pertussis* omvatten pertussis toxine, filamenteus hemagglutinine, adenylaat cyclase, pertactine en tracheaal cytotoxine. Zowel immuniteit na natuurlijke infectie als na vaccinatie wordt als niet blijvend beschouwd [42](#page=42).
### 2.2 Evolutie van vaccinatiestrategieën
De epidemiologie van kinkhoest is aan het veranderen. De bescherming na vaccinatie verdwijnt ongeveer 5 tot 10 jaar na de laatste dosis, wat leidt tot een stijgende incidentie van kinkhoest. De initiële vaccinatie vereist 3 doses voor bescherming. Maternele antistoffen bieden beperkte bescherming in kwaliteit, kwantiteit en duur [57](#page=57).
Om infectieziekten voor te blijven, zijn de vaccinatiestrategieën aangepast [57](#page=57):
* Sinds 2001 wordt de basisvaccinatie gestart op 8 weken leeftijd [57](#page=57).
* Een booster wordt aanbevolen op 4-6 jaar leeftijd (DTPa-vaccin kan gebruikt worden tot 13 jaar) . In de Vlaamse Gemeenschap is dit opnieuw opgenomen in de basisvaccinatie sinds 1 januari 2004 [57](#page=57).
* Een booster op adolescentenleeftijd is aanbevolen sinds 2009 [57](#page=57).
* Een booster op volwassen leeftijd is aanbevolen sinds 2010 [57](#page=57).
#### 2.2.1 Kinkhoestvaccinatie voor volwassenen
Om de verdere circulatie van kinkhoest tegen te gaan, is de invoering van het Tdap-vaccin (difterie, tetanus, acellulair pertussis) voor volwassenen aanbevolen. Dit geldt specifiek voor [59](#page=59):
* Jonge ouders [59](#page=59).
* Adolescenten [59](#page=59).
* Personeel van kinderdagverblijven en kleuterscholen [59](#page=59).
* Grootouders [59](#page=59).
* Zwangeren (elke zwangerschap) sinds 2013 [59](#page=59).
Kinkhoestvaccinatie bij zwangeren wordt reeds in enkele Europese landen aanbevolen [59](#page=59).
---
# Vaccinatie tegen Haemophilus influenzae type b
Dit onderwerp bespreekt Haemophilus influenzae type b (Hib), inclusief de bacteriologie, transmissie, klinische manifestaties, mortaliteit en de impact van het geconjugeerde vaccin.
### 3.1 Haemophilus influenzae type b (Hib)
Haemophilus influenzae is een bacterie die oorspronkelijk in 1937 werd ontdekt en wordt gekarakteriseerd door zes gekapselde subtypes, waarvan type b (Hib) de meest invasieve infecties veroorzaakt [62](#page=62).
#### 3.1.1 Transmissie en Incubatie
De transmissie van Hib vindt plaats via aërogene deeltjes of druppels, bijvoorbeeld bij niezen en hoesten. De incubatietijd bedraagt doorgaans 2 tot 4 dagen [62](#page=62).
#### 3.1.2 Klinische Manifestaties en Ernst
Hib veroorzaakt infecties van de hogere luchtwegen, waarbij de symptomen zich razendsnel kunnen ontwikkelen binnen enkele uren [62](#page=62).
#### 3.1.3 Mortaliteit en Restletsels (pre-vaccinatie)
Vóór de introductie van vaccinatie bedroeg de mortaliteit van Hib-infecties 2%. Bovendien resulteerde 9% van de infecties in blijvende restletsels, zoals doofheid, epilepsie en verlammingen [63](#page=63).
#### 3.1.4 Risicopopulatie
De primaire risicopopulatie voor Hib-infecties zijn kinderen jonger dan 5 jaar, met een piekincidentie tussen 4 en 6 maanden oud. Er wordt geen inhaalvaccinatie aanbevolen voor kinderen ouder dan 5 jaar [64](#page=64).
### 3.2 Vaccinatie tegen Hib
De preventie van Hib-infecties wordt bewerkstelligd door middel van een geconjugeerd vaccin. Dit vaccin is zeer effectief en toont een effectiviteit van 95% [64](#page=64).
#### 3.2.1 Impact van Vaccinatie
De introductie van het polysaccharide vaccin in 1985 en het geconjugeerde vaccin in 1987, gevolgd door de universele aanbeveling in 1990, heeft geleid tot een vrijwel verdwijnen van invasieve Hib-ziekte. Cijfers van Public Health England (PHE) tonen een significante daling in de incidentie van invasieve H. influenzae-ziekte in Engeland en Wales tussen 1990 en 2016, specifiek voor serotype b [65](#page=65) [66](#page=66).
> **Tip:** Begrijp de historische context van Hib-ziekte om het belang van de vaccinatiecampagne te waarderen. De drastische reductie van ernstige infecties en restletsels onderstreept de effectiviteit van het vaccin.
---
# Vaccinatie tegen hepatitis B
Dit onderwerp biedt een gedetailleerd overzicht van het hepatitis B-virus (HBV), de ziekte, de verschillende vormen van infectie, transmissieroutes, de invloed van leeftijd op de uitkomst, en de preventieve strategieën middels vaccinatie.
### 4.1 Het hepatitis B-virus (HBV)
Het hepatitis B-virus behoort tot de familie van de *Hepadnaviridae*. Het is een virus van 42 nm groot en bevat DNA. Het HBV-genoom bestaat uit vier belangrijke genen: S (oppervlakte), C (core), P (polymerase) en X (transcriptioneel transactiverend). Hepatitis B is een vorm van virale hepatitis, wat betekent dat het een leverontsteking veroorzaakt door een virus [67](#page=67) [68](#page=68).
### 4.2 Klinische manifestaties van hepatitis B-infectie
Een infectie met hepatitis B kan verschillende uitkomsten hebben:
* Acute infectie met geelzucht (icterus) [69](#page=69).
* Acute infectie die asymptomatisch of subklinisch verloopt, maar dan niet wordt gerapporteerd als een klinisch geval [69](#page=69).
* Fulminante infectie, die minder dan 1% van de gevallen betreft [69](#page=69).
* Chronische infectie, die kan leiden tot chronische leverziekte, levercirrose en leverkanker [69](#page=69).
### 4.3 Acute en chronische hepatitis B-infecties
De beelden op pagina 71 en 72 tonen de typische beloopspatronen van acute en chronische HBV-infecties, hoewel de details van deze grafieken hier niet verder uitgewerkt worden.
### 4.4 Impact van leeftijd op de uitkomst van HBV-infectie
De leeftijd van een persoon op het moment van infectie is een cruciale factor die de waarschijnlijkheid van een chronische infectie bepaalt. Jonge zuigelingen die geïnfecteerd raken, hebben een zeer hoge kans op het ontwikkelen van een chronische infectie (tot wel 90% bij infectie binnen de eerste levensmaanden). Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt de kans op een chronische infectie aanzienlijk af [73](#page=73) [77](#page=77).
* Infectie bij geboorte: 90% kans op chronische infectie [73](#page=73).
* Infectie tussen 1-6 maanden: 70-90% transmissierate en hoge kans op chronische infectie indien moeder HBeAg-positief is [77](#page=77).
* Infectie tussen 7-12 maanden: 10-15% kans op chronische infectie [73](#page=73).
* Infectie tussen 1-4 jaar: lagere kans op chronische infectie [73](#page=73).
* Oudere kinderen en volwassenen: nog lagere kans op chronische infectie (ongeveer 5%) [73](#page=73) [74](#page=74).
### 4.5 Natuurlijk beloop en klinische uitkomsten
Het natuurlijke beloop van een HBV-infectie en de bijbehorende klinische uitkomsten variëren sterk, met name afhankelijk van de leeftijd bij infectie [74](#page=74).
* **Kinderinfectie:**
* Hoge kans op chronische infectie (30-90%) [74](#page=74).
* Vanuit een chronische infectie kan zich decompensatie van cirrose ontwikkelen, wat kan leiden tot leverkanker (HCC), transplantatie of overlijden [74](#page=74).
* Een deel van de kinderen herstelt spontaan of wordt een inactieve drager [74](#page=74).
* **Volwasseninfectie:**
* Hoge kans op herstel (95%) [74](#page=74).
* Kleinere kans op acute symptomatische infectie (10-70%) [74](#page=74).
* Zeer lage kans op fulminante hepatitis (<1%) [74](#page=74).
* Kleine kans op chronische infectie (ongeveer 5%) [74](#page=74).
* Volwassenen met een chronische infectie hebben een significant risico op levercirrose (20-30% cumulatieve incidentie binnen 5 jaar) en leverkanker (10-15% cumulatieve incidentie binnen 5 jaar) [74](#page=74).
### 4.6 Transmissieroutes
Het hepatitis B-virus wordt voornamelijk overgedragen via bloed en seksueel contact. De concentratie van het virus varieert per lichaamsvloeistof [76](#page=76).
* **Hoge concentratie:** Bloed, serum [76](#page=76).
* **Matige concentratie:** Zaadvocht, vaginale afscheiding, speeksel [76](#page=76).
* **Lage of niet-detecteerbare concentratie:** Urine, feces, zweet, tranen, moedermelk [76](#page=76).
**Perinatale transmissie** (van moeder op kind tijdens de geboorte) is de meest efficiënte transmissieroute. Bij HBeAg-positieve moeders is de transmissierate 70-90%, met een 90% kans op een chronische infectie bij de neonaat. Bij HBeAg-negatieve moeders is de transmissierate lager (10%), met een 10-15% kans op chronische infectie bij de neonaat [77](#page=77).
### 4.7 Preventiestrategieën en vaccinatieprogramma's
Vanwege de wereldwijde ernst van hepatitis B en de beschikbaarheid van een effectief vaccin, adviseerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 1991-1992 om universele hepatitis B-vaccinatieprogramma's te implementeren tegen 1997 [78](#page=78).
#### 4.7.1 Universele vaccinatieprogramma's
In Nederland is de hepatitis B-vaccinatie sinds 1 september 1999 gratis beschikbaar via consultatiebureaus (HA, pediater, K&G, CLB). Het standaard vaccinatieschema voor zuigelingen omvat vier doses op 8, 12, 16 weken en 15 maanden oud, vaak geïntegreerd in het hexavalente vaccin. Een tijdelijk programma voor adolescenten in het eerste jaar van het secundair onderwijs werd gestopt in 2012 [79](#page=79).
#### 4.7.2 Vaccinatie en preventie voor risicogroepen
Preventie omvat ook screening van bloedproducten, organen en donormateriaal, evenals screening van zwangere vrouwen. Daarnaast zijn er specifieke vaccinatie- en Gezondheidsverklaring-programma's voor risicogroepen, zoals IV-gebruikers (IVDU) en sekswerkers. De terugbetaling van de RIZIV (België) geldt voor bepaalde patiëntengroepen, waaronder mentaal gehandicapten, patiënten die veel transfusies ontvangen, pasgeborenen van HBsAg-positieve zwangeren, nierdialyse-patiënten en familieleden van HBV-dragers. Bepaalde beroepscategorieën, waaronder werknemers met een blootstellingsrisico, zijn wettelijk verplicht om gevaccineerd te worden (Belgisch AR 29-4-1999) [80](#page=80) [81](#page=81).
#### 4.7.3 Vaccinatieschema's en respons
* **Zuigelingen:** Vaccinatie geschiedt met een schema van vier doses [82](#page=82).
* **Volwassenen en adolescenten:** Een schema met drie of vier doses (0, 1, 6 maanden of 0, 1, 2, 12 maanden) is gelijkwaardig [82](#page=82).
##### 4.7.3.1 Non-responders
Bij het uitblijven van een adequate immuunrespons (non-responder) is er geen eenvoudige oplossing. Een herstart van de vaccinatie is een optie, waarbij een schema van twee doses, gevolgd door twee maanden wachten en nog twee doses (in de linker en rechter M. deltoideus) kan worden overwogen. Het gebruik van een derde generatie-vaccin gebaseerd op preS1 en preS2 antigenen kan een alternatief zijn. Een non-responder is niet beschermd en loopt nog steeds een beroepsrisico [82](#page=82).
##### 4.7.3.2 Herhalingsvaccinatie en serologische controle
* Herhalingsvaccinatie voor zuigelingen en adolescenten wordt niet aanbevolen, aangezien bijna 99% van hen een respons vertoont. De vaccinatie op 4-6 jaar is hierin niet opgenomen [83](#page=83).
* Voor volwassenen (ouder dan 18 jaar) wordt aanbevolen om 1 tot 3 maanden na het einde van de vaccinatie (na het 0, 1, 6 of 0, 1, 2, 12 schema) de anti-HBs-antilichaamniveaus te bepalen [83](#page=83).
* Een waarde van minder dan 10 mIU/ml duidt op geen bescherming [83](#page=83).
* Een waarde van meer dan 10 mIU/ml wordt beschouwd als bescherming voor het leven [83](#page=83).
> **Tip:** Het belang van de leeftijd bij infectie voor de kans op chronische hepatitis B kan niet genoeg benadrukt worden. Vroege vaccinatie van zuigelingen is daarom cruciaal voor preventie.
> **Tip:** Bij non-responders is het belangrijk om te beseffen dat zij niet beschermd zijn en dat verdere maatregelen nodig zijn, zoals herhalingsvaccinatie of bescherming door middel van beroepsveiligheid.
---
# Vaccinatie tegen tetanus
Dit gedeelte behandelt de bacterie *Clostridium tetani*, de ziekte tetanus, de incubatietijd, pathogenese, klinische symptomen en de vaccinatieschema's en beleidslijnen voor tetanus.
### 5.1 Tetanus: de ziekte
#### 5.1.1 De veroorzaker: *Clostridium tetani*
* *Clostridium tetani* is een anaërobe, grampositieve bacterie [5](#page=5).
* De bacterie en zijn sporen komen wijdverspreid voor in de omgeving, waaronder in aarde, uitwerpselen van dieren (zoals honden, katten, paarden), tropisch hout, huisstof en straatstof [5](#page=5).
#### 5.1.2 Tetanus (klem)
* Tetanus is een toxine-gemedieerde ziekte [5](#page=5).
* De incubatietijd varieert doorgaans van 3 tot 21 dagen. Bij neonatale tetanus kan dit 4 tot 14 dagen na de geboorte zijn [6](#page=6).
* De ziekte wordt veroorzaakt door de productie van tetanospasmine, dat zich via de bloed- en lymfebanen verspreidt [6](#page=6).
* Dit toxine interfereert met neurotransmitters, wat leidt tot spiercontracties en spasmen zonder ontspanning [6](#page=6).
#### 5.1.3 Klinische presentatie
* In meer dan 80% van de gevallen presenteert tetanus zich als gegeneraliseerde tetanus [7](#page=7).
* Kenmerken zijn:
* Trismus (kaakklem) [7](#page=7).
* Risus sardonicus (een grimas veroorzaakt door spasmen van de gezichtsspieren) [7](#page=7).
* Spierspasmen die minutenlang duren en gedurende 3 tot 4 weken aanwezig kunnen zijn [7](#page=7).
* Rigiditeit van de spieren [7](#page=7).
* Herstel van de ziekte kan maanden duren [7](#page=7).
* De case fatality rate (CFR) van tetanus ligt tussen de 40% en 50%, zelfs in geïndustrialiseerde landen [7](#page=7).
### 5.2 Vaccinatie tegen tetanus
#### 5.2.1 Vaccinatieschema en beleid
* **Primovaccinatie en herhalingen:** Het tetanus-toxoïd vaccin maakt deel uit van het hexavalente, tetravalente of equivalente vaccin. Het standaard schema omvat vaccinaties op 8 weken, 12 weken, 16 weken, 15 maanden, 6 jaar en 14/16 jaar. Herhalingsdoses worden om de 10 jaar aanbevolen [14](#page=14).
* **Inhaalvaccinatie:** Bij inhaalvaccinatie wordt een schema van 3 vaccins gevolgd (op 0, 1 maand en 6-18 maanden). Aangezien er geen monovalent tetanusvaccin meer beschikbaar is, wordt een trivalent vaccin gebruikt [14](#page=14).
* **Herhaling om de 10 jaar:** Een herhalingsvaccinatie wordt om de 10 jaar gegeven, waarbij gebruik wordt gemaakt van Tdap (boosters met Td zijn sinds september 2017 niet meer op de markt) [14](#page=14).
#### 5.2.2 Specifieke situaties bij tetanusprofylaxe
* **Meer dan 10 jaar na laatste vaccinatie:**
* Documenteer de vaccinatiestatus uit het verleden [16](#page=16).
* Indien de primovaccinatie en een herhalingsvaccinatie op 6 en 15 jaar zijn gegeven, wordt dit als voldoende beschouwd [16](#page=16).
* **Meer dan 20 jaar na laatste vaccinatie:**
* Documenteer de vaccinatiestatus uit het verleden [16](#page=16).
* Indien de primovaccinatie en herhalingsvaccinaties op 6 en 15 jaar zijn voltooid, maar er geen verdere documentatie beschikbaar is, wordt aangenomen dat de vaccinatie status 'OK' is. Echter, zonder documentatie wordt deze aanname niet gemaakt en moet er mogelijk gevaccineerd worden [16](#page=16).
#### 5.2.3 Heropstarten van de primovaccinatie
* Indien de primovaccinatie opnieuw moet worden gestart, wordt een schema van 3 doses Tdap gevolgd (op 0, 1 maand en 6-18 maanden) [16](#page=16).
#### 5.2.4 Beleid bij wonden
* Het beleid bij een wond hangt af van de eerder uitgevoerde primovaccinatie [17](#page=17).
* Indien een vaccinatie opnieuw moet worden gestart, wordt het schema van 3x Tdap (op 0, 1, en 6-18 maanden) gevolgd [17](#page=17).
> **Tip:** Het is cruciaal om de vaccinatiestatus van patiënten goed te documenteren, met name bij wonden, om de juiste profylaxe te kunnen toepassen en onnodige vaccinaties te vermijden. De richtlijnen voor herhalingsvaccinaties zijn gebaseerd op de tijd verstreken sinds de laatste dosis.
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Difterie | Een bacteriële infectieziekte die voornamelijk de keel, neus en huid aantast, veroorzaakt door de bacterie Corynebacterium diphtheriae of C. ulcerans, en gekenmerkt door de productie van een toxine dat ernstige weefselschade kan veroorzaken. |
| Kinkhoest | Een zeer besmettelijke bacteriële luchtweginfectie, veroorzaakt door Bordetella pertussis, die zich kenmerkt door hevige hoestbuien, vooral bij jonge kinderen, en die ernstige complicaties kan veroorzaken. |
| Tetanus | Een ernstige bacteriële infectieziekte, veroorzaakt door Clostridium tetani, die leidt tot spierspasmen en rigiditeit door de productie van een neurotoxine, vaak met fatale afloop indien onbehandeld. |
| Haemophilus influenzae type b (Hib) | Een bacterie die ernstige invasieve infecties kan veroorzaken, zoals meningitis, epiglottitis en pneumonie, vooral bij jonge kinderen, hoewel vaccinatie de incidentie drastisch heeft verminderd. |
| Hepatitis B | Een virale infectie die de lever aantast, veroorzaakt door het hepatitis B-virus (HBV), welke kan leiden tot acute ziekte, chronische leverziekte, cirrose en leverkanker. |
| Toxoïde | Een geïnactiveerde vorm van een bacterieel toxine dat nog steeds in staat is om een immuunrespons op te wekken zonder ziekte te veroorzaken, gebruikt in vaccins zoals die tegen tetanus en difterie. |
| Immuunrespons | De reactie van het immuunsysteem op de blootstelling aan een antigeen, resulterend in de productie van antistoffen en/of cellulaire afweer ter bescherming tegen toekomstige infecties. |
| Seroprevalentie | Het percentage van een populatie dat antistoffen tegen een bepaalde ziekteverwekker in het bloed heeft, wat duidt op een eerdere infectie of vaccinatie. |
| Adenylaat cyclase | Een enzym dat in sommige bacteriën, zoals Bordetella pertussis, een belangrijke rol speelt bij de pathogenese door de productie van cyclisch AMP te reguleren, wat bijdraagt aan de toxiciteit. |
| Filamenteus hemagglutinine | Een adhesine geproduceerd door Bordetella pertussis die helpt bij de hechting aan de respiratoire epitheelcellen, en een belangrijk antigeen is voor de vaccinatie tegen kinkhoest. |
| Tracheaal cytotoxine | Een toxine geproduceerd door Bordetella pertussis dat de trilharen van de trachea paralyseert en inflammatie veroorzaakt, wat bijdraagt aan de hoestverschijnselen van kinkhoest. |
| Geconjugeerd vaccin | Een type vaccin dat bestaat uit een zwak antigeen (zoals een polysacharide) dat is gebonden aan een sterk dragereiwit, wat leidt tot een effectievere immuunrespons, met name bij jonge kinderen. |
| HBsAg | Het oppervlakteantigeen van het hepatitis B-virus, dat aanwezig is in het bloed van geïnfecteerde personen en gebruikt wordt als marker voor de diagnose en monitoring van de infectie. |
| Anti-HBs | Antistoffen tegen het hepatitis B-oppervlakteantigeen, die bescherming bieden tegen infectie met het hepatitis B-virus en worden gemeten om de immuunstatus na vaccinatie te evalueren. |
| Hexavalent vaccin | Een gecombineerd vaccin dat bescherming biedt tegen zes infectieziekten: difterie, tetanus, kinkhoest, polio (IPV), Haemophilus influenzae type b (Hib) en hepatitis B. |