Cover
Mulai sekarang gratis PPT 3b) Verwekkers van luchtweginfecties virussen.pdf
Summary
# Overzicht van virussen die luchtweginfecties veroorzaken
Dit document geeft een gedetailleerd overzicht van verschillende virussen die luchtweginfecties kunnen veroorzaken, inclusief hun kenmerken, pathogenese en epidemiologie [1](#page=1).
### 1.1 Rhinovirus
Rhinovirussen zijn een veelvoorkomende oorzaak van luchtweginfecties, met name verkoudheid [7](#page=7).
#### 1.1.1 Kenmerken en pathogenese
* Rhinovirussen vermenigvuldigen zich in de bovenste luchtwegen [8](#page=8).
* Ze kunnen leiden tot neusverkoudheid [8](#page=8).
* Bij kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen, ouderen en immuungecompromitteerde personen, kunnen ze ook infecties van de onderste luchtwegen veroorzaken, zoals pneumonie [8](#page=8).
* De mortaliteit door rhinovirusinfecties is laag [8](#page=8).
* Rhinovirussen zijn enkelstrengige RNA-virussen zonder capsule [11](#page=11).
#### 1.1.2 Epidemiologie
* Rhinovirussen komen wereldwijd voor en treffen voornamelijk kinderen [9](#page=9).
* De verspreiding vindt plaats via neus- en keelsecreet [9](#page=9).
* Infecties komen vooral voor tijdens de winterperiode [9](#page=9).
### 1.2 Adenovirus
Adenovirussen zijn middelgrote, dubbelstrengs DNA-virussen die diverse luchtwegaandoeningen kunnen veroorzaken [13](#page=13).
#### 1.2.1 Kenmerken en pathogenese
* Adenovirussen werden ontdekt in 1953 [13](#page=13).
* Ze zijn eicosohedraal van vorm en hebben geen envelop [13](#page=13).
* Er zijn 49 immunologisch verschillende types, ingedeeld in zes subgenera (A tot F) [13](#page=13).
* Ze zijn stabiel in de aanwezigheid van chemische of fysische agentia en extreme pH-omstandigheden, waardoor ze lang buiten het lichaam kunnen overleven [13](#page=13).
* **Aandoeningen:**
* **Infecties van de bovenste luchtwegen:** Vooral bij jonge kinderen, veroorzaakt door types 1-7 [14](#page=14).
* **Pharyngoconjunctivitis:** Typisch veroorzaakt door types 3 en 7, komt voor bij schoolgaande kinderen en geneest spontaan. Frequent zwemmen wordt geassocieerd met deze infectie [14](#page=14).
* **Keratoconjunctivitis:** Voornamelijk veroorzaakt door type 8, kan epidemisch voorkomen, met name in oogklinieken. Geneest spontaan zonder restletsels [14](#page=14).
* **Bronchopneumonie:** Veroorzaakt door types 1, 2, 3 en 7, treft vooral kleine kinderen en jonge volwassenen. Kan fataal zijn bij kinderen jonger dan 2 jaar [14](#page=14).
* **Gastroenteritis:** Verworven door types 40-47, treft voornamelijk kinderen tussen 2 en 18 maanden [14](#page=14).
#### 1.2.2 Epidemiologie en transmissie
* Overdracht gebeurt voornamelijk via direct contact (druppelinfecties, handen) en indirect via instrumenten [15](#page=15).
* Sommige types kunnen asymptomatische, persisterende infecties veroorzaken in de tonsillen, adenoiden en ingewanden, met langdurige uitscheiding van het virus (maanden tot jaren) [15](#page=15).
* Uitbraken van luchtweginfecties komen voor in de late winter, herfst en begin van de zomer, soms epidemisch (bv. in recrutenkampen) [15](#page=15).
* Gastro-enteritis gerelateerde adenovirussen komen vaker voor in het koude jaargetijde [15](#page=15).
* Pharyngoconjunctivitis en keratoconjunctivitis zijn niet-seizoensgebonden en kunnen epidemisch optreden [15](#page=15).
* Er is geen specifieke behandeling voor ernstige adenoviral infecties en vaccins zijn niet succesvol [15](#page=15).
### 1.3 Respiratoir Syncytieel Virus (RSV)
RSV is een belangrijk respiratoir virus, vooral bij jonge kinderen [16](#page=16).
#### 1.3.1 Kenmerken en pathogenese
* RSV werd geïsoleerd in 1956 [16](#page=16).
* Het is niet stabiel buiten de gastheer bij 37°C [16](#page=16).
* **Pathogenese:**
1. Vermenigvuldiging in de slijmvliezen van neus en keel [16](#page=16).
2. Leidt tot rhinopharyngitis (common cold) [16](#page=16).
3. Kan zich via de larynx verspreiden naar de trachea, bronchi, bronchioli en alveoli [16](#page=16).
* Bij jonge kinderen kan dit leiden tot longinfecties zoals pneumonie [16](#page=16).
* Bij oudere kinderen en volwassenen met immuundeficiëntie kunnen griepachtige klachten en pneumonie optreden [16](#page=16).
* RSV is een negatief enkelstrengs RNA-virus met een envelop [19](#page=19).
#### 1.3.2 Epidemiologie
* RSV-infecties vertonen een jaarlijks patroon, meestal van oktober tot maart [17](#page=17).
* Pasgeborenen en kinderen tot vier jaar zijn het meest getroffen [17](#page=17).
* RSV is verantwoordelijk voor tot 70% van de bronchiolitisgevallen bij zuigelingen [17](#page=17).
* Het virus is wereldwijd verspreid [17](#page=17).
* Herinfecties zijn mogelijk, maar leiden vaak slechts tot een neusverkoudheid zonder koorts [17](#page=17).
### 1.4 Influenza
Influenza, of griep, is een veelvoorkomende virale luchtweginfectie veroorzaakt door influenzavirussen [21](#page=21).
#### 1.4.1 Kenmerken en classificatie
* Influenza is een RNA-virus met een gesegmenteerd genoom van 8 losse genen [21](#page=21).
* Het bezit een lipide-envelop waarin hemagglutinine (H) en neuraminidase (N) eiwitten zijn ingebed [21](#page=21).
* Er zijn drie types: A, B en C [21](#page=21).
* **Type A:** Vertonen zowel antigene 'shift' als 'drift'. Subtypes worden aangeduid met de H/N-samenstelling (bv. H5N1) (#page=21, page=25). Influenza A-virussen hebben 8 RNA-genoomsegmenten die coderen voor 10 eiwitten, waaronder HA en NA. Neuraminidase (NA) kent 9 typen (N1-N9) en Hemagglutinine (HA) kent 15 typen (H1-H15) [21](#page=21) [25](#page=25).
* **Type B:** Vertonen alleen beperkte antigene 'drift' [21](#page=21).
* **Type C:** Is relatief stabiel [21](#page=21).
* Influenza A-virussen infecteren diverse natuurlijke gastheren [26](#page=26).
#### 1.4.2 Antigene Variatie: Drift en Shift
* **Drift:** Kleine, geleidelijke veranderingen in de virale antigenen (H en N). Dit leidt tot seizoensgebonden griepuitbraken [24](#page=24).
* **Shift:** Grote, abrupte veranderingen in de virale antigenen, voornamelijk bij influenza A, door genetische herassortiment wanneer twee verschillende influenzavirussen een cel infecteren (#page=24, page=43). Dit kan leiden tot pandemieën omdat de populatie weinig of geen immuniteit heeft (#page=42, page=43) [24](#page=24) [42](#page=42) [43](#page=43).
#### 1.4.3 Drie Categorieën van Influenza-infecties
1. **Seizoensgriep (interpandemische griep):** Verwacht elke winter, met hoge morbiditeit, mortaliteit en maatschappelijke kosten (#page=28, page=29). Vaccinatie van risicogroepen kan de ziektelast vermijden. Antivirale middelen kunnen de morbiditeit helpen verminderen [28](#page=28) [29](#page=29).
* **Ziektebelasting:** Hoge incidentie (tot 20%), lager bij ouderen, maar tot 60% aanvalsgraad in verpleeghuizen. Hoge complicatiegraad, vooral bij personen boven 70 jaar (73%) [31](#page=31).
* **Mortaliteit:** In de VS (2023-2024) geschat op 17.000 tot 100.000 doden per jaar. In Europa 15.000 tot 70.000 excess deaths [32](#page=32).
* **Transmissieroutes:** Druppels (> 5 µm), aerogene druppelkernen (< 5 µm) en fomieten. Maatregelen: gelaatsmaskers, sociaal distantiëren, handen wassen [30](#page=30).
2. **Menselijke gevallen van vogelgriep:** Mensen geïnfecteerd door zieke dieren (bv. pluimvee) tijdens een vogelpestuitbraak [28](#page=28).
* Eerste beschrijving in Italië in 1878 [33](#page=33).
* HPAI (Highly Pathogenic Avian Influenza) werd voor het eerst gebruikt in 1959 en 1961 [33](#page=33).
* **A/H5N1:** Eerste uitbraak in Hong Kong in 1997. De controle van de uitbraak werd bereikt door snelle ruiming van pluimvee en efficiënte reiniging en desinfectie [34](#page=34).
* De risico's op uitbraken bij pluimvee nemen toe, met kraanvogels als bijzonder getroffen wilde vogels [38](#page=38).
* Huidige situatie (CDC, 2025): H5 vogelgriep is wijdverbreid in wilde vogels en veroorzaakt uitbraken bij pluimvee en melkvee in de VS, met recente menselijke gevallen bij werknemers in de zuivel- en pluimveesector. Het publieke gezondheidsrisico wordt als laag beschouwd, maar wordt zorgvuldig gemonitord [40](#page=40).
3. **Pandemische griep:** Een nieuwe influenzastam die efficiënt van mens op mens kan overgedragen worden [28](#page=28).
* **Criteria voor pandemische griep:**
1. Een nieuw influenzavirus met een hemagglutinine (HA) dat verschilt van reeds circulerende stammen in de mens [42](#page=42).
2. Lage of geen antistoftiters tegen het nieuwe virus in de populatie [42](#page=42).
3. Hoge overdraagbaarheid van mens op mens met bijbehorende menselijke ziekte [42](#page=42).
* **Geschiedenis:** Er zijn vier influenzapandemieën geweest sinds de 20e eeuw: 1918 (H1N1), 1957 (H2N2), 1968 (H3N2) en 2009 (H1N1). Deze pandemieën zijn gerelateerd aan genetische herassortiment (#page=43, page=45) [43](#page=43) [45](#page=45).
* **Influenza A Virus Shift:** Kan optreden door herassortiment van genen wanneer verschillende influenzavirussen een cel infecteren [43](#page=43).
* **Nieuwe influenzavirus (H1N1):** De Mexicaanse griep van 2009 was een nieuw influenzavirus dat segmenten van varkens-, vogel- en menselijke influenzavirussen bevatte (#page=47, page=48). Het was het resultaat van een combinatie van twee varkensgriepvirussen met genen van aviaire en humane oorsprong [47](#page=47) [48](#page=48).
* **Begin 2009:** De Amerikaanse overheid rapporteerde zeven bevestigde gevallen van Swine Influenza A/H1N1 met milde symptomen. Mexico rapporteerde honderden gevallen van longontsteking met vele sterfgevallen [47](#page=47).
* **Overlijden door H1N1 (2009-2011):** Kenmerkend was dat bijna 80% van de doden onder 65 jaar was, in tegenstelling tot seizoensgriep waar dit 90% boven 65 jaar was. Een deel (30%) van de pandemische doden waren gezonde personen. Er was een toename van sterfgevallen bij kinderen. Acute Respiratory Distress Syndrome (ARDS) was een veelvoorkomende doodsoorzaak, wat zeldzaam is bij seizoensgriep. De meerderheid van de doden had echter chronische onderliggende aandoeningen [51](#page=51).
* **Evolutie van H7N9:** Er is monitoring van de evolutie van H7N9 [52](#page=52).
* **Voorbereiding op pandemieën:** Er is sprake van evolutie in preparedness strategieën [46](#page=46).
#### 1.4.4 Influenza B virussen
* De antigenen (H en N) van influenza B virussen zijn goed te onderscheiden van influenza A [53](#page=53).
* Ze zijn alleen pathogeen bij de mens [53](#page=53).
* **Epidemieën:** Treden om de 3 tot 4 jaar op, vaak in kleinere regio's, met minder verspreiding en lagere morbiditeit dan influenza A. Ze kunnen soms samen met influenza A voorkomen [53](#page=53).
* Dezelfde complicaties als bij influenza A zijn mogelijk, maar met een lagere mortaliteit [53](#page=53).
* Influenza B-virussen veroorzaken geen pandemieën. Ze hebben geen antigene shift, maar wel een tragere antigene drift [53](#page=53).
#### 1.4.5 Surveillance
* Er is surveillance van acute luchtweginfecties, inclusief de circulerende influenzatypes (#page=55, page=56) [55](#page=55) [56](#page=56).
### 1.5 Coronavirus (HCoV)
Coronavirussen zijn een familie van virussen die verschillende luchtweginfecties kunnen veroorzaken, waaronder de bekende COVID-19 pandemie [58](#page=58).
#### 1.5.1 Kenmerken en classificatie
* Het eerste coronavirus werd geïsoleerd in 1937 [58](#page=58).
* Het envelop van coronavirussen bevat twee glycoproteïnen:
* **S - Spike glycoproteïne:** Belangrijk voor receptorbinding, cel fusie en is een major antigeen [58](#page=58).
* **M - Membraan glycoproteïne:** Een transmembraan glycoproteïne betrokken bij budding en envelopvorming [58](#page=58).
* Sommige types hebben een derde glycoproteïne: **HE - Haemagglutinine-esterase** [58](#page=58).
* Het exacte aantal humane isolaten is onbekend vanwege de moeilijkheid om ze te kweken. Bekende humaan coronavirussen zijn HCoV-OC43, HCoV-229E, SARS-CoV, HCoV-NL63, HCoV HKU1 [58](#page=58).
* Coronavirussen zijn envelop-virussen met een positief enkelstrengs RNA-genoom. Ze bevatten niet-structurele eiwitten (Pp1ab) en structurele eiwitten: Spike (S), Envelope (E), Membraan (M) en Nucleocapside (N) eiwitten [62](#page=62).
#### 1.5.2 COVID-19 Pandemie
* COVID-19, veroorzaakt door SARS-CoV-2, is een nieuwe infectieziekte die in 2020 een pandemie werd (#page=64, page=65) [64](#page=64) [65](#page=65).
* **Openstaande vragen aan het begin van de pandemie:** Transmissie, ziektespectrum, pathofysiologie, diagnose, complicaties, effectieve behandeling en maatregelen [65](#page=65).
* **Klinisch beeld:** Ongeveer 5% van de COVID-19 patiënten, en 20% van de gehospitaliseerde patiënten, ervaren ernstige symptomen die intensieve zorg vereisen. Meer dan 75% van de gehospitaliseerde patiënten heeft aanvullende zuurstof nodig [66](#page=66).
* **Multisysteemziekte:** COVID-19 wordt beschouwd als een multisysteemziekte, niet enkel een longontsteking [67](#page=67).
* **Cijfers:** Er zijn gegevens over COVID-gevallen en -mortaliteit van 2020-2024 (#page=68, page=69). Er is ook monitoring van virussen bij patiënten met ernstige acute luchtweginfecties (SARI) [68](#page=68) [69](#page=69) [71](#page=71).
* **Variant Evolutie:** Virussen evolueren in varianten (bv. alpha, delta, omicron) die elk hun klinische impact hebben (#page=72, page=73) [72](#page=72) [73](#page=73).
* **Impact op de gezondheidszorg:** Er is informatie over het aantal ingenomen bedden in ziekenhuizen en op ICU's [74](#page=74).
* **Aanpak Pandemie:** De aanpak van pandemieën vereist een veelzijdige benadering, metaforisch voorgesteld als "vele sneetjes Zwitserse kaas" [75](#page=75).
* **Ventilatie:** De rol van ventilatie bij COVID-19 wordt onderzocht [76](#page=76).
* **Antivirale Strategieën:** Er zijn antivirale strategieën in ontwikkeling of gebruik [78](#page=78).
* **Long/post COVID:** Er is behoefte aan meer gegevens over het voorkomen, natuurlijke beloop, mogelijke behandelingen, en de gelijkenissen/verschillen met andere post-virale klachten. Een goede afbakening en definitie is noodzakelijk. Onderzoek richt zich op risicofactoren en beschermende factoren voor long COVID (#page=81, page=82). Mogelijke mechanismen achter long COVID omvatten pathogen reservoirs, auto-immuniteit, dysbiose, en weefselschade [79](#page=79) [81](#page=81) [82](#page=82) [83](#page=83).
---
# Influenza en de variaties daarvan
Dit onderwerp behandelt influenza, met een focus op seizoensgebonden, vogel- en pandemische griep, de mechanismen van antigene variatie, en de manieren waarop het virus zich verspreidt.
### 2.1 Algemene kenmerken van influenza
Influenza is een RNA-virus met een gesegmenteerd genoom dat bestaat uit 8 losse genen. Het virus is omhuld door een lipide-envelop waarin de glycoproteïnen hemagglutinine (HA) en neuraminidase (NA) zich bevinden. Er zijn drie hoofdtypen influenza: A, B en C [19](#page=19) [21](#page=21).
* **Type A:** Dit type vertoont zowel antigene 'shift' als 'drift'. Subtypes van influenza A worden aangeduid met de combinatie van hun HA- en NA-eiwitten (bijv. H1N1). Influenza A-virussen hebben natuurlijke gastheren in diverse diersoorten [21](#page=21) [25](#page=25) [26](#page=26).
* **Type B:** Dit type vertoont alleen beperkte antigene 'drift'. Influenza B is alleen pathogeen bij de mens en veroorzaakt epidemieën die om de 3 tot 4 jaar optreden, met kleinere regionale verspreiding en lagere morbiditeit dan type A. Pandemieën door influenza B komen niet voor [21](#page=21) [53](#page=53).
* **Type C:** Dit type is relatief stabiel [21](#page=21).
### 2.2 Antigene variatie: Drift en Shift
Antigene variatie is een cruciaal kenmerk van influenza, met name bij type A-virussen, wat leidt tot periodieke uitbraken en pandemieën [24](#page=24).
* **Antigene drift:** Dit is een proces van geleidelijke veranderingen in de virale eiwitten (HA en NA) door puntmutaties. Deze veranderingen kunnen leiden tot seizoensgebonden griepepidemieën omdat de populatie-immuniteit langzaam afneemt. Influenza B ondergaat ook antigene drift, maar dit gebeurt trager [21](#page=21) [24](#page=24) [53](#page=53).
* **Antigene shift:** Dit is een plotselinge en grote verandering in de virale antigenen (HA of NA) die optreedt bij influenza A-virussen. Dit gebeurt door genetische herverdeling (reassortment) wanneer twee verschillende influenzastammen een gastheercel infecteren, wat leidt tot een nieuw virus met een unieke combinatie van genen. Een antigene shift kan leiden tot pandemische griep omdat de populatie weinig tot geen immuniteit heeft tegen het nieuwe virus [21](#page=21) [24](#page=24) [42](#page=42) [43](#page=43).
### 2.3 Typen Influenza-uitbraken
Er zijn drie belangrijke categorieën van influenza-gerelateerde uitbraken te onderscheiden:
#### 2.3.1 Seizoensgebonden griep (interpandemische griep)
Seizoensgebonden griep is de verwachte jaarlijkse winteruitbraak van influenza [28](#page=28).
* **Impact:** Het veroorzaakt aanzienlijke morbiditeit en mortaliteit, met hoge maatschappelijke kosten. De incidentie kan oplopen tot 20% in de algemene bevolking, hoewel deze lager is bij ouderen. Echter, in verpleeghuizen kan de aanvalsratio tot 60% bedragen. Complicaties komen frequent voor, met 9.5% in de algemene populatie en 73% bij personen ouder dan 70 jaar. De mortaliteit varieert, met schattingen van 17.000-100.000 doden per jaar in de VS (2023-2024) en 15.000-70.000 excess deaths in Europa [29](#page=29) [31](#page=31) [32](#page=32).
* **Preventie en behandeling:** De impact kan worden verminderd door vaccinatie van risicogroepen. Antivirale middelen kunnen helpen de morbiditeit te verlagen [29](#page=29).
> **Tip:** Hoewel het risico op ernstige complicaties lager is bij jonge, gezonde volwassenen, is het belangrijk te beseffen dat seizoensgriep nog steeds aanzienlijke morbiditeit en mortaliteit kan veroorzaken, vooral bij kwetsbare groepen.
#### 2.3.2 Menselijke gevallen van vogelgriep en pluimveeziekte (Avian Flu)
Dit betreft menselijke infecties met influenzavirussen die oorspronkelijk afkomstig zijn van vogels, zoals bij een pluimveeziekte [28](#page=28).
* **Geschiedenis:** De eerste beschrijving van pluimveeziekte bij de mens was in Italië in 1878. De term 'Highly Pathogenic Avian Influenza' (HPAI) werd voor het eerst gebruikt in 1959 en 1961 [33](#page=33).
* **A/H5N1 uitbraak in Hong Kong:** De eerste grote uitbraak bij mensen vond plaats in 1997 in Hong Kong. Na sterfgevallen bij kippen, werden menselijke gevallen van A/H5N1 gemeld, met een sterftecijfer van 5 uit 17 gevallen. De uitbraak werd gecontroleerd door snelle ruiming van pluimvee en adequate desinfectie [34](#page=34).
* **Huidige situatie:** De risico's op uitbraken in pluimvee nemen toe, met wilde vogels (o.a. kraanvogels) die bijzonder getroffen worden. H5-vogelgriep is wereldwijd wijdverspreid in wilde vogels en veroorzaakt uitbraken bij pluimvee en recentelijk ook bij Amerikaanse melkvee met enkele menselijke gevallen bij melkvee- en pluimveewerkers. Hoewel het huidige volksgezondheidsrisico als laag wordt ingeschat, wordt de situatie nauwlettend gevolgd [38](#page=38) [40](#page=40).
> **Voorbeeld:** De snelle detectie en reactie bij de H5N1-uitbraak in Hong Kong in 1997, inclusief het ruimen van besmet pluimvee, was cruciaal om verdere verspreiding naar mensen te voorkomen.
#### 2.3.3 Pandemische griep
Een pandemische griep wordt gedefinieerd door de introductie van een nieuw influenzavirus dat zich efficiënt kan verspreiden van mens op mens [42](#page=42).
* **Kenmerken van een pandemisch virus:**
1. Een nieuw influenzavirus met een hemagglutinine (HA) dat significant verschilt van de stammen die al lang in mensen circuleren [42](#page=42).
2. Lage tot geen antistoftiters tegen het HA van het nieuwe virus in de bevolking [42](#page=42).
3. Hoge overdraagbaarheid van mens op mens, met bijbehorende ziekte [42](#page=42).
* **Historische pandemieën:** Sinds het begin van de 20e eeuw hebben er vier influenzapandemieën plaatsgevonden:
* 1918 (H1N1) [45](#page=45).
* 1957 (H2N2) [45](#page=45).
* 1968 (H3N2) [45](#page=45).
* 2009 (H1N1) [45](#page=45).
* **De H1N1-pandemie van 2009 ("Mexicaanse griep"):**
* **Oorsprong:** Dit was een nieuw influenzasubtype dat genen bevatte van varkens-, vogel- en menselijke influenzavirussen in een ongekende combinatie. Het ontstond waarschijnlijk uit een combinatie van twee varkensgriepvirussen met genen van aviaire en humane oorsprong [48](#page=48) [49](#page=49).
* **Epidemiologie:** De eerste meldingen kwamen in het voorjaar van 2009, met gevallen in zowel de VS als Mexico. Er was sprake van mens-op-mens overdraagbaarheid [47](#page=47) [48](#page=48).
* **Sterftepatroon (2009-2011):** In tegenstelling tot eerdere seizoensgriep, betrof bijna 80% van de H1N1-sterfgevallen personen onder de 65 jaar, terwijl dit bij seizoensgriep ongeveer 90% boven de 65 jaar was. 30% van de pandemische sterfgevallen betrof volledig gezonde personen. Er was een toename van sterfgevallen bij kinderen. Veel sterfgevallen werden veroorzaakt door Acute Respiratory Distress Syndrome (ARDS). Desondanks volgde de meerderheid van de sterfgevallen, net als bij oude seizoensgriep, het patroon van personen met chronische onderliggende aandoeningen [51](#page=51).
* **Evolutie van paraatheid:** Door ervaringen met eerdere pandemieën en verbeterde surveillancesystemen, is de paraatheid voor nieuwe pandemieën geëvolueerd [46](#page=46).
> **Voorbeeld:** Het H1N1-virus van 2009 is een klassiek voorbeeld van antigene shift, waarbij een nieuw virus ontstond met unieke genetische componenten die leidden tot wereldwijde verspreiding en een pandemie.
### 2.4 Transmissieroutes van Influenza bij Mensen
Influenza kan zich op verschillende manieren verspreiden [30](#page=30):
1. **Druppels:** Grotere deeltjes (> 5 μm) die vrijkomen bij hoesten, niezen of praten. Verspreiding is mogelijk via face-to-face contact [30](#page=30).
2. **Aerosolen (droplet nuclei):** Kleinere deeltjes (< 5 μm) die langer in de lucht kunnen blijven hangen. Sociale distancing en het dragen van gezichtsmaskers kunnen hierbij helpen [30](#page=30).
3. **Fomieten:** Besmette oppervlakken. Handhygiëne (handen wassen) is cruciaal om verspreiding via indirect contact te voorkomen [30](#page=30).
### 2.5 Surveillance en Actuele Situatie
Continue surveillance van acute luchtweginfecties is essentieel voor het monitoren van circulerende influenzavirussen. Dit omvat het identificeren van de types influenza die in specifieke seizoenen circuleren. De CDC houdt de situatie met H5 vogelgriep nauwlettend in de gaten, inclusief de verspreiding in wilde vogels, pluimvee, melkvee en mogelijke menselijke gevallen [40](#page=40) [55](#page=55) [56](#page=56).
### 2.6 Influenza B Virussen
Influenza B-virussen zijn goed te onderscheiden van influenza A-virussen op basis van hun H- en N-antigenen [53](#page=53).
* **Pathogeniteit:** Ze zijn uitsluitend pathogeen voor de mens [53](#page=53).
* **Epidemieën:** Influenza B veroorzaakt epidemieën die zich ongeveer elke 3 tot 4 jaar voordoen. Deze epidemieën zijn doorgaans regionaal beperkter, met minder verspreiding en lagere morbiditeit dan bij influenza A. Soms treden ze gelijktijdig op met influenza A [53](#page=53).
* **Complicaties en mortaliteit:** Hoewel vergelijkbare complicaties mogelijk zijn als bij influenza A, is de mortaliteit lager [53](#page=53).
* **Antigene variatie:** Influenza B ondergaat geen antigene shift, maar wel een tragere antigene drift [53](#page=53).
* **Pandemieën:** Influenza B leidt niet tot pandemieën [53](#page=53).
---
# COVID-19: kenmerken, impact en beheersing
Dit gedeelte biedt een overzicht van COVID-19, de kenmerken van het virus, de impact ervan op de gezondheid en de maatschappij, en de strategieën voor beheersing van de pandemie [65](#page=65).
### 3.1 Karakterisering van Coronavirussen
Coronavirussen (HCoV) werden voor het eerst geïsoleerd in 1937. Het virusomhulsel bevat twee belangrijke glycoproteïnen: het S-spike glycoproteïne, dat verantwoordelijk is voor receptorbinding, cel Fusie en als belangrijkste antigeen fungeert, en het M-membraan glycoproteïne, een transmembraan eiwit betrokken bij budding en envelopvorming. Sommige types hebben een derde glycoproteïne, HE (haemagglutinine-esterase). Het exacte aantal humane isolaten is onbekend, mede door de moeilijkheid in kweek [58](#page=58).
Het SARS-CoV-2 virus, de veroorzaker van COVID-19, is een envelopvirus met enkelstrengs RNA (+) genoom. Het genoom codeert voor niet-structurele eiwitten (pp1ab) en structurele eiwitten zoals Spike (S), Envelope (E), Membraan (M) en Nucleocapside (N) [62](#page=62).
### 3.2 De COVID-19 pandemie: opkomst en impact
In januari 2020 werd een nieuwe infectieziekte, COVID-19, geboren. De pandemie bracht fundamentele vragen met zich mee over transmissie, ziektespectrum, pathofysiologie, diagnose, complicaties, effectieve behandelingen en beheersingsmaatregelen [64](#page=64) [65](#page=65).
#### 3.2.1 Ziektebeeld en ernst
Ongeveer 5% van de COVID-19 patiënten, en 20% van de gehospitaliseerde patiënten, ervaart ernstige symptomen die intensieve zorg vereisen. Meer dan 75% van de gehospitaliseerde patiënten heeft aanvullende zuurstof nodig [66](#page=66).
COVID-19 wordt beschouwd als meer dan alleen een longontsteking; het is een multisystemische ziekte [67](#page=67).
#### 3.2.2 Epidemiologische data
De pandemie werd gekenmerkt door een aanzienlijk aantal COVID-19 gevallen en sterfgevallen tussen 2020 en 2024. Wekelijkse bulletins van acute luchtweginfecties, zoals die van Sciensano, toonden de prevalentie van virussen bij patiënten met ernstige acute luchtweginfecties (SARI) [68](#page=68) [69](#page=69) [71](#page=71).
#### 3.2.3 Varianten en klinische impact
Verschillende virusvarianten, zoals Alpha, Delta en Omicron, kwamen op en verdwenen, elk met hun eigen klinische impact. Omicron was bijvoorbeeld prominent aanwezig in week 39 van de betreffende bulletin [72](#page=72) [73](#page=73).
#### 3.2.4 Ziekenhuisbezetting
Tussen 15 februari 2021 en 27 september 2022 was er een significante bezetting van ziekenhuisbedden en Intensive Care Units (ICU). Het aantal ingenomen bedden in het ziekenhuis steeg met 38% tot 978, en op de ICU met 13% tot 61 [74](#page=74).
### 3.3 Beheersing van de pandemie
Het aanpakken van de pandemie vereiste een veelzijdige strategie, vaak omschreven als "met vele sneetjes Zwitserse kaas". Ventilatie speelde een rol in de aanpak van COVID-19 [75](#page=75) [76](#page=76).
### 3.4 Behandelingen en onderzoek
#### 3.4.1 Antivirale strategieën
Er werden antivirale strategieën onderzocht en toegepast als onderdeel van de behandeling [78](#page=78).
#### 3.4.2 Long/post COVID
Post-COVID-19, ook wel Long COVID genoemd, is een belangrijk onderzoeksgebied. Er is meer data nodig over het voorkomen, het natuurlijke verloop, mogelijke behandelingen en de gelijkenissen of verschillen met andere post-virale klachten. Een duidelijke afbakening en definitie van Long COVID is noodzakelijk [79](#page=79).
Onderzoek heeft zich gericht op risicofactoren en beschermende factoren voor Long COVID [82](#page=82).
> **Tip:** Het begrijpen van de multisystemische aard van COVID-19 is cruciaal voor het diagnosticeren en behandelen van patiënten, vooral bij ernstige gevallen en Long COVID [67](#page=67).
#### 3.4.3 Onderzoek naar pathogenese en mechanismen
Onderzoek wijst op mogelijke pathogenese mechanismen zoals een pathogenenreservoir, auto-immuniteit, dysbiose en weefselschade als bijdragende factoren aan de ziekte [83](#page=83).
> **Example:** Een patiënt presenteert zich met longklachten en tevens neurologische symptomen, wat de multisystemische aard van COVID-19 illustreert [67](#page=67).
---
# Seizoensgebondenheid en surveillance van luchtweginfecties
Dit onderwerp verkent de seizoensgebonden patronen van luchtweginfecties en de methoden die worden gebruikt voor epidemiologische surveillance om deze infecties bij te houden.
### 4.1 Seizoensgebonden variatie van luchtweginfecties
Luchtweginfecties, met name die van de bovenste luchtwegen, vertonen een duidelijke seizoensgebonden variatie. Dit betekent dat de incidentie en prevalentie van deze infecties gedurende het jaar fluctueren, met pieken die typisch samenvallen met bepaalde seizoenen [2](#page=2).
#### 4.1.1 Kenmerken van seizoensgebondenheid
* **Herfst en winter:** De herfst en wintermaanden, specifiek aangeduid als herfst/winter 2025 in de context van surveillanceperiodes, zijn vaak geassocieerd met een toename van luchtweginfecties. Dit is een algemeen waargenomen patroon dat verband houdt met diverse factoren, waaronder veranderingen in menselijk gedrag en omgevingsomstandigheden [5](#page=5).
#### 4.1.2 Mogelijke oorzaken van seizoensgebondenheid
Hoewel de specifieke oorzaken complex zijn, worden diverse factoren verondersteld bij te dragen aan de seizoensgebondenheid van acute luchtweginfecties. Deze kunnen onder meer omvatten [3](#page=3):
* **Gedragsveranderingen:** Gedurende de koudere maanden brengen mensen meer tijd binnenshuis door, wat leidt tot nauwere contacten en een verhoogde kans op transmissie van pathogenen.
* **Omgevingsfactoren:** Lagere temperaturen en verminderde luchtvochtigheid kunnen de weerstand van de slijmvliezen van de luchtwegen beïnvloeden, waardoor deze vatbaarder worden voor infecties. Ook kan de overleving en transmissie van bepaalde virussen buiten het menselijk lichaam gunstiger zijn onder specifieke klimatologische omstandigheden.
* **Immunologische factoren:** Seizoensgebonden veranderingen in de menselijke immuniteit, bijvoorbeeld door vitamine D-tekort tijdens donkere maanden, kunnen ook een rol spelen.
### 4.2 Surveillance van luchtweginfecties
Epidemiologische surveillance is cruciaal voor het monitoren van de stand van zaken met betrekking tot luchtweginfecties. Dit omvat het systematisch verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens om trends, patronen en uitbraken tijdig te identificeren [3](#page=3).
#### 4.2.1 Doelstellingen van surveillance
De primaire doelstellingen van surveillance van luchtweginfecties zijn:
* **Vroege opsporing van uitbraken:** Het tijdig signaleren van ongebruikelijke toenames in infectiegevallen.
* **Monitoring van trends:** Het volgen van de seizoensgebonden patronen en de algemene prevalentie van infecties over tijd.
* **Informatievoorziening:** Het leveren van actuele gegevens aan gezondheidsautoriteiten, zorgverleners en het publiek om geïnformeerde beslissingen te kunnen nemen.
#### 4.2.2 Surveillance-instrumenten
Verschillende instrumenten en methoden worden ingezet voor de surveillance van luchtweginfecties:
* **Respi-radar:** Dit is een wekelijks rapport dat de actuele stand van zaken van luchtweginfecties weergeeft. Het biedt een actueel overzicht van de epidemiologische situatie en wordt bijvoorbeeld gepubliceerd in week 45-2025 [4](#page=4).
* **Epidemiologische rapporten:** Gedetailleerde rapporten, zoals die voor de seizoenen 2022-2023 en 2023-2024, analyseren de incidentie, prevalentie en trends van acute luchtweginfecties. Deze rapporten helpen bij het begrijpen van de dynamiek van infectieziekten [3](#page=3).
> **Tip:** Begrijp dat surveillance-systemen zoals Respi-radar essentieel zijn voor het implementeren van adequate volksgezondheidsmaatregelen, zoals vaccinatiecampagnes of adviezen voor gedragsaanpassingen.
#### 4.2.3 Gegevensanalyse en interpretatie
De verzamelde surveillancegegevens worden geanalyseerd om statistisch significante trends en afwijkingen te identificeren. Dit omvat het vergelijken van de huidige situatie met historische gegevens en verwachte seizoensgebonden patronen. De interpretatie van deze gegevens informeert vervolgens de beleidsvorming en interventies [3](#page=3).
> **Example:** Als een Respi-radar rapport een onverwacht hoge incidentie van een specifieke luchtweginfectie meldt buiten het verwachte piekseizoen, kan dit een signaal zijn voor een potentiële uitbraak die nader onderzoek vereist.
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Luchtweginfectie | Een infectie die de luchtwegen aantast, variërend van de bovenste luchtwegen (neus, keel) tot de onderste luchtwegen (longen). |
| Rhinovirus | Een veelvoorkomend virus dat voornamelijk verkoudheid veroorzaakt, met een piek in de wintermaanden en verspreiding via neus- en keelsecreet. |
| Pathogenese | Het mechanisme waarmee een ziekteverwekker schade aanricht in de gastheer, inclusief de interactie tussen microbe en gastheer en de daaropvolgende biologische en fysiologische effecten. |
| Epidemiologie | De studie van de verspreiding, patronen en determinanten van gezondheidsgerelateerde toestanden of gebeurtenissen in specifieke populaties, en de toepassing van deze studie op de controle van gezondheidsproblemen. |
| Adenovirus | Een groep middelgrote, dubbelstrengs DNA-virussen die diverse aandoeningen kunnen veroorzaken, waaronder luchtweginfecties, ooginfecties en maag-darmklachten, met name bij jonge kinderen. |
| Respiratoir Syncytieel virus (RSV) | Een virus dat vooral bij jonge kinderen ernstige luchtweginfecties zoals bronchiolitis en longontsteking kan veroorzaken, en dat jaarlijks circuleert van oktober tot maart. |
| Influenza | Een zeer besmettelijk virus dat griep veroorzaakt, gekenmerkt door een gesegmenteerd RNA-genoom, een lipide-envelop met hemagglutinine en neuraminidase, en voorkomend in types A, B en C. |
| Antigene drift | Een kleine, continue verandering in de antigene eigenschappen van een virus, voornamelijk door puntmutaties, waardoor bestaande immuniteit geleidelijk minder effectief wordt. |
| Antigene shift | Een plotselinge, grote verandering in de antigene eigenschappen van een influenzavirus (type A), veroorzaakt door herassortiment van genetisch materiaal, wat kan leiden tot pandemieën. |
| Vogelgriep (Avian Flu) | Een vorm van influenza die oorspronkelijk voorkomt bij vogels, maar die in zeldzame gevallen kan overspringen op mensen, wat ernstige ziekte kan veroorzaken. |
| Pandemische griep | Een wereldwijde uitbraak van een nieuw influenzavirus dat zich gemakkelijk van mens op mens verspreidt, waarvoor de bevolking weinig of geen immuniteit heeft. |
| Coronavirus (HCoV) | Een familie van virussen die een breed scala aan ziekten kunnen veroorzaken, van milde verkoudheid tot ernstige aandoeningen zoals SARS, MERS en COVID-19, gekenmerkt door hun kroonachtige uiterlijk. |
| COVID-19 | Een infectieziekte veroorzaakt door het SARS-CoV-2 virus, die zich manifesteert als een respiratoire infectie maar ook als een multisystemische ziekte kan optreden met uiteenlopende symptomen en complicaties. |
| Spike (S) glycoproteïne | Een glycoproteïne op het oppervlak van coronavirussen die essentieel is voor de binding aan de celreceptor van de gastheer, cel fusie en cel binnendringing, en fungeert als een belangrijk antigeen. |
| Multisystemische ziekte | Een ziekte die meerdere orgaansystemen in het lichaam aantast, in plaats van zich te beperken tot één specifiek orgaan. |
| Long COVID | Een reeks langdurige gezondheidsproblemen die kunnen optreden na een COVID-19 infectie, waarvan de oorzaken, het verloop en de behandelingen nog onderwerp van onderzoek zijn. |