Cover
Empieza ahora gratis PPT 2b) Virale infecties van huid en weke delen.pdf
Summary
# Virale huidinfecties en hun pathogenese
Dit onderwerp behandelt de pathogenese van virale huidinfecties, met specifieke aandacht voor papillomavirussen, molluscipoxvirus en poxvirussen.
### 1.1 Papillomavirussen (Papovaviridae)
Papillomavirussen komen voor bij diverse diersoorten, waaronder mensen, runderen, paarden, honden en knaagdieren. Directe kweek van deze virussen is niet mogelijk; detectie geschiedt via elektronenmicroscopie (EM), DNA-probes en PCR. Er zijn meer dan 70 genotypen bekend [6](#page=6).
#### 1.1.1 Transmissie en incubatietijd
De incubatietijd voor papillomavirussen bedraagt 3 tot 6 maanden. Transmissie van cutane infecties vindt plaats via huidcontact in vochtige omgevingen zoals sportscholen en zwembaden. Genitale infecties worden seksueel overgedragen [7](#page=7).
#### 1.1.2 Pathologie
Papillomavirussen kunnen verschillende huidletsels veroorzaken:
* **Cutane infecties:**
* Typen 1 en 4 veroorzaken verruca plantaris (voetzoolwratten) [8](#page=8).
* Typen 2, 4 en 7 veroorzaken verruca vulgaris (handwratten) [8](#page=8).
* Typen 3 en 10 veroorzaken verruca plana (platte wratten) op het aangezicht [8](#page=8).
* **Muco-cutane infecties:**
* Typen 6 en 11 veroorzaken condylomata acuminata (genitale wratten) [8](#page=8).
* Typen 16, 18, 31 en 33 worden geassocieerd met carcinomen van de cervix uteri, vulva en penis [8](#page=8).
* Typen 6 en 11 kunnen laryngeale papillomata veroorzaken [8](#page=8).
* Typen 2, 6, 11, 18 en 57 worden geassocieerd met orale papillomata [8](#page=8).
#### 1.1.3 Virale replicatiecyclus en pathogenese
Het virus dringt de basale cellen van de huid binnen via micro-abrasies. Naarmate de basale keratinocyten differentiëren en naar het epitheeloppervlak migreren, repliceert het virale DNA en worden virale eiwitten gevormd via transcriptie en translatie. Het infectieuze agens verspreidt zich naar het mucosale oppervlak, waar het virusdeeltjes vrijgeeft uit geïnfecteerde epitheelcellen [10](#page=10).
Bij goedaardige wratten is de virale replicatie geassocieerd met overmatige proliferatie van de epitheliale lagen, met uitzondering van de basale laag. Bij maligne letsels neemt de basale cellaag ook deel aan de proliferatie, wat leidt tot hoge mitotische activiteit. HPV veroorzaakt maligne celtransformatie via oncogenen, chromosoomontregeling, immunogenetische factoren en telomerase-activiteit [10](#page=10).
> **Tip:** Het onderscheid tussen goedaardige en maligne letsels bij HPV-infecties ligt in de betrokkenheid van de basale cel proliferatie en de mate van mitotische activiteit.
### 1.2 Molluscipoxvirus (Poxviridae)
Molluscipoxvirus is de veroorzaker van molluscum contagiosum, een goedaardige infectie van de huid en slijmvliezen [15](#page=15) [17](#page=17).
#### 1.2.1 Klinisch beeld en behandeling
Molluscum contagiosum manifesteert zich als kleine, ronde, witte tumoren van ongeveer 2 millimeter in diameter. De infectie komt veel voor bij kinderen en kan zich verspreiden binnen gezinnen en op scholen. De letsels kunnen weken tot maanden aanhouden. Bij patiënten met HIV kunnen de letsels zeer uitgebreid zijn. Molluscum contagiosum kan verdwijnen bij immuunherstel, eventueel ondersteund door antivirale therapie. De standaardbehandeling omvat cryotherapie [16](#page=16) [17](#page=17).
### 1.3 Poxvirussen (Poxviridae)
De familie Poxviridae omvat diverse virussen, waaronder Variola (pokkenvirus), Vaccinia en MPox [17](#page=17).
#### 1.3.1 Variola (pokkenvirus)
Variola virus was de oorzaak van de pokken, een ziekte die de mens als enig reservoir had. Dankzij een wereldwijde vaccinatiecampagne van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 1958, werd het virus uitgeroeid. De laatste natuurlijke pokkeninfectie werd geregistreerd in Somalië op 26 oktober 1977, en op 8 mei 1980 werd de uitroeiing van variola officieel verklaard, met uitzondering van enkele (geheime) laboratoria [17](#page=17).
#### 1.3.2 Vaccinia en MPox
Vaccinia virus vormt de basis van het pokkenvaccin, hoewel de exacte herkomst onduidelijk is, mogelijk afkomstig van koei- of paardenpokken. MPox is een ander virus binnen deze familie [17](#page=17).
#### 1.3.3 Replicatiecyclus van Poxvirussen
Alle poxvirussen repliceren in het cytoplasma van geïnfecteerde cellen via een complex, maar grotendeels geconserveerd morphogeen pad. Er zijn twee verschillende infectieuze viruspartikels die een infectie kunnen initiëren: het intracellulaire mature virus (IMV) en het extracellulaire enveloped virus (EEV). Deze virions verschillen in hun oppervlakteglycoproteïnen en het aantal omhullende membranen [20](#page=20).
Het binden van het virion wordt bepaald door verschillende virionproteïnen en door glycosaminoglycanen (GAGs) op het oppervlak van de doelcel, of door componenten van de extracellulaire matrix. Volledig permissieve virale replicatie wordt gekenmerkt door drie golven van virale mRNA- en eiwitsynthese (vroeg, intermediair en laat), gevolgd door morfogenese van infectieuze partikels. Het initiële intracellulaire mature virus (IMV) wordt via microtubuli getransporteerd en omhuld met membraan afkomstig van het Golgi-apparaat, waarna het intracellulair enveloped virus (IEV) wordt genoemd. Het IEV fuseert met het celmembraan om een cel-geassocieerd enveloped virus (CEV) te vormen. CEV wordt ofwel door actine-staartpolymerisatie uit de cel geëxtrudeerd of vrijgegeven als EEV. EEV kan ook ontstaan door directe knopvorming van IMV, waardoor de IEV-fase wordt omzeild [20](#page=20).
Poxvirussen produceren ook een reeks extracellulaire en intracellulaire modulatoren, waarvan sommige worden gedefinieerd als "host-range factors" die nodig zijn om de virale replicatiecyclus te voltooien. Poxvirussen kunnen aanzienlijk variëren in hun portfolio van specifieke modulatoren en host-range factoren, die tropisme en gastheerspectrum bepalen. Niet-permissieve poxvirusinfecties stoppen over het algemeen na de bindings/fusie-stap [20](#page=20).
---
# Mpox en zijn epidemiologische ontwikkelingen
Mpox, voorheen bekend als monkeypox, is een virale zoönose die wordt veroorzaakt door het monkeypoxvirus, met significante epidemiologische ontwikkelingen, waaronder een wereldwijde volksgezondheidscrisis [18](#page=18).
### 2.1 Overzicht van Mpox
Mpox is een virale zoönose die van oudsher voornamelijk voorkomt in tropische regenwoudgebieden van Centraal- en West-Afrika. Het wordt veroorzaakt door het monkeypoxvirus, een lid van het geslacht *Orthopoxvirus* binnen de familie *Poxviridae*. De ziekte kenmerkt zich door symptomen zoals koorts, huiduitslag en gezwollen lymfeklieren [19](#page=19).
#### 2.1.1 Transmissie
Transmissie van mpox kan op verschillende manieren plaatsvinden:
* **Zoönotische overdracht:** Van wilde dieren zoals knaagdieren en primaten naar mensen [19](#page=19).
* **Mens-op-mens overdracht:** Door contact met laesies, lichaamsvloeistoffen, ademhalingsdruppeltjes en gecontamineerde materialen, zoals beddengoed [19](#page=19).
#### 2.1.2 Klinische kenmerken en mortaliteit
De klinische presentatie van mpox vertoont gelijkenissen met pokken, een verwante orthopoxvirusinfectie die in 1980 wereldwijd werd uitgeroeid. De mortaliteit van mpox werd voorheen geschat op maximaal tien procent, met de meeste sterfgevallen bij jongere leeftijdsgroepen in laaggeïndustrialiseerde landen [19](#page=19).
#### 2.1.3 Preventie en behandeling
Het vacciniavaccin dat tijdens het pokkenuitroeiingsprogramma werd gebruikt, bleek ook beschermend tegen mpox. Een nieuw, derde generatie vacciniavaccin is goedgekeurd voor de preventie van zowel pokken als mpox. Antivirale middelen worden eveneens ontwikkeld [19](#page=19).
### 2.2 Epidemiologische ontwikkelingen en uitbraken
#### 2.2.1 Geografische verspreiding vóór 2022
Voor 2022 beperkte de geografische verspreiding van mpox zich voornamelijk tot tropische regenwoudgebieden in Centraal- en West-Afrika, hoewel het virus incidenteel naar andere regio's werd geëxporteerd [21](#page=21).
#### 2.2.2 De mpox-uitbraak 2022-2023 (Clade II)
De uitbraak in 2022-2023, voornamelijk geassocieerd met Clade II, begon met reizigers uit West-Afrika die Europa bezochten. Deze uitbraak trof voornamelijk mannen die seks hebben met mannen (MSM) en werd gekenmerkt door een relatief mild ziektebeeld. De Centers for Disease Control and Prevention (CDC) biedt gedetailleerde informatie over de klinische kenmerken van mpox [22](#page=22) [24](#page=24).
#### 2.2.3 De mpox-uitbraak 2024 (Clade I)
Vanaf 1 januari 2024 heeft de Democratische Republiek Congo (DRC) meer dan 33.000 vermoedelijke mpox-gevallen en meer dan 1.000 sterfgevallen gemeld. Van deze gevallen zijn ongeveer 6.700 bevestigd door laboratoriumtests. Er zijn twee typen mpox: Clade I en Clade II. Historisch gezien heeft Clade I geleid tot een hoger aantal ernstig zieke of overleden personen vergeleken met Clade II [26](#page=26).
De uitbraak van 2024 omvatte ook reisgerelateerde gevallen in diverse landen, waaronder Duitsland, India, Kenia, Zweden, Thailand, het Verenigd Koninkrijk, Zambia en Zimbabwe. Op 14 augustus 2024 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de uitbraak uitgeroepen tot een Public Health Emergency of International Concern (PHEIC) [26](#page=26).
> **Tip:** Het is cruciaal om onderscheid te maken tussen de clades van mpox, aangezien Clade I een hogere ernst en mortaliteit kent dan Clade II [26](#page=26).
#### 2.2.4 Public Health Emergency of International Concern (PHEIC)
De WHO-declaratie van de mpox-uitbraak als een PHEIC op 14 augustus 2024 onderstreept de internationale zorg en de noodzaak van gecoördineerde wereldwijde actie [26](#page=26).
#### 2.2.5 Verdere leesmateriaal
Aanvullende inzichten in de ontwikkeling van mpox, van Afrikaanse wouden naar stedelijke gebieden, zijn te vinden in artikelen zoals "Een jaar mpox: van het Afrikaanse woud naar de stad" van het Institute of Tropical Medicine. Publicaties zoals in de New England Journal of Medicine (NEJM) in 2025 bieden ook relevante informatie. De OpenWHO-cursus "Mpox and the 2022-2023 global outbreak" biedt ook uitgebreide informatie [25](#page=25) [27](#page=27) [28](#page=28).
---
# De geschiedenis en klinische kenmerken van pokken
Dit onderwerp biedt een diepgaande analyse van pokken (Variola), inclusief de historische context, de verschillende klinische manifestaties, de stadia van de ziekte, pathogenese, en de bijdragen van pioniers op het gebied van vaccinatie.
### 3.1 Wat zijn pokken?
Pokken, ook wel bekend als Variola, is een virusziekte die strikt een menselijke infectie is, hoewel primaten en andere dieren onder laboratoriumomstandigheden geïnfecteerd kunnen worden. Het virus behoort tot de familie Poxviridae. De ziekte werd waarschijnlijk gedragen door Egyptische handelaren naar India rond het millennium voor Christus, waar het een endemische infectie werd. Epidemieën worden vermeld in de Bijbel en in oude Griekse en Romeinse literatuur. De naam Variola werd voor het eerst gebruikt in de 6e eeuw, afgeleid van het Latijnse woord 'varius' (gevlekt) of 'varus' (puistje). In de 10e eeuw gebruikten de Anglo-Saksen het woord 'poc' of 'pocca' (zak of buidel) om een huiduitslagziekte te beschrijven, mogelijk pokken. In de 15e eeuw gebruikten de Engelsen het voorvoegsel 'small' om variola (kleine pokken) te onderscheiden van syfilis (grote pokken) [17](#page=17) [30](#page=30) [31](#page=31) [32](#page=32).
#### 3.1.1 Klinische vormen van pokken
Er zijn twee klinische vormen van pokken bekend: Variola Major en Variola Minor [30](#page=30).
* **Variola Major:** Dit is de ernstigere en meest voorkomende vorm, gekenmerkt door een uitgebreidere huiduitslag en hogere koorts. De sterftecijfers voor Variola Major bedroegen ongeveer 30%. Een vroege beschrijving uit India rond 400 na Christus beschrijft ernstige pijn in gewrichten, hoest, lusteloosheid, droge mond, geen eetlust, en pustels die rood, geel en wit waren met brandende pijn, waarbij de huid blauw kon worden en de pustels zwart en plat werden met een depressie in het midden [30](#page=30) [33](#page=33).
* **Variola Minor:** Deze vorm presenteert zich minder vaak en is veel minder ernstig, met sterftecijfers van 1% of minder [30](#page=30).
#### 3.1.2 Verschil met Mpox
Mpox, voorheen bekend als monkeypox, is een virale zoönose die voornamelijk voorkomt in tropische regenwoudgebieden van Centraal- en West-Afrika en incidenteel wordt geëxporteerd. Het wordt veroorzaakt door het monkeypoxvirus, een lid van het genus Orthopoxvirus binnen de familie Poxviridae. Symptomen van Mpox zijn koorts, huiduitslag en gezwollen lymfeklieren. De overdracht vindt plaats van wilde dieren zoals knaagdieren en primaten, maar ook mens-tot-mens overdracht komt voor door contact met laesies, lichaamsvloeistoffen, ademhalingsdruppeltjes en gecontamineerd materiaal. De sterftecijfers van Mpox kunnen oplopen tot 10%, met de meeste sterfgevallen bij jongere leeftijdsgroepen in lage- en middeninkomenslanden. De klinische presentatie van monkeypox lijkt op die van smallpox, een gerelateerde orthopoxvirusinfectie die in 1980 wereldwijd werd uitgeroeid [19](#page=19).
### 3.2 Pathogenese van pokken
De infectie met het pokkenvirus begint wanneer het virus contact maakt met de orofaryngeale (mond en keel) of respiratoire slijmvliezen. Vervolgens vindt virusvermenigvuldiging plaats in de regionale lymfeklieren. Het virus kan vervolgens via de bloedcirculatie worden verspreid, wat leidt tot een primaire viremie. Dit kan leiden tot laesies in de lever en milt, met focale necrose. Daarna volgt een tweede viremie, waarbij het virus zich verspreidt naar de dermis via capillaire vaten [30](#page=30) [41](#page=41).
Een opvallend kenmerk van pokkenmeldingen is de afwezigheid van specifieke laesies buiten de huid en slijmvliezen. Echter, in ernstigere gevallen kunnen endotheelcellen die de sinusoïden van de lever bekleden, gezwollen zijn, prolifereren of necrotisch. In het beenmerg en de milt treedt reticulumcelhyperplasie op. De milt is meestal vergroot en bevat talrijke grote lymfoïde cellen [40](#page=40).
### 3.3 Stadia van pokken
De ziekte verloopt typisch in verschillende stadia:
1. **Incubatieperiode:** Deze periode duurt gemiddeld 12 tot 14 dagen, met een bereik van 7 tot 17 dagen. Gedurende deze tijd is de persoon niet besmettelijk en vertoont geen symptomen [35](#page=35).
2. **Prodrome Fase (Pre-eruptieve stadium):** Dit stadium markeert het begin van de eerste symptomen en duurt 2 tot 4 dagen. Het begint abrupt met koorts (minimaal 101 graden Fahrenheit, vaak hoger), algehele malaise, hoofdpijn, hoofd- en lichaamspijn, prostratie, en vaak misselijkheid en braken. De ernstige koortsige prodrome, vlak voor het begin van de huiduitslag, is kenmerkend voor pokken en kan helpen bij het onderscheiden ervan van andere huiduitslagziekten. Dit stadium kan soms besmettelijk zijn [35](#page=35).
3. **Rash Fase (Uitslagfase):** Wanneer de eerste zichtbare laesies verschijnen, kan de koorts beginnen af te nemen. Dit is de meest besmettelijke periode, wanneer het speeksel het meeste virus bevat. Deze fase duurt 4 dagen [36](#page=36).
* **Ontwikkeling van de uitslag:**
* De uitslag begint als kleine rode vlekjes op de tong en in de mond, ongeveer 24 uur voordat de uitslag op de huid verschijnt [36](#page=36).
* De laesies in de mond en keel zwellen snel op, ulcereren en geven grote hoeveelheden virus vrij in het speeksel [36](#page=36).
* Deze vlekken ontwikkelen zich tot zweren die openbreken en grote hoeveelheden virus in mond en keel verspreiden [36](#page=36).
* De uitslag begint op het gezicht als enkele macula, bekend als 'herald spots', en verspreidt zich naar armen en benen, en vervolgens naar handen en voeten [36](#page=36).
* De uitslag verspreidt zich meestal binnen 24 uur over het hele lichaam [36](#page=36).
* Op de derde dag van de uitslag worden de laesies verheven bultjes of papels [36](#page=36).
* Op de vierde dag worden de bultjes vesiculair, gevuld met een dikke, ondoorzichtige vloeistof, en vertonen vaak een inkeping in het midden die lijkt op een navel (umbilicatie). Deze umbilicatie is een belangrijk onderscheidend kenmerk van pokken, vooral ten opzichte van waterpokken [36](#page=36).
* **Distributie en kenmerken van de uitslag:**
* De uitslag heeft een centrifugale distributie: het is het meest geconcentreerd op het gezicht en dichter op de extremiteiten dan op de romp [37](#page=37).
* De handpalmen en voetzolen zijn bij de meerderheid van de gevallen aangedaan [37](#page=37).
* De laesies bevinden zich allemaal in hetzelfde stadium van ontwikkeling op een bepaald lichaamsdeel, in tegenstelling tot waterpokken [37](#page=37).
* De stadia van ontwikkeling zijn: macula, papula, vesikel en gekorste laesies [37](#page=37).
* Deze kenmerken zijn cruciaal voor het differentiëren van pokken van andere oorzaken van huiduitslagziekten [37](#page=37).
### 3.4 Uitkomsten van de infectie
Overlevenden van pokken hebben meestal littekens. Als de ogen waren aangedaan, kon dit leiden tot blindheid. Herstel resulteert in langdurige immuniteit tegen herinfectie met het variola-virus; er is geen bewijs van chronische of recidiverende infecties. In fatale gevallen treedt de dood meestal op tussen de 10e en 16e dag van de ziekte. De precieze doodsoorzaak bij pokken is niet volledig duidelijk, aangezien de infectie meerdere organen treft. Mogelijk spelen een ongecontroleerde immuunrespons, overweldigende viremie en oplosbare variola-antigenen een rol [42](#page=42).
### 3.5 Pioniers van de vaccinatie
* **Edward Jenner:** Een huisarts uit Berkeley, Gloucestershire, die opmerkte dat melkmeisjes die besmet waren met koepokken geen pokken kregen. Hij experimenteerde door mensen opzettelijk te infecteren met koepokken (van Latijn 'vacca' voor koe, afgeleid van 'vaccin') [46](#page=46).
* **Variolatie:** Dit was een methode waarbij korstjes van uitgedroogde blaasjes van pokkenpatiënten werden gebruikt. Dit kon via een pijpje in de neus of via een sneetje in de huid [46](#page=46).
> **Tip:** De WGO (Wereldgezondheidsorganisatie) startte in 1958 een vaccinatiecampagne tegen pokken. De laatste pokkenpatiënt werd geregistreerd op 26 oktober 1977 in Somalië, en op 8 mei 1980 werd de variola van de aardbol verklaard als verdwenen, met uitzondering van enkele (geheime) laboratoria [17](#page=17).
> **Tip:** Het vaccinia-virus, dat de basis vormt van het pokkenvaccin, heeft een onduidelijke herkomst, mogelijk van koeien- of paardenpokken. Het vaccinia-vaccin dat werd gebruikt tijdens het uitroeiingsprogramma voor pokken, bood ook bescherming tegen Mpox [17](#page=17) [19](#page=19).
* **Lady Montagu:** Wordt ook genoemd in de context van vaccinatiepioniers. Ze speelde een rol in de introductie van variolatie in Engeland [44](#page=44).
> **Tip:** De ontwikkeling van een nieuw derde generatie vaccinia-vaccin is goedgekeurd voor de preventie van zowel pokken als Mpox. Antivirale middelen worden ook ontwikkeld [19](#page=19).
---
# Herpes simplex virus infecties
Dit gedeelte behandelt de structuur, replicatie, neurovirulentie en latente infecties veroorzaakt door Herpes simplex virussen (HSV) type 1 en 2, evenals de klinische manifestaties van deze infecties.
### 4.1 Structuur en genoom van Herpes simplex virus (HSV)
Herpes simplex virussen (HSV) zijn dubbelstrengige DNA-virussen die omgeven zijn door een envelop. Hun complexe genoom bevat 74 genen, verdeeld over een lange unieke regio (UL) en een korte unieke regio (US) [53](#page=53).
### 4.2 Replicatie van virussen
Het document vermeldt replicatie van virussen in het algemeen maar specifieke details over de HSV-replicatiecyclus zijn niet uitgewerkt in de verstrekte tekst voor dit gedeelte [54](#page=54) [55](#page=55).
### 4.3 Unieke biologische kenmerken van HSV
HSV-infecties worden gekenmerkt door twee belangrijke biologische eigenschappen: neurovirulentie en latente infectie [57](#page=57).
#### 4.3.1 Neurovirulentie
Neurovirulentie verwijst naar het vermogen van het virus om het centrale zenuwstelsel (CNS) binnen te dringen en zich daarin te repliceren. Dit vereist specifieke binding aan neuronen en neuro-invasiviteit. Aangezien neuronen zelf geen DNA aanmaken, beschikt HSV over eigen genen voor virale DNA-replicatie [57](#page=57).
#### 4.3.2 Latente infectie
HSV heeft het vermogen om een latente infectie te veroorzaken. Het virus bevindt zich dan in de neurale ganglia in een episomaal stadium, zowel bij HSV-1 als HSV-2. Reactivatie van het virus kan plaatsvinden in de aanwezigheid van neutraliserende antistoffen. Belangrijk is dat deze replicatie plaatsvindt zonder vernietiging van de neuronen waarin het virus repliceert, waardoor geen anesthesie optreedt [57](#page=57).
### 4.4 Klinische manifestaties en typen HSV
Er zijn twee hoofdtypen HSV, met distincte infectieplaatsen en klinische presentaties:
#### 4.4.1 Herpes simplex virus type 1 (HSV-1)
HSV-1 veroorzaakt voornamelijk orale infecties [60](#page=60).
* **Primaire lesie: Stomatis ulcerosa**
* Vaak tijdens de jeugd [60](#page=60).
* Kenmerkt zich door pijnlijke zweertjes op de tong, het tandvlees en de wangen [60](#page=60).
* Overdracht kan plaatsvinden via kussen, drinken uit hetzelfde glas, of proeven met dezelfde lepel [60](#page=60).
* **Latente vorm:** Het virus nestelt zich in de trigeminale ganglia [60](#page=60).
* **Secundaire lesie: Herpes labialis (koortslip)**
* Ontstaat na de stomatitis ulcerosa [60](#page=60).
* De precieze mechanismen voor de ontwikkeling van secundaire laesies zijn niet volledig begrepen [60](#page=60).
* Het virus verspreidt zich centrifugale [60](#page=60).
* Reactivatie treedt op bij koorts, stress of verminderde weerstand [60](#page=60).
* **Keratoconjunctivitis (keratitis dendritica)**
* Kan optreden na neonatale infectie, hoewel HSV-2 hier een grotere rol speelt [60](#page=60).
* Vertonen dezelfde recidiverende patronen als herpes labialis [60](#page=60).
* **Encephalitis:**
* Een zeer ernstige aandoening met een mortaliteit van 70% bij ouderen [60](#page=60).
* Veroorzaakt door centripetale verspreiding van het virus [60](#page=60).
#### 4.4.2 Herpes simplex virus type 2 (HSV-2)
HSV-2 veroorzaakt voornamelijk genitale infecties [60](#page=60).
* **Primaire lesie:**
* Kenmerkt zich door aften, die zeer pijnlijk zijn en drie weken kunnen aanhouden, vaak gepaard gaand met algemene symptomen [60](#page=60).
* **Secundaire lesie: Herpes genitalis**
* Vertoont dezelfde symptomen als herpes labialis [60](#page=60).
* **Herpes neonatorum:**
* Overdracht kan plaatsvinden in utero (zelden), intrapartum (75% van de gevallen), of postnataal [60](#page=60).
* Is meestal symptomatisch, met een hoge mortaliteit en slechte prognose [60](#page=60).
* Manifesteert zich in drie vormen: huid-, oog- en mondinfecties (ongeveer een derde van de gevallen), encephalitis (ongeveer een derde), of gedissimeneerde infectie (ongeveer een derde) [60](#page=60).
#### 4.4.3 Andere klinische manifestaties
Naast de typische orale en genitale infecties, kunnen HSV-infecties zich ook uiten als:
* Herpes labialis [61](#page=61).
* Genitale herpes [61](#page=61).
* Herpes stomatitis [62](#page=62).
* Herpes oesofagitis [62](#page=62).
* Herpes meningo-encefalitis [62](#page=62).
### 4.5 Behandeling en profylaxe
* **Behandeling:** Infecties met acyclovir (merknaam Zovirax) kunnen intraveneus (IV) of oraal (PO) worden toegediend [61](#page=61) [62](#page=62).
* **Secundaire profylaxe:** Acyclovir kan ook worden gebruikt voor secundaire profylaxe [61](#page=61).
### 4.6 Epidemiologie van HSV-1 en HSV-2
HSV-1 en HSV-2 delen geen specifieke overdrachtsroutes of infectieplaatsen, maar hun epidemiologie en klinische symptomen vertonen wel overeenkomsten [63](#page=63).
* **Algemeen:** Wereldwijd is ongeveer een derde van de bevolking besmet met HSV. Er is geen dierenreservoir; de overdracht geschiedt van mens tot mens [63](#page=63).
* **HSV-1:**
* Een significant percentage van de infecties vindt plaats op kinderleeftijd [64](#page=64).
* De prevalentie van HSV-1 neemt toe in ontwikkelingslanden en bij personen met een lagere socio-economische status [64](#page=64).
* **HSV-2:**
* Infecties komen zelden voor vóór de seksueel actieve leeftijd [64](#page=64).
* De prevalentie van HSV-2 neemt toe bij een hoger aantal seksuele partners, zowel bij homoseksuele als heteroseksuele contacten [64](#page=64).
---
# Varicella zoster virus en cytomegalovirus infecties
Dit onderwerp behandelt de eigenschappen, pathologie en klinische manifestaties van infecties veroorzaakt door het Varicella zoster virus (VZV) en het Cytomegalovirus (CMV).
### 5.1 Varicella zoster virus (VZV)
Het Varicella zoster virus (VZV) is verantwoordelijk voor twee klinische entiteiten: waterpokken en gordelroos (herpes zoster) [65](#page=65) [68](#page=68).
#### 5.1.1 Waterpokken (Varicella)
* **Primaire infectie:** De primaire infectie met VZV manifesteert zich als waterpokken, ook wel bekend als ‘windpokken’ of ‘chicken pox’ [65](#page=65) [68](#page=68).
* **Besmetting:** Besmetting geschiedt voornamelijk via druppel- of airborne-infectie [68](#page=68).
* **Epidemiologie:** Waterpokken komt veel voor bij kinderen, met name tussen de 2 en 6 jaar oud [68](#page=68).
* **Klinische presentatie:** De ziekte wordt gekenmerkt door blaasjes die zich in verschillende stadia van ontwikkeling bevinden (exantheem) [68](#page=68).
* **Besmettelijkheid:** Patiënten zijn besmettelijk vanaf 1 dag vóór tot 6 dagen na het uitbreken van de huiduitslag [68](#page=68).
* **Latente fase:** Na de primaire infectie blijft het virus in latente vorm aanwezig in de sensibele ganglia [68](#page=68).
#### 5.1.2 Gordelroos (Herpes zoster)
* **Secundaire infectie:** Reactivatie van het latente VZV leidt tot gordelroos, ook wel herpes zoster genoemd [67](#page=67) [68](#page=68).
* **Klinische presentatie:** Kenmerkend zijn blaasjes die zich ontwikkelen langs de baan van één dermatoom, vaak gepaard gaande met ernstige zenuwpijn (postherpetische pijn) [67](#page=67) [68](#page=68).
* **Besmettelijkheid:** Gordelroos is besmettelijk, onder andere voor kinderen die nog geen waterpokken hebben gehad [68](#page=68).
* **Complicaties:** Mogelijke complicaties zijn surinfectie met bacteriën zoals streptokokken en stafylokokken [67](#page=67).
* **Behandeling:** Behandeling kan bestaan uit aciclovir, intraveneus of oraal toegediend, waarbij hogere doseringen nodig kunnen zijn [67](#page=67).
#### 5.1.3 Infecties bij immuungecompromitteerde patiënten
VZV kan ernstigere en gedissemineerde infecties veroorzaken bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem [68](#page=68).
### 5.2 Cytomegalovirus (CMV)
Cytomegalovirus (CMV) is een veelvoorkomend herpesvirus dat bij de meeste infecties asymptomatisch verloopt [70](#page=70).
#### 5.2.1 Pathologie en transmissie van CMV
* **Primaire infectie:** De primaire infectie met CMV is vaak asymptomatisch [70](#page=70).
* **Prevalentie:**
* Levend geborenen: 0.5-2.5% [70](#page=70).
* Kleuters: 10-29% [70](#page=70).
* Schoolkinderen: 2-15% [70](#page=70).
* Volwassenen: 0-2% [70](#page=70).
* Cervix (niet-zwangere vrouwen): 10% [70](#page=70).
* Cervix (zwangere vrouwen): 28% [70](#page=70).
* Sperma (jonge volwassenen): 10% [70](#page=70).
* Moedermelk (CMV-positief): 13-17% [70](#page=70).
* **Cellulaire kenmerken:** Geïnfecteerde cellen zwellen op en vertonen een vergrote kern (‘megalo’) met inclusies [70](#page=70).
#### 5.2.2 Secundaire infecties en orgaanaantasting
* **Congenitale infectie:** Transmissie kan intra-uterien plaatsvinden, ook bij een primaire infectie van de moeder. Dit kan leiden tot milt- en leververgroting, hemolytische anemie, trombocytopenie, chorioretinitis en verkalkingen in de hersenen [71](#page=71).
* **Reactivatie bij immuungecompromitteerde patiënten:** Bij patiënten met een verstoorde immuniteit, zoals bij HIV/AIDS, transplantatiepatiënten en andere immuungecompromitteerde individuen, kan CMV gedissemineerde infecties veroorzaken [71](#page=71).
* **Klinische manifestaties bij reactivatie:**
* Vaak asymptomatische primo-infectie op jonge leeftijd (bijvoorbeeld in de crèche) resulterend in CMV IgG-positiviteit [72](#page=72).
* Daling van de cellulaire immuniteit kan leiden tot hercirculatie van CMV in het bloed, detecteerbaar met PCR of antigenemie [72](#page=72).
* Symptomen kunnen variëren van koorts tot orgaanaantasting [72](#page=72).
* **Specifieke orgaanaantastingen omvatten:**
* Pneumonie (vaak in combinatie met andere oorzaken) [72](#page=72) [75](#page=75).
* Oesofagitis en ulcera in de slokdarm [72](#page=72) [75](#page=75).
* Colitis [72](#page=72).
* Beenmergdepressie [72](#page=72).
* Retinitis (netvliesontsteking), wat kan leiden tot blindheid en dringende behandeling en opvolging door een oogarts vereist [72](#page=72) [76](#page=76).
#### 5.2.3 CMV en zwangerschap
De meeste CMV-infecties bij zwangere vrouwen vinden niet plaats op de werkvloer, maar door contact met een besmet, jong kind (het eigen kind) [77](#page=77).
> **Tip:** Het begrijpen van de verschillende stadia van VZV-uitslag en de specifieke orgaanaantastingen door CMV bij immuungecompromitteerde patiënten is cruciaal voor diagnose en behandeling. De prevalentiecijfers van CMV in verschillende leeftijdsgroepen en populaties geven inzicht in de wijdverbreidheid van het virus.
---
# Epstein-Barr virus en humane herpesvirussen (HHV-6, HHV-8)
Dit deel bespreekt de pathologie, epidemiologie en geassocieerde ziekten van het Epstein-Barr virus (EBV), humaan herpesvirus type 6 (HHV-6) en humaan herpesvirus type 8 (HHV-8).
### 6.1 Epstein-Barr virus (EBV)
#### 6.1.1 Pathologie en primaire infectie
Epstein-Barr virus (EBV) is een humaan herpesvirus dat wereldwijd verspreid is en in mond- en keelsecreet aanwezig is. De primaire infectie kan asymptomatisch verlopen met seroconversie, of zich manifesteren als mononucleosis infectiosa, ook wel de "klierkoorts" genoemd. Besmetting vindt doorgaans plaats via de oropharynx, vaak door kussen [80](#page=80) [81](#page=81).
Het virus infecteert lymfoïde weefsel, met name B-cellen, waar het zowel een lytische als een latente vorm kan aannemen. De incubatietijd voor EBV varieert van 30 tot 50 dagen [80](#page=80).
Symptomen van mononucleosis infectiosa omvatten koorts, lymfeklierzwelling, pharyngitis en miltvergroting. Leverstoornissen kunnen optreden en ongeveer 10% van de patiënten ontwikkelt geelzucht. In het bloedbeeld worden abnormale mononucleaire cellen waargenomen. Een kenmerkend fenomeen is het optreden van een exantheem (huiduitslag) bij circa 100% van de patiënten na toediening van ampicilline [80](#page=80).
> **Tip:** Wees alert op het mogelijke optreden van een exantheem bij EBV-infectie, met name na gebruik van ampicilline.
#### 6.1.2 Epidemiologie
EBV is wereldwijd wijdverbreid en wordt aangetroffen in het mond- en keelsecreet. De natuurlijke infectie verloopt verschillend afhankelijk van de leeftijd. Bij kinderen verloopt de infectie vaak asymptomatisch met seroconversie, wat leidt tot levenslange immuniteit. Bij jonge volwassenen ontwikkelt ongeveer 50% mononucleosis infectiosa, met een hogere prevalentie in "gegoede kringen". Bij Afrikaanse kinderen wordt EBV geassocieerd met de ontwikkeling van Burkitt-lymfomen [81](#page=81).
#### 6.1.3 Oncogene potentie en associaties
EBV staat bekend om zijn oncogene potentie en is geassocieerd met verschillende maligniteiten. Daarnaast is er een verband aangetoond tussen EBV en Multiple Sclerosis [82](#page=82) [83](#page=83).
### 6.2 Humaan herpesvirus type 6 (HHV-6)
#### 6.2.1 Isolatie en pathologie
Humaan herpesvirus type 6 (HHV-6) werd voor het eerst geïsoleerd in 1969. Er is geen kruisreactie waargenomen met andere herpesvirussen. De primaire infectie met HHV-6 manifesteert zich typisch als exanthema subitum, ook wel bekend als roseola infantum of de "zesde ziekte". Dit is een zeer frequente infectie die optreedt bij zuigelingen en jonge kinderen [84](#page=84) [85](#page=85).
#### 6.2.2 Klinisch beeld en verloop
De incubatietijd voor HHV-6 varieert van 10 tot 15 dagen. De infectie komt veel voor bij kinderen tussen de 6 maanden en 3 jaar oud. Het typische klinische verloop kenmerkt zich door 3 tot 5 dagen hoge koorts (tot 41°C). Na de koortsdaling, ongeveer 48 uur later, verschijnt het exantheem. Ongeveer 80% van de volwassenen heeft antistoffen tegen HHV-6, wat duidt op een wijdverbreide blootstelling gedurende het leven [85](#page=85).
> **Voorbeeld:** Een baby van 10 maanden ontwikkelt plotseling hoge koorts die drie dagen aanhoudt. Na de koorts daalt, verschijnt er een huiduitslag op het gezicht en de hals die zich verder verspreidt. Dit klinische beeld is suggestief voor exanthema subitum, veroorzaakt door HHV-6.
#### 6.2.3 Secundaire infectie
Bij immuungecompromitteerde patiënten kan HHV-6 een secundaire, gedissemineerde infectie veroorzaken. Overdracht in deze gevallen kan plaatsvinden via bloedtransfusies en orgaandonatie [85](#page=85).
### 6.3 Humaan herpesvirus type 8 (HHV-8)
#### 6.3.1 Ontdekking en pathologie
Humaan herpesvirus type 8 (HHV-8) werd aangetoond met behulp van Representational Difference Analysis (RDA). De belangrijkste pathologie die geassocieerd wordt met HHV-8 is Kaposi's sarcoma. Dit is een huidaandoening die frequent voorkomt bij patiënten met AIDS [87](#page=87) [88](#page=88).
#### 6.3.2 Ziektebeelden geassocieerd met HHV-8
Kaposi's sarcoma is een bloedvattumor die zich kan manifesteren op de huid en mucosa. Daarnaast kan het ook voorkomen in klieren en pleuravocht. In sommige gevallen kan Kaposi's sarcoma gepaard gaan met een lymfoproliferatieve ziekte. Bij HIV-patiënten wordt de behandeling van Kaposi's sarcoma gekenmerkt door HAART (highly active antiretroviral therapy) en, indien nodig, chemotherapie [90](#page=90).
HHV-8 is ook geassocieerd met andere ziekten, waaronder Primary Effusion Lymphoma [92](#page=92).
---
# Kinderziekten met huiduitslag en hun veroorzakers
Dit onderwerp omvat een overzicht van diverse veelvoorkomende kinderziekten die gepaard gaan met huiduitslag, waarbij de focus ligt op hun specifieke veroorzakers, kenmerken en epidemiologie.
### 7.1 Overzicht van Kinderziekten met Huiduitslag
Verschillende kinderziekten worden gekenmerkt door het optreden van exantheem, oftewel huiduitslag, vaak gepaard gaand met koorts. Deze ziekten hebben uiteenlopende veroorzakers, variërend van virussen tot bacteriën, en kennen verschillende transmissieroutes, incubatietijden en klinische presentaties [98](#page=98).
#### 7.1.1 Vergelijkende Tabel van Kinderziekten
Een gedetailleerde vergelijking van deze ziekten is essentieel voor diagnostiek:
| Kenmerk | Mazelen (Eerste Ziekte) | Roodvonk (Tweede Ziekte) | Rode Hond (Derde Ziekte) | Vijfde Ziekte | Zesde Ziekte (Roseola Infantum) | Waterpokken (Varicella) | Bof (Parotitis Epidemica) |
| :----------------------- | :-------------------------------------- | :------------------------------------------ | :------------------------------ | :---------------------------- | :------------------------------ | :------------------------------- | :------------------------------- |
| **Verwekker** | Mazelenvirus | Groep A Streptococcus (S. pyogenes) | Rubellavirus | Parvovirus B19 | Humaan Herpesvirus (HHV 6; soms 7) | Varicellazostervirus (VZV) | Bofvirus |
| **Transmissie** | Druppelinfectie | Druppelinfectie, dragerschap keel | Druppelinfectie, intra-uterien | Druppelinfectie, intra-uterien (hydrops foetalis), via bloedtransfusie | Druppelinfectie, via transplantatie | Druppelinfectie | Druppelinfectie |
| **Incubatietijd** | 10-14 dagen | 2-7 dagen | 12-23 dagen | 4-20 dagen | 10-15 dagen | 10-21 dagen | 12-25 dagen |
| **Epidemiologie** | Uitbraken (niet-gevaccineerden); importinfectie | Endemisch | Uitbraken (niet-gevaccineerden); importinfectie | Endemisch, in clusters | Endemisch | Endemisch | Uitbraken (niet-gevaccineerden); falende immuniteit na vaccinatie; importinfectie |
| **Besmettelijkheid** | Hoog | Gemiddeld | Gemiddeld | Gemiddeld | Beperkt | Hoog | Hoog |
| **Leeftijd** | Alle leeftijden (niet-gevaccineerden) | Vanaf 3 jaar | Alle leeftijden (niet-gevaccineerden) | Vooral 4-10 jaar | 6 maanden-3 jaar | Meestal <5 jaar | Alle leeftijden (niet-gevaccineerden) |
| **Type exantheem** | Maculopapulair, grofvlekkig, confluerend | Maculopapulair, fijnvlekkig, erytheem; huid voelt als ‘fijn zand’; periorale bleekheid | Maculopapulair, fijnvlekkig | Felrode wangen, maculopapulair op lichaam | Maculopapulair, fijnvlekkig | Vesiculair | Geen exantheem |
| **Specifieke kenmerken** | Hoge koorts, Koplik-vlekjes (mond), conjunctivitis | Hoge koorts, faryngitis/tonsillitis, frambozentong, vervelling na 1-2 weken | Milde koorts, lymfeklierzwellingen (vooral retroauriculair) | Soms gewrichtsklachten, soms anemie | Hoge koorts, voorafgaand aan exantheem, lymfadenopathie | Hoge koorts | Parotitis, orchitis, meningitis/encefalitis |
| **Laboratoriumdiagnostiek** | Antistoffen (IgM, ∆IgG), PCR, viruskweek | Bacteriële kweek | Antistoffen (IgM, ∆IgG), PCR, viruskweek | Antistoffen (IgM), PCR | Antistoffen (IgM, ∆IgG) | Viruskweek, antistoffen | Antistoffen (IgM, ∆IgG), PCR, viruskweek |
| **Behandeling/Preventie** | Symptomatisch/vaccinatie | Antibiotica | Symptomatisch/vaccinatie | Symptomatisch | Symptomatisch | Symptomatisch / eventueel (val)aciclovir | Vaccinatie |
### 7.2 Specifieke Kinderziekten in Detail
#### 7.2.1 Mazelen (Eerste Ziekte)
Mazelen is een zeer besmettelijke virale infectie die wordt veroorzaakt door het mazelenvirus, een paramyxovirus. Het virus is pleomorf, heeft enkelstrengs RNA en een envelop met glycoproteïnen (H voor hemagglutinine en F voor fusie) die syncytia kan vormen. Het matrixeiwit (M) en het nucleocapside (RNA met eiwitten zoals NP, P en L) zijn ook belangrijke componenten. Mazelen wordt uitsluitend bij mensen aangetroffen, wat het een ideaal doelwit voor vaccinatie maakt .
**Klinische Presentatie:**
De ziekte kent een incubatieperiode van ongeveer 10 dagen, gevolgd door een prodromaal stadium met koorts, hoest, neusverkoudheid en conjunctivitis. Kenmerkend zijn de Koplik-vlekken (pathognomonisch enantheem) die 12-13 dagen na besmetting verschijnen, gevolgd door het maculopapulaire exantheem rond dag 14. De rash kan grofvlekkig en confluerend zijn [98](#page=98).
**Pathogenese:**
Het virus vermenigvuldigt zich in de luchtepitheelcellen en conjunctivae, verspreidt zich naar regionale lymfeklieren en veroorzaakt een eerste viremie. Daarna volgt vermenigvuldiging in het reticulo-endotheliale systeem, wat leidt tot een tweede viremie, leukopenie en uiteindelijk de ontwikkeling van neutraliserende antistoffen .
**Epidemiologie en Besmettelijkheid:**
Mazelen is mens-op-mens overdraagbaar via druppelinfectie en direct contact. Besmettelijkheid is hoog en treedt op in de catarrale fase, enkele dagen voor tot na het exantheem. Ondanks vaccinatie blijven uitbraken voorkomen, met name bij niet-gevaccineerde populaties [98](#page=98).
**Complicaties:**
Mogelijke complicaties omvatten bacteriële superinfecties (otitis, sinusitis, pneumonie), encefalitis (met aanzienlijke mortaliteit en neurologische schade) en subacute scleroserende panencefalitis (SSPE) .
> **Tip:** De aanwezigheid van Koplik-vlekken in de mond is een zeer specifiek kenmerk voor de diagnose van mazelen.
#### 7.2.2 Roodvonk (Scarlatina, Tweede Ziekte)
Roodvonk wordt veroorzaakt door groep A streptokokken, specifiek *Streptococcus pyogenes*. De transmissie geschiedt via druppels en dragerschap in de keel [98](#page=98).
**Klinische Presentatie:**
Kenmerkend is een fijnvlekkige, erythemateuze huiduitslag die aanvoelt als 'fijn zand', vaak met een bleke zone rond de mond (periorale bleekheid). Bijkomende symptomen zijn hoge koorts, faryngitis of tonsillitis en een frambozentong. Na 1-2 weken treedt vervelling op [98](#page=98).
**Behandeling:**
Behandeling bestaat uit antibiotica [98](#page=98).
#### 7.2.3 Rode Hond (Rubella, Derde Ziekte)
Rode hond wordt veroorzaakt door het rubellavirus, behorend tot de Togavirusfamilie. Het virus is een enkelstrengs RNA-virus met een icosahedrale capside [98](#page=98).
**Postnatale Rubella:**
Het virus dringt de slijmvliezen binnen, vermenigvuldigt zich in cervicale lymfeknopen en veroorzaakt na ongeveer 7 dagen viremie. De huiduitslag verschijnt rond dag 14, gelijktijdig met de ontwikkeling van antistoffen. De huiduitslag is maculopapulair en fijnvlekkig. Complicaties zijn zeer zeldzaam en er is sprake van levenslange immuniteit. Rode hond is endemisch en kent epidemieën om de 5-10 jaar. Er is geen specifieke behandeling [98](#page=98).
**Congenitaal Rubella Syndroom (CRS):**
Viremie bij de moeder kan leiden tot infectie van de foetus met verstoring van de organogenese. Vooral in de eerste maand van de zwangerschap is het risico op misvormingen hoog (80%). Gevolgen kunnen miskramen, aangeboren afwijkingen (hart, ogen, gehoor) en 'late onset disease' (psychomotorische achterstand, gehoorvermindering) zijn .
> **Tip:** Bij zwangere vrouwen die blootgesteld zijn geweest aan rode hond, is profylaxe met immunoglobulinen niet effectief. Bij infectie in de eerste trimester wordt soms zwangerschapsonderbreking overwogen .
#### 7.2.4 Vijfde Ziekte (Erythema Infectiosum)
De vijfde ziekte wordt veroorzaakt door Parvovirus B19. De incubatietijd varieert van 4 tot 20 dagen [98](#page=98).
**Klinische Presentatie:**
Kenmerkend is de 'slapped cheek' (appelwangen) uitslag, gevolgd door een maculopapulaire rash op het lichaam. Soms treden gewrichtsklachten op en kan er sprake zijn van anemie [98](#page=98).
**Transmissie en Epidemiologie:**
Het virus verspreidt zich via druppelinfectie en wordt intra-uterien overgedragen. De ziekte is endemisch en komt in clusters voor [98](#page=98).
#### 7.2.5 Zesde Ziekte (Roseola Infantum, Exanthema Subitum)
De zesde ziekte wordt veroorzaakt door humaan herpesvirus type 6 (HHV-6) en soms HHV-7. De incubatietijd is 10 tot 15 dagen [98](#page=98).
**Klinische Presentatie:**
De ziekte wordt gekenmerkt door hoge koorts die voorafgaat aan het exantheem, gevolgd door een maculopapulair, fijnvlekkig huiduitslag. Lymfadenopathie kan ook voorkomen. De ziekte komt meestal voor bij kinderen tussen 6 maanden en 3 jaar [98](#page=98).
**Transmissie:**
De transmissie geschiedt via druppelinfectie [98](#page=98).
#### 7.2.6 Waterpokken (Varicella)
Waterpokken worden veroorzaakt door het varicellazostervirus (VZV). De incubatietijd ligt tussen de 10 en 21 dagen [98](#page=98).
**Klinische Presentatie:**
De huiduitslag bij waterpokken is vesiculair. De ziekte gaat gepaard met hoge koorts [98](#page=98).
**Behandeling en Preventie:**
Symptomatische behandeling is gebruikelijk, en indien nodig kan (val)aciclovir worden ingezet [98](#page=98).
#### 7.2.7 Bof (Parotitis Epidemica)
De bof wordt veroorzaakt door het bofvirus, een paramyxovirus. De incubatietijd is lang, variërend van 12 tot 25 dagen [98](#page=98).
**Pathogenese:**
Het virus infecteert de bovenste luchtwegen en verspreidt zich via viremie naar verschillende organen, waaronder de speekselklieren (parotis), testes, en het centrale zenuwstelsel (CZS) .
**Klinische Presentatie:**
De meest kenmerkende symptomen zijn parotitis (zwelling van de speekselklieren), die eerst éénzijdig kan zijn en zich dan bilateraal ontwikkelt. Koorts is ook aanwezig. De ziekte verloopt hevigere bij volwassenen .
**Complicaties:**
Potentiële complicaties, hoewel zelden fataal, omvatten orchitis (bij mannen) en meningo-encefalitis .
**Epidemiologie en Besmettelijkheid:**
Het virus is besmettelijk vanaf 5 dagen voor tot 9 dagen na het begin van de ziekte, voornamelijk via speekselcontact of druppelinfecties. De ziekte is endemisch met epidemieën in gesloten gemeenschappen zoals scholen. Uitbraken, zoals die bij universiteitsstudenten, komen voor .
### 7.3 Virale en Bacteriële Huiduitslag
Naast de specifieke kinderziekten, kunnen diverse andere infecties huiduitslag veroorzaken:
**Virale Huiduitslag:**
Verschillende virussen kunnen exantheem veroorzaken, waaronder herpesvirussen (zoals CMV en EBV), de virussen achter de klassieke exanthemateuze kinderziekten (mazelen, bof, rubella), HIV, en tropische virussen zoals dengue, chikungunya en zika .
**Bacteriële Huiduitslag:**
Bacteriële oorzaken van huiduitslag omvatten scarlatina (roodvonk), stafylokokken toxic shock syndroom, secundaire syfilis, leptospirose, rickettsiose, gedissemineerde gonococcose en gedissemineerde Pseudomonas-bacteriëmie .
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Virale replicatiecyclus | Het proces waarbij een virus zich vermenigvuldigt binnen een gastheercel. Dit omvat de binnenkomst van het virus, replicatie van het genetisch materiaal, synthese van virale eiwitten, assemblage van nieuwe virusdeeltjes en vrijlating uit de cel. |
| Papillomavirus | Een familie van virussen die bekende oorzaak zijn van wratten op de huid en slijmvliezen. Er zijn meer dan 70 typen bekend die menselijke infecties kunnen veroorzaken, variërend van goedaardige laesies tot kankers. |
| Humaan papillomavirus (HPV) | Een specifiek type papillomavirus dat infecties bij mensen veroorzaakt, bekend om het induceren van verschillende soorten wratten en, in sommige gevallen, carcinomen van de cervix, vulva, penis en keelholte. |
| Molluscipoxvirus | Een virus behorende tot de familie Poxviridae, dat molluscum contagiosum veroorzaakt, een goedaardige huidinfectie die zich kenmerkt door kleine, parelachtige bultjes. |
| Poxviridae | Een familie van grote, complex gebouwde DNA-virussen die ziekten veroorzaken zoals pokken (Variola), vaccinia en Mpox. Deze virussen repliceren in het cytoplasma van geïnfecteerde cellen. |
| Variola | De wetenschappelijke naam voor het pokkenvirus, dat verantwoordelijk is voor de zeer besmettelijke en potentieel dodelijke ziekte pokken, die wereldwijd is uitgeroeid dankzij vaccinatie. |
| Vaccinia | Een virus uit de Poxviridae-familie dat gebruikt wordt in het pokkenvaccin. De exacte oorsprong is onduidelijk, maar het is effectief gebleken ter bescherming tegen pokken en gerelateerde orthopoxvirussen. |
| Mpox (Monkeypox) | Een virale zoönose veroorzaakt door het monkeypoxvirus, een lid van het geslacht Orthopoxvirus. De ziekte wordt gekenmerkt door koorts, huiduitslag en gezwollen lymfeklieren, en kan van dier op mens en tussen mensen worden overgedragen. |
| Orthopoxvirus | Een geslacht binnen de familie Poxviridae dat virussen omvat die mensen kunnen infecteren, zoals variola, vaccinia, cowpox en monkeypox. |
| Zoonose | Een infectieziekte die van nature voorkomt bij dieren maar kan worden overgedragen op mensen. |
| Viremie | De aanwezigheid van virussen in het bloed. Dit kan leiden tot verspreiding van het virus door het lichaam en infectie van diverse organen. |
| Cytoplasma | Het deel van een cel dat zich buiten de kern bevindt en omvat het cytosol en de organellen. Veel virussen, zoals poxvirussen, repliceren in het cytoplasma van de gastheercel. |
| Morphogenese | Het biologische proces waarbij de vorm en structuur van cellen, weefsels en organismen worden bepaald. Bij virussen verwijst het naar de vorming van nieuwe viruspartikels na replicatie. |
| Glycosaminoglycanen (GAGs) | Lange, onvertakte polysacchariden die een belangrijke rol spelen in de extracellulaire matrix en op het celoppervlak. Ze kunnen dienen als bindingsplaatsen voor virussen om de cel te infecteren. |
| Host-range factors | Virale of cellulaire eiwitten die de specificiteit van de gastheer en het tropisme van een virus bepalen, dat wil zeggen, welke soorten of celtypen geïnfecteerd kunnen worden. |
| Incuberatietijd | De periode tussen de blootstelling aan een ziekteverwekker en het optreden van de eerste symptomen. |
| Latente infectie | Een infectie waarbij het virus in het lichaam aanwezig is maar geen actieve replicatie vertoont of symptomen veroorzaakt. Het virus kan later weer actief worden (reactivatie). |
| Neurovirulentie | De eigenschap van een virus om het zenuwstelsel binnen te dringen en schade te veroorzaken. |
| Neuroinvasiviteit | Het vermogen van een virus om het zenuwstelsel binnen te dringen. |
| Episcomaal stadium | Een vorm van latente infectie waarbij viraal DNA buiten het gastheerschromosoom cirkelvormig aanwezig is in de celkern, zonder integratie in het genoom. |
| Herpes simplex virus (HSV) | Een virus dat twee hoofdtypen kent, HSV-1 en HSV-2, en infecties veroorzaakt zoals koortsblaasjes (herpes labialis), genitale herpes en herpes simplex encephalitis. Het kan latente infecties veroorzaken. |
| Trigeminale ganglia | Een groep zenuwknopen in het hoofd die sensorische informatie van het gezicht verwerken. HSV-1 kan zich hier latent vestigen. |
| Keratoconjunctivitis | Ontsteking van het hoornvlies (keratitis) en het bindvlies (conjunctivitis) van het oog, vaak veroorzaakt door virussen zoals HSV. |
| Herpes zoster (gordelroos) | Een reactivatie van het Varicella zoster virus (VZV) in de sensibele zenuwknopen, wat resulteert in een pijnlijke huiduitslag langs een dermatoom. |
| Postherpetische pijn | Chronische pijn die aanhoudt na het verdwijnen van de huiduitslag van gordelroos. |
| Cytomegalovirus (CMV) | Een veelvoorkomend virus uit de familie van herpesvirussen. Primaire infecties zijn vaak asymptomatisch, maar het kan ernstige complicaties veroorzaken bij immuungecompromitteerde personen en congenitale afwijkingen bij pasgeborenen. |
| Retinitis | Ontsteking van het netvlies in het oog, die kan leiden tot blindheid. CMV-retinitis is een ernstige complicatie bij immuungecompromitteerde patiënten. |
| Epstein-Barr virus (EBV) | Een herpesvirus dat mononucleosis infectiosa (klierkoorts) veroorzaakt en geassocieerd is met bepaalde kankers en auto-immuunziekten zoals multiple sclerose. |
| Mononucleosis infectiosa | Een infectieziekte veroorzaakt door EBV, gekenmerkt door koorts, keelontsteking, gezwollen lymfeklieren en vermoeidheid. |
| Burkitt-lymfoom | Een agressieve vorm van non-Hodgkinlymfoom die geassocieerd is met EBV-infectie, vooral bij kinderen in Afrika. |
| Multiple Sclerose (MS) | Een chronische auto-immuunziekte die het centrale zenuwstelsel aantast. Er is een sterke associatie gevonden tussen EBV-infectie en het risico op MS. |
| Humaan herpesvirus type 6 (HHV-6) | Een herpesvirus dat voornamelijk exanthema subitum (roseola infantum) veroorzaakt bij jonge kinderen, gekenmerkt door hoge koorts gevolgd door huiduitslag. |
| Exanthema subitum (roseola infantum) | Een veelvoorkomende kinderziekte veroorzaakt door HHV-6, gekenmerkt door plotselinge hoge koorts die na enkele dagen gevolgd wordt door een huiduitslag bij koortsdaling. |
| Humaan herpesvirus type 8 (HHV-8) | Een herpesvirus dat voornamelijk geassocieerd wordt met de ontwikkeling van Kaposi-sarcoom, een type bloedvattumor, vooral bij patiënten met HIV/AIDS. |
| Kaposi-sarcoom | Een zeldzame vorm van kanker die ontstaat uit de cellen die de binnenkant van bloed- of lymfevaten bekleden. Het wordt sterk geassocieerd met HHV-8 en komt frequent voor bij HIV-positieve personen. |
| Primary effusion lymphoma (PEL) | Een zeldzaam type non-Hodgkinlymfoom dat typisch voorkomt bij HIV-positieve personen en geassocieerd is met HHV-8. |
| Exantheem | Een algemene term voor huiduitslag, vooral die veroorzaakt wordt door een infectieziekte. |
| Mazelen (eerste ziekte) | Een zeer besmettelijke virale ziekte veroorzaakt door het mazelenvirus, gekenmerkt door koorts, hoest, conjunctivitis en een karakteristieke huiduitslag. |
| Koplik-vlekken | Kleine, witte vlekjes met een rood randje die op het slijmvlies van de wangen verschijnen, een pathognomonisch teken van mazelen in het prodromale stadium. |
| Subacute scleroserende panencefalitis (SSPE) | Een zeer zeldzame, fatale neurologische complicatie van mazelen die jaren na de primaire infectie kan optreden, gekenmerkt door progressieve neurologische achteruitgang. |
| Roodvonk (scarlatina, tweede ziekte) | Een bacteriële infectie veroorzaakt door Streptococcus pyogenes (groep A streptokokken), gekenmerkt door keelpijn, koorts en een karakteristieke fijnvlekkige huiduitslag. |
| Rubella (derde ziekte) | Een virale infectie veroorzaakt door het rubellavirus, meestal mild bij kinderen maar kan ernstige aangeboren afwijkingen veroorzaken bij infectie tijdens de zwangerschap (congenitaal rubellasyndroom). |
| Congenitaal rubellasyndroom | Een syndroom van aangeboren misvormingen die optreden bij een foetus wiens moeder tijdens de zwangerschap rubella heeft opgelopen. |
| Erythema infectiosum (vijfde ziekte) | Een virale kinderziekte veroorzaakt door Parvovirus B19, gekenmerkt door een karakteristieke 'slapped cheek' (rode wangen) uitslag, gevolgd door een maculopapulaire uitslag op romp en ledematen. |
| Parvovirus B19 | Een klein DNA-virus dat erythema infectiosum (vijfde ziekte) veroorzaakt, en ook verantwoordelijk kan zijn voor aplastische crises bij patiënten met chronische hemolytische anemieën. |
| Roseola infantum (zesde ziekte) | Zie exanthema subitum. |
| Bof (parotitis epidemica) | Een virale infectie veroorzaakt door het bofvirus, gekenmerkt door zwelling van de oorspeekselklieren (parotis) en mogelijke complicaties zoals orchitis en meningitis. |
| Bofvirus | Het virus dat de bof veroorzaakt, een infectieziekte die voornamelijk de oorspeekselklieren aantast. |
| Orchitis | Ontsteking van de teelballen, een mogelijke complicatie van bof bij mannen na de puberteit. |
| Meningoencephalitis | Gelijktijdige ontsteking van de hersenvliezen (meningitis) en de hersenen (encephalitis). |
| VZV (Varicella zoster virus) | Het virus dat zowel waterpokken (primaire infectie) als gordelroos (reactivatie) veroorzaakt. |
| Paramyxoviridae | Een familie van RNA-virussen die ziektes als mazelen, bof en RSV veroorzaken. |
| Syncytia | Grote meerkernige cellen die ontstaan door de fusie van meerdere cellen. Dit kan optreden bij infectie met virussen zoals mazelen, waar het fusie-eiwit (F) een rol speelt. |
| Viremie | De aanwezigheid van virussen in het bloed. |
| Leukopenie | Een verminderd aantal witte bloedcellen in het bloed, wat kan leiden tot een verhoogd risico op infecties. |
| Catarrale fase | De beginfase van een infectieziekte, gekenmerkt door ontsteking en afscheiding van slijmvliezen, zoals in de neus en keel. |
| Streptococcus pyogenes | Een bacterie die bekend staat als groep A streptokok, de veroorzaker van keelontsteking en roodvonk. |
| Togavirusfamilie | Een familie van RNA-virussen waartoe onder andere rubellavirus behoort. |
| Congenitale afwijkingen | Afwijkingen die aanwezig zijn bij de geboorte, veroorzaakt door factoren die optreden tijdens de ontwikkeling van de foetus. |
| Psychomotorische achterstand | Een vertraging in de ontwikkeling van zowel de motorische vaardigheden als de cognitieve en taalvaardigheden. |
| Vasculitis | Ontsteking van bloedvaten, die kan leiden tot schade aan organen en weefsels. |
| Scabies | Een besmettelijke huidaandoening veroorzaakt door de schurftmijt, die intense jeuk veroorzaakt. |
| Leptospirose | Een bacteriële infectie veroorzaakt door Leptospira-bacteriën, die kan worden overgedragen via contact met besmet water of dierlijke urine. |
| Rickettsiose | Een groep infectieziekten veroorzaakt door Rickettsia-bacteriën, die worden overgedragen door teken, luizen of vlooien. |
| Gedissemineerde gonococcose | Een ernstige complicatie van een gonorroe-infectie waarbij de bacterie zich door het lichaam verspreidt via de bloedbaan. |
| Gedissemineerde Pseudomonas-bacteriëmie | Een bloedvergiftiging veroorzaakt door Pseudomonas-bacteriën, wat vooral gevaarlijk is bij verzwakte patiënten. |
| Gedissemineerde Candida-bacteriëmie | Een systemische infectie veroorzaakt door Candida-gisten, die zich vanuit een lokale infectie door het lichaam verspreidt. |