Cover
Empieza ahora gratis PPT 2a) Bacteriële verwekkers van huid en weke delen en bloedbaan infecties.pdf
Summary
# Bacteriële verwekkers van huid- en weke delen infecties
Dit onderwerp behandelt de bacteriële verwekkers van huid- en weke delen infecties, met een focus op hun epidemiologie, pathogenese en klinische manifestaties, waarbij Staphylococcus aureus en Streptococcus pyogenes centraal staan.
## 1. Bacteriële verwekkers van huid- en weke delen infecties
### 1.1 Algemene introductie
Huid- en weke delen infecties (SSTI) worden door diverse bacteriën veroorzaakt, waarbij *Staphylococcus aureus* en *Streptococcus pyogenes* (groep-A-streptokokken) tot de meest frequente verwekkers behoren. Deze bacteriën kunnen leiden tot een breed spectrum aan infecties, van oppervlakkige huidafwijkingen tot levensbedreigende systemische ziekten [32](#page=32) [4](#page=4).
### 1.2 Gram-positieve kokken
#### 1.2.1 Staphylococcus genus
* **Algemene kenmerken:** *Staphylococcus* is een genus van gram-positieve kokken die zich in trosjes (druiventros) ordenen. Ze zijn facultatief anaëroob en produceren het enzym catalase. De twee belangrijkste subgroepen zijn *Staphylococcus aureus* (coagulase-positief) en de coagulase-negatieve stafylokokken (CNS) [6](#page=6) [7](#page=7) [9](#page=9).
* **Epidemiologie van *S. aureus***:
* Wijdverspreid in de natuur en als commensale flora bij mens en dier [9](#page=9).
* Commensalisme: Het leeft in de neus van ongeveer 30% van de menselijke populatie (permanent, intermitterend of nooit dragerschap) [10](#page=10) [11](#page=11) [12](#page=12).
* Overdracht: Kan plaatsvinden via handen, toestellen en de omgeving, vooral tijdens hospitalisatie [16](#page=16) [17](#page=17).
* Nasale decontaminatie: Kan het infectierisico in ziekenhuizen beperken, met mupirocine als gouden standaard, hoewel resistentie een zorgpunt is [18](#page=18).
* **Pathogenese van *S. aureus***:
* **Wandcomponenten:**
* Peptidoglycaan: Werkt endotoxine-achtig, trekt polymorphonucleaire (PMN) cellen aan en activeert complement [19](#page=19).
* Teichoïnezuur: Adsorbeert bacteriofagen en faciliteert adherentie aan epitheliale oppervlakten via fibronectine [19](#page=19).
* Proteïne A: Belemmert opsonisatie door binding aan Fc-gedeelten van antistoffen en verbruikt complement extracellulair [19](#page=19).
* **Extracellulaire enzymen:**
* Coagulase: Zet fibrinogeen om in fibrine, wat leidt tot omkapseling [20](#page=20) [9](#page=9).
* Stafylokinase (fibrinolysine): Lost fibrineklonters op, wat verspreiding bevordert [20](#page=20).
* Nucleasen: Breken DNA en RNA af [20](#page=20).
* Lipasen: Voeren lipolyse uit, belangrijk voor invasie van huidweefsels [20](#page=20).
* Hyaluronidase: Breekt hyaluronzuur af, faciliteert verspreiding [20](#page=20).
* Gelatinase: Breekt proteïnen af [20](#page=20).
* Katalase: Zet waterstofperoxide (H2O2) om in water en zuurstof, wat beschermend werkt [20](#page=20) [7](#page=7).
* **Exotoxines:**
* α-toxine (stafylolysine): Vormt poriën in celmembranen, lyseert rode bloedcellen (RBC) en witte bloedcellen (WBC), veroorzaakt weefselbeschadiging en abcesvorming [22](#page=22).
* β-toxine: Lyseert RBC [22](#page=22).
* γ-toxine en δ-toxine: Lyseert RBC en/of neutrofielen [22](#page=22).
* Leukocidine: Lyseert neutrofielen, wat weefselbeschadiging kan veroorzaken en fagocytose belemmert [22](#page=22).
* Exfoliatief (epidermolytisch) toxine (A/B): Splijt het stratum granulosum van de huid, leidend tot exfoliatieve dermatitis [23](#page=23).
* TSST-1 (Toxic Shock Syndrome Toxin-1): Een superantigeen dat hypotensie, shock en orgaanfalen kan veroorzaken. Associatie met super-absorberende maandverbanden, verhoogde vaginale partiële O2 druk en binding van Mg kan de productie ervan verhogen [23](#page=23) [24](#page=24) [26](#page=26) [27](#page=27).
* Enterotoxines (A-H, exclusief F): Werken als superantigenen, veroorzaken gastro-intestinale symptomen (braken, diarree) [23](#page=23).
* **Klinische manifestaties van *S. aureus***:
* Oppervlakkige huidinfecties: Folliculitis, furunkel (karbonkel), impetigo, ecthyma, paronychia [33](#page=33) [34](#page=34) [35](#page=35) [4](#page=4).
* Wondinfecties en abcessen [36](#page=36).
* Diepere infecties: Septische bursitis pyomyositis (spierinfectie) [37](#page=37) [38](#page=38).
* Bloedbaaninfecties (bacteriemie, septicaemia) [39](#page=39) [40](#page=40).
* Gedissemineerde infecties: Endocarditis (met vegetaties) [42](#page=42) [43](#page=43) [44](#page=44) [45](#page=45).
* Scalded Skin Syndrome (SSS): Veroorzaakt door exfoliërende toxines [47](#page=47) [48](#page=48) [49](#page=49).
* Toxic Shock Syndrome (TSS) [24](#page=24) [25](#page=25).
* **Methicilline-resistente *Staphylococcus aureus* (MRSA)**: Een klinisch significant probleem met resistentie tegen methicilline en andere antibiotica, zowel in ziekenhuis- als gemeenschapsomgevingen [28](#page=28) [29](#page=29) [51](#page=51).
#### 1.2.2 Coagulase-negatieve stafylokokken (CNS)
* **Algemene kenmerken:** Groeien gemakkelijk en zijn een deel van de normale huidflora. *Staphylococcus epidermidis* is de meest voorkomende soort [51](#page=51) [52](#page=52).
* **Pathogeen vermogen:** Zonder vreemd lichaam treden infecties door CNS zelden op. Ze zijn significante nosocomiale pathogenen, vooral bij immuungecompromitteerde patiënten en bij infecties van vreemde lichamen [52](#page=52) [53](#page=53).
* **Biofilmvorming:** CNS kunnen biofilms vormen op medische hulpmiddelen (prothesen, katheters, shunts) door de productie van extracellulair slijm. Deze biofilms beschermen tegen antibiotica en immuunsysteem [53](#page=53) [54](#page=54) [55](#page=55).
* **Reservoir voor genen:** *S. epidermidis* kan genen overdragen naar *S. aureus*, wat de pathogeniteit en antibioticaresistentie van *S. aureus* kan verhogen [55](#page=55).
* **Klinische manifestaties:** Geassocieerd met infecties van katheters, prothesen, en andere geïmplanteerde materialen. *S. saprophyticus* veroorzaakt met name urineweginfecties [52](#page=52) [53](#page=53).
#### 1.2.3 Streptococcus genus
* **Algemene kenmerken:** Gram-positieve kokken die in ketens liggen. Ze zijn facultatief anaëroob en produceren catalase negatief [59](#page=59) [6](#page=6) [7](#page=7).
* **Indeling van streptokokken:**
* Gebaseerd op hemolyse van rode bloedcellen (RBC): α-hemolyse (vergroening), β-hemolyse (heldere zone), γ-hemolyse (geen verandering) [62](#page=62) [63](#page=63) [64](#page=64) [65](#page=65).
* Serologische indeling (Lancefield): Gebaseerd op precipitatiereactie met specifieke antisera tegen groepsantigenen (bv. A, B, C, D, G) [61](#page=61) [62](#page=62).
* **Belangrijke streptokokken en hun kenmerken:**
* *Streptococcus pyogenes* (Groep A Streptococcus - GAS):
* β-hemolytisch [66](#page=66).
* Infecteert alleen mensen [69](#page=69).
* Kan fatale syndromen veroorzaken, waaronder "vleesetende bacterie" [69](#page=69).
* Serotype M1T1 kloon heeft specifieke mutaties voor invasieve ziekte [69](#page=69).
* Epidemiologie: Leeftijd is een factor in de ernst en manifestatie van infecties. Wereldwijd een belangrijke doodsoorzaak [70](#page=70) [72](#page=72).
* **Virulentiefactoren van *S. pyogenes***:
* Celwandantigenen: Hyaluronzuur (hinder fagocytose), M-proteïne (hinder fagocytose, hechting, rol in immuniteit), T-proteïne, R-proteïne, Lipoteichoïnezuur (hechting), C-koolhydraat [74](#page=74).
* Extracellulaire producten:
* Erythrogeen toxine (pyrogene, cytotoxische, superantigeen): Veroorzaakt rash bij scarlatina [75](#page=75).
* Streptolysine S en O: Lyseert RBC, WBC en bloedplaatjes. Streptolysine O is sterk antigeen (ASLO) [75](#page=75).
* NAD-ase: Leukotoxisch [75](#page=75).
* Streptokinase: Breekt fibrine af, bevordert verspreiding [75](#page=75).
* Hyaluronidase: Breekt hyaluronzuur af, bevordert verspreiding [75](#page=75).
* Amylase, Proteïnase, DNAse: Leveren nutriënten en breken weefselbestanddelen af [75](#page=75).
* **Klinische manifestaties van *S. pyogenes***:
* Oppervlakkige infecties: Impetigo erysipelas, cellulitis [76](#page=76) [77](#page=77) [78](#page=78).
* Necrotiserende fasciitis ("vleesetende bacterie") [79](#page=79).
* Streptokokken Toxic Shock Syndrome (STSS) [80](#page=80).
* Sequelae: Acuut gewrichtsreuma acuut post-streptokokken glomerulonefritis, acuut reuma als hartkleplijden [81](#page=81) [83](#page=83).
* Andere: Faryngitis, septische artritis, puerperale sepsis, meningitis, pneumonie, peritonitis, abces [91](#page=91).
* Differentiaal diagnose van gasgangreen (*Clostridium perfringens*) [92](#page=92).
* *Streptococcus agalactiae* (Groep B streptokokken - GBS):
* β-hemolytisch [66](#page=66) [84](#page=84).
* Pathogeen vermogen:
* Pasgeborenen: Vroege vorm (respiratoire insufficiëntie, sepsis, meningitis, hoge mortaliteit), late vorm (meningitis, lage mortaliteit) [84](#page=84).
* Volwassenen: Urineweginfecties, pyelonefritis (vooral bij diabetes) [84](#page=84).
* Epidemiologie: Commensaal van rectum en vagina; besmetting van pasgeborenen in utero of tijdens geboorte; latere besmetting via handen. Complicaties bij moeder en kind [85](#page=85) [86](#page=86).
* Mondstreptokokken (Viridans streptokokken):
* O.a. *S. salivarius*, *S. sanguis*, *S. mitis*, *S. mutans* [67](#page=67) [88](#page=88).
* Pathogeen vermogen: Endocarditis (lenta, subacuut) [88](#page=88) [89](#page=89).
* Epidemiologie: Vele soorten in de mondholte, op de tongrug, tandplaque en speeksel [90](#page=90).
#### 1.2.4 Enterokokken
* **Algemene kenmerken:** Ook bekend als D-groepsstreptokokken. Kenmerkend D-groepsantigeen, wisselende hemolyse. Groeien goed bij hoge zoutconcentratie, 40% gal en alkalische pH [66](#page=66).
* **Belangrijkste soorten:** *E. faecalis* en *E. faecium* .
* **Pathogeen vermogen:** Urineweginfecties, galweg- en abdominale infecties, endocarditis, bacteriëmie .
* **Epidemiologie:** Commensalen van de darm. Vaak geassocieerd met ziekenhuisinfecties, vooral bij antibioticagebruik en immuungecompromitteerde patiënten .
* **Vancomycine resistente enterokokken (VRE):** Een significant probleem in de ziekenhuisomgeving .
### 1.3 Gram-positieve staven
#### 1.3.1 Clostridium genus
* **Algemene kenmerken:** Anaërobe, fermentatieve, spore-vormende, gram-positieve *Firmicutes*. Endosporen zijn resistent tegen hitte, chemicaliën en uitdroging. Meer dan 100 soorten, sommigen veroorzaken ziekte door toxineproductie [6](#page=6) [93](#page=93) [96](#page=96) [97](#page=97).
* **Pathogeen vermogen:**
* *Clostridium perfringens*:
* Gasgangreen (a-toxine): Veroorzaakt door besmetting na darmperforatie, abortus, of wonden. Kan leiden tot anaërobe cellulitis, anaërobe myonecrose en gasproductie [92](#page=92) [93](#page=93).
* Voedselvergiftiging: Veroorzaakt door enterotoxine na consumptie van besmet voedsel. Zelflimiterend met krampen en diarree [93](#page=93).
* Spectrum van necrotische ziekte [94](#page=94).
* *Clostridium tetani*: Veroorzaakt tetanus.
* *Clostridium botulinum*: Veroorzaakt botulisme.
* *Clostridium difficile*: Veroorzaakt pseudomembraneuze colitis [98](#page=98).
* **Epidemiologie:** Reservoir in grond, straatvuil, en darm van mens en dier [93](#page=93).
#### 1.3.2 Bacillus genus
* **Algemene kenmerken:** Gram-positieve staven die ketens vormen, aeroob [100](#page=100) [6](#page=6).
* ***Bacillus anthracis***:
* Anthrax of miltvuur: Historisch belangrijk bij vee en veehouders. Geografische spreiding in Zuidoost-Europa, Midden-Oosten, Centraal-Azië .
* **Virulentiefactoren:** Edematogenous factor, antigen protective factor, lethal factor (onderdeel van edematous en lethal toxin) .
* Besmetting: Meestal via huidcontact met sporen (95%), minder vaak via aerosol (5%) of voedsel. Geen transmissie van mens-op-mens .
* Klinische manifestaties: Cutane anthrax (95%), inhalatieanthrax, gastro-intestinale anthrax .
#### 1.3.3 Cutibacterium genus
* **Algemene kenmerken:** Langzaam groeiende, anaërobe, gram-positieve bacteriën .
* ***Cutibacterium acnes* (voorheen *Propionibacterium acnes*):**
* Epidemiologie: Normale huidflora, aanwezig op huid, conjunctiva, oropharynx, genitale tractus en colon .
* Pathogeen vermogen:
* Acne: Produceert lipasen die talg triglyceriden afbreken tot vrije vetzuren, leidend tot ontsteking van talgklieren en comedonen .
* Ontsteking van vreemde lichamen, prothese-infecties (bv. schouderprothese) .
* Kan ook diepere infecties veroorzaken zoals endovasculaire infecties, endocarditis en CNS-infecties .
### 1.4 Gram-negatieve staven
#### 1.4.1 Pseudomonas genus
* **Algemene kenmerken:** Gram-negatieve staven, aeroob. Waterprofyt, vaak gevonden in vochtige omgevingen [6](#page=6).
* ***Pseudomonas aeruginosa***:
* Pathogeen vermogen: Frequent resistent tegen antibiotica .
* Nosocomiale infecties: Ademhalingswegen (vooral bij mucoviscidose), urinewegen, wondinfecties (bv. brandwonden) .
* Niet-nosocomiale infecties: Otitis externa, ooginfecties, endocarditis .
* **Klinische manifestaties:** Ziekenhuisinfecties, kolonisatie van vochtige zones en rondom medische hulpmiddelen, urineweginfecties, luchtweginfecties, wondinfecties, abdominale infecties .
* Kenmerken: Productie van kleurpigmenten (bv. pyocyanine - blauw-groen). Vormt biofilms, met name in de longen van mucoviscidosepatiënten .
### 1.5 Spirochaeten
#### 1.5.1 Borrelia genus
* ***Borrelia burgdorferi***:
* Spirochaet (spiraalvormige bacterie) .
* Epidemiologie en transmissie: Minimaal 19 genospecies, met variaties tussen continenten (bv. *B. burgdorferi* ss in VS, *B. afzelii*, *B. garinii* in Europa). Gecorreleerd aan klinische manifestaties .
* Klinische manifestaties: Erythema migrans (algemeen), cutane infecties (*B. afzelii*), CNS-infecties (*B. garinii*, *B. burgdorferi* ss), articulair en CNS (*B. burgdorferi* ss) .
### 1.6 Tabel met bacteriële verwekkers
Hieronder volgt een samenvattende tabel van de besproken bacteriële verwekkers van huid- en weke delen infecties, gebaseerd op hun gramreactie, vorm en ligging:
| Gramreactie | Vorm | Ligging | Aeroob/Anaeroob | Pathogene soort(en) |
| :---------- | :--- | :------ | :-------------- | :----------------- |
| Positief | Kokken | Ketens | Facultatief anaëroob | *Streptococcus pyogenes* |
| Positief | Kokken | Duplo | Facultatief anaëroob | *Streptococcus pneumoniae* |
| Positief | Kokken | Trosjes | Facultatief anaëroob | *Staphylococcus aureus*, *Staphylococcus epidermidis* |
| Positief | Kokken | Los | Anaëroob | *Peptostreptococcus* spp., *Peptococcus* spp. |
| Positief | Staven | Los | Anaëroob | *Clostridium perfringens*, *Clostridium tetani* |
| Positief | Staven | Chinese letters | Aeroob | *Corynebacterium diphtheriae* |
| Positief | Staven | Ketens | Aeroob | *Bacillus anthracis* |
| Positief | Staven | Los | Facultatief anaëroob | *Listeria monocytogenes* |
| Negatief | Kokken | Duplo | Aeroob | *Neisseria meningitidis*, *Neisseria gonorrhoeae*, *Moraxella catarrhalis* |
| Negatief | Staven | Los | Aeroob | *Pseudomonas aeruginosa*, *Brucella abortus*, *Bordetella pertussis* |
| Negatief | Staven | Los | Facultatief anaëroob | *Escherichia coli*, *Salmonella typhi*, *Shigella dysenteriae*, *Klebsiella pneumoniae*, *Proteus mirabilis*, *Yersinia pestis*, *Haemophilus influenzae* |
| Negatief | Komma's | - | - | *Vibrio cholerae* |
| Negatief | Spirillen | - | - | *Campylobacter jejuni*, *Treponema pallidum*, *Borrelia burgdorferi*, *Leptospira* spp. |
| Negatief | Staven | Los | Anaëroob | *Bacteroides fragilis*, *Fusobacterium* spp. |
---
# Bacteriële verwekkers van bloedbaan infecties
Dit onderwerp behandelt bacteriën die systemische infecties, waaronder bloedbaaninfecties (sepsis), kunnen veroorzaken, met specifieke aandacht voor *Staphylococcus aureus*, *Enterococcus* en andere bacteriën die betrokken zijn bij aandoeningen zoals endocarditis en bacteriëmie [2](#page=2).
### 2.1 *Staphylococcus aureus*
*Staphylococcus aureus* is een bacterie die zowel community-acquired als ziekenhuisinfecties kan veroorzaken. Deze infecties kunnen variëren van huid- en weke delen infecties (SSTI) en abcessen tot bloedbaaninfecties (BSI), katheter-gerelateerde infecties en endocarditis [51](#page=51).
#### 2.1.1 *Staphylococcus aureus* bacteriemie (SAB)
Een bloedbaaninfectie, ook wel bacteriëmie of septicaemie genoemd, treedt op wanneer bacteriën, zoals *S. aureus*, in de bloedbaan terechtkomen. Een voorbeeld hiervan is *S. aureus* bacteriemie (SAB). De aanwezigheid van *S. aureus* in het bloed kan leiden tot gedissemineerde infecties en is een belangrijke oorzaak van diverse infectieuze aandoeningen [40](#page=40) [42](#page=42) [50](#page=50).
> **Tip:** Het bloed moet worden afgenomen voor bacteriële kweek wanneer een patiënt symptomen vertoont van een mogelijke bloedbaaninfectie, zoals bij een abces [39](#page=39).
#### 2.1.2 Endocarditis veroorzaakt door *S. aureus*
*S. aureus* kan endocarditis veroorzaken, een ontsteking van de binnenwand van het hart, inclusief de hartkleppen. Dit ontstaat door de vorming van vegetaties, wat infectieuze woekeringen op de kleppen zijn. Endocarditis kan leiden tot klinische tekenen die ook buiten het hart optreden [43](#page=43) [44](#page=44) [45](#page=45).
#### 2.1.3 Andere Stafylokokken (Coagulase-negatieve Stafylokokken - CNS)
Naast *S. aureus* zijn er ook Coagulase-negatieve Stafylokokken (CNS), zoals *S. epidermidis*, *S. saprofyticus*, *S. capitis* en *S. lugdunensis*. Deze zijn voornamelijk geassocieerd met ziekenhuisinfecties en spelen een rol bij de kolonisatie en infectie van katheters en andere medische hulpmiddelen [51](#page=51).
### 2.2 Streptokokken
Verschillende soorten streptokokken kunnen humane infecties veroorzaken. Ze worden ingedeeld op basis van Lancefield-groepen en hun hemolytische eigenschappen [61](#page=61) [66](#page=66) [67](#page=67).
#### 2.2.1 Groep A Streptokokken (*Streptococcus pyogenes*)
Groep A streptokokken (*S. pyogenes*) zijn een belangrijke oorzaak van ziekte wereldwijd, vooral in lage-inkomenslanden. Ze kunnen verschillende infecties veroorzaken, variërend van oppervlakkige infecties zoals faryngitis en impetigo, tot invasieve aandoeningen zoals streptokokken toxic shock syndroom (STSS), bacteriëmie, necrotiserende fasciitis, cellulitis, septische artritis en puerperale sepsis. Ook kunnen ze leiden tot ernstige sequelae zoals acuut gewrichtsreuma (acute rheumatic fever) en acuut post-streptokokken glomerulonefritis [72](#page=72) [81](#page=81) [91](#page=91).
> **Voorbeeld:** Streptokokken toxic shock syndroom (STSS) wordt gekenmerkt door hoge koorts, snelle bloeddrukdaling en multiorgaanfalen [80](#page=80) [91](#page=91).
#### 2.2.2 Groep B Streptokokken (*Streptococcus agalactiae*)
*Streptococcus agalactiae* staat ook bekend als groep B streptokokken (GBS) en vertoont $\beta$-hemolyse. Bij pasgeborenen kan het ernstige infecties veroorzaken, waaronder respiratoire insufficiëntie, sepsis en meningitis, met een hoge mortaliteit bij vroegtijdige presentatie (binnen 24 uur na geboorte). Bij latere presentatie (na 7 dagen tot 12 weken) kan het meningitis veroorzaken met een lagere mortaliteit. Bij volwassenen kan GBS urineweginfecties en pyelonefritis veroorzaken, met name bij diabetici [66](#page=66) [67](#page=67) [84](#page=84).
#### 2.2.3 Viridans streptokokken
Deze groep omvat soorten zoals *S. salivarius*, *S. sanguis* en *S. mitis*, die normaal voorkomen op de tongrug, in tandplaque en op andere locaties in de mond. Viridans streptokokken kunnen endocarditis veroorzaken, vaak in een subacuut of langzaam verlopend (lenta) stadium. Ze kunnen ook worden aangetroffen in het bloed van patiënten met endocarditis lenta. *S. bovis* (ook ingedeeld onder groep D) kan ook een rol spelen bij hartkleplijden [66](#page=66) [83](#page=83) [88](#page=88) [89](#page=89).
### 2.3 *Enterococcus*
*Enterococcus* bacteriën, ook wel darmstreptokokken genoemd, zijn commensalen van de darm. Ze worden gekenmerkt door een D-groepsantigeen en vertonen wisselende hemolyse. *Enterococcus* soorten zoals *E. faecalis* en *E. faecium* kunnen groeien bij hoge zoutconcentraties, in 40% gal en bij een alkalische pH .
#### 2.3.1 Pathogeen vermogen van *Enterococcus*
*Enterococcus* infecties omvatten urineweginfecties, infecties van de galwegen en het abdomen, endocarditis en bacteriëmie. Ze worden vaak geassocieerd met ziekenhuisinfecties, met name bij patiënten die antibiotica gebruiken of immuungecompromitteerd zijn. Een specifieke zorg is de resistentie tegen vancomycine, leidend tot Vancomycine-Resistente Enterokokken (VRE) .
> **Voorbeeld:** Bij een patiënte na laparotomie met symptomen van een wondinfectie werden coagulase-negatieve stafylokokken, streptokokken, enterobacteriaceae en enterokokken geïsoleerd .
### 2.4 Andere bacteriële verwekkers
Hoewel niet uitgebreid behandeld in de verstrekte pagina's voor dit specifieke onderwerp, worden andere bacteriën zoals *Pseudomonas aeruginosa* (water), *Bacillus anthracis* (sporen), *Borrelia burgdorferi* (spirocheet) en *Clostridium perfringens* (sporen) genoemd in de context van verschillende infectietypen. Deze kunnen potentieel ook bijdragen aan systemische infecties [2](#page=2).
---
# Specifieke bacteriële pathogenen en hun ziektebeelden
Dit thema richt zich op diverse specifieke bacteriële verwekkers die unieke infecties kunnen veroorzaken, waaronder Bacillus anthracis, Borrelia burgdorferi, Cutibacterium acnes, Clostridium perfringens en Pseudomonas aeruginosa.
### 3.1 Clostridium perfringens: gasgangreen en voedselvergiftiging
Clostridium perfringens is een anaërobe, fermentatieve, gram-positieve staaf die spore-vormend is en behoort tot de Firmicutes. De endosporen zijn resistent tegen hitte, chemicaliën en uitdroging en kunnen in geschikte omstandigheden kiemen. Clostridium species hebben heterogene fenotypes en kunnen groeien in een breed temperatuurbereik, met een optimum tussen 25 en 40 °C [96](#page=96) [97](#page=97).
**Pathogeniteit:** C. perfringens kan twee belangrijke ziektebeelden veroorzaken [93](#page=93):
* **Gasgangreen (anaërobe myonecrose):**
* **Besmetting:** Ontstaat na contact met sporen via bijvoorbeeld darmperforatie, abortus, of wonden (amputaties, schotwonden) [93](#page=93).
* **Ontwikkeling:** Kan leiden tot anaërobe cellulitis en anaërobe myonecrose, gekenmerkt door gasproductie [93](#page=93).
* **Spectrum:** Het spectrum van necrotische ziekte door C. perfringens bij mens en dier is breed [94](#page=94).
* **Differentiaaldiagnose:** Wordt overwogen in de differentiaaldiagnose van groep A-streptococcen infecties [92](#page=92).
* **Voedselvergiftiging:**
* **Besmetting:** Verworven via consumptie van besmet voedsel, vaak vlees dat sporen kan bevatten [93](#page=93).
* **Mechanisme:** De vegetatieve vorm vermenigvuldigt zich in de darm en geeft een enterotoxine vrij [93](#page=93).
* **Symptomen:** Veroorzaakt krampen en diarree na ongeveer 10-12 uur [93](#page=93).
* **Verloop:** De aandoening is doorgaans zelflimiterend [93](#page=93).
**Epidemiologie:**
* **Reservoir:** Grond, straatvuil, en de darm van mens en dier [93](#page=93).
### 3.2 Bacillus anthracis: miltvuur (anthrax)
Bacillus anthracis is een gram-positieve, ketenvormende, aërobe staaf die sporen kan vormen. Historisch was het een belangrijke oorzaak van uitbraken en sterfte bij vee en veehouders, vooral in Zuidoost-Europa, het Midden-Oosten en Centraal-Azië [100](#page=100) [96](#page=96).
**Pathogeniteit:** De pathogeniteit is gerelateerd aan de productie van toxines, waaronder een edematogene factor en een letaal factor, die samen het edematoxische toxine vormen. Deze toxines kunnen leiden tot oedeem, bloedingen en necrose, met potentieel fatale gevolgen .
**Ziektebeelden:**
* **Cutane anthrax (95%):** Ontstaat na huidcontact met sporen, bijvoorbeeld via leer of huiden. Een inoculum van 10-50 sporen is doorgaans voldoende .
* **Inhalatie-anthrax (5%):** Ook wel 'woolsorter's disease' genoemd, kan ontstaan door inademing van sporen, bijvoorbeeld in industriële of terroristische contexten. Een groter inoculum van 10.000-20.000 sporen is nodig .
* **Gastro-intestinale anthrax:** Ontstaat door consumptie van zieke dieren, en vereist een zeer groot inoculum van 250.000 tot 1.000.000 sporen .
**Besmetting:**
* **Routes:** Huidcontact met sporen, inademing van sporen, of ingestie van besmet materiaal .
* **Transmissie:** Geen directe transmissie van mens-op-mens .
* **Risicofactoren:** Milieu-, agrarische, occupationele en industriële blootstelling zijn risicofactoren .
* **Klimaatverandering:** Global warming verhoogt het risico op uitbreiding naar arctische regio's .
**Case study:** Een 32-jarige man met een pijnloos donker, gezwollen letsel in de nek, na contact met een wollen sjaal uit Syrië, werd gediagnosticeerd met anthrax [99](#page=99).
### 3.3 Borrelia burgdorferi: ziekte van Lyme
Borrelia burgdorferi is een spirocheet, een spiraalvormige bacterie. Er zijn minstens 19 genospecies van Borrelia, waarvan in de VS *B. burgdorferi sensu stricto* en in Europa *B. afzelii* en *B. garinii* voorkomen. Er is een correlatie tussen genospecies en klinische manifestaties, hoewel erythema migrans bij alle voorkomt. *B. afzelii* wordt geassocieerd met huidafwijkingen, *B. garinii* met centrale zenuwstelselaandoeningen, en *B. burgdorferi sensu stricto* met articulaire en centrale zenuwstelselaandoeningen .
**Ecologie en transmissie:** De ziekte wordt overgedragen door teken .
**Case study:** Een 32-jarige natuurgids met een pijnloze rode vlek op de bil en lichte koorts werd gediagnosticeerd met de ziekte van Lyme .
### 3.4 Cutibacterium acnes: acne en prothese-infecties
Cutibacterium acnes (voorheen *Propionibacterium acnes*) is een langzaam groeiende, anaërobe, gram-positieve bacterie die deel uitmaakt van de normale huidflora en als commensaal fungeert. Het is te vinden op de huid, conjunctiva, oropharynx, vrouwelijke geslachtsorganen en colon .
**Pathogeniteit:** C. acnes heeft doorgaans geen pathogeniteit, behalve onder specifieke omstandigheden. Het produceert lipasen die talg triglyceriden omzetten in vrije vetzuren, wat een ontstekingsreactie in de talgklieren en follikels kan veroorzaken .
**Ziektebeelden:**
* **Acne:** De bacterie speelt een rol bij de ontwikkeling van acne door ontsteking van de talgklieren te induceren, leidend tot comedonen .
* **Prothese-infecties:** C. acnes kan infecties veroorzaken aan vreemde lichamen, waaronder protheses (bv. schouderprotheses, spinale implantaten) .
* **Andere infecties:** Kan ook voorkomen bij endovasculaire infecties, endocarditis en infecties van het centrale zenuwstelsel .
**Behandeling:** Penicillines worden gebruikt voor de behandeling van infecties veroorzaakt door C. acnes .
**Case study:** Een 58-jarige vrouw met aanhoudende pijn, roodheid en warmte rond een schouderprothese van twee jaar oud werd gediagnosticeerd met een prothese-infectie door C. acnes .
### 3.5 Pseudomonas aeruginosa: ziekenhuisinfecties
Pseudomonas aeruginosa is een gram-negatieve, staafvormige, aërobe bacterie die los voorkomt. Het is een watersaprofyt en kan gevonden worden in vochtige omgevingen zoals de humidificatoren van ademhalingsapparaten en couveuses. Het kan soms ook als commensaal van de darm voorkomen. P. aeruginosa is frequent resistent tegen antibiotica, wat bijdraagt aan zijn rol als ziekenhuispathogeen [100](#page=100) [96](#page=96).
**Pathogeniteit:** P. aeruginosa is een belangrijke oorzaak van nosocomiale infecties .
**Infecties:**
* **Nosocomiale infecties:**
* **Ademhalingswegen:** Pneumonie (vooral bij mucoviscidose patiënten) en sinusitis .
* **Urinewegen:** Cystitis .
* **Wondinfecties:** Vooral bij brandwonden .
* **Niet-nosocomiale infecties:** Otitis externa, ooginfecties, endocarditis .
**Kenmerken:**
* **Pigmentproductie:** Productie van kleurpigmenten zoals pyorubin (rood-bruin), pyomelanin (bruin-zwart), en pyocyanin (blauw-groen) .
* **Biofilmvorming:** Kan biofilms vormen, wat met name problematisch is in de longen van mucoviscidose patiënten .
**Kolonisatie:** Kolonisatie treedt op in 'vochtige' zones van zowel de patiënt als de omgeving, en rondom catheters en vreemdlichamen .
**Case study:** Een 36-jarige vrachtwagenchauffeur met een wond aan het onderbeen die nat was, geelgroene pus produceerde en een zoeterige geur had na een verkeersongeval, werd gediagnosticeerd met een wondinfectie door Pseudomonas aeruginosa .
**Tip:** Wasbakken in ziekenhuizen kunnen een rol spelen in de aanwezigheid van Pseudomonas aeruginosa en andere nosocomiale pathogenen .
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Staphylococcus aureus | Een gram-positieve bacterie die een breed scala aan infecties kan veroorzaken, variërend van oppervlakkige huidinfecties zoals folliculitis en furunkels tot ernstige systemische ziekten zoals sepsis en endocarditis. Het staat bekend om zijn vermogen om aan weefsels te hechten en toxines te produceren die weefselschade veroorzaken. |
| Streptococcus pyogenes | Ook bekend als groep A Streptococcus (GAS), is een gram-positieve bacterie die verantwoordelijk is voor infecties zoals keelontsteking, roodvonk, impetigo en ernstige invasieve ziekten zoals necrotiserende fasciitis en toxische shock syndroom. Het produceert diverse virulentiefactoren, waaronder toxines en enzymen die weefselinvasie bevorderen. |
| Coagulase-negatieve stafylokokken (CNS) | Een groep stafylokokken die, in tegenstelling tot Staphylococcus aureus, geen coagulase produceren. Hoewel ze deel uitmaken van de normale huidflora, kunnen ze opportunistische infecties veroorzaken, met name bij patiënten met medische hulpmiddelen zoals katheters en prothesen, door de vorming van biofilms. |
| Biofilm | Een georganiseerde gemeenschap van micro-organismen die ingebed is in een zelfgeproduceerde extracellulaire matrix en zich hecht aan een oppervlak. Biofilms bieden bescherming tegen antibiotica en afweermechanismen van de gastheer, waardoor infecties moeilijk te bestrijden zijn. |
| Gramkleuring | Een differentiële kleuringstechniek die wordt gebruikt in de microbiologie om bacteriën te classificeren op basis van hun celwandstructuur. Gram-positieve bacteriën behouden de kristalvioletkleuring en verschijnen paars, terwijl gram-negatieve bacteriën de tegenkleuring (safraninet) opnemen en rood verschijnen. |
| Facultatief anaëroob | Micro-organismen die zowel in de aanwezigheid van zuurstof als in de afwezigheid ervan kunnen groeien. Ze maken gebruik van aerobe ademhaling wanneer zuurstof aanwezig is en schakelen over op fermentatie of anaerobe ademhaling wanneer zuurstof afwezig is. |
| Aerobe bacterie | Een bacterie die zuurstof nodig heeft voor zijn stofwisseling en groei. Ze gebruiken zuurstof als terminale elektronenacceptor in de cellulaire ademhalingsketen. |
| Anaërobe bacterie | Een bacterie die niet gedijt in de aanwezigheid van zuurstof en zelfs kan worden gedood door zuurstof. Ze gebruiken andere moleculen dan zuurstof als terminale elektronenacceptoren of maken gebruik van fermentatie. |
| Toxine | Een giftige stof geproduceerd door levende organismen, met name bacteriën. Toxines kunnen verschillende effecten hebben op de gastheer, variërend van lokale weefselschade tot systemische ziektebeelden zoals shock. |
| Virulentiefactor | Een eigenschap of product van een pathogeen dat bijdraagt aan zijn vermogen om infectie te veroorzaken, de gastheer te beschadigen, of ziekte te veroorzaken. Voorbeelden zijn toxines, enzymen, adhesines en invasiefactoren. |
| Endocarditis | Een ontsteking van het endocardium, het binnenste membraan van het hart, meestal veroorzaakt door bacteriële of schimmelinfecties. Het kan leiden tot de vorming van vegetaties op de hartkleppen en kan ernstige complicaties veroorzaken, zoals embolieën en hartfalen. |
| Sepsis (bloedbaaninfectie) | Een levensbedreigende reactie van het lichaam op een infectie die leidt tot orgaandysfunctie. Sepsis wordt gekenmerkt door een ontregelde immuunrespons die weefselschade en falen van vitale organen kan veroorzaken. |
| Necrotiserende fasciitis | Een ernstige bacteriële infectie van de huid en het onderhuidse weefsel, vaak aangeduid als 'vleesetende bacterie'. De infectie verspreidt zich snel en vernietigt weefsels, wat kan leiden tot ernstige toxiciteit en shock. |
| Miltvuur (Anthrax) | Een ernstige infectieziekte veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis. Het kan voorkomen in verschillende vormen, waaronder cutane (huid), inhalatie- en gastro-intestinale miltvuur, en kan dodelijk zijn indien onbehandeld. |
| Borrelia burgdorferi | Een spirocheetbacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt, overgedragen door teken. De infectie kan leiden tot diverse symptomen, waaronder huiduitslag (erythema migrans), gewrichtsproblemen, neurologische afwijkingen en cardiale problemen. |
| Cutibacterium acnes | Een gram-positieve bacterie die normaal gesproken voorkomt op de huid. Het is geassocieerd met acne door het veroorzaken van ontsteking in de talgklieren, maar kan ook diepere infecties veroorzaken, met name bij aanwezigheid van prothesen. |
| Clostridium perfringens | Een gram-positieve, anaërobe bacterie die bekend staat om de productie van een krachtig toxine dat gasgangreen (necrotiserende myonecrose) veroorzaakt. Het kan ook voedselvergiftiging veroorzaken door de productie van een enterotoxine. |
| Pseudomonas aeruginosa | Een gram-negatieve, facultatief anaerobe bacterie die een veelvoorkomende oorzaak is van nosocomiale (ziekenhuisgebonden) infecties. Het kan infecties veroorzaken in de luchtwegen, urinewegen, wonden en bloedbaan, en is vaak resistent tegen antibiotica. |
| Enterokokken | Een groep gram-positieve bacteriën die deel uitmaken van de normale darmflora. Ze kunnen infecties veroorzaken in de urinewegen, galwegen, abdomen en het hart (endocarditis), en zijn vaak resistent tegen antibiotica, inclusief vancomycine. |
| Katalase | Een enzym dat waterstofperoxide (H₂O₂) afbreekt tot zuurstof (O₂) en water (H₂O). Het wordt gebruikt als een test om bacteriën te onderscheiden; stafylokokken zijn doorgaans katalase-positief, terwijl streptokokken katalase-negatief zijn. |
| Coagulase | Een enzym geproduceerd door Staphylococcus aureus dat fibrineogeen omzet in fibrine, wat leidt tot stolling. Dit helpt de bacterie om zich te beschermen tegen fagocytose en zich te nestelen in weefsels. |
| Huid- en weke delen infectie (SSTI) | Een infectie die de huid en/of het onderliggende weefsel aantast. Voorbeelden zijn cellulitis, erysipelas, impetigo, furunkels en karbonkels, vaak veroorzaakt door bacteriën zoals Staphylococcus aureus en Streptococcus pyogenes. |
| Epidermolytisch toxine | Een toxine geproduceerd door bepaalde stammen van Staphylococcus aureus dat de stratum granulosum van de epidermis afbreekt, wat resulteert in schilfering van de huid. Dit is de oorzaak van het Stafylokokken Schedeldelhuid Syndroom (SSSS). |
| Superantigeen | Een type antigeen dat een sterk, niet-specifiek immuunantwoord kan uitlokken door de directe activatie van een groot aantal T-cellen. Dit kan leiden tot een overmatige cytokinerelease, wat kan bijdragen aan toxische shock syndromen. |
| Toxic Shock Syndrome (TSS) | Een zeldzame, levensbedreigende ziekte veroorzaakt door toxines die worden geproduceerd door bacteriën, meestal Staphylococcus aureus of Streptococcus pyogenes. Het wordt gekenmerkt door hoge koorts, lage bloeddruk, huiduitslag en meervoudig orgaanfalen. |
| Methicillin-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) | Een stam van Staphylococcus aureus die resistent is tegen methicilline en andere bèt-lactam antibiotica. MRSA is een belangrijke oorzaak van zowel ziekenhuis- als gemeenschapsgebonden infecties en vormt een grote uitdaging voor de behandeling. |
| Erythema migrans | De kenmerkende huiduitslag die vaak het eerste symptoom is van de ziekte van Lyme. Het is een rode, zich uitbreidende laesie die de vorm heeft van een ring, hoewel het ook een uniforme rode vlek kan zijn. |
| Spirocheten | Een groep spiraalvormige bacteriën die worden gekenmerkt door hun lange, dunne, flexibele lichamen. Bekende voorbeelden zijn Treponema pallidum (syfilis) en Borrelia burgdorferi (ziekte van Lyme). |
| Gasgangreen | Een ernstige wekedeleninfectie veroorzaakt door Clostridium-soorten, met name Clostridium perfringens. Het wordt gekenmerkt door de productie van gas in de geïnfecteerde weefsels, snelle weefselnecrose en ernstige toxiciteit. |
| Nosocomiale infectie | Een infectie die wordt opgelopen tijdens of als gevolg van een verblijf in een gezondheidszorginstelling, zoals een ziekenhuis. Deze infecties worden vaak veroorzaakt door micro-organismen die resistent zijn tegen antibiotica. |
| Urogenitale infecties | Infecties die de urinewegen of de geslachtsorganen aantasten. Voorbeelden zijn urineweginfecties (UTI's), cystitis en pyelonefritis, vaak veroorzaakt door bacteriën zoals E. coli, Proteus mirabilis en Enterococcus soorten. |
| Beta-hemolyse | Een type hemolyse waarbij rode bloedcellen volledig worden afgebroken, wat resulteert in een heldere zone rondom de kolonies op een bloedagarplaat. Dit kenmerk wordt gebruikt bij de classificatie van streptokokken. |
| Alpha-hemolyse | Een type hemolyse waarbij rode bloedcellen gedeeltelijk worden afgebroken, wat resulteert in een groenige verkleuring rondom de kolonies op een bloedagarplaat. Dit is kenmerkend voor bepaalde streptokokkensoorten, zoals Streptococcus pneumoniae. |
| Gamma-hemolyse | Een type hemolyse waarbij geen afbraak van rode bloedcellen plaatsvindt. Dit betekent dat er geen verandering in het uiterlijk van de agarplaat rond de kolonies is. |