Cover
ابدأ الآن مجانًا PPT Antibiotica deel 5 - antifungale en antiparasitaire middelen.pdf
Summary
# Antimicrobiële middelen: antibacteriële, antifungale en antiparasitaire middelen
Dit document biedt een overzicht van diverse antimicrobiële middelen die worden ingezet tegen bacteriële, fungale en parasitaire infecties [1](#page=1).
### 1.1 Antibacteriële middelen
#### 1.1.1 Classificatie van bacteriën op basis van morfologie en eigenschappen
Bacteriën kunnen worden geclassificeerd op basis van hun gramreactie, vorm, ligging, metabolisme (aeroob/anaeroob) en hun rol als pathogeen [4](#page=4).
* **Grampositieve bacteriën:**
* **Kokken:**
* Ketenligging: facultatief anaeroob, bv. *Streptococcus pyogenes* [4](#page=4).
* Duplo ligging: facultatief anaeroob, bv. *S. pneumoniae* [4](#page=4).
* Trosjes ligging: facultatief anaeroob, bv. *S. aureus*, *Staphylococcus epidermidis* [4](#page=4).
* **Staven:**
* Los ligging: anaeroob, bv. *Clostridium perfringens*, *Clostridium tetani* [4](#page=4).
* Chinese letters: aeroob, bv. *C. diphtheriae* [4](#page=4).
* Ketenligging: aeroob, bv. *Bacillus anthracis* [4](#page=4).
* Los ligging: facultatief anaeroob, bv. *Listeria monocytogenes* [4](#page=4).
* **Gramnegatieve bacteriën:**
* **Kokken:**
* Duplo ligging: aeroob, bv. *Neisseria meningitidis*, *Neisseria gonorrhoeae*, *Moraxella catarrhalis* [4](#page=4).
* **Staven:**
* Los ligging: aeroob, bv. *Pseudomonas aeruginosa*, *Brucella abortus*, *B. pertussis* [4](#page=4).
* Los ligging: facultatief anaeroob, bv. *E. coli*, *Salmonella typhi*, *Shigella dysenteriae*, *Klebsiella pneumoniae*, *Proteus mirabilis*, *Yersinia pestis*, *H. influenzae* [4](#page=4).
* Komma’s: bv. *Vibrio cholerae* [4](#page=4).
* **Spirillen:** bv. *Campylobacter jejuni*, *Treponema pallidum*, *Borrelia burgdorferi*, *Leptospira spp.* [4](#page=4).
* **Staven (anaeroob):** bv. *Bacteroides fragilis*, *Fusobacterium spp.* [4](#page=4).
#### 1.1.2 Indicaties en behandeling van anaerobe infecties
Anaerobe pathogenen vereisen specifieke aandacht, met name bij infecties afkomstig uit de mondholte, longen, of het maag-darmkanaal. Behandeling kan afhangen van de locatie en het type anaeroob organisme [5](#page=5) [6](#page=6).
* **Indicaties:**
* Orale anaeroben (bv. peptostreptokokken) bij tandabcessen, weke delen infecties vanuit de mondmucosa, en longabcessen [5](#page=5).
* Darmanaeroben (bv. *Bacteroides*, *Fusobacterium*) bij darmperforaties, enterale fistels, peritonitis, intra-abdominale en peri-anale abcessen [5](#page=5).
* *Clostridium difficile* infecties [5](#page=5).
* Pelvic inflammatory disease [5](#page=5).
* Huid- en weke delen infecties door bv. *Clostridium perfringens*, *Clostridium tetani* [5](#page=5).
* **Behandeling:**
* Vaak wordt een combinatie van antibiotica ingezet om de polymicrobiële aard van infecties te bestrijden [6](#page=6).
* Clindamycine kan worden gebruikt voor orale Grampositieve bacteriën en orale anaeroben [6](#page=6).
* Amoxicilline-clavulaanzuur is effectief tegen orale/enterale Grampositieve bacteriën, Gramnegatieve bacteriën en anaeroben [6](#page=6).
* Cave: Verhoogd risico op *C. difficile* infectie bij gebruik van antibiotica; dit moet worden afgewogen tegen de voordelen [6](#page=6).
* Specifieke behandeling voor *Clostridium difficile* kan metronidazol of oraal vancomycine zijn [6](#page=6).
* Voor *Clostridium tetani* wordt metronidazol, eventueel penicilline, en antitoxine gebruikt [6](#page=6).
* *Clostridium perfringens* infecties worden behandeld met benzylpenicilline, metronidazol, clindamycine, en debridement met zuurstof [6](#page=6).
#### 1.1.3 Effecten van antibioticagebruik
Antibioticagebruik kan leiden tot verminderde bescherming tegen gevaarlijke pathogenen, uitwisseling van resistentiegenen, en destructie van nuttige darmflora (microbioom) [7](#page=7).
#### 1.1.4 Metronidazol
Metronidazol is een nitroimidazolderivaat dat onder anaerobe omstandigheden nitrosoradicalen vormt [8](#page=8).
* **Spectrum:**
* **Antiparasitair:** *Trichomonas vaginalis* (trichomoniasis), *Gardnerella vaginalis* (bacteriële vaginose), giardiasis, amoebiasis [8](#page=8).
* **Antibacterieel:** Anaerobe bacteriële infecties, eradicatie van *Helicobacter pylori* [8](#page=8).
* **Kinetiek:** Oraal en intraveneus [8](#page=8).
* **Veiligheid:** Kan misselijkheid, een slechte smaak, en braken veroorzaken, vooral in combinatie met alcohol [8](#page=8).
* **Resistentie:** Zeer laag [8](#page=8).
#### 1.1.5 Antimycobacteriële middelen
Antimycobacteriële middelen worden gebruikt voor de behandeling van infecties veroorzaakt door mycobacteriën, met name tuberculose (TB) [42](#page=42).
* **Eerste lijn middelen:** Rifampicine (R), Isoniazide (H), Pyrazinamide (Z), Ethambutol (E) [42](#page=42).
* **Tweede lijn middelen:** Aminoglycosiden (vooral streptomycine (S)), fluoroquinolonen, macroliden, en andere [42](#page=42).
* **Behandeling van TB:**
* Fase 1 (2 maanden): 4-ledige therapie met Isoniazide, Rifampicine, Ethambutol, en Pyrazinamide [48](#page=48).
* Fase 2 (4 maanden): 2-ledige therapie met Isoniazide en Rifampicine [48](#page=48).
* Therapietrouw, tolerantie, allergie en interacties zijn cruciale aandachtspunten [48](#page=48).
* **Preventie van TB:** Respiratoire isolatie van patiënten en screening van contactpersonen [48](#page=48).
* **Combinatietherapie:** Essentieel voor effectieve behandeling van TB. Combinatiepillen (all-in-one tablet) worden gebruikt [49](#page=49) [50](#page=50).
* **Directly Observed Treatment (DOT):** Een strategie om therapietrouw te waarborgen [51](#page=51).
### 1.2 Antifungale middelen
Antimycotische middelen richten zich op medisch relevante fungale infecties. De verschillen in celwandstructuur tussen fungi en menselijke cellen vormen een doelwit voor deze middelen [14](#page=14) [15](#page=15).
#### 1.2.1 Klassen van antifungale producten
* Azolen & Terbinafine [17](#page=17).
* Echinocandines [17](#page=17).
* Amfotericine-B [17](#page=17).
* Flucytosine [17](#page=17).
#### 1.2.2 Werkingsmechanismen van antifungale producten
De werkingsmechanismen variëren, met enkele belangrijke targets zoals de synthese van celmembraancomponenten en nucleïnezuren [18](#page=18).
#### 1.2.3 Azolen
Azolen inhiberen de C-14a demethylatie van lanosterol, wat leidt tot een depletie van ergosterol, een essentiële bouwsteen voor het fungale celmembraan [21](#page=21).
* **Spectrum en gebruik:**
* **Fluconazol:** Voor *Candida*-infecties, ook ernstige vormen [23](#page=23).
* **Itraconazol:** Effectief tegen andere gisten (bv. blastomyces, histoplasma, coccidoides), sporotrichose, en mildere *Aspergillus*-infecties [23](#page=23).
* **Voriconazol:** Eerstelijns therapie voor ernstige *Aspergillus*-infecties [24](#page=24).
* **Isavuconazol:** Vergelijkbaar profiel als voriconazol, met minder nevenwerkingen [24](#page=24).
* **Posaconazol:** Een breedspectrum azool, effectief tegen gisten en filamenteuze schimmels, inclusief mucor [24](#page=24).
* **Farmacologische interacties:** Azolen inhiberen cytochroom P 450 3A4 (CYP3A4) in de lever, wat kan leiden tot accumulatie van andere medicatie die via dit enzym wordt gemetaboliseerd [25](#page=25) [26](#page=26).
* **Voor- en nadelen:**
* **Pro:** Effectief bij milde en ernstige infecties, goed verdragen (tenzij leverproblemen of interacties), oraal en intraveneus beschikbaar, relatief goedkoop [27](#page=27).
* **Contra:** Effectiever tegen gisten dan schimmels (moulds), absorptie afhankelijk van maag-pH, interacties met andere medicatie, potentieel teratogeen, resistentieontwikkeling mogelijk, effectiviteit bij levensbedreigende situaties kan variëren [27](#page=27).
#### 1.2.4 Echinocandines
Echinocandines zijn op de markt sinds 2002 en remmen de synthese van β 1,3 glycanen in de fungale celwand [37](#page=37).
* **Voorbeelden:** Caspofungin, anidulafungin, micafungin [29](#page=29) [37](#page=37).
* **Spectrum:** Voornamelijk effectief tegen invasieve *Candida*-infecties (inclusief resistentiegevallen) en in mindere mate tegen invasieve aspergillose [37](#page=37).
* **Voor- en nadelen:**
* **Pro:** Goed verdragen, effectief in levensbedreigende gistinfecties [29](#page=29).
* **Contra:** Zeer kostbaar, alleen intraveneus beschikbaar, effectiever tegen gisten dan schimmels [29](#page=29).
#### 1.2.5 Amfotericine-B
Amfotericine-B (Amfo-B) is een lipofiele stof met een sterke affiniteit voor sterolen, met name ergosterol in fungale celmembranen [32](#page=32).
* **Werkingsmechanisme:** Bindt aan het fungale celmembraan, ontregelt kaliumkanalen waardoor kalium uit de fungus lekt, en vormt 'bressen' in het fungale celmembraan [32](#page=32).
* **Liposomale Amfotericine-B (bv. Ambisome, Abelcet):**
* **Pro:** Effectief in levensbedreigende infecties, breedspectrum antifungaal (gisten en schimmels) [36](#page=36).
* **Contra:** Zeer duur, allergische reacties, renale toxiciteit, hypokaliëmie, alleen intraveneus beschikbaar [36](#page=36).
* **Behandeling van *Candida*-infecties:** Amfotericine-B is een optie, maar patiënten kunnen last hebben van koude rillingen, koorts, renale toxiciteit en hypokaliëmie [19](#page=19).
#### 1.2.6 Flucytosine (5-fluorocytosine, 5FC)
5-fluorocytosine is een middel dat de DNA- en eiwitsynthese in schimmels remt [34](#page=34).
* **Gebruik:** Wordt vaak in combinatie met amfotericine-B gebruikt voor levensbedreigende infecties zoals cryptokokken en candidemie [34](#page=34).
* **Toxiciteit:** Kan toxisch zijn voor het beenmerg en de nieren [34](#page=34).
### 1.3 Antiparasitaire middelen
Diverse middelen worden ingezet tegen parasitaire infecties, zowel protozoa als ectoparasieten [11](#page=11).
* **Voorbeelden van antiparasitaire middelen:**
* Mebendazol [11](#page=11).
* Albendazol [11](#page=11).
* Praziquantel [11](#page=11).
* Ivermectine [11](#page=11).
* Permethrine [11](#page=11).
* **Indicaties:**
* Urethritis en vaginitis veroorzaakt door *Trichomonas vaginalis* of *Gardnerella vaginalis* (bacteriële vaginose) [8](#page=8).
* Giardiasis en amoebiasis [8](#page=8).
* Behandeling van mijt (scabies) en luizen [11](#page=11).
* **Anti-malarials:** Een specifieke groep antiparasitaire middelen [11](#page=11).
---
# Bacteriële pathogenen en hun classificatie
Deze sectie biedt een gedetailleerde classificatie van bacteriële pathogenen op basis van hun gramreactie, morfologie (vorm, ligging) en aerobe/anaerobe eigenschappen, met specifieke voorbeelden van pathogene soorten.
### 2.1 Classificatie op basis van gramreactie
Bacteriën kunnen worden onderverdeeld op basis van hun reactie op de gramkleuring. Dit onderscheid is fundamenteel voor de identificatie en behandeling van bacteriële infecties [4](#page=4).
#### 2.1.1 Gram-positieve bacteriën
Gram-positieve bacteriën behouden de paarse kleur na gramkleuring, wat duidt op een dikke peptidoglycaanlaag in hun celwand [4](#page=4).
##### 2.1.1.1 Kokken
Kokken zijn bolvormige bacteriën. Hun ligging in de microscoop (ketens, duplo, trosjes) helpt bij verdere identificatie [4](#page=4).
* **Ketens:**
* _Streptococcus pyogenes_ is een facultatief anaërobe bacterie die infecties veroorzaakt [4](#page=4).
* **Duplo:**
* _Streptococcus pneumoniae_ is een diplokok die facultatief anaëroob is [4](#page=4).
* **Trosjes:**
* _Staphylococcus aureus_ en _Staphylococcus epidermidis_ zijn facultatief anaërobe bacteriën die in trosjes voorkomen [4](#page=4).
* **Los:**
* _Peptostreptococcus spp._ en _Peptococcus spp._ zijn anaërobe kokken [4](#page=4).
##### 2.1.1.2 Staven
Stafvormige bacteriën kunnen ook gram-positief zijn.
* **Los:**
* _Clostridium perfringens_ en _Clostridium tetani_ zijn anaërobe staven [4](#page=4).
* _Listeria monocytogenes_ is een losse, facultatief anaërobe staaf [4](#page=4).
* **Chinese letters:**
* _Corynebacterium diphtheriae_ is een aeroob pathogeen dat zich presenteert in een arrangement dat lijkt op Chinese letters [4](#page=4).
* **Ketens:**
* _Bacillus anthracis_ is een staafvormig pathogeen dat ketens vormt en aeroob is [4](#page=4).
#### 2.1.2 Gram-negatieve bacteriën
Gram-negatieve bacteriën worden roze na gramkleuring, wat wijst op een dunnere peptidoglycaanlaag en de aanwezigheid van een buitenmembraan [4](#page=4).
##### 2.1.2.1 Kokken
Gram-negatieve kokken komen vaak voor in paren (duplo) [4](#page=4).
* **Duplo:**
* _Neisseria meningitidis_, _Neisseria gonorrhoeae_, en _Moraxella catarrhalis_ zijn aeroob en bevinden zich vaak in paren [4](#page=4).
##### 2.1.2.2 Staven
Gram-negatieve staven vormen een diverse groep bacteriën met variërende metabole eigenschappen [4](#page=4).
* **Los (Aeroob):**
* _Pseudomonas aeruginosa_, _Brucella abortus_, en _Bordetella pertussis_ zijn voorbeelden van aeroob groeiende gram-negatieve staven [4](#page=4).
* **Los (Facultatief anaëroob):**
* Een breed scala aan belangrijke pathogenen valt onder deze categorie, waaronder _Escherichia coli_, _Salmonella typhi_, _Shigella dysenteriae_, _Klebsiella pneumoniae_, _Proteus mirabilis_, en _Yersinia pestis_ [4](#page=4).
* _Haemophilus influenzae_ wordt ook geclassificeerd als een facultatief anaërobe staaf [4](#page=4).
* **Komma’s:**
* _Vibrio cholerae_ wordt gekenmerkt door zijn komma-achtige vorm en is facultatief anaëroob [4](#page=4).
* **Los (Anaëroob):**
* _Bacteroides fragilis_ en _Fusobacterium spp._ zijn voorbeelden van gram-negatieve staven die strikt anaëroob groeien [4](#page=4).
### 2.2 Classificatie op basis van morfologie en ligging
De vorm (morfologie) en de manier waarop bacteriën zich organiseren (ligging) bieden aanvullende criteria voor classificatie [4](#page=4).
* **Kokken:** Bolvormig [4](#page=4).
* *Ligging:* Ketens (_Streptococcus_), duplo (_Diplococcus_), trosjes (_Staphylococcus_) [4](#page=4).
* **Staven:** Cilindrisch of staafvormig [4](#page=4).
* **Spirillen:** Spiraalvormig [4](#page=4).
* Voorbeelden zijn _Campylobacter jejuni_, _Treponema pallidum_, _Borrelia burgdorferi_, en _Leptospira spp._. Deze worden vaak ingedeeld op basis van hun gramnegatieve karakter, maar hun specifieke vorm is een onderscheidend kenmerk [4](#page=4).
### 2.3 Classificatie op basis van aerobe/anaerobe eigenschappen
Het metabolisme van bacteriën, specifiek hun behoefte aan zuurstof, is cruciaal voor hun overleving en pathogene rol [4](#page=4).
* **Aeroob:** Vereist zuurstof voor groei [4](#page=4).
* Voorbeelden: _Bacillus anthracis_, _Neisseria meningitidis_, _Pseudomonas aeruginosa_ [4](#page=4).
* **Anaëroob:** Groeit in de afwezigheid van zuurstof en kan hier zelfs giftig voor zijn [4](#page=4).
* Voorbeelden: _Clostridium perfringens_, _Bacteroides fragilis_ [4](#page=4).
* **Facultatief anaëroob:** Kan zowel met als zonder zuurstof groeien, maar prefereert vaak zuurstof [4](#page=4).
* Voorbeelden: _Streptococcus pyogenes_, _Staphylococcus aureus_, _Escherichia coli_ [4](#page=4).
**Tip:** Het combineren van deze classificatiecriteria (gramreactie, morfologie, ligging, en aerobe/anaerobe eigenschappen) stelt microbiologen in staat om bacteriële pathogenen nauwkeurig te identificeren en de juiste behandelingsstrategieën te bepalen [4](#page=4).
---
# Specifieke infecties en behandelstrategieën
Deze sectie behandelt de indicaties voor de behandeling van infecties veroorzaakt door anaerobe pathogenen en strategieën om deze te bestrijken in polymicrobiële infecties, inclusief specifieke voorbeelden zoals *Clostridium difficile* en tetanus.
### 3.1 Indicaties voor behandeling van infecties door anaerobe pathogenen
Infecties veroorzaakt door anaerobe pathogenen vereisen specifieke behandelindicaties, afhankelijk van de locatie en het type microbe.
* **Orale anaeroben** (bijv. *Peptostreptokokken*) komen voor bij:
* Tandabcessen [5](#page=5).
* Weke delen infecties vanuit de mondmucosa [5](#page=5).
* Longabcessen [5](#page=5).
* **Darmanaeroben** (bijv. *Bacteroides*, *Fusobacterium*) zijn geassocieerd met:
* Darmperforaties en enterale fistels [5](#page=5).
* Peritonitis, intra-abdominale en peri-anale abcessen (vaak empirisch behandeld) [5](#page=5).
* Pelvic inflammatory disease [5](#page=5).
* **Huid- en weke delen infecties** kunnen veroorzaakt worden door anaeroben zoals *Clostridium perfringens* en *Clostridium tetani* [5](#page=5).
### 3.2 Strategieën voor het meedekken van anaerobe pathogenen
Bij de behandeling van polymicrobiële infecties is het cruciaal om rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van anaerobe pathogenen. Deze infecties zijn vaak een combinatie van Gram-positieve bacteriën, Gram-negatieve bacteriën en anaeroben [6](#page=6).
* **Antibiotische keuzes om anaeroben mee te dekken:**
* **Clindamycine:** Effectief tegen orale Gram-positieve bacteriën en orale anaeroben [6](#page=6).
* **Amoxycilline-clavulaanzuur:** Breder spectrum dat orale/enterale Gram-positieve bacteriën, Gram-negatieve bacteriën en anaeroben dekt [6](#page=6).
> **Tip:** Bij het kiezen van een antibioticum met een breed spectrum om anaeroben mee te dekken, moet het verhoogde risico op het ontstaan van een *Clostridium difficile* infectie worden afgewogen tegen de voordelen van de empirische dekking. Dit vereist een zorgvuldige afweging van de risico's en baten [6](#page=6).
### 3.3 Specifieke anaerobe infecties en hun behandeling
Sommige infecties worden primair of significant door specifieke anaerobe pathogenen veroorzaakt en vereisen gerichte behandelstrategieën.
* ***Clostridium difficile* infectie:**
* Behandeling kan bestaan uit metronidazol of oraal vancomycine [6](#page=6).
* ***Clostridium tetani* (tetanus):**
* Behandeling met metronidazol is geïndiceerd [6](#page=6).
* Penicilline kan als aanvulling worden overwogen [(or penicilline)] [6](#page=6).
* Toediening van antistoffen (antitoxine) is essentieel [6](#page=6).
* ***Clostridium perfringens* infectie:**
* Behandeling omvat benzylpenicilline en metronidazol [6](#page=6).
* Clindamycine kan ook worden ingezet [6](#page=6).
* Chirurgische debridement is cruciaal [6](#page=6).
* Hyperbare zuurstoftherapie (O2) kan nuttig zijn [6](#page=6).
---
# Antifungale middelen: werkingsmechanismen en toepassingen
Deze samenvatting behandelt de werkingsmechanismen en toepassingen van verschillende klassen antifungale middelen, waaronder azolen, echinocandines en amfotericine-B, voor de behandeling van schimmelinfecties.
### 4.1 Klassen van antifungale middelen
Er zijn verschillende klassen antifungale middelen met onderscheidende werkingsmechanismen en toepassingen. De belangrijkste groepen die worden besproken, zijn azolen, echinocandines, amfotericine-B en flucytosine [17](#page=17).
#### 4.1.1 Azolen
##### 4.1.1.1 Werkingsmechanisme
Azolen remmen de C-14a demethylatie van lanosterol. Dit proces is cruciaal voor de synthese van ergosterol, een essentiële bouwsteen voor het fungale celmembraan. Door de depletie van ergosterol wordt de integriteit van het fungale celmembraan aangetast [21](#page=21).
Een belangrijk neveneffect van azolen is de inhibitie van cytochroom P 450-enzymen, met name CYP3A4, dat een rol speelt bij de metabolisering van vele medicijnen in de lever. Dit kan leiden tot de opstapeling van niet-gemetaboliseerde medicatie, wat interacties met andere geneesmiddelen veroorzaakt [25](#page=25) [26](#page=26).
> **Tip:** Wees alert op potentiële geneesmiddeleninteracties wanneer azolen worden voorgeschreven, met name bij patiënten die andere medicijnen gebruiken die door CYP3A4 worden gemetaboliseerd [25](#page=25).
##### 4.1.1.2 Toepassingen en Eigenschappen
* **Fluconazol:** Effectief bij Candida-infecties, inclusief ernstige gevallen. Ook gebruikt ter preventie van schimmelinfecties. De resistentie neemt toe. Kan levertoxiciteit veroorzaken [19](#page=19) [23](#page=23).
* **Itraconazol:** Gebruikt voor andere gisten zoals *Blastomyces*, *Histoplasma*, *Coccidioides*, sporotrichosis, en 'milde' *Aspergillus*-infecties [23](#page=23).
* **Voriconazol:** Eerstelijnsbehandeling voor ernstige *Aspergillus*-infecties. Kan levertoxiciteit veroorzaken. Beschikbaar als intraveneuze en orale toediening [20](#page=20) [24](#page=24).
* **Isavuconazol:** Vergelijkbaar profiel als voriconazol, maar met minder nevenwerkingen [24](#page=24).
* **Posaconazol:** Een 'breedspectrum' azool dat actief is tegen gisten en filamenteuze schimmels, inclusief *Mucor*. Wordt ook genoemd als behandelingsoptie bij invasieve aspergillose [20](#page=20) [24](#page=24).
##### 4.1.1.3 Voordelen en Nadelen van Azolen
* **Voordelen (Pro):**
* Effectief bij milde en ernstige infecties [27](#page=27).
* Over het algemeen goed verdragen, tenzij leverfunctie verstoord is of er interacties met andere medicijnen zijn [27](#page=27).
* Oraal en intraveneus beschikbaar [27](#page=27).
* Relatief goedkoop [27](#page=27).
* **Nadelen (Contra):**
* Effectiever tegen gisten (*yeasts*) dan schimmels (*moulds*) [27](#page=27).
* Absorptie is afhankelijk van de pH van de maag [27](#page=27).
* Interacties met andere medicijnen [27](#page=27).
* Potentieel teratogeen [27](#page=27).
* Ontwikkeling van resistentie [27](#page=27).
* Effectiviteit in levensbedreigende situaties kan beperkt zijn [27](#page=27).
#### 4.1.2 Echinocandines
##### 4.1.2.1 Werkingsmechanisme
Echinocandines hebben een nieuw werkingsmechanisme dat verschilt van azolen en amfotericine-B. Ze remmen de synthese van $\beta$-(1,3)-glucanen, belangrijke componenten van de fungale celwand. Dit leidt tot verzwakking en lyse van de celwand [37](#page=37).
> **Tip:** De celwand van schimmels verschilt structureel van die van menselijke cellen, wat echinocandines een selectieve toxiciteit geeft [41](#page=41).
##### 4.1.2.2 Toepassingen en Eigenschappen
* Echinocandines zijn op de markt sinds 2002 en omvatten middelen zoals Caspofungin, Anidulafungin en Micafungin [37](#page=37).
* Primair geïndiceerd voor invasieve Candida-infecties, inclusief resistente stammen [37](#page=37).
* Kunnen ook gebruikt worden bij invasieve aspergillose [37](#page=37).
* Specifiek wordt Caspofungin genoemd als optie bij invasieve aspergillose [20](#page=20).
##### 4.1.2.3 Voordelen en Nadelen van Echinocandines
* **Voordelen (Pro):**
* Over het algemeen goed verdragen [29](#page=29).
* Effectief bij levensbedreigende gistinfecties [29](#page=29).
* **Nadelen (Contra):**
* Hoge kosten [29](#page=29).
* Alleen intraveneus beschikbaar [29](#page=29).
* Effectiever tegen gisten (*yeasts*) dan schimmels (*moulds*) [29](#page=29).
#### 4.1.3 Amfotericine-B
##### 4.1.3.1 Werkingsmechanisme
Amfotericine-B is een lipofiele stof met een sterke affiniteit voor sterolen. Het bindt selectief aan ergosterol in het fungale celmembraan, veel sterker dan aan cholesterol in menselijke cellen. Deze binding ontregelt het kaliumkanaal, waardoor K+ uit de schimmel lekt en er 'bressen' in het fungale celmembraan ontstaan [32](#page=32).
##### 4.1.3.2 Toepassingen en Eigenschappen
* Amfotericine-B wordt gebruikt bij de behandeling van zowel Candida-infecties als invasieve aspergillose [19](#page=19) [20](#page=20).
* Het is een breedspectrum antischimmelmiddel dat actief is tegen gisten en schimmels [36](#page=36).
* Liposomale formuleringen (bv. Ambisome, Abelcet) zijn beschikbaar en worden beschouwd als effectief bij levensbedreigende infecties [36](#page=36).
##### 4.1.3.3 Voordelen en Nadelen van Amfotericine-B
* **Voordelen (Pro):**
* Effectief bij levensbedreigende infecties [36](#page=36).
* Breedspectrum antischimmelactiviteit [36](#page=36).
* **Nadelen (Contra):**
* Duur [36](#page=36).
* Allergische reacties [36](#page=36).
* Niertoxiciteit [19](#page=19) [36](#page=36).
* Hypokaliëmie (laag kaliumgehalte in bloed) [19](#page=19) [36](#page=36).
* Chills en koorts zijn veelvoorkomende bijwerkingen [19](#page=19).
* Alleen intraveneus beschikbaar [19](#page=19) [20](#page=20) [36](#page=36).
#### 4.1.4 Flucytosine (5-Fluorocytosine, 5FC)
##### 4.1.4.1 Werkingsmechanisme
Flucytosine remt de DNA-synthese en de eiwitproductie in schimmels [34](#page=34).
##### 4.1.4.2 Toepassingen
* Wordt vaak in combinatie met amfotericine-B gebruikt voor levensbedreigende infecties, zoals cryptokokkeninfecties, candidemie, etc. [34](#page=34).
##### 4.1.4.3 Nadelen
* Toxisch voor het beenmerg en de nieren [34](#page=34).
---
# Antimycobacteriële middelen en tuberculosebehandeling
Dit deel behandelt de antimycobacteriële middelen, ingedeeld in eerste en tweede lijn, hun werkingsmechanismen, en de behandeling van tuberculose (TB) met nadruk op combinatietherapie en therapietrouw.
### 5.1 Antimycobacteriële middelen
Antimycobacteriële middelen worden ingedeeld in middelen van de eerste lijn en de tweede lijn [42](#page=42).
#### 5.1.1 Eerste lijn middelen
De eerste lijn middelen die worden gebruikt voor de behandeling van tuberculose zijn [42](#page=42):
* Rifampicine (R) [42](#page=42).
* Isoniazide (H) [42](#page=42).
* Pyrazinamide (Z) [42](#page=42).
* Ethambutol (E) [42](#page=42).
#### 5.1.2 Tweede lijn middelen
De tweede lijn middelen omvatten onder andere [42](#page=42):
* Aminoglycosiden, voornamelijk streptomycine (S) [42](#page=42).
* Fluoroquinolonen [42](#page=42).
* Macroliden [42](#page=42).
* Andere middelen [42](#page=42).
### 5.2 Werkingsmechanismen van antimycobacteriële producten
De werkingsmechanismen van antimycobacteriële producten zijn cruciaal voor het begrijpen van hun effectiviteit [46](#page=46).
### 5.3 Behandeling van tuberculose (TB)
De behandeling van tuberculose (TB) vereist een gestructureerde aanpak waarbij combinatietherapie en therapietrouw centraal staan [48](#page=48) [49](#page=49).
#### 5.3.1 Standaardbehandeling
Een standaardbehandeling voor TB bestaat uit twee fasen [48](#page=48):
1. **Initiële fase:** Twee maanden durende therapie met vier middelen [48](#page=48):
* Isoniazide [48](#page=48).
* Rifampicine [48](#page=48).
* Ethambutol [48](#page=48).
* Pyrazinamide [48](#page=48).
2. **Consolidatiefase:** Vier maanden durende therapie met twee middelen [48](#page=48):
* Isoniazide [48](#page=48).
* Rifampicine [48](#page=48).
#### 5.3.2 Belangrijke aspecten van de behandeling
Tijdens de behandeling van TB zijn de volgende aspecten van groot belang [48](#page=48):
* **Therapietrouw:** Het strikt opvolgen van het medicatieschema door de patiënt is essentieel voor het succes van de behandeling en het voorkomen van resistentie [48](#page=48).
* **Tolerantie/Allergie:** Aandacht voor eventuele intoleranties of allergische reacties op medicatie [48](#page=48).
* **Interacties:** Rekening houden met mogelijke interacties tussen antimycobacteriële middelen en andere medicatie die de patiënt gebruikt [48](#page=48).
> **Tip:** Combinatietherapie is een absolute vereiste bij de behandeling van tuberculose om de ontwikkeling van resistentie te minimaliseren en de effectiviteit te maximaliseren [49](#page=49).
> **Tip:** De ontwikkeling van 'all-in-one tablets' kan de therapietrouw bevorderen door het aantal pillen dat dagelijks ingenomen moet worden te verminderen [50](#page=50).
#### 5.3.3 Therapietrouw en monitoring
Om de therapietrouw te waarborgen, wordt vaak gebruik gemaakt van **Directly Observed Treatment (DOT)**. Hierbij wordt de medicatie-inname door een zorgverlener geobserveerd om er zeker van te zijn dat de patiënt de medicijnen correct inneemt [51](#page=51).
#### 5.3.4 Preventie
Preventieve maatregelen bij TB omvatten [48](#page=48):
* **Respiratoire isolatie:** Het isoleren van de patiënt om verdere verspreiding van de infectie te voorkomen [48](#page=48).
* **Screening van contactpersonen:** Het opsporen en eventueel behandelen van personen die in contact zijn geweest met een TB-patiënt om secundaire infecties te voorkomen [48](#page=48).
---
## Veelgemaakte fouten om te vermijden
- Bestudeer alle onderwerpen grondig voor examens
- Let op formules en belangrijke definities
- Oefen met de voorbeelden in elke sectie
- Memoriseer niet zonder de onderliggende concepten te begrijpen
Glossary
| Term | Definition |
|------|------------|
| Gramreactie | Een laboratoriumprocedure die bacteriën classificeert in twee hoofdgroepen, Gram-positief en Gram-negatief, gebaseerd op de chemische en fysische eigenschappen van hun celwanden. Gram-positieve bacteriën behouden een paarse kleur na kleuring, terwijl Gram-negatieve bacteriën roze kleuren. |
| Kokken | Bacteriën met een bolvormige morfologie. Ze kunnen solitair voorkomen, in paren (diplokokken), ketens (streptokokken) of trosjes (stafylokokken). |
| Staven | Bacteriën met een staafvormige morfologie. Ze kunnen solitair voorkomen of in ketens of bundels. |
| Facultatief anaeroob | Micro-organismen die in staat zijn tot aerobe ademhaling wanneer zuurstof aanwezig is, maar ook in staat zijn tot anaërobe ademhaling of fermentatie in de afwezigheid van zuurstof. |
| Obligaat anaeroob | Micro-organismen die zuurstof nodig hebben voor groei, omdat hun metabolisme afhankelijk is van aerobe processen. Ze kunnen niet overleven in de aanwezigheid van zuurstof. |
| Polymicrobiële infecties | Infecties die worden veroorzaakt door meerdere soorten micro-organismen, waaronder bacteriën, schimmels en/of virussen. Deze infecties vereisen vaak een breder behandelingsspectrum. |
| Microbiome (microbioom) | De verzameling van alle micro-organismen (bacteriën, schimmels, virussen en andere microben) die in een bepaalde omgeving leven, zoals het menselijk lichaam, en hun genetische materiaal. Het heeft belangrijke functies voor de gastheer. |
| Nitroimidazolderivaat | Een klasse van chemische verbindingen die een imidazoolring met een nitro (-NO2) groep bevatten. Metronidazol is een bekend voorbeeld dat wordt gebruikt als antibioticum en antiparasiticum. |
| Ergosterol | Een sterol dat een essentieel bestanddeel is van de celmembranen van schimmels, vergelijkbaar met cholesterol in dierlijke cellen. Veel antischimmelmiddelen zijn gericht op het verstoren van de synthese of functie van ergosterol. |
| Cytochroom P 450 (CYP) enzymen | Een grote familie van enzymen die een cruciale rol spelen bij de metabolisering (afbraak) van verschillende moleculen, waaronder medicijnen, hormonen en vetzuren, voornamelijk in de lever. |
| Lipofiel | Een stof die de neiging heeft om op te lossen in vetten, oliën en lipiden. Lipofiele medicijnen kunnen gemakkelijker celmembranen passeren. |
| DNA-synthese | Het proces waarbij desoxyribonucleïnezuur (DNA) wordt geproduceerd. Dit is essentieel voor celreplicatie en genetische informatieoverdracht. Veel medicijnen, zoals sommige antibiotica en antivirale middelen, remmen dit proces. |
| Beenmergtoxiciteit | Schade aan het beenmerg, het weefsel dat verantwoordelijk is voor de productie van bloedcellen. Dit kan leiden tot een verminderde productie van rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. |
| Therapietrouw | De mate waarin een patiënt de voorgeschreven medicatie inneemt volgens de instructies van de zorgverlener, inclusief dosis, frequentie en duur van de behandeling. |